Zaterdag 27/11/2021

Een strijd tussen Basken, Spanjaarden en hispanics

De Tour de France? Sinds gisteren spreek je best van de Vuelta de Francia of de Frantziako Itzulia. Aan de kant van de weg is het alles Spaans en Baskisch wat de klok slaat. Zelfs mannen met vlaggen met Vlaamse leeuwen dragen hier petjes van de nationalistische geestesgenoten uit San Sebastián en omstreken. In het peloton zijn het de jongens van Kelme en co. die Armstrong het leven zuur zouden moeten maken. Armstrong heeft zich tegen dat Spaanse geweld gewapend. Zijn voornaamste helpers heten Hugo Peña, Roberto Heras en José-Luis Rubiera. Que?

La Mongie

Van onze verslaggevers

Walter Pauli / Tony Landuyt

De Pyreneeën kleurden vroeger rood, groen en wit - de kleuren van de Baskische vlag - en nu oranje, erger dan als Patrick Kluivert een wielrenner zou zijn. Het is de kleur van Euskaltel, de Baskische ploeg. En Baskisch, dat betekent Baskisch. Bij de Tour-start had Euskaltel al een relletje met de organisatie, precies over die Baskische geaardheid. Iedere renner heeft immers op zijn rugnummer ook in vetjes zijn naam plus het vlaggetje van zijn land. Die van Euskaltel hadden één Venezolaan opgegeven (Unai Etxebarria) plus acht Basken. Spanje? Kennen we vaag ergens van, maar is niet op ons van toepassing. Jean-Marie Leblanc hield echter voet bij stuk; er zitten ook Bretoenen in zijn peloton, en Vlamingen, of stel dat een Italiaan uit Milaan en omstreken met het insigne van 'Padania' zou afkomen.

Je kunt maar proberen, is het motto bij Euskaltel. De ploeg presenteert zichzelf op haar autocar fier als "Profesional Tximindularitza Taldea", een professionele wielerploeg. Het beheer ligt bij een stichting die de Baskische idee wil uitdragen middels een wielerploeg. Een van de leden van die stichting is niemand minder dan de Cubaan Alberto Juantorena, voormalig topatleet (gouden medaille 400 én 800 meter op de Olympische Spelen van Montreal 1976) en vandaag Cubaans minister van Sport. Het Baskische nationalisme staat bekend als 'links nationalisme', zodat Juantorena zijn naam aan het initiatief kan verbinden.

Basken zijn niet alleen nationalistisch, Basken zijn evenzeer wielergek. De eerste jaren van zijn bestaan heette de eigen profploeg dan gewoon Euskadi, Baskenland, en brachten fanatieke Baskische supporters ongeveer 30 procent van het kapitaal in. De ploeg was in handen van oud-renner Domingo Perurena, in de vroege jaren zeventig een van de vedetten van de legendarische Spaanse Kas-formatie (al levert Kas, met hoofdzetel in Vitoria, eigenlijk ook de nationale limonade van Baskenland). De nationalistische traditie van zijn landstreek getrouw veranderde Domingo zijn naam in Txomin. Hoezeer hij de zaak van zijn broodheren ernstig nam, bleek toen Txomin Perurena op een dag weggeroepen werd uit de Ruta del Sol. Zijn broer was omgekomen bij een Eta-aanslag. Niet door de bommen van de Baskische terroristen, maar omdat de Guardia Civil de dader ter plaatse neerkogelde: Perurena junior.

"Heel Baskenland is wielergek", zegt ook Julian Gorospe, al een paar jaar ploegleider van Euskaltel en in de jaren tachtig een van de grote Spaanse talenten en eigenlijk de voorganger van Miguel Indurain als eerste Spaanse toptijder. "Ik reed bij Reynolds, een Spaanse ploeg, zoals iedereen van mijn generatie. En ook nadien hebben wij altijd met lede ogen moeten zien hoe de grootste Baskische talenten toch naar rijkere Spaanse formaties gedraineerd werden. Once draait op Basken: Joseba Beloki is afkomstig van Vitoria, Igor Gonzalez de Galdeano ook. Na twee jaar bij Euskadi te hebben gereden zwaaide Festina met het grote geld voor Beloki. En toen werd hij derde in de Tour en verzekerde Once zich van de dure diensten van Beloki. Gonzalez de Galdeano reed zelfs drie jaar voor ons, won ritten in de Ronde van de Mijnvalleien en de Ronde van Galicië en toen stond Once daar. Ik weet niet of Manolo Saiz een neus voor talent heeft, ik weet wel dat hij gesteund wordt door een sponsor met centen."

Om tegen dat geweld op te kunnen, begonnen ook de Basken naar een nieuwe en steviger sponsor uit te kijken. Met Euskaltel, het grote telecommunicatiebedrijf uit Baskenland, lijkt de financiële onderbouw alleszins gelegd. Nu nog sportieve successen.

En daar hapert het wel eens aan. Wie voor de Tour naar outsiders vroeg, kreeg steevast namen als Iban Mayo en Roberto Laiseka, vorig jaar nog winnaar op Luz Ardiden. En bij de eerste bergrit, in de Pyreneeën dan nog, en het deel dat het dichtst bij Baskenland aansluit, kwam Laiseka gisteren door in een groepje op grote achterstand van Gonzalez de Galdeano, Armstrong en co.. Iban Mayo, vorig jaar nog knap eindwinnaar van de Alpenklassieker, kwam totnogtoe niet in het stuk voor. Meer, Laiseka en Mayo, toch twee ronderenners bij uitstek, liepen de eerste Tour-weken regelmatig met ruime achterstand binnen.

"Het kan vreemd klinken", zegt Julian Gorospe. "Maar de Tour als zodanig interesseert ons niet. Dat kunnen mijn renners nog niet aan. Daarom vraag ik hen te pieken naar bepaalde ritten die hen liggen. Bergritten, dat wel, maar ze moeten zwaar genoeg zijn. En de rit naar La Mongie is te onevenwichtig om van een echte bergrit te spreken. Slechts twee hellingen: de eerste, de Aubisque, is zeer zwaar, de slotklim naar La Mongie ligt er veel te ver vandaan en lijkt me veeleer iets voor de mannen van de grote versnelling. Neen, dan houd ik meer van die naar Plateau de Beille. Een groter aantal cols, moeilijk maar niet te moeilijk, maar wel hellingen om met de kleine versnelling te nemen: niet te lang, wel steile stukken. Dat ligt ons meer, dat parcours heeft wat weg van de Alpenklassieker."

Euskaltel mengt zich dus niet per se in de debatten en dat is Banesto evenmin van plan. Ooit de fiere ploeg van Miguel Indurain zoekt de steeds ouder wordende ploegleider José-Maria Echevarri wanhopig naar een opvolger van 'El Rey'. Maar zoals België ook meer dan tien jaar nodig heeft gehad om te aanvaarden dat niet alleen geen tweede Merckx meer zal komen, maar wellicht ook geen opvolger ervan, is Echevarria vijf jaar na Indurains afscheid nog altijd met dat verwerkingsproces bezig. Hij zoekt nog, maar moet nu ook toegeven dat zijn nieuwe lichting iets minder is. "Daarom moéten mijn renners ook niet winnen. Ze moeten vooral leren. Ik ben natuurlijk fier dat Lance Armstrong overal zegt dat hij bang is van Banesto, dat onze kopman Mancebo een bijzonder goed renner is, of Unai Osa - dat vind ik ook - maar je moet toch niet uit het oog verliezen dat ze nog niet genoeg inhoud hebben om én geweldig te klimmen én sterk tegen de klok te rijden en dan nog eens een hele Ronde vol te houden."

Dat is nu aan de spitsrenners van Once en Kelme, over wie de voorbije dagen zoveel inkt is gevloeid. Spanjaarden dus, in het 'slechtste' geval Spaanssprekende Colombianen.

US Postal doet evenzeer een beroep op de diensten van een aantal Spaanssprekende renners om Armstrong te helpen. "Dit jaar verloopt de integratie van de Spanjaarden prima", zegt US Postal-adjunct-ploegleider Dirk De Mol. "Heras heeft nu Engels geleerd en dat was wel nodig. De resultaten zijn er ook." Heras won in Catalonië en Rubiera is erop gebrand om Armstrong beter van dienst te zijn dan vorig jaar. Toen schaamde hij zich wat dat hij zo weinig nuttig was geweest in de cols.

Maar het blijven wel Spanjaarden, echte, regionalistische of hispanics, de Amerikaanse variant. "Dat verwondert me niets", zegt Once-ploegleider Manolo Saiz. "Dat komt gewoon omdat we in Spanje goed werken. De overheid en wij. Als ik spreek over de trainer van zoveel goede Spaanse klimmers, dan zeg ik altijd: "Obras publicas", openbare werken. De laatste twintig jaar heeft de Spaanse overheid geweldig geïnvesteerd in de verbetering van de wegen, ook in de bergen. Toen pas konden we beginnen trainen zoals het hoort, konden we in eigen land goed georganiseerde rondes rijden. Dat is een eerste verklaring van ons succes.

"Een tweede verklaring is dat hier mensen werken die weten waarmee ze bezig zijn. Once werkt goed, al van bij de amateurs, Banesto doet dat, ik zie Johan Bruyneel hetzelfde doen bij US Postal. Wij werken stelselmatig aan onze ronderenners. Al in de jeugdcategorieën rijden ze rittenwedstrijden. Eerst een dag of drie, dan een week. En als ze goed zijn en het aankunnen twee tot drie weken, zoals de Tour de France. Telkens klimmen en tijdrijden. Als je je er maar op toelegt, als je je talent goed polijst, zal het ook renderen.

"Dat is ook de reden waarom er in België en Frankrijk nog altijd geen nieuwe rondetalenten opstaan. Belgisch renners rijden zondag een wedstrijd, en dan vlammen ze, en de volgende zondag weer een wedstrijd. En tussenin: niets. Ik weet niet wat ze doen, maar zeker niet tijdrijden of klimmen of zich oefenen in meerdaagse wedstrijden. Dus kunnen die Belgen niet klimmen of tijdrijden. Of je werkt eraan en je doet dat professioneel, of je faalt. Zo simpel is dat."

Manolo Saiz: 'Belgen kunnen niet klimmen of tijdrijden. Of je werkt eraan en je doet dat professioneel, of je faalt'

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234