Dinsdag 18/05/2021

Een soldaat op wacht

Ivo Michiels. 'Het boek alfa'

Johan Vandenbroucke

Het boek alfa herlezend was ik (opnieuw) slechts matig geboeid. Ondanks de stapel secundaire literatuur die ik had doorgenomen en die me (opnieuw) de indruk had gegeven dat het een meer dan geslaagde proeve was van experimenteel, meertalig proza, een gedroomd schoolvoorbeeld van een autonoom taalspel. Ik besef wel dat het voor de auteur een noodzakelijk boek was en - laten we niet zuinig doen - voor de Nederlandstalige literatuur een mijlpaal, maar voor mij blijft het een overroepen experiment dat bij momenten gedateerd is en - tot mijn verwondering - ook soms te gemakkelijk bijeengeassocieerd lijkt.

De scherpzinnige publicist Cyrille Offermans beweerde zowat het tegenovergestelde: "De boeken van Michiels, vooral die van de Alfa-cyclus, gelden als moeilijk, en in zekere zin zijn ze dat ook. Toch werd ik er destijds, herinner ik me, onmiddellijk door gegrepen. De zinnen mogen pagina's lang zijn, verhalen en tijden mogen in elkaar verstrikt raken, personages mogen uiteenvallen of in elkaar schuiven, elk woord is doordacht en staat op zijn plaats, van chaos is alleen van op afstand sprake, niet voor wie alle 'vooroordelen' op het gebied van de syntaxis en de verhaalstructuur laat varen en gewoon woord voor woord, liefst hardop (vanwege het fundamentele belang van het ritme en de klankpatronen), aan het lezen gaat. Michiels' werk blijkt dan van een overrompelende schoonheid."

Meerdere literatuuronderzoekers bejubelen het 'andere' proza van Michiels dat, in doctorandi-schrijftaal, "bewustwording in taalstructuur nastreeft". Na de symbolische roman Het afscheid (1957, naar eigen zeggen "zijn wezenlijke debuut") begon hij met experimenteel proza. Eerder had hij enkele traditionele romans gepubliceerd, "proeven zonder perspectief," zoals hij in 1958 stelde, uit de tijd van de "postkoetsromans naar negentiende-eeuws model". Nu wilde hij een "atomische roman", zonder een lineair navertelbare plot en personages of al te concrete realia. Met Het boek alfa uit 1963 zou hij, volgens Marcel Janssens, "dat ideaaltype van de moderne open tekst ten volle realiseren". Het boek alfa beschrijft de aarzeling of twijfel van een soldaat op wacht, twijfel tussen blijven staan (plichtsgetrouw de orde volgen) of bewegen (zich verzetten tegen de opgelegde orde). Garmt Stuiveling omschreef het boek als "een soort fantastische introspectie, (...) grillig en flitsend, plotseling van tijd en plaats veranderend, als een alles omvattende gelijktijdigheid in de geest van de hoofdpersoon". Belangrijker dan een (realistische) evocatie van een werkelijkheid is de "taalhantering". Met "discontinue nu-momenten" (Marcel Janssens) wrikt Michiels aan de conventies van taal en vertellen, zo lees ik bij de hem genegen critici die het ook almaar hebben over zijn muzikaliteit. Zelf vind ik in Het boek alfa eerder een tekstmaaksel vol soms hortende herhalingen en vervelende varianten, overbodige opsommingen en litanie-achtige passages, nogal gratuit aan elkaar gebreid met al eens doorzichtige associaties en bijna onbenullige jeugd- en kinderherinneringen. Bij humanioraleerlingen en aspirant-germanisten staat Het boek alfa begrijpelijk bekend als moeilijk en ondoordringbaar. Maar voor wie al enige notie heeft van de mogelijke kracht van taalontwrichtend, onconventioneel proza is het misschien eerder te gemakkelijk. Ook Michiels bestreed vaak het vermeend moeilijke van zijn werk, bijvoorbeeld in een interview met Carlos Alleene: "Alom hoor ik dat ik een moeilijk schrijver ben. (...) Onzin. Ik ben allerminst een hermetisch schrijver. Ik geef wel doe dat ik afwijk van een bepaald leespatroon en dat het absoluut noodzakelijk is mijn boeken met een andere sleutel te lezen dan die voor een James Bond-boek. Wie de sleutel gevonden heeft zal nauwelijks hinder ondervinden bij de lectuur van mijn werk. Als ik uit eigen werk voorlees zegt na afloop niemand dat het moeilijk was." Michiels had het over voorlezen en ook Marcel Janssens merkte op dat "de beste kennismaking met zijn werk is hemzelf een fragment te horen voorlezen". De tekst wint inderdaad aan kracht bij het hardop lezen (zoals Offermans ook suggereerde), maar lekker klinken kan toch niet het belangrijkste pleidooi zijn voor dit soort meertalig proza? Juist voorstanders van het experiment wijzen er terecht op dat goed in het oor liggende teksten vaak al te eenduidig gelezen worden.

"Pas langs semantische en linguïstische weg kan doorgestoten worden tot op de ware inhoud van het boek," zei Ivo Michiels in een gesprek met W.M. Roggeman. Vijfendertig jaar na verschijning van Het boek alfa lijkt het probleem me echter vooral bij de inhoud te zitten. Samengevat was het boek een aanklacht tegen de rituelen van de machthebbers, tegen de school- en kazernediscipline, tegen de orde van het bevel. In fragmenten (en dus zonder evocatief verhaal) komen jeugdherinneringen en liefdesverwachtingen van de soldaat op wacht aan bod. Die zijn echter van het weinig ophefmakende soort: een oorveeg van de vader, een dreigende grotere jongen met een mes, praatjes, toespelingen en roddels bij de slager en in de kroeg, een vechtpartij voor een liefje, een vage seksuele bedreiging van een pedoseksueel, een prille erotische initiatie. Al bij al inhoudelijk weinig spannend of gelaagd, en vijfendertig jaar na dato zelfs al wat oudbakken. Terwijl het eens zo gedurfde taalbouwsel ritmisch dan weer niet sterk genoeg is om nog te epateren. Het boek alfa was het eerste deel van een cyclus die in 1979 na het laatste deel Dixi(t) de algemene titel In den beginne was het woord kreeg. Aan Piet de Moor zei Michiels dat de Alfa-cyclus een bewuste tabula rasa was, het overboord gooien van ballast, een aanklacht: "schoon schip maken met de verloederde taal". Na 1979 werkte hij verder aan de nog omvangrijker Journal brut-cyclus, die "eerder de dans van de taal is waaruit een zekere levensvreugde en acceptatie spreekt". In latere boeken kreeg het narratieve geleidelijk weer meer belang. Lijflezer Hugo Bousset: "Eerst moest de auteur veel schaamte en schuld en veel pijnlijke oorlogstrauma's op een abstracter taalniveau te lijf, voor hij zich kon overgeven aan een journaal."

Prominent aanwezig in de Alfa-cyclus is de oorlog, als "het belangrijkste element in de menselijke existentie, omdat hij de condensatie is van alle tegenstellingen die de existentie kán meebrengen". In de jaren negentig kreeg Ivo Michiels onverwacht succes in voormalig Joegoslavië. In twee jaar tijd werden er vier boeken, waaronder Het boek alfa, uitgegeven. "Mensen die in een morele hyper-nood zitten, schijnen de signalen uit mijn boeken biezonder scherp op te vangen," verklaarde hij in een interview met Ludo Permentier in 1993. "Ik begrijp het wel. Er zitten in deze teksten signalen van onzekerheid, angst, protest tegen geweld. Maar ook signalen van hoop. Bij ons heeft men dat nooit gezien, dat er hoop zat in mijn boeken. Het boek alfa heeft men altijd gelezen als een oorlogsboek, maar de liefde speelt daar toch een grote positieve rol in."

Het boek alfa van Ivo Michiels verscheen bij De Bezige Bij. De rubriek 'De jaren' verschijnt in 1999 wekelijks. In 52 afleveringen publiceren wij een selectie van de opmerkelijkste boeken tussen 1945 en nu. 'De jaren' is afwisselend gewijd aan de Nederlandstalige en de anderstalige letteren.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234