Maandag 20/01/2020

Een SymmetriE Van geesten

Kosten noch moeite spaart Gent dezer dagen om Maurice Maeterlinck, de enige Belgische Nobelprijswinnaar Literatuur, uit het maquis te halen. Het Museum voor Schone Kunsten onderzoekt in een zorgvuldige expo de verwantschap tussen Maeterlinck en beeldhouwer George Minne, die een tijdlang als 'symmetrische geesten' en kunstvernieuwers elkaar troffen.

Precies 100 jaar geleden ontving Maurice Maeterlinck (1862-1949) de Nobelprijs Literatuur. Daarmee is hij tot op heden nog steeds de enige Belg op het palmares. Bovendien is het op 29 augustus 2012 de 150ste geboortedag van de auteur, die in de Gentse Peperstraat het levenslicht zag. Geen wonder dat Gent de gelegenheid aangrijpt voor een Maeterlinckjaar dat "de onmiskenbare maar vaak genegeerde band met zijn geboortestad onder de internationale aandacht wil brengen", met een waaier aan activiteiten (zie kader).

In Maeterlincks gedichten en toneelstukken zat de atmosfeer van Gent ingebakken, iets waar hij later ook naar teruggreep in zijn memoires Bulles bleues. Badend in de tijdgeest van het fin-de-siècle én het symbolisme gaf Maeterlinck zich over aan een zwaarmoedigheid, waarin de 'stad als stolp' fungeerde. Zijn beroemde debuutdichtbundel Serres chaudes (1889) getuigt ervan. Later boekte Maeterlinck vooral triomfen met zijn toneelwerk, zoals La Princesse Maleine. Zijn L'oiseau bleu veroorzaakte tot in de Verenigde Staten een ware blue bird craze. De schrijver maakte zelfs een triomftocht door de VS, luidkeels toegejuicht door scholieren.

Maeterlinck, telg uit een Franstalige bourgeoisfamilie van ouderwets stijf signatuur, ontdekte zijn literaire roeping aan het Sint-Barbaracollege, dé jezuïetenkweekvijver van Franstalige Belgische auteurs zoals Emile Verhaeren en Georges Rodenbach. Hij deelde er de schoolbanken met de dichters Grégoire Le Roy en Charles van Lerberghe en dompelde zich onder in het Gentse kunstenaarsmilieu, waarin ook Karel van de Woestijne opdook. Hij stond er bekend als een man "die hield van sappige, volkse grappen", "die Maeterlincks hele lichaam deden schokken". Dat stond in contrast met de bevreemdende, ongrijpbare atmosfeer in zijn literaire werken. Maar hij "eiste veel, veel van een kunstenaar en van zichzelf", aldus getuige Georges Buysse.

Aanvoelen zonder woorden

Omstreeks 1886 maakte Maeterlinck kennis met de vier jaar jongere beeldhouwer George Minne (1866-1941). Minnes eerste expressieve beelden toonden een wereld vol smart, gelatenheid, doem en lijden, erg opmerkelijk voor zo'n jong iemand. En Maeterlinck herkende "een buitengewoon talent om het gebaar en de houding van het instinct weer te geven", "het instinct van het leed". Ze maakten al spoedig ingetogen maar "zeer geladen" wandelingen, zonder veel woorden leken ze elkaar aan te voelen. Minne zei later: "Maeterlinck en ik waren ongeveer op hetzelfde moment gevoelig voor dezelfde stemming." Toch omschreef Maeterlinck hem eerst nog als "een soort primitief, een heerlijke minus habens".

Bij drie gelegenheden - zij het tijdens een periode van hooguit vijf jaar - gingen ze een intense samenwerking aan, voldoende voor het Gents Museum voor Schone Kunsten om van 'symmetrische geesten' te spreken. Minne illustreerde Maeterlincks dichtbundel Serres chaudes, het toneelstuk La Princesse Maleine (1889) en de theaterteksten Trois petits drames pour marionettes (1894). Toch zijn ze goed voor de helft van Minnes illustratiewerk. Het zijn treffende staaltjes van "een ontmoetingsplaats van tekst en beeld". De monochromen zien eruit als "sombere slagschaduwen", het openen van het boek krijgt zo een dramatisch karakter, noteert Denis Laoureux in de catalogus. Tegelijk zag de kritiek er "een symbiose" in. Die "innerlijke tragiek" van Minne beïnvloedde op haar beurt dan weer Maeterlincks toneelwerk.

Maar er was meer dan dat. De zorgvuldig en delicaat opgebouwde expo met ruim honderd werken toont ook hun gemeenschappelijke voedingsbodem, die een uitweg vond in een bredere symbolistische beweging. Zo is er Maeterlincks affiniteit met de prerafaëlieten, zoals Dante Gabriel Rossetti en Edward Burne-Jones en de middeleeuwse mystiek van Jan Van Ruusbroec. En er is Minnes voorkeur voor de beelden van Odilon Redon, wiens vreemdsoortige wezens en planten tegelijk een literair equivalent vonden bij Maeterlinck. "In de beelden en tekeningen van Minne keren de ingetogen, extatische of radeloze gelaatsuitdrukkingen en houdingen terug", noteert Robert Hoozee in de catalogus. Neem bijvoorbeeld Moeder beweent haar dood kind (uit 1886) of de Treurende moeder met twee kinderen (1888), smartelijker kan haast niet. Minne vormde ook de barokke gebaren van Auguste Rodin "tot moedeloze lichamen in introverte houdingen" om, van wie er De dood van Alcestes (1916) te zien is. Toch wijst MSK-directeur Hoozee ook op de pertinente verschillen tussen Maeterlinck en Minne. Minne, zoon van een architect, was sterk geëngageerd en sociaal bewogen (al werd hij ook wel baron). De bourgeois Maeterlinck helemaal niet.

Uit elkaar groeien

Het duurde niet lang voor hun paden uit elkaar groeiden, zeker wanneer Maeterlinck van het succes proeft en naar Parijs verkast. Minne trekt dan weer naar Brussel om zijn carrière uit te bouwen, om zich daarna in 1899 in Sint-Martens-Latem te vestigen. "Terwijl Maeterlinck geleidelijk in een glamoureuze omgeving terechtkwam, probeerde Minne in 1892 een rustiek en primitief bestaan te leiden." De expo volgt die route en toont vervolgens hoe Minnes steeds uitgepuurder wordend werk (denk aan zijn beroemde Fontein der Geknielden) zelfs Oscar Kokoschka (Die traümenden Knaben) beïnvloedden en Gustav Klimt, terwijl men ook een doorwerking tot bij Egon Schiele suggereert (Naakt meisje met gekruiste armen, 1910). In de andere afdelingen valt al evenzeer fraais te bekijken. Hier zien we werken die door Maeterlincks ideeën, gedichten en toneelstukken geïnspireerd zijn en stuiten we op Fernand Khnopff, Maurice Denis en Léon Spilliaert. Vooral Pélléas et Mélisande en La Princesse Maleine werden door kunstenaars in de armen gesloten. Zo maakte Spilliaert 300 aquarellen en pentekeningen bij Maeterlincks theaterwerk, van sublieme kwaliteit, delicaat en contrastrijk. Vaak zie je ook een geheimzinnige wereld van "bossen, vijvers, afgronden, mist, deuren, trappen en gangen" terugkeren, iets waar het Maeterlinck-universum van wemelde. Zoals bij de dageraad en de nachtstemmingen van de onderschatte William Degouve de Nunques en de interieurs van Xavier Mellery, beide pur sang Belgische symbolisten. De wereld van Minne en Maeterlinck is zwanger van doem en zwaarmoedigheid, zeer zeker. Maar je staat in Gent meermaals verbaasd te kijken hoever hun greep in de kunstgeschiedenis een tijdlang reikte.

INFO:

De wereld van George Minne en Maurice Maeterlinck, tot en met 19 februari 2012 in het Museum voor Schone Kunsten. Alle info: www.mskgent.be

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234