Maandag 09/12/2019

Een superman kent geen statusangst

Ons 'ego' of zelfbeeld, vindt De Botton, is als een lekkende ballon, die voortdurend liefde van buitenaf nodig heeft om opgeblazen te blijven

Statusangst, dat dezer dagen verschijnt, is het nieuwe 'zelfhulpboek' van Alain de Botton, een gids voor twijfelende lezers. Leer uit het falen. 'Het opgeven van ambities is net zo'n grote opluchting als het verwezenlijken ervan.'

Charles Wilson, ooit Amerikaans minister van Defensie, heeft eens in verband met Ernest Hemingways beroemde vertelling The Old Man and the Sea gezegd: "Who wants to read about a man who was a failure?" Wie wil het verhaal lezen van een mislukkeling? Veel Amerikanen - nu ja, ook anderen - kennen alleen maar 'de religie van het succes'. Falen mag niet; je wilt toch geen loser zijn, of een nobody? Amerikanen zeggen: "He is a success." Niet: hij of zij hééft succes. Of: "He is a failure." Succes of mislukking, schreef Jean Améry in Geburt der Gegenwart, een veelgelezen 'culturele reportage' over de naoorlogse jaren uit 1963, "is met de persoon identiek, maakt de persoon uit". In 1958 schreef Vance Packard, bekend van zijn studies over reclame en 'verborgen verleiders', The Status Seekers, een boek over 'het verdwijnen van sociale beweeglijkheid', over de toenemende starheid van de klasse- of, zo men wil, kastenstructuur in de naoorlogse Verenigde Staten. Het lijkt, zonder dat hij Améry of Packard noemt, ook het uitgangspunt van Alain de Bottons Status Anxiety, Statusangst, zijn nieuwe 'zelfhulpboek' voor lezers die na zijn bestsellers Hoe Proust je leven kan veranderen of De troost van de filosofie nog twijfelen en weifelen over hun droevige of succesvolle levenslot.

Verlangens naar geld, roem en invloed, zegt De Botton aan het begin van zijn dezer dagen verschenen boek, zijn algemeen aanvaarde ideeën over de redenen waarom we uit zijn op een hoge status. Maar misschien, voegt hij eraan toe, is het juister om ons streven samen te vatten in één woord: liefde.

Elk volwassen leven, schrijft hij in Statusangst, wordt bepaald door twee liefdesverhalen. "Het eerste - dat van onze zoektocht naar lichamelijke liefde - is welbekend en goed gedocumenteerd; met zijn verwikkelingen, die het hoofdbestanddeel vormen van onze muziek en literatuur, is het een geaccepteerd en gevierd fenomeen in onze samenleving. Het tweede - het verhaal van onze zoektocht naar de liefde van de wereld - is een geheimer en beschamender geschiedenis." En dat laatste verhaal is niet minder hartstochtelijk. Gebrek aan liefde, hoe kan het ons zo raken? Ons 'ego' of zelfbeeld, vindt De Botton, is als een lekkende ballon, "die voortdurend liefde van buitenaf nodig heeft om opgeblazen te blijven en gevoelig is voor de kleinste speldenprikjes die door veronachtzaming worden uitgedeeld". We worden opgemonterd door erkenning, beschadigd door geringschatting. "We kunnen somber worden doordat een collega ons afwezig heeft begroet of doordat iemand ons niet terugbelt." Is respect van anderen onontbeerlijk? Vanwaar die drang om wie klein is over het hoofd te zien en wie groot is te aanbidden? Vanwaar die statusangst en dat streven naar erkenning, macht en succes? Heeft het iets met snobisme te maken? Er is kennelijk nauwelijks een schandelijker lot te bedenken dan te worden 'zoals iedereen', want 'iedereen' is een categorie waartoe middelmatige, conformistische en bekrompen lieden behoren. Snobbery, 'snobisme', was vroeger een eigenschap van mensen die geen hoge status hadden, maar kreeg algauw een moderne en vrijwel tegenovergestelde betekenis: iemand die aanstoot neemt aan het ontbreken van een hoge status bij anderen. Zo iemand wil zich onderscheiden, zich aanstellen. Dat kan door glamour en glitter, met uiterlijkheden en accessoires, met luxe en veel snob-appeal. In de 'blufboeken' Kleine encyclopedie van het snobisme en Kleine encyclopedie van het culinair snobisme geeft Anton Moonen ons raadgevingen, suggesties voor de debutant-snob. Om 'blauw bloed' te krijgen, luidt een van Moonens voorschriften, moet je dagelijks een glas rodebietensap drinken "dat je bloed op natuurlijke wijze een donkerpaarse tint geeft"; om snel blasé te worden kun je zoveel kaviaar verslinden dat je er van kokhalst, of je kunt een gourmet worden die voornaam kan genieten van Oeufs de caille en aspic et caviar, Huîtres gratinées au champagne of Truffes en surprise. Wie dat niet kan eten, en het ook nog betreurt, is afgunstig. Nochtans, enorme verworvenheden van de beau-monde, mensen met aanzien, laten ons volslagen koud; onbeduidende voordelen van anderen kunnen ons meedogenloos kwellen. "Weinig successen", meent De Botton in zijn selfhelp guide, "zijn zo onverdraaglijk als die van onze ogenschijnlijke gelijken." We zijn alleen jaloers op degenen met wie we ons vereenzelvigen, onze referentiegroep. Hoe meer mensen we als onze gelijken beschouwen en dus met onszelf vergelijken, redeneert De Botton, "des te meer mensen er zijn om te benijden". Dát zijn de verworvenheden van 'de democratie in Amerika', schreef Alexis de Tocqueville al in 1835. "In Amerika zag ik geen burger zo arm of hij bezag met een hoopvolle en jaloerse blik de genietingen van de rijken." Geen kwelling was zo groot, meende De Tocqueville, "als die van de ooit beroemde acteur, de gevallen politicus of de onsuccesvolle Amerikaan". Zijn conclusie is ook die van De Botton: het opgeven van ambities is net zo'n grote opluchting als het verwezenlijken ervan. Waarom, vroeg De Tocqueville zich af, tonen de Amerikanen zich in al hun welvaart zo rusteloos? Sinds het begin van de negentiende eeuw verschijnen in Amerika autobiografieën van op eigen kracht geslaagde helden en stichtelijke handboeken vol tips "voor de nog niet geslaagde medemens". De Bottons zelfhulpboeken met gemoedelijke tips - in De troost van de filosofie stelde hij zich al de vraag: 'Hoe kom ik over?' - lijken op die vroegere religieus-filosofisch-psychologisch-sociale receptenboeken met onfeilbare aanwijzingen en raad over succes, over een goed huwelijk of over het grote geluk.

Misschien kun je Statusangst ook lezen als een parodie op A Guide to Confident Living van Dale Carnegie, of op de 'zoetelijk vroomdoende levensrecepten' van Norman Vincent Peale of op 'levensgidsen' als How I Raised Myself from Failure to Success in Selling en het pas verschenen It's Not How Good You Are, It's How Good You Want to Be van Paul Arden.

Het is al sinds De Tocquevilles tijd een trend, zegt De Botton. "U kunt nu, op dit moment, de beslissing nemen", legt bestsellerauteur Anthony Robbins uit in Stap in je grootsheid, "om terug te gaan naar school, om dansen of zingen te leren, om uw financiën op orde te brengen, om een helikopter te leren besturen. (...) Als u er werkelijk toe besluit, kunt u vrijwel alles. Dus als uw huidige relatie u niet bevalt, neem dan nu het besluit die te veranderen. Als uw huidige werk u niet bevalt, verander dan van baan." Leer uit het falen. Arden citeert Samuel Beckett: "Fail, fail again. Fail better." En zowel De Botton als Arden verwijst naar Benjamin Franklin, hét prototype van de straatarme jongen die door zijn goede verstand een fortuin vergaarde: "I haven't failed, I've had 10.000 ideas that didn't work." We leven, zegt Robbins, in een wereld waarin "we allemaal de mogelijkheid hebben onze dromen te verwezenlijken".

De Botton echter noemt statusangst "een buitengewoon krachtige aanstichter van leed". In zijn definities, voor in het boek, heeft hij het over fatale excessen. Die moet je vermijden. "We kunnen wellicht het best met deze aandoening omgaan door te proberen haar te doorgronden en erover te spreken." Het eerste deel van zijn didactische boek - De Botton schrijft naar eigen zeggen "nuttige boeken" - gaat over de "oorzaken van statusangst", over het falen, over de angst "die wordt teweeggebracht door zaken als recessie, ontslag, promoties, pensionering, gesprekken met collega's in dezelfde bedrijfstak, krantenartikelen over prominente personen en de geslaagdere carrière van vrienden"; het tweede deel reikt oplossingen aan voor die statusangst.

Hij legt het, zoals in zijn vorige boeken, als een welbespraakte schoolmeester uit, met grafiekjes, plaatjes, stellingen, vergelijkingen, anekdotes en vertellingen. De Botton heeft het over "nuttige oude verhalen over het falen" en over "angstwekkende nieuwe verhalen over succes". Hij haalt veel filosofen en schrijvers aan, voor zijn trouwe lezers bekende metgezellen als Marcel Proust, Nicolas-Sébastien Roch de Chamfort en Arthur Schopenhauer. Vaak klinken zijn citaten iets te welluidend, omdat ze in veel andere boeken al zijn geciteerd.

Toen Socrates bij een processie een berg goud en sieraden door de straten van Athene gedragen zag worden, riep hij uit: "Kijk eens hoeveel dingen er zijn die ik niet begeer." Toen Alexander de Grote door Corinthe trok, wilde hij de filosoof Diogenes zien, die hij in vodden gehuld en volkomen berooid onder een boom aantrof. Alexander, de machtigste man ter wereld, vroeg of hij iets voor hem kon doen. "Ja", antwoordde de filosoof, "doet u een stap opzij. U staat in mijn zon." Toen Empedocles eens op klaarlichte dag een lamp ontstak en daarmee rondging, zei hij: "Ik ben op zoek naar iemand met verstand."

Misschien is de beste remedie tegen statusangst de "intelligente misantropie", zegt De Botton. Algemeen heersende ideeën en oordelen zijn meestal zo gebrekkig en dwaas door de onwil van het publiek "om gedachten en opinies aan een streng rationeel onderzoek te onderwerpen". Mensen stellen vertrouwen in intuïtie, emotie en gewoonte. "De publieke opinie", schreef Chamfort, "is de slechtst denkbare opinie." Zijn oordelen van anderen de moeite van het aanhoren wel waard? "Zou een musicus zich gevleid voelen door een luid applaus", vroeg Schopenhauer zich af, "als het hem bekend was dat zijn publiek, op een of twee personen na, uit louter doven bestond?" Neem nu de Franse koning Louis-Philippe, zegt De Botton, iemand die blaakte van zelfvertrouwen. De politieke en economische chaos van de Julirevolutie van 1830 die hem aan de macht had geholpen, begon plaats te maken voor welvaart en orde. Hij leefde in weelde, was dol op foie gras en wild, had een aanzienlijk vermogen en een gezin dat van hem hield. Maar toch was er één ding dat Louis-Philippes gemoedsrust verstoorde: een zekere Charles Philipon had hem in het satirische tijdschrift La Caricature afgebeeld als een peer, weinig flatteus, met dikke wangen en een bol voorhoofd. Het Franse woord poire betekent ook 'domkop' of 'sufferd'. De koning was ziedend; hij liet zijn lasteraar arresteren. Agenten, verweerde Philipon zich in de rechtszaal, moesten voortaan "alles arresteren wat peervormig was". Louis-Philippe leed aan 'statusangst'.

In De troost van de filosofie had De Botton het over het menselijk verdriet. Bij elke kwaal, ook statusangst, hoort een medicijn, een filosoof en een filosofietje uit zijn pillenrek: tegen impopulariteit heb je Socrates, tegen geldgebrek Epicurus, tegen frustratie Seneca, tegen tekortschieten Montaigne, tegen liefdesverdriet Schopenhauer, en Nietzsche is goed en krachtig tegen alles - óók tegen falen of onverdiend succes.

Niemand wil een loser zijn. Iedereen wil, schrijft De Botton, "zoals de rechter of de apotheker" slagen in het leven. In zijn filosofieboek stond een afbeelding van Superman, dé superheld. Fast, fast, fast is zijn status, we kennen hem uit flash comics. Al sinds de jaren veertig van de vorige eeuw is de supersnelle superman, de 'vleermuisman' of Batman, het archetype van de hulpvaardige en reddende engel die hebzucht en onrecht bestrijdt, altijd triomfeert en ook altijd succes heeft.

Superman kent geen statusangst, maar - relativeert De Botton aan het slot van zijn nieuwe boek - "slagen en gedijen of falen en verkommeren" worden iets minder ondraaglijk als we beseffen "dat er nog andere manieren zijn, naast die van de rechter en de apotheker, om in het leven te slagen". Niet iedereen is een superman. De Botton is een 'geslaagd' bestsellerauteur, hij is de nieuwe Dale Carnegie of de nieuwe Norman Vincent Peale. Zijn boeken met tips voor een gelukkiger leven verkopen goed, hij maakt veel bekeken televisieseries over 'filosofen', 'reizen' en nu ook over 'statusangst'. Net als de succesvolle 'coffee-table ape-man' Desmond Morris, 'de tovenaar van Oxford', onderwijst De Botton zijn publiek. Intussen werkt hij aan weer een ander 'zelfhulpboek', een essay over binnenhuisarchitectuur en over schoonheid. Zijn vraag luidt: hoe richt ik mijn huis in? Of: hoe kan De Botton zijn, mijn en jouw leven veranderen?

Paul Depondt

Over de auteur

l Alain de Botton werd in 1969 in Zürich geboren. l Toen hij zesentwintig was, had hij drie boeken geschreven die hem de bijnaam 'Dr. Love' opleverden. l Daarna stortte hij zich volledig op de filosofie. l Zijn zelfhulpboeken met tips voor een gelukkiger leven zijn stuk voor stuk bestsellers.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234