Dinsdag 07/02/2023

Een storm in een glas water

Peter Verhelst is niet uit de Vlaamse media weg te slaan. Zijn jongste, hoogst ambitieuze roman werd met grote trom ingehaald en staat dan ook al een paar weken in de fictie-toptien. Is Zwerm werkelijk zo verschroeiend of zelfs maar anders als auteur, uitgever en pers beweren?

Door een kleine lawine van interviews, een uitgever die het boek alvast zélf "het boek van het jaar" noemde en maandenlang anticiperend gefluister in de literaire wandelgangen werd de publicatie van Zwerm een evenement zoals de auteur het zich gedroomd moet hebben. De nieuwe Peter Verhelst, zo kan men op goed verlichte boekhandeltafels zien, is dik, hard en heeft rode glimmende letters op de rug. Zwerm, zo kon men in de pers lezen, telt zijn bladzijden af en voegt aan de 666 pagina's nog een tiental negatieve pagina's toe. Zwerm was een boek dat zou fonkelen, exploderen, verontrusten, bedwelmen, de grenzen van de roman verleggen. Zwerm werd een aanklacht genoemd, een splinterbom met een boodschap, verplichte kost voor politici, leraars, mediamensen en de rest van de bevolking. Het was een geschiedenis van de wereld en die geschiedenis was complex, ondoordringbaar en onbeheersbaar want de wereld is nu eenmaal complex, ondoordringbaar en onbeheersbaar.

Ook de herhaalde bewering van de schrijver dat Zwerm een ander boek is - een boek dat minder sprookjesachtig is, explicieter politiek van boodschap en stilistisch eenvoudiger dan het vorige werk - werd gretig opgepikt. Pas toen de recensies in Nederlandse kranten ook in Vlaanderen begonnen door te komen bleek weer eens hoe wervende inleidingen bij schrijversinterviews nooit te verwarren vallen met kritiek. Arie Storm was in Het Parool nog ambigu: hij sprak van "een fikse hoeveelheid aanstellerij" en aan de "drukke beeldentaal" was "uiteindelijk geen touw vast te knopen", maar op zijn beste momenten vond hij de roman toch "een intrigerende mengeling [...] van (in elk geval schijnbaar) rechtstreeks op de werkelijkheid gebaseerde verslagen van terroristische aanslagen c.q. politieke gewelddaden én van archetypische scènes, personages en beelden die zo uit sciencefictionromans en -films zouden kunnen komen". In NRC was Arjen Fortuin al een stuk negatiever - al gaf ook hij aan dat er best wel passages waren die "wél de moeite waard" zijn. Bij Verhelsts woordgrapjes schreef hij scherpzinnig: "Het is het soort flauwiteiten dat je het idee geeft dat Verhelsts ideologie van de constante verandering hand in hand gaat met een onvermogen tot zelfkritiek." Arjan Peters, ten slotte, had in de Volkskrant geen goed woord meer over: voor de vormexperimentjes verwijst hij - al te makkelijk, want de zwarte bladzijden hebben daar een totaal andere functie - naar de achttiende-eeuwse voorganger Tristram Shandy en hij verwijt de auteur dat hij de lezer "bijpraat", wat "dodelijk is voor de actie en de vervreemding die de auteur voor ogen staan". Het finale oordeel is bijzonder hard: "Hoe desperaat Verhelst ook pretendeert zich uit te spreken over nu, zijn boek is hopeloos retro."

Ondertussen trekt de mist - bij Verhelst zou dat worden: de agent Orange - langzaam op en komt er plaats voor kanttekeningen bij de hoera-stemming én de vernietigende kritiek. Zo is het wel interessant maar allesbehalve verrassend dat de grachtengordel niet plat gaat voor Verhelsts megalomane ambitie, een ambitie die in een steeds zelfverzekerder en ongeduldiger Vlaanderen wél bewondering opwekt. Het is al vaker gezegd, maar de culturele kloof tussen Nederland en Vlaanderen zorgt geregeld voor een geheel andere ontvangst, niet alleen bij de heren en dames critici, maar ook bij het lezerspubliek. Zwerm is een zeer mooie illustratie van dat verschil, maar dat geldt evengoed voor dat andere megalomane Vlaamse werk, Paul Verhaeghens Omega minor, dat in Vlaanderen genomineerd werd voor de Gouden Uil en hier ook goed verkocht, maar in Nederland vaak niet eens werd besproken.

Om twee misverstanden uit de wereld te helpen: Zwerm is, ten eerste, nadrukkelijk niet het boek van het jaar. Ten tweede is de roman ook geen "atypische" Verhelst. Om met dat eerste te beginnen: de kwalificatie "boek van het jaar" is per definitie altijd discutabel. Maar ook als we die uitgeversslogan conservatief vertalen als "een heel goed boek" klopt het niet: in Zwerm wordt het exces op alle vlakken (plot, personages, geweld, erotiek, metaforiek, apocalyptiek) zo lang en zo expliciet opgerekt dat het enige wat na de eerste paar honderd pagina's nog dreigt niets anders dan de verveling zelf is. De geeuw als overtreffende trap van de buitensporigheid.

Toch geeft het geen pas om het boek onverschillig aan de kant te schuiven. En dat is een kwaliteit die Verhelsts proza (en poëzie) al vanaf het prille begin kenmerkt: zowat alles sinds Obsidiaan, zijn poëziedebuut uit 1987, en Vloeibaar harnas, zijn eerste roman uit 1993, dwingt de lezer tot een bepaalde houding, een duidelijke stellingname. Verhelst is al bijna twintig jaar een idiosyncratische, herkenbare stem in een vaak dor Vlaams landschap. Zoals ook aangegeven in het uitstekende overzichtsstuk dat Dietlinde Willockx enkele jaren geleden in het vakblad Nederlandse Letterkunde publiceerde, is er zelfs een overkill van Vlaamse stukken over Verhelst. Het is niet overdreven om te stellen dat wie een beeld wil geven van de Vlaamse literatuur van de laatste vijftien jaar niet om hem heen kan. Bovendien is zijn werk én de receptie van zijn werk de gedroomde case study voor een aantal trends in jong literair Vlaanderen: wie de naweeën en de verwerking van het vermaledijde postmodernisme, de invloed en vermenging van verschillende media, de verstrengeling van literatuur en podiumkunsten wil onderzoeken, kan makkelijk een jaar of zes op de zaak-Verhelst doctoreren.

Wie het werk van Verhelst al een tijdje volgt, zal meteen ook zien dat de continuïteit tussen Zwerm en het vorige werk veel groter is dan de auteur zelf aangeeft. Toegegeven, de zinnen in zijn laatste roman zijn niet altijd zo exuberant als bijvoorbeeld in Tongkat, zijn "verhalenbordeel" uit 1999 waar hij de Gouden Uil mee won. Maar zelfs als men het reeds aangehaalde debuut naast zijn huidige magnum opus legt, zal men verrast worden door de obsessief aandoende gelijkenissen. Alleen al in de eerste vier zinnen van Vloeibaar harnas vind je zowat alle belangrijke beelden, motieven en thema's van Zwerm terug: in de eerste zin wordt een vrouw vermeld "die als een grafsteen over je heen ligt" (eros en thanatos), in de tweede wordt een camera uitgeknipt (film, montage), in de derde zin is er een spiegel die verbrijzeld zou kunnen worden (herhaling, reflectie, vernietiging) en wordt het belang van muziek onderstreept ("dat muziek niets anders is dan het verlangen om een spiegel te slopen en te reconstrueren") en in de vierde zin komen we helemaal thuis, bij de negatie en de moordlust ("Ik heb haar niet gewurgd").

Ter vergelijking: in Zwerm zoemen de camera's zowat voortdurend in en uit. Op pagina 665, bij andere boeken ook wel de tweede pagina genoemd, heet het al: "Een stem zegt: 'Stilte op de set! Camera! Actie!'" Elders staat: "Alles blijkt toch een filmshot." Ondertussen weerspiegelen verschillende personages elkaar, hun omgeving of zichzelf - in de nieuwe roman bestrijkt het spiegelmotief het hele continuüm, van zeer metaforisch tot personages die simpelweg in de spiegel kijken. Muziek dan? De onweerstaanbare Pearl, een van de belangrijkere en makkelijker te traceren personages, speelt piano en de auteur laat op verschillende bladzijden 'The Ace of Spades' van Motorhead loeien. Naast echo's van onder (veel) meer The Chemical Brothers of Louis Armstrong duikt ook nog een Symfonie op - wellicht de snarenmuziek van het heelal. Dood en geweld zijn dan weer ongetwijfeld de hoofdthema's van Zwerm, met tientallen bladzijden vol martelingen (die op zich ook weer eens bemiddeld zijn door A Clockwork Orange, Apocalypse Now, Dr. Mengele en Amnesty International) en korte, middenlange en extreem uitgesponnen uitroepen van pijn - of juist van de schijnbare aanvaarding ervan (een hele pagina wordt uitgetrokken voor de in een apart lettertype gezette melding "Pijn is mijn beste vriend"). Liefdesromantiek wordt zwarte romantiek ("Von Kopf bis Fuss auf Amputation eingestellt"), maar blijft puberaal. Seks is vaak onder maar af en toe ook aan de oppervlakte, zij het een heel stuk subtieler dan het geweld - als het er al van te onderscheiden is, want de SM loert overal. De herhaling, dan, wordt in Zwerm herhaaldelijk en expliciet als structurerend en vrijwel metafysisch principe gehanteerd - tesamen met de foutjes van de kopie, die mutatie heten. In de zwarte middenpagina's vormen de herhaling en de mutatie een tangconstructie rond de metamorfose; een drie-eenheid die niet meer dialectisch is, omdat elke synthese onherroepelijk zal exploderen (Nietzscheaans schrijft Verhelst "Wille zur Macht is Wille zur Vernichtung").

Een aparte vermelding verdient het motief van de negatie, omdat het zo alomtegenwoordig is. Behalve de evidente link met de vernietiging van de wereld, die op zowat elke pagina van Zwerm gesuggereerd, gedeclameerd of gerepeteerd wordt, mikt die ontkenning ook op een doorwerkend stilistisch effect. Op gezette tijden wordt een actie beschreven (doorgaans een Mustang die wegscheurt, een politieagent die binnenstormt, een aanval die wordt voorbereid) en onmiddellijk daarna wordt die beschrijving ontkend: "De inval verloopt zoals gepland. Zes agenten rennen door een gang in het Zilverkleurig Complex en beuken een deur in. [witregel] De inval verloopt niet zoals gepland. De agenten duiken geen kamer maar een duisternis in die al hun zintuigen uitschakelt." Verderop eindigt een poëtisch fragment zo: "Raak me. Raak me niet aan." Soms is de ontkenning typografisch - de zinnen "Alles is herhaling. Ik herhaal: alles is herhaling" zijn doorgestreept. Te vrezen valt dat dit eerder een verwijzing is naar de Derridiaanse schriftuur "sous rature" dan het werk van een auteur met zelfkritiek.

Zoals gezegd is de grootste zwakte van Zwerm de verveling die vroeg of laat onvermijdelijk optreedt en de grootste sterkte de monomanie die die verveling veroorzaakt. Romans zonder duidelijke plotlijnen, met schimmige personages, met verschillende lettertypes, met bombast en citeerlust hoeven an sich geenszins problematisch te zijn, en het minste wat je kunt zeggen is dat Zwerm conceptueel verantwoord is. Dit boek over virussen, mutaties, geweld en eenzaamheid presenteert zich daadwerkelijk als dusdanig: als een virus van bekende, maar woekerende beelden, als een reeks mutaties van onder meer Amerikaanse tv-series, eigen werk en Thomas Pynchons Gravity's Rainbow, als een gewelddadige aanslag op de logica (en het geduld) van de lezer, als een neurose van een eenzame spreker die het idee dat hij zijn publiek zo intens bestookt dat het weleens zou kunnen afhaken eigenlijk best sexy vindt. Maar precies op die manier is de nieuwe Verhelst niets anders dan de oude Verhelst in overdrive, een overdrive in overdrive, een uitspatting in het kwadraat, gefilmd, achterstevoren en versneld afgespeeld en dan opnieuw in zinnetjes op het papier gezet. Dat levert in de beste én de slechtste zin van het woord een 'fenomeen' op, een ding dat als symptoom veel zegt over de hedendaagse hang naar destructie, maar als kunstwerk, als roman, laat staan als "geschiedenis van de wereld" weinig toevoegt aan een steeds monolithischer oeuvre, dat rechts en links en in het midden door de tollende wereld wordt ingehaald. Hoeveel internetresearch er ook aan vooraf is gegaan, in Zwerm zijn de Mossad of de gaskamer, net als bijvoorbeeld de RAF in Tongkat, niets meer dan 'glowing icons' die worden bijgezet in de beeldengalerij van de auteur. Ondanks het verschrikkelijke geweld, doet Zwerm geen centje pijn. Het boek zoemt als een digitale camera die een focus aan het zoeken is, maar de angel steekt niet.

Bert Bultinck

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234