Donderdag 22/04/2021

Een tentoonstelling in het kwadraat

ANTWERPEN

In het Antwerpse Rubenshuis zijn slechts vijfentwintig werken te zien op deze sobere maar smaakvolle tentoonstelling. Het gaat wel om topwerk uit internationale collecties, waaronder als verrassing drie formidabele portretten van Antoon van Dyck. Als je bovendien de schilderijtjes telt die in elke ‘kunstkamer’ op postzegelformaat afgebeeld zijn, kom je al snel tot meer dan driehonderd werken. Elk van deze schilderijen is een museum in het museum en een tentoonstelling op zich.

Constkamer. In de zeventiende eeuw was het de naam voor de kamer waar verzamelaars hun mooiste werken bewaarden. Maar de term werd ook gebruikt om een schilderij aan te duiden die zo’n kunstkamer uitbeeldde. Het genre ontstond kort na 1610 in Antwerpen en werd in de loop van die eeuw vrijwel uitsluitend in de Scheldestad beoefend. Op dit moment is er over de hele wereld een honderdtal dergelijke kunstkamers bekend. Een verklaring voor het ontstaan van het genre is er niet meteen. Jan Brueghel de Oude (1581-1625) en Frans Francken de Jonge (1581-1642) stonden aan de wieg van de kunstkamer. Het is mogelijk dat ze een nieuwe weg wilden inslaan, nadat landschap en stilleven waren ontstaan. Geen van beiden was een meester van het grote gebaar, zoals hun tijdgenoot Rubens. Ze hielden meer van het fijne, uiterst gedetailleerde miniatuurwerk.De tentoonstelling in Antwerpen opent met werken van de twee schilders, die meteen de twee rode draden aangeven. Jan Brueghel de Oude schilderde omstreeks 1625 een lofzang op de schilderkunst. Een schilderes zit, als symbool voor de hele schilderkunst, aan haar ezel een bloemstuk te borstelen. Het voorbeeld is een vaas die voor haar op tafel staat. Ze wordt omringd door het benodigde materiaal en door tientallen schilderijen, met als hoogtepunten portretten van Michelangelo en Rafaël die op een ereplaats hangen. Het werk moet de illusoire kracht en het vernuft van de schilderkunst uitbeelden.Het schilderij van Frans Francken de Jonge is van een geheel andere aard: het toont een echtpaar in een weelderig interieur met veel schilderijen. Wie ze waren, weten we niet. Of ze in hun eigen huis zaten, weten we evenmin. De schilderijen aan de muur zijn niet direct traceerbaar, maar wat we wel weten, is dat Francken dit decor vaker gebruikte. Vermoedelijk wilden de man en de vrouw zich als beschaafde kunstliefhebbers laten uitbeelden. Het schilderij was bedoeld als pronkstuk.Belangrijk is dat tegen een stoel een schilderij leunt met een voorstelling van de mythische schilder Apelles die Campaspe schildert, de minnares van Alexander de Grote. Het verhaal wil dat Apelles verliefd werd op het mooie model en dat Alexander haar aan de schilder schonk. Alexander verkoos het portret boven zijn eigen geliefde, de kunst boven de natuur dus.

Artistieke rebussen

De schilder die de opmerkelijkste kunstkamervoorstellingen maakte, is Willem van Haecht (1593-1637). Van zijn hand zijn nog maar vier dergelijke werken bekend, waarvan er dan nog een spoorloos is. De bekende schilderijen zijn alledrie voor het eerst samen in het Rubenshuis te zien. Een komt uit de eigen collectie, een ander komt uit het Mauritshuis in Den Haag, waarmee het Rubenshuis deze tentoonstelling opzet, en het derde komt uit de Schotse privéverzameling van de Marquess of Bute. Het zijn stuk voor stuk fantastische werken met een belangrijke documentaire waarde, een enorme beeldenrijkdom en veel betekenislagen, alsof het artistieke rebussen betreft.In het werk uit het Mauritshuis plaatst Van Haecht, over wie we overigens bijzonder weinig weten, de inmiddels bekende Apelles en Campaspe centraal. Er hangen topwerken aan de muur, zoals Rubens’ Amazonenslag (nu in München) en De geldwisselaar en zijn vrouw van Quinten Massys (nu in het Louvre). Het huis waarin de verzameling zich bevindt, wordt uitgebeeld in classicistische stijl en de beeldengalerij in de verte doet sterk denken aan het halfrond dat Rubens speciaal in zijn Antwerpse woning had laten bouwen voor zijn antieke sculpturencollectie. Een van de figuren in het schilderij houdt een gravure vast met het Oordeel van Paris: Paris kiest voor de schoonheid van Venus, een voorbeeld voor alle schilders.Ook De kunstkamer van Cornelis van der Geest (1628) door Willem van Haecht is een indrukwekkend paneel. Van der Geest was een welgestelde specerijenkoopman in Antwerpen en bezat een fabuleuze kunstverzameling. In het schilderij is hij te zien op het moment dat de aartshertogen Albrecht en Isabella zijn huis bezoeken in het gezelschap van Rubens en Van Dyck. Vermoedelijk komt de schilder Van Haecht zelf rechts de kamer in. Hij werkte als conservator van de kunstcollectie.Natuurlijk laat de voorstelling in de eerste plaats zien wat voor een onderlegde connaisseur Van der Geest wel is. Hij is tevens een man van aanzien die zijn schilderijen toont en ze bespreekt met de vorsten en de burgemeester. In zijn collectie zaten meesters als Massys, Rubens, Titiaan en Rafaël, plus een inmiddels verloren gegaan werk van Van Eyck. Tegelijk is het schilderij een ode aan de waarneming (zie de heren rechts die én de kunst én de wereldbol bestuderen) en een ode aan Rubens als opvolger van Apelles en Massys. Het huis van Van der Geest is duidelijk in Antwerpen gesitueerd: links door de ramen zien we schepen op de Schelde. Het schilderij is bedoeld als visitekaartje van de verzamelaar, een beeld van overvloed, welstand en beschaving.Een bijzonder extra is het feit dat Cornelis van der Geest samen met twee andere kunstkenners, Peeter Stevens en Jacomo de Cachiopin, die in de kunstkamer schilderijen bespreken en bewonderen, door Antoon van Dyck is geportretteerd. Die drie portretten hangen nu in het Rubenshuis en zijn afkomstig uit Londen, Den Haag en Wenen. Alleen al het portret van Van der Geest is de reis naar Antwerpen waard. Het is een absoluut meesterwerk, waarin Van Dyck (toen nog maar eenentwintig) een losse zwierige toets in de plooikraag combineert met nagenoeg fotografische details als de vochtige ogen en het glanzende voorhoofd van de koopman-kunstkenner.Voorts is er werk van David Teniers (1610-’90) te zien. Hij bracht als hofschilder in Brussel de collectie van aartshertog Leopold Willem in beeld en gaf in 1660 met Theatrum Pictorium de eerste schilderijencatalogus ter wereld uit.Het slot van de tentoonstelling is spectaculair. In de late zeventiende eeuw vervaardigde Gonzalez Coques (1614-’84) enkele monumentale kunstkamers, waar elk van de dertig miniatuurschilderijtjes telkens door een andere meester werd uitgevoerd. Het zijn unieke staalkaarten van het beste wat de Antwerpse schilderkunst toen te bieden had. Van dit soort kunstkamers zijn er maar enkele gemaakt, omdat ze organisatorisch zo omslachtig waren.Kamers vol kunst is een juweel van een tentoonstelling en een genot voor de fijnproever. Neem er de tijd voor, want in elk schilderij zijn tientallen details te ontdekken. Daarvan geeft de website van het Rubenshuis alvast een aardig voorsmaakje.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234