Woensdag 22/01/2020

Biënnale Interieur

Een stoel moet niet goed zitten

Beeld Karmen_Ayvazyan

West-Vlaanderen is top als het op design aankomt. Met Kortrijk en haar Biënnale Interieur op kop. Waar komt die passie en dat erfgoed vandaan? Simpel. Het zit er in de vlasgrond en stroomt er door de Leie.

West-Vlaanderen, en specifieker Kortrijk, is altijd een regio geweest waar vakmanschap hoog aangeschreven staat en het ondernemersbloed hevig woekert", vertelt Isabelle De Jaegere, curator van Het Broelmuseum in de Leiestad. "Met sterke sectoren, zoals het vlas, maar wel heel afhankelijk van de seizoenen en de weergoden. Bij slechte oogsten moest er gezocht worden naar alternatieve inkomsten. Textielmagnaten werden producenten van blokplaten, bijvoorbeeld. Het begin van de innovatieve en creatieve scene.

Daar valt voor het eerst de naam De Coene, het Kortrijks behangers- en stoffeerdersfamiliebedrijf dat zich vanaf 1895 liet inspireren door Henry van de Velde en de Arts and Crafts-beweging. De familie maakte al snel faam in zowel meubelontwerp als -productie. Een eerste scharniermoment dat West-Vlaanderen op de kaart zette als designautoriteit vond plaats in het interbellum. "In de nasleep van WO I legde De Coene zich toe op de heropbouw van het land", zegt CEO van de Biënnale Interieur Jo Libeer. "De firma begint art-decomeubels, echte pièces uniques, te produceren. Maar minstens even belangrijk, en iets wat weinig mensen weten: ze waren ook bezig met het uitbouwen van toegepast industrieel design. Dat laatste is van groot belang geweest in de massaproductie en -verspreiding van designmeubels."

Na WO II, met de bijhorende bombardementen en beschuldigingen van collaboratie, volgde een dal. Maar De Coene klom daar weer uit en schreef opnieuw geschiedenis. De familie haalde het exclusieve Benelux-licentierecht binnen voor het maken en verkopen van de Amerikaanse Knoll-meubels, en maakte naam met de specialisatie van houten spanten op Expo '58.

Kruitvat van talent

"De Coene was meester in het matchen van ondernemerschap en creativiteit", vertelt De Jaegere, die in 2006 een expo over de familie cureerde. "Ze brachten architecten en hun paviljoenen van over de hele wereld naar hier in '58, en lieten schilders zoals Albert Saverys en schrijver Stijn Streuvels samenwerken met de ambachtslieden. Het resultaat was een revolutionaire symbiose tussen kunst en vakmanschap." Een kruitvat van verschrikkelijk veel talent, noemt Libeer het. Willy Nel, Philippe Neerman, Fred Sandra of André Goddeeris... Allemaal sleutelfiguren die er samenwerkten. Na het failliet van De Coene in de jaren 70 begonnen ze allen op zichzelf. Zo raakten hun talent en passie in de regio verspreid."

Een tweede scharniermoment is de bouw van de nieuwe Kortrijkse Expohallen, vertelt Marc Dubois, commissaris-directeur van de Biënnale in '96 en '98. "In 1967 werden, midden in de velden aan de Kortrijkse rand, nieuwe hallen gezet. Een beslissing van enkele sleutelfiguren in de politiek, het middenveld en de designwereld." Jozef De Jaegere, Pol Provost, Paul de Coene, Hubert Sap, Fred Sandra en Boudewijn De Laere. Allemaal mannen met iets in de pap te brokken, mannen met de juiste connecties.

"Dan moesten de hallen gevuld worden. Er werd Italiaans design hierheen gehaald. Bij de allereerste editie in '68 was Cassina hier. Bij de volgende editie wilden alle invloedrijke Italiaanse families erbij zijn."

"Ze durfden tegen de stroom van de meerderheid, hun achterban of eigen leden, ingaan en voor moderniteit kiezen", voegt Libeer toe. Hij, Dejaegere en Dubois zijn het er alle drie over eens: die beslissing, enkele scharniermomenten, en veel toeval, liggen aan de basis van het West-Vlaamse designerfgoed. "Veel mensen waren op de juiste plek, op het juiste moment", gaat Libeer verder. "Nederigheid is aan de orde." Ook Dubois benadrukt dat als het over de Biënnale gaat. "INTERIEUR vindt maar om de twee jaar plaats. Dat is het grote succes geweest en dat is het nog steeds. Er is iets om naar uit te kijken." Wat niet wegneemt dat het hele gebeuren een unicum is. "Een beurs die zowel voor vakmensen als het grote publiek openstaat. En die door de strenge selectie fysiek haalbaar is voor beide."

"Ken je het verschil tussen luxe en design?", vraagt Libeer nog. "Voor het eerste heb je geld nodig, voor het tweede een opvoeding." In Kortrijk zit de liefde voor design in de grond en de Leie, wil hij zeggen. Met een beetje interesse kom je al een heel eind.

Op de volgende pagina's: drie West-Vlaamse designlovers over de stuks die hun hart sneller doen slaan.

DESIGN ZONDER NAAM

Piet-Albert Goethals (35) en Jessy Van Durme (28) Hij werkt als fotograaf, zij als designer. Samen maakten ze hun zoon Ivar (2) en het boek Scandinavian Designers at Work.

Jessy: "Toen we enkele jaren geleden samen gingen wonen, had Piet enkel spullen van Ikea, ik had niets. Samen hebben we ondertussen al wat verzameld, al kopen we niet veel. Alles hier is tweedehands en kost ongeveer evenveel als in de grote meubelzaken. Met dat verschil dat onze dingen achtergrond hebben." Daar gaan ze dan ook specifiek naar op zoek. "Ons sideboard in teakhout (foto) vonden we online. Iemand wou er voor een kleine prijs vanaf nadat zijn mama was gestorven. Toen we het gingen ophalen in Ieper bleek onze camionette te klein. Tijdens de rit naar huis heeft Jessy gereden, ik stond achter in de laadruimte om de kast tegen te houden. We kennen de designer niet, maar houden net van dat mysterie. Het is het verhaal, het hout, de techniek waarmee het gemaakt is, dat alles samen, dat de schoonheid van de kast bepaalt."

Beeld KARMEN AYVAZYAN

Een gelijkaardig verhaal heeft de lederen stoel in de leefruimte. "Hij stond bij mijn oma in haar appartement aan zee. Toen ik klein was, keek ik vanuit die stoel hoe de boten voorbijgleden. Toen ze stierf, erfde ik hem. We hebben pas later, tijdens het maken van ons boek in Scandinavië, ontdekt dat het een ontwerp is van Ingmar Relling."

Bij Piet-Albert en Jessy staan ervaringen voorop. Want ook aan hun zetel, een Cleopatra day bed van Auping, kleeft een verhaal om door te vertellen. "Dit stond al lang op ons lijstje. Via Marktplaats botsten we op een uniek exemplaar in Zeeland. De vrouw die het verkocht, viste naar ons motief. Wij wilden het bed als zetel gebruiken omdat we vaak logies hebben. Dat vond ze mooi. In ruil voor ons verhaal kregen we het bed gratis. Samen met zelfgebakken koekjes en haar geschiedenis. Het was haar huwelijkscadeau, ze had er 50 jaar op geslapen. Voor hun gouden jubilee mochten zij en haar man een nieuw bed kiezen van de kinderen. Voor haar was het tijd om dit stuk door te geven."

Zelf bouwt het koppel ook aan een eigen verhaal. Via boeken en eigen design. Jessy ontwierp enkele jaren geleden haar Bind Chair. Een uit hout gelaserde stoel die aan elkaar hangt met stukken leder. De stoel staat binnenkort in een hotel in Miami. Wachtend op een eigen historie.

EEN STOEL MOET NIET GOED ZITTEN

Hannes Coudenys (35) Hem ken je misschien van het project Ugly Belgian Houses en zijn blog/bedrijf Club Social. Met zijn vrouw Deborah heeft hij een zoontje, Rae Morris (1).

Wij zijn fan van design, maar hebben weinig plaats en mooie stuks kosten veel geld." Hannes vat samen waar veel jonge mensen met een liefde voor design mee worstelen. Daarom moeten ze zich beperken tot het af en toe kopen van een meubel dat hen echt raakt. "Ik struin websites en winkels af of loop interessante winkels binnen op reis. Bij Gyselinck in Kortrijk kennen ze me intussen ook goed. Ik ga er vaak even langs, gewoon om te kijken. Ik hou van het advies, van de historiek die je er bij alles krijgt. Intussen weten ze ook wat ons ding is en bellen ze."

Beeld Karmen Ayvazyan

Hannes kijkt bijna even graag rond als dat hij koopt. Zijn stuks kiest hij op gevoel. "Soms is het liefde, soms een trigger. Dingen hoeven niet te passen in ons appartement. Dat is toch tijdelijk. Liever voel ik iets, dan er rationeel over na te denken."

Of ze dan, met z'n twee, ook hetzelfde voelen als het over dat interieur gaat? "Ik durf wel eens thuiskomen met een prijzige coup de foudre waar Deborah minder enthousiast over is." Net zoals het stuk geen deel moet uitmaken van een uitgekiende verzameling, moet het ook niet functioneel zijn. "Het gevoel overheerst. Altijd. Ik hou enorm van de stoelen van Nendo. Van de Melt Chair (foto) met zijn grillige vorm of de futuristische Wire Chair. Je weet dat die stoel niet goed zit, maar dat geeft niet."

Niet toevallig geeft hij dit voorbeeld. Hij heeft een zwak voor stoelen. "Ze zeggen heel veel over iemand. Een geweldige stoel vinden, is zo moeilijk. Als je bij iemand thuiskomt met mooie stoelen, weet je dat er moeite is gedaan. Dat erover is nagedacht." Hij probeert onder woorden te brengen waarom hij aan één ding wel geld wil spenderen, aan een ander niet. Een echte lijn in zijn keuzes trekken is moeilijk. "Vaak gaat het om het lijnenspel, het evenwicht. Net zoals in de architectuur. Of wat humor misschien?"

OPGEGROEID MET DE BIËNNALE

Isabelle De Jaegere (56) De curator van het Broelmuseum bij Stad Kortrijk is naar eigen zeggen niet zo'n designfreak. Maar ze heeft haar 'stamboom' wel mee.

Ik ben opgegroeid met design. Mijn vader, Jozef De Jaegere, was een van de stichters van de Biënnale in 1968. Ik was dus niet alleen heel vroeg omringd door design, maar kreeg ook de achterliggende context met de paplepel ingegeven. Mijn vader leerde me achteruitkijken, naar de geschiedenis van kunst of design, maar ook vooruit. Je moest mee zijn met wat er gebeurde, werd ons ingeprent."

Het inzicht dat dingen niet op zich staan, maar altijd ingebed zijn in een verhaal en een geschiedenis, bepaalt haar keuze voor de dingen die ze in huis haalt. "Ik ga altijd voor dingen die interessant zijn, die een verhaal dragen, me niet louter esthetisch beroeren. Daarom hou ik van vintage. Een blauwwit Knoll Leisure-tafeltje (foto) is een van mijn favoriete stukken. Het tafeltje is een naoorlogs, Kortrijks symbool. Omdat er zo eentje bij mijn schoonouders stond, herkende ik het op een van mijn zoektochten naar mooie dingen. Zo heb ik het voor een prikje op de kop kunnen tikken."

Beeld Karmen Ayvazyan

Veel van die mooie dingen in haar huis kreeg ze van haar ouders of grootouders. "Onder mijn Knoll-tafeltje ligt een wit tapijt met het logo van de Biënnale Interieur erin verwerkt. Ontworpen door Boudewijn Delaere, voor de allereerste editie. Vandaag zijn logo's bijna vanzelfsprekend. Vroeger was grafisch ontwerp dat helemaal niet. Het feit dat het logo consequent werd doorgetrokken tot vandaag, raakt me."

Behalve esthetiek en verhaal moet design ook functioneel zijn, zegt ze. "Voor mij is design het perfecte huwelijk tussen functionaliteit en schoonheid. Dat is het verschil met kunst. Dat laatste hoeft niet technisch te functioneren. Maar design is waardeloos als het ding er perfect uitziet, maar gewoon niet werkt." Haar wijnrekje van De Coene vat beide perfect samen. "Het is prachtig om naar te kijken, terwijl het evengoed het verhaal vertelt van hoe ver de techniek reikt om hout in een bepaalde positie te plooien zonder dat het zijn functie als gebruiksvoorwerp verliest. In die zin is alles in mijn huis design."

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234