Maandag 20/01/2020

Een streepje vrijheid in Pyongyang

De zoon van de Geliefde Leider, Kim Jong-chul, zou een fan zijn van Eric Clapton. Een optreden van Clapton in Noord-Korea, dat zou pas vonken geven

Ian Buruma over het optreden van het New York Philharmonic in Noord-Korea

Ian Buruma is hoogleraar democratie, mensenrechten en journalistiek aan Bard College en de auteur van Murder in Amsterdam: The Death of Theo van Gogh and the Limits of Tolerance.

Noord-Korea, officieel de Democratische Volksrepubliek Korea, is een van de meest tirannieke, gesloten en wreedaardige dictaturen ter wereld. Misschien is het land wel het laatste levende voorbeeld van het totalitarisme pur sang, waarbij de staat toezicht uitoefent op elk aspect van het leven van de mensen. Moet een westers orkest dan in zo'n land gaan spelen? Kan iemand zich ook maar indenken dat het New York Philharmonic, dat in Pyongyang niks dan lof kreeg (DM 27/2), ook Stalin of Hitler zou entertainen ?

De totalitaire regimes hebben één ding met mekaar gemeen. Ze smoren elke vorm van politieke expressie, behalve de bewieroking van het regime, in de kiem en zo maken ze van alles politiek. In Noord-Korea heb je niet zoiets als niet-politieke sport of cultuur. Het lijdt dan ook geen twijfel dat de uitnodiging van het New York Philharmonic alleen maar het blazoen van het regime moest oppoetsen. Leider Kim Jong II geniet zo weinig internationaal aanzien, zelfs in buurland China, dat elk beetje glans meer dan welkom is.

Uit de interviews met de muzikanten bleek dat ze dat ook zelf beseften. Zo liet een violiste het volgende optekenen: "Velen onder ons hechten geen geloof aan de partijlijn dat de muziek de politiek overstijgt." Ze was ervan overtuigd "dat Pyongyang en onze regering de muziek zouden gebruiken om bepaalde politieke stellingen hard te maken". De dirigent, Lorin Maazel, had voor de gelegenheid gekozen voor Wagner, Dvorák, Gershwin en Bernstein. Hij was minder cynisch. Het concert, zo zei hij, zou "zijn eigen momentum creëren" en een positief effect hebben op de Noord-Koreaanse samenleving.

Natuurlijk zegt hij dat. Wat anders? Maar zou hij ook gelijk kunnen hebben? Niemand, zelfs Maazel niet, beweert dat één concert, uitgevoerd door een fantastisch westers orkest, een dictatuur kan omvergooien. Maar al in zijn Politeia had Plato het over het feit dat de autoritaire leiders zich heel goed bewust zijn van de subversieve kracht van de muziek. Volgens Plato wakkert muziek de passie en de opstandigheid van de mensen aan. Hij wou de muzikale expressie beperken tot die klanken die bijdroegen tot de harmonie en de orde.

Dat is meteen ook de houding die de dictaturen altijd hebben aangenomen tegenover de muziek. Het officieel voorgeschreven muzikale dieet van Noord-Korea bestaat uit patriottische hymnen ter ere van de Communistische Partij, oden aan de Geliefde Leider, aan diens vader, de Geliefde Leider Kim Il Sung, en aan de heldenmoed van het Koreaanse volk. Voor het overige is zowat alles verboden, behalve dan in het besloten heiligdom van de heersers zelf. De zoon van de Geliefde Leider, Kim Jong-chul, zou een fan zijn Eric Clapton. De Britse rocker mag binnenkort een uitnodiging in de bus verwachten. Een optreden in Noord-Korea, dat zou pas vonken geven.

De communistische dictaturen hebben de rockmuziek altijd stevig aan banden gelegd en in nazi-Duitsland was jazz verboden. Hun beweegredenen zijn te vinden bij Plato: ongebreidelde passies vormden een bedreiging voor de perfecte orde van de staat. Maar net daarom werd de 'verboden' muziek gepolitiseerd. De subversieve jongeren in het Duitsland van Hitler begonnen in het geheim naar jazz te luisteren en werden dan ook de Swing Jugend genoemd.

In 1968 was de lucht in Tsjecho-Slowakije zwanger van de ingevoerde klanken van de Rolling Stones en van Frank Zappa and the Mothers of Invention. Toen de sovjettanks een einde hadden gemaakt aan de Praagse lente dreigde een Russische politieagent ermee een jonge Tsjech de muziek van Zappa uit het lijf te kloppen.

Václav Havel was een fan van Zappa, net zoals de Tsjechische rockband The Plastic People of the Universe. Ze brachten de volkscommissarissen zodanig van hun stuk dat ze achter de tralies belandden. Niet omdat ze aan politiek deden, maar omdat ze, om het met de woorden van zanger Milan Hlavsa te zeggen, gewoon wilden doen wat ze graag deden.

Dat was natuurlijk waar het om draaide. Tom Stoppard brengt in zijn schitterende stuk Rock 'n' Roll hulde aan Hlavsa en zijn langharige fans. Zij wilden niet dat de staat de pret kwam bederven. Het zou hen worst wezen wat de volkscommissarissen dachten. Ze wilden dansen op hun eigen beat.

Dvorák en Wagner zijn natuurlijk Zappa en de Stones niet. En als Clapton op verzoek van de overheid naar Pyongyang trekt, zal hij wellicht niet genoeg geloofwaardigheid meer hebben om het vuur aan de lont van de rebellie te kunnen steken. Toen de Stones in 2003 voor het eerst in China speelden, stemden ze ermee in om een aantal van hun pittigere nummers van de playlist te schrappen. Hun plaatselijke tourneepromotor verwoordde het toen zo: "Ze weten dat er verschillen bestaan tussen de Chinese en de westerse cultuur. Ze willen de Chinese overheid niet voor het hoofd stoten." Mei '68 was nog nooit zo veraf geweest als toen.

Toch heeft Maazel misschien ook wel een punt. Een goed concert in Noord-Korea kan een positief effect hebben. Stalins imperium had geen behoefte aan buitenlandse klassieke orkesten. Hij had er zelf meer dan genoeg. China had ook de Stones niet meer nodig, want er zijn zo al genoeg rockbands in China. Maar de wurggreep van de Noord-Koreaanse dictatuur moet het nog altijd hebben van het totale isolement.

Een halve eeuw lang hebben de Noord-Koreanen het moeten doen zonder kunst, ideeën en muziek die niet het fiat van de overheid hadden gekregen. Ze kregen te horen dat Noord-Korea een heldhaftig klein land was dat werd belegerd door satanische vijanden die onder leiding stonden van de Verenigde Staten. Dat permanente dieet van paranoia heeft ertoe geleid dat het hele land een soort gekkenhuis is geworden. Onwetendheid, angst en achterdocht hebben er de bovenhand.

In die omstandigheden is zelfs een conventioneel klassiek concert van het New York Philharmonic een ware verademing. Het concert zal de dictatuur niet omverwerpen, maar het zal de mensen die er elke dag mee te maken hebben wel wat soelaas brengen. En dat is voorlopig een prima reden om er te spelen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234