Woensdag 27/01/2021

Een spiraal van achterdocht

'Dit is het soort film dat men best zo onvoorbereid mogelijk gaat bekijken,' suggereert acteur Jeff Bridges in verband met de politieke thriller Arlington Road. 'Dat is trouwens de manier waarop ik het scenario ben beginnen lezen. Ik wist helemaal niet wat mij te wachten stond en daardoor was ik echt geboeid door de vele bochten en wendingen van de intrige. Ik moest soms terugbladeren omdat ik zelf verbaasd was over een plotselinge draai in het verhaal. Tegelijk wist ik toen dat dit het soort film kon worden dat ik zelf zou willen zien; een film waarvan de makers het publiek altijd een stap voor blijven.'

Jan Temmerman

U kunt dus nu stoppen met lezen, vertrouwen op de intuïtie van Jeff Bridges (die we alleen maar kunnen bevestigen) en de beklemmende terrorisme-thriller Arlington Road gaan bekijken. Nadien leest u dit interview dan gewoon voort, waarbij we dan wel wat begrip vragen voor het feit dat we nu eerst het verhaal een beetje samenvatten voor dié lezers, die toch liever wat méér over de film willen weten vooraleer ze een bioscoopkaartje gaan kopen.

De vrouw van geschiedenisleraar Michael Faraday (rol van Jeff Bridges) is indertijd, als FBI-agente, om het leven gekomen bij een totaal uit de hand gelopen politieoperatie in verband met extreem-rechtse terreur (waarvoor scenarist Ehren Kruger zijn inspiratie ging zoeken bij het zogenaamde Ruby Ridge-incident). Niet te verwonderen dus dat die terrorismeproblematiek hem bijzonder interesseert. Dat die belangstelling soms obsessieve vormen dreigt aan te nemen, wordt niet altijd geapprecieerd door zijn vriendin Brooke (rol van Hope Davis). Zij ziet daar vooral een bewijs in dat weduwnaar Michael nog altijd niet door zijn rouwproces is heengeraakt. Als nieuwe vriendin heeft zij het daar niet gemakkelijk mee.

Door een samenloop van omstandigheden - aangebracht in een héél bevreemdende en filmisch erg geslaagde proloog - komt Faraday in contact met het echtpaar Oliver Lang (rol van Tim Robbins) en zijn vrouw Cheryl (rol van Joan Cusack), dat nog niet zo lang in de buurt woont. Die eerste kennismaking verloopt weliswaar vlot en aangenaam, maar om een of andere reden probeert Faraday naderhand de boot af te houden. Zijn vriendin Brooke vindt al die achterdocht bijzonder irriterend, temeer daar blijkt dat Faradays zoontje Clark erg goed kan opschieten met de Lang-kinderen.

Maar de argwaan van Faraday is gewekt en dus begint hij met zijn eigen privé-onderzoek naar het verleden van de nieuwe buren. Dat hij het daarbij niet zo nauw neemt met hun recht op privacy is voor Brooke bijna de spreekwoordelijke druppel die de emmer van haar ergernis doet overlopen. Als zij merkt hoe Faraday zich bij zijn enquête gevaarlijk dicht (en soms over) de grens van de legaliteit begeeft, sneert zij: "Doceer jij nog de grondwet? Of is dat van het programma geschrapt?"

Ook de buren beginnen te merken dat er met Faraday iets vreemds aan de hand is, met als gevolg dat zij zich stilaan anders gaan gedragen, zeker als blijkt dat er in het verleden van Oliver Lang inderdaad bepaalde zaken gebeurd zijn waaraan hij liever niet herinnerd wordt. De spiraal van achterdocht lijkt dus niet meer te stoppen...

Op dat moment wordt ook de dubbelzinnigheid duidelijk van de publicitaire Fear thy neighbor-slogan, waarmee de film gelanceerd wordt. Is Faraday met zijn intense paranoia uitgegroeid tot een gevaarlijke buurman? Of heeft hij het wel degelijk bij het rechte eind en zijn de Lang-buren achter hun vriendelijke middle class-façade dan toch koelbloedige terroristen? De slim opgebouwde spanning, waarbij handig heen en weer geschoven wordt tussen beide hypothesen, wordt efficiënt ondersteund door de muziek van Angelo Badalamenti en de sterke vertolkingen van de vier protagonisten.

Natuurlijk komt er in dit beklemmende verhaal een moment waarop duidelijk moet worden wie nu eigenlijk de gevaarlijke buurman is. Maar op dat moment is de film nog lang niet afgelopen en dus blijft het uitkijken of deze thriller tot een goed einde gebracht kan worden. Daarin zijn scenarist Ehren Kruger en regisseur Mark Pellington méér dan behoorlijk geslaagd, want de uitkomst van het verhaal is bijzonder ongewoon en daardoor des te krachtiger. De studio had er nochtans geen goed oog in en wou ook nog een ander, minder tragisch einde laten draaien.

Jeff Bridges heft bezwerend de handen op als dit onderwerp ter sprake komt. "Ik ga hier zeker het slot van de film niet verklappen," lacht hij. Maar als we hem verzekeren dat wij dat evenmin zullen doen, wil hij wel kwijt dat er inderdaad zware discussies zijn geweest. "Ja, we hebben hard moeten vechten met de geldschieters om het originele einde te kunnen bewaren. Gelukkig stond er in mijn contract dat ik het einde niet mocht veranderen. Voor mij geen probleem, want ik vond het einde uitstekend. Maar toen begonnen de financiers druk uit te oefenen. Ze eisten dat er een alternatief einde gedraaid zou worden, alleen maar voor het geval dat... Dat heb ik geweigerd omdat ik wist dat het, eenmaal gedraaid, ook gebruikt zou worden. Er is een fikse ruzie geweest. Ik vond het wel grappig dat het slot dat zij voorstelden in feite nog veel tragischer consequenties had, maar dat hadden zij blijkbaar niet door."

"We hebben een hele reeks proefopnames gemaakt en meestal was het publiek erg tevreden met het einde van de film," legt regisseur Mark Pellington uit. "Er waren natuurlijk ook kijkers die liever een happy end hadden gezien, maar meestal was de reactie: 'Ha, eindelijk nog eens een ontknoping die niet zo voorspelbaar is'. Er blijven nog meer dan genoeg films over die voor 'great escapist movie-fun' zorgen, maar daarnaast is er blijkbaar ook nog plaats voor films die onder de New Reality-noemer vallen, zoals Happiness van Todd Solondz of Festen van Vinterberg. En enkele jaren geleden waren er films, zoals Seven en The Usual Suspects. Bij Arlington Road ligt de zaak weliswaar iets gecompliceerder, omdat er op de achtergrond de herinnering is aan die zware nationale tragedie van Oklahoma City. Op de koop toe evoceert de film gebeurtenissen en emoties die je niet zomaar van je kunt afschudden."

Tijdens de overbelichte en daardoor mistige proloog komt in de verte een figuur aangelopen, alhoewel het meer op strompelen lijkt. De klankeffecten klinken ijl en dreigend. Het blijkt uiteindelijk om een kleine jongen te gaan, met wie er duidelijk iets aan de hand is. Maar wat? Tussendoor horen we een bezwerende stem: 'Do it! Do it!'. Enkele bloedspatten. Stilaan wordt zichtbaar dat het jongetje gewond is. Hij loopt, totaal in shock, midden op straat en komt op die manier bijna onder een auto terecht...

Als ik de heel bevreemdende proloog ter sprake breng en opmerk dat die in feite een soort stijlbreuk betekent met de rest van de film, kijkt Pellington een beetje ongerust: "Is dat een goede of een slechte zaak?" Een goede zaak, stellen we hem gerust, want het zorgt immers voor een mysterieuze introductie tot een film, waarvan men op dat moment nog niet weet welke richting hij zal uitgaan. En later, als de vertelling en de bijbehorende beeldtaal realistischer zijn geworden, blijft het verband met het thema van de schijn. Niet alles is wat het lijkt. Schijn kan bedriegen en dat gebeurt dus ook!

"Omdat ik een soort voor-opening wou, heb ik gekozen voor die andere stilistische aanpak," legt Pellington uit. "Indien ik de film gewoon met de titels was begonnen, had ik waarschijnlijk meteen voor een naturalistischer stijl gekozen. Nu wou ik die proloog als het ware filmen vanuit het hoofd van die kleine jongen. Als dan het personage van Jeff Bridges opduikt, dringt ook de realiteit het verhaal binnen. Ik hou van die openingssequentie, maar ik denk niet dat ik de hele film op die manier had kunnen vertellen."

De casting van Jeff Bridges en Tim Robbins is opvallend in die zin dat hun rollen eigenlijk verwisselbaar zijn. Dat sluit meteen goed aan bij het (eerste deel van het) verhaal, waarin de sympathie van de kijker heen en weer moet kunnen schuiven tussen beide personages. Heeft Bridges ooit overwogen om in plaats van Faraday de rol van Oliver Lang te spelen? Het antwoord van Bridges is eerlijk en direct: "Men heeft het scenario eerst aan Tim gegeven en toen ik het in handen kreeg, had hij nog niet beslist welke rol hij wilde spelen. Dus toen ik het scenario voor de eerste keer las, wist ik nog helemaal niet welk personage mij werd aangeboden. Dat maakte de lectuur wel extra spannend, ja."

Zonder het drama van Oklahoma City, waar het opblazen van een overheidsgebouw op 19 april 1995 resulteerde in wat als 'the worst act of mass murder in American history' (168 doden) wordt beschouwd, bij naam te noemen, ligt dit typevoorbeeld van 'home-made terrorism' - de dader waren immers zélf Amerikanen - duidelijk aan de basis van deze politieke thriller. In zijn lessen geeft geschiedenisleraar Michael Faraday het voorbeeld van een 'gelijkaardige' bomaanslag in St. Louis, die volgens de officiële versie gepleegd zou zijn door een man die compleet over zijn toeren was geraakt door een of ander conflict met de belastingdiensten. In zijn cursus legt Faraday daarbij de psychologische mechanismen uit waardoor de publieke opinie zich snel en makkelijk tevreden stelt met het zoeken naar (en vinden van) één zondebok, met de nadruk op één. Op die manier kan men zich na het verscheurende trauma van een terroristische aanslag, zo dicht bij huis, toch weer een beetje veiliger voelen. In een dergelijke context worden complottheorieën dan ook allerminst op prijs gesteld en liefst naar het domein van de paranoia verwezen.

"Ik denk dat de meerderheid van ons veeleer in een toestand van ontkenning leeft dan in een staat van paranoia," antwoordt Bridges. "De meeste mensen worden liefst niet met de realiteit geconfronteerd. Het is trouwens niet makkelijk om een soort gulden middenweg te vinden tussen totale ontkenning en extreme argwaan. En als die achterdocht terecht blijkt te zijn, is het evenmin makkelijk om te reageren op een manier die ook nog efficiënt is."

In feite was het Oklahoma City-drama, met de bijbehorende politieke implicaties, niet de allereerste inspiratie voor scenarist Ehren Kruger. Zijn eerste idee had te maken met het suburbia-fenomeen: een rustige, propere woonwijk, waar men zich graag wegstopt voor de boze buitenwereld, om dan te ontdekken dat het gevaar misschien wel aan de overkant van de straat woont. Of misschien zit het wel in onszelf?

"Behalve een reflectie over de dreigende mogelijkheid van een nieuwe terroristische aanslag, gaat deze film inderdaad ook over dat suburbia-gevoel. Zo'n buurt is immers niet altijd, ondanks de uiterlijke schijn, een ideale plek om te wonen. Het is vaak meer een plaats van isolement dan van samenleven. In de wijk waar we gefilmd hebben, waren er buren die al drie jaar naast elkaar woonden en elkaar nog nooit ontmoet hadden. Mensen zijn vaak zo bang. Ik trouwens ook; misschien was dat wel de eerste reden waarom dit scenario mij zo aansprak. We worden tegenwoordig gebombardeerd met alarmerende informatie: 'Daar niet aankomen! Dit niet eten! Dat zorgt voor besmetting. Daarvan ga je dood!'. Waar ik zelf het bangst voor ben? Dat ik alle hoop zou verliezen."

Recente Amerikaanse films zoals The Siege, American History X en Arlington Road lijken te wijzen op een groeiend bewustzijn in verband met het feit dat de Verenigde Staten, die voor zichzelf zo graag de rol van 'politieagent van de wereld' opeisen, ook thuis met de nodige problemen van politiek geïnspireerd geweld geconfronteerd worden. Alhoewel Arlington Road voornamelijk in en rond Washington gestueerd is, wordt de intrige geprojecteerd tegen de politieke achtergrond van de vele, zogenaamde anti-regerings- en rechtse milities, voornamelijk uit de landbouwstaten van de Midwest. Die militieleden (waarvan het aantal tussen de 5 à 10 miljoen geschat wordt) vinden onder meer dat ze te veel belastingen moeten betalen, dat er over het algemeen te veel overheidsbemoeiing is en dat de federale regering een soort Big Brother is. Die groepen leggen her en der wapenvoorraden aan, organiseren trainingskampen en bereiden op die manier een nieuwe burgeroorlog voor. Een drama zoals de bestorming in 1993 van het Branch Davidian-hoofdkwartier in Waco, Texas is koren op hun molen, want dat past perfect in hun gedachtengang als zou het volstaan om er een vreemde geloofsovertuiging op na te houden om door de overheid vermoord te worden. Dus wordt het hoog tijd dat ze zélf de wapens opnemen.

Er zijn al eerder, in de jaren zestig en zeventig, politieke paranoia-thrillers gemaakt, zoals bijvoorbeeld The Parallax View of The Manchurian Candidate, dus helemaal nieuw is het niet," merkt Bridges op. "Maar een film zoals Arlington Road kan mensen misschien provoceren, in die zin dat het hen aan het denken zet. Bijvoorbeeld of zo'n aanslag wel degelijk het werk is van een geïsoleerde gek? Of betreft het hier inderdaad een substantieel deel van de bevolking, dat zich tegen zijn eigen overheid richt omdat het zich in de steek gelaten voelt en niet langer de indruk heeft dat het door de politici in Washington vertegenwoordigd wordt. Ik moet eerlijk toegeven dat ik zelf, vóór ik aan de research voor deze film begin, nooit veel had nagedacht over de omvang van die hele anti-regeringsbeweging en het aantal van die kleine militiegroepjes. Als ik nu zo'n officiële versie van de one person-aanslag hoor, stel ik mij dus wel degelijk vragen, terwijl ik dat vroeger helemaal niet deed. Maar net zoals de meeste Amerikanen vind ik het niet makkelijk om wakker te worden. Vaak blijft men liever verder leven in een staat van ontkenning, zoals dat soms ook in een huwelijk gaat: je voelt dat er iets mis loopt, maar in plaats van de problemen aan te pakken, blijf je liever glimlachen en doen alsof er geen vuiltje aan de lucht is."

TITEL: Arlington Road. REGIE: Mark Pellington. SCENARIO: Ehren Kruger. FOTOGRAFIE: Bobby Bukowski. MUZIEK: Angelo Badalamenti, Tom Hajdu en Andy Milburn. PRODUCTIE: Thomas Gorai, Peter Samuelson en Marc Samuelson. VERTOLKING: Jeff Bridges, Tim Robbins, Joan Cusack, Hope Davis. VS, 1999, kleur, 105 minuten. Gedistribueerd door Polygram.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234