Maandag 16/05/2022

Een spook van het ik

De Pruis E.T.A. Hoffmann kan zowat beschouwd worden als de uitvinder van het fantastische verhaal. Zijn fantasie was onuitputtelijk, maar sterker nog was zijn zin voor suggestie waarmee hij het bevreemdende liet samenvallen met de realiteit.

E.T.A. Hoffmann

Klaas Vaak en andere verhalen

Vertaald door Anton Haakman

Athenaeum - Polak & Van Gennep, Amsterdam, 316 p., 29,95 euro.

Stel je even voor hoe het was om te leven in de beste jaren van Ernst Theodor Amadeus Hoffmann, tussen 1814 en 1822: het hoogtepunt van zijn literaire roem en het jaar van zijn dood. Duitsland beleeft een explosie van artistieke, filosofische en wetenschappelijke creativiteit. Europa davert onder de naschokken van de Franse revolutie en wil van Napoleon af. De Verlichting heeft de Rede op een voetstuk gezet en God uit de hemel. De kerk heeft nog slechts nut als opiumdealer voor de massa's die vooralsnog van de macht af en dus het beste slaafs gehouden worden. Rome produceert liever dogma's om zijn gezag veilig te stellen dan zijn theater van de irrationaliteit bij de tijd te houden. Des mensen hang naar wat er niet is moet noodgedwongen elders een onderkomen zoeken. Over het gehele continent bloeit de esoterie. Occulte doctrines, wetenschappelijke ideeën en praktijken die een op zijn minst bizarre indruk wekken, tieren welig. Europa lijkt minstens even gebiologeerd door het schaduwspel van de Verlichting als door het schijnsel ervan en is druk in de weer met de omzetting van Rede in Romantiek.

Een vage term, Romantiek, maar juist door die vaagheid erg bruikbaar als verzamelbekken voor vele stromingen die de onmiddellijkheid van de emoties verkiezen boven de afstandelijkheid van het verstand, of deze door de daad van de verbeelding willen verenigen. Deze missie, want dat was het, niets minder dan 'de romantisering van de wereld,' zou Hoffmann in de Duitse letteren op zeer Duitse wijze volbrengen, namelijk grondig. Zochten andere auteurs de synthese tussen verstand en onverstand in een geïdealiseerd verleden (de Romantiek schonk ons ook het heikele nationalisme), in de ongebreidelde fantasie van volkse legenden, of in de schimmige regionen van de droom, dan bracht Hoffmann het mysterie naar huis, in ons eigenste zelf.

"Bestaat er een duistere macht die zó door en door vijandig en verraderlijk een koord in ons binnenste legt, waaraan zij ons vervolgens vastbindt en meetrekt op een gevaarlijk, verderfelijk pad dat wij anders nooit zouden hebben betreden...?", vraagt in 'Der Sandmann' (hier vertaald als 'Klaas Vaak') het personage Clara zich af in een brief aan haar langzaam gek wordende verloofde Nathanael. "Als er zo'n macht bestaat, moet zij in ons dezelfde gestalte aannemen als de onze, en eigenlijk met onszelf samenvallen, want alleen op die manier geloven we in haar... Het is het fantoom van ons eigen ik."

Clara's woorden zijn geruststellend bedoeld: geef niet toe aan de schimmen van je verbeelding, maar Hoffmanns oeuvre vormt één weerlegging van haar nuchterheid. Als die 'duistere macht' en haar verraderlijke aantrekking niet meer is dan een spook van het ik, een product van een op hol slaande fantasie, dan is dat redelijke ik, dat zichzelf kennelijk met regelmaat tot matigheid moet aanmanen, misschien evengoed een fabel. Niet toevallig zal Freud Hoffmanns vertelling over de Zandman een centrale rol toebedelen in zijn studie van het Unheimliche; dat wat we door de achterdeur van het bewustzijn naar buiten duwen maar door de schoorsteen onverhoeds weer bij ons binnenvalt: het Zelf als ander, vertrouwd maar o zo vreemd.

In kort bestek het portret schilderen van de man wiens verhalen zo invloedrijk zijn geweest, blijkt een even onmogelijke opgave als in twee, drie zinnen het tijdskader schetsen waarin hij leefde en werkte. Zijn talenten en bezigheden waren behoorlijk middelpuntvliedend. Hij kwam aan de kost als jurist, componist, muziekleraar, muziekrecensent, theaterdirecteur, hofdignitaris en literator, en was een geroutineerd kroegtijger en vrouwenversierder. Het gezin waarin hij opgroeide had Freudianen een goudmijn aan inspiratie geboden. Hij was de jongste zoon uit een rampzalig huwelijk dat in een echtscheiding eindigde toen hij drie jaar oud was, wat hem voor de rest van zijn leven getekend heeft. Vader Hoffmann, eminent jurist maar psychisch nogal labiel, zou geen enkel contact meer met zijn kinderen onderhouden en hun moeder blonk uit door mentale afwezigheid. Elders in het huis in Königsberg resideerde nog een grootmoeder, door Hoffmann zelf omschreven als "een vrouw van Amazonische proporties die een ras van pygmeeën had voortgebracht". Op haar kamer converseerde ze urenlang met God en bereidde ruimschoots voortijdig haar eigen begrafenis voor. Er was ook nog een ongehuwde tante, vastgelopen in een eeuwige puberteit, en een oom die zich, nadat hij als advocaat zijn eerste zaak verprutste, voor immer had teruggetrokken in onduidelijke bezigheden. Hij was het wel die de muzikale talenten van zijn neef onderkende. Neeflief verliet voor het eerst het ouderlijke huis om een onmogelijke liefde te ontvluchten voor een van de leerlingen die bij hemzelf muziekles volgde, een getrouwde vrouw uit het soort betere kringen dat graag over affaires roddelt. De echte uitbraak uit het nest volgde toen hij voor zijn rechtenstudies naar Berlijn moest verhuizen en daar het bruisende cultuur- en nachtleven leerde kennen.

De tweespalt tussen stabiliteit en hartstocht die zijn eerste liefdes kenmerkt, zette zich verder door in zijn hele psyche. De rest van zijn leven heeft Hoffmann gepoogd een burgerlijke levensstijl te verzoenen met een hang naar het passionele. Ondanks verscheidene stormachtige liefdesaffaires trouwde hij ten slotte met een betrouwbare en gefortuneerde Poolse. Ook zijn veelheid aan woonplaatsen, verspreid over het hele toenmalige Pruisische grondgebied, kwam niet voort uit een bohémienleven maar in de hoop ergens een vaste betrekking te vinden in de magistratuur. Tenslotte won de artistieke droom het van de burger. Hoffmann werd directeur van het muziektheater van Bamberg, waar hij de laatste decennia van zijn leven bleef wonen. De betrekking was dan wel naar zijn hart, maar ook zogoed als onbezoldigd, zodat een invloedrijke jeugdvriend hem een baantje aan het hof moest bezorgen, wat de verscheurdheid tussen plicht en roeping alleen maar in stand hield. Tussen al die problemen door bleef hij wel schrijven, een passie die hij al sinds zijn vroegste adolescentie onderhield.

Veel van Hoffmanns innerlijke onrust zit ook in zijn verhalen. De personages lijken hersenen te hebben waarvan de beide helften voortdurend strijd leveren met elkaar. Bewustzijn en onbewustzijn zijn verstrengeld in een wurgende omhelzing. Dat kan tot tragedies leiden, of tot literaire werelden van een sprookjesachtige dreiging en betovering zoals in 'Notenkraker en Muizenkoning', velen wellicht vooral bekend als muziekstuk van Tsjaikovski (het boek is beter dan het ballet).

Op zijn sterkst weet Hoffmann de werkelijkheid zonder veel merkbare kunstgrepen een aura van peilloze diepte te verlenen. Ik denk hierbij aan 'De avonturen in de oudejaarsnacht' of 'Raadheer Krespel' en meer nog aan het ijzingwekkende 'De mijnen van Falun', waar het spookachtige vooral in de suggestie schuilt - iets waarin Hoffmann zich duidelijk van de overdadige griezel van bijvoorbeeld de Gothic Novel onderscheidt. In die suggestieve kracht doen Hoffmanns vertellingen sterk denken aan Kafka, een van de vele auteurs die zich door zijn werk liet inspireren. Kafka heeft in zekere zin het programma van Hoffmann tot voleinding gebracht. Hij laat het Unheimliche volledig samenvallen met de realiteit van alledag. Een kijk op de wereld die ook Kafka maar scherp kon stellen door zichzelf zogoed als volledig buiten het geregelde bestaan te houden en elke burgerlijke verplichting als een torment te ervaren.

Minstens even belangrijk als de gespletenheid van Hoffmanns personages vind ik de intrinsieke onrust in het tekstweefsel zelf, het niveau waarop een auteur zich als echte literator laat kennen. Hoffmann lezen is vaak als vertoeven in een huis waar in afgelegen vertrekken deuren openwaaien, ramen klapperen, krakende balken de ritmiek van voetstappen imiteren en de tocht door al die openingen, kieren en reten constant van richting verandert. 'Klaas Vaak' bijvoorbeeld, zet in als een klassieke roman in brieven, tot de auteur abrupt een alwetende verteller introduceert die de verdere afwikkeling van Nathanaels ondergang voor ons verhaalt. Het mag op het eerste gezicht willekeur lijken, mogelijk een teken van dilettantisme, maar het blijkt wanneer je het verhaal uit hebt een uiterst effectieve techniek. De onrust die door het gebruik van brieven in het eerste deel nog getemperd wordt, kan door de perspectiefwisseling uit die geruststellende vormen losbreken en zodoende heel direct op de lezer inwerken, en vooral, Hoffmann plant de gespletenheid van de geest van zijn gedoemde helden hierdoor rechtstreeks over in de tekst op zich.

Evengoed dienen de veelvuldige spiegeleffecten, de personages die zich ontdubbelen en al dan niet als letterlijke Doppelgänger in de verschillende verhalen in de oudejaarsnacht terugkeren, meer dan alleen het verhaalde mysterie. Ze maken van de tekst een hecht geheel. Hoffmann weet wat hij doet, en dat is ook het geval voor Anton Haakman die Hoffmanns teksten in een heldere en gedoseerde vertaling alle recht doet. Alleen jammer dat Haakman, bijzonder vertrouwd met het occultisme in onze cultuurgeschiedenis, kennelijk niet de kans heeft gehad om deze bundel van een ongetwijfeld even genietbaar als erudiet nawoord te voorzien. De voetnoten helpen, maar niet genoeg. Het blijft ook zoeken naar de oorspronkelijke titels van de verhalen en het jaar van hun publicatie. Laat dit echter geen reden zijn om Klaas Vaak en andere verhalen ongelezen te laten. Alle huiver en donkerte ten spijt verzucht je als lezer met de kleine Marie tegen de Notenkraker: "Mocht ik hier maar een poosje blijven, het is hier werkelijk al te mooi."

Erwin Mortier

Veel van Hoffmanns innerlijke onrust zit ook in zijn verhalen. De personages lijken hersenen te hebben waarvan de beide helften voortdurend strijd leveren met elkaar

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234