Vrijdag 17/09/2021

Een superieur déjà vu

Voor het eerst in zes jaar is AC/DC weer op wereldtournee. De band had in februari al op de Grammy's opgetreden, en onlangs was het Australische vijftal ook al te gast op Coachella. Maar het échte startschot werd dinsdagavond in de Arnhemse Gelredome gegeven, waar de 40.000 tickets in een zucht de deur uit waren.

AC/DC heeft het de voorbije jaren niet onder de markt gehad. Malcolm Young - naast gitarist ook een van de mede-oprichters, én het kloppende hart achter de band - zag zich een tijdje terug genoodzaakt om de groep te verlaten wegens vergevorderde dementie. Tegelijk werd drummer Phil Rudd ervan verdacht dat hij een huurmoordernaar had gecontacteerd om een veiligheidsagent uit de weg te ruimen. Die aanklacht blijkt inmiddels onterecht, maar hij staat in Australië momenteel nog steeds terecht wegens illegaal drugsbezit. Bijgevolg wordt zijn plaats op deze nieuwe tournee ingenomen door Chris Slade, die in de jaren tachtig ook al bij AC/DC aan de slag was. Young heeft zijn gitaar dan weer létterlijk doorgegeven aan zijn neef Stevie, in het verleden al vaker zijn vervanger.

Bij andere bands zouden dergelijke wissels vast een wezenlijke impact op het totaalgeluid hebben, maar bij een gezelschap dat na het overlijden van Bon Scott zelfs de dood van zijn frontman overleefde, is er méér nodig om de formule te ontwrichten.

Plat op de rug

Dat gebrek aan vernieuwingsdrang - je zou het ook continuïteit kunnen noemen - zorgt er voor dat jongste platen van de band onderling inwisselbaar zijn. Rock or Bust? Black Ice? Stiff Upper Lip? Nauwelijks van elkaar te onderscheiden. Anderzijds ligt net in die behoudsgezindheid de verklaring voor het aanhoudende succes. En dat merkte je ook in Arnhem, waar de set grotendeels uit vertrouwde songs én traditionele rituelen bestond. Wie AC/DC al vaker had gezien, beleefde kortom één groot déjà vu.

Er was de gebruikelijke muur met Marshall-gitaarversterkers, de klok die tijdens 'Hell's Bells' uit de nok van het podium kwam afgedaald, en Angus Young veerde als van ouds op en neer in zijn rode schoolkostuumpje. En ja hoor: ook nu ging de stergitarist tijdens 'Let There Be Rock' plat op de rug rondjes draaien tijdens een van zijn spetterende gitaarsolo's, en dook er tijdens 'Whole Lotta Rosie' een enorme opblaaspop op. Precies zoals het publiek het hebben wilde, werden tijdens 'For Those about to Rock (We Salute You)', de laatste bis, twaalf kanonnen in stelling gebracht die voor de obligate donder en bliksem zorgden. AC/DC was zo voorspelbaar als de tafels van vermenigvuldiging.

Dat er slechts sporadisch nieuw werk op het programma stond, wil bijgevolg wel wat zeggen. Waarom voor matig recent werk kiezen als je de classics voor het oprapen hebt?

Want ook dat is waar: niemand speelt rock-'n-roll zoals AC/DC. Strakke drums, bolle bas, die primaire, snerpende krijs van Brian Johnson. En dan, uiteraard, de monsterriffs van Angus Young. 'Back in Black' en 'Dirty Deeds Done Dirt Cheap' waren bijgevolg perfect geplaatste uppercuts.

Nog beter: het machtige 'Thunderstruck', waarvan die klaterende intro door veertigduizend luchtgitaristen werd nageboost. Op zulke momenten was de muziek van AC/DC zo vanzelfsprekend als eten, drinken en vrijen. Het publiek - overwegend blank, maar van alle leeftijden en niet zelden met lichtgevende duivelshoorntjes op het hoofd - vond het enig. 'TNT' klonk even explosief als de titel doet vermoeden, en 'Have a Drink on Me' was er na een lange afwezigheid weer bij.

Intussen denderde Young als een Duracell-konijn vooruit op het ritme van Chuck Berry's duckwalk, paradeerde Johnson naar alle hoeken van het podium, en maakte Slade op zijn 68ste indruk als powerhousedrummer.

Nog een vaststelling: je zag de band op het podium jonger worden. Niemand die geloofde dat het hier om een gezelschap ging vol zestigers in de rangen. Of dat het wellicht de laatste keer zou zijn dat AC/DC zo uitgebreid op tournee ging. Dat de leadgitarist tijdens 'Let There Be Rock' het hele podium voor zich alleen kreeg, een ellenlange solo speelde terwijl een hydraulisch platform hem tot in de nok van het dak bracht, én ook de confettimachines op volle toeren draaiden, was indrukwekkend. Al won de show het daar toch van de muziek.

Krachtig beeld

Ik zei het al: AC/DC bleef op zijn best als het zich tot de rudimentairste vorm van rock-'n-roll beperkte. Dat merkte je nog het best tijdens 'Highway to Hell' - misschien wel hét lijflied van de metal, en zo werd het ook ontvangen: vuist in de lucht, stembanden los uit de keel, en de andere arm rond partner of boezemvriend. Op de videoschermen stond het AC/DC-logo ondertussen middenin een vlammenzee te blinken. Een krachtig, herkenbaar beeld.

En zo zijn we weer bij het begin: AC/DC klonk in Arnhem precies zoals je verwachtte, en ook visueel kwam de band helemaal tegemoet aan de verwachtingen. Of dat goed of slecht is, hangt uiteraard af van je affiniteit met de band. Maar onder één conclusie kwam je niet uit: de formule bleek veertig jaar na de eerste plaat nog steeds hoogst vermakelijk. En vooral: dodelijk efficiënt.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234