Zaterdag 08/05/2021

Een socialist moet niet met zijn macht te koop lopen'

e Waalse huisvestingsmaatschappijen hebben het moeilijk om het hoofd boven water te houden. En dan krijg je dit! Er zijn mensen die niet eens een minimum aan wooncomfort hebben. En dan horen de mensen over 'nutteloze en luxueuze' uitgaven zoals kratten dure wijn. Dat is vreselijk kwetsendlio Di Rupo heeft een fijne neus voor communicatie, veel meer dan ik die had. Van alle politici is hij de meest fijnbesnaarde, zeer cultureel ook. Het is geen imago, hij is gewoon een moderne man. Dat straalt af op de partijn 1999 waren het Louis Michel en ik die paars wilden, Tobback wou verder met de CVP. Het is dankzij Steve Stevaert en Johan Vande Lanotte dat de SP.A in de regering is gekomen

Filip Rogiers /

Foto Filip Claus

'Comment?", vraagt hij opnieuw, met dat hoge stemmetje van hem, de eerste vraag nog niet halfweg. Hij heeft het dus nog altijd, die tic waar journalisten het in de jaren negentig van op de heupen kregen. Toentertijd vermoedden wij dat het aan de aard van de vragen lag. Want wilde hij het over de vernieuwing van zijn partij hebben, de pers wou weten of kameraad zus of zo zou opstappen. Wilde hij de PS-inbreng in de regering-Dehaene in de verf zetten, journalisten wilden een reactie op het zoveelste proces-verbaal dat uit het Luikse justitiepaleis op de kasseistenen was beland. Of het ging over de moord op André Cools of over Agusta of Dassault, of andere, 'kleinere' affaires.

Het liefst van al troonde Philippe Busquin journalisten mee naar zijn streek, Seneffe, om een glimp van 'het nieuwe Wallonië' te laten zien. Seneffe ligt in de provincie Charleroi, maar ver van de oude, verkommerde industrie. Busquin kon er verrukt praten over investeringen in de nieuwe economie, of de restauratie van het kasteel van Seneffe. Zo gepassioneerd kan hij erover praten als over zijn favoriete hobby, bridge.

Maar toen draaiden de camera's meestal elders. Aan de poort van de nor of op de trappen van het justitiepaleis, waar 'kameraden' zoals Merry Hermanus of François Pirot werden voorgeleid. In Ath, Waremme of Seraing, waar de militanten morden over hun tot ontslag gedwongen 'goden' Guy Spitaels, Guy Coëme en Guy Mathot. Allemaal rood, maar ieder zijn versie van de feiten. En geruchten, altijd maar geruchten. "Comment?", zei Busquin dus telkens. Blijkt nu dat de minzame professor, fysicus en filosoof, gewoon echt slecht hoort.

Nadat hij in 1999 de fakkel had doorgegeven aan Elio Di Rupo en Europees commissaris voor Onderzoek werd, zweeg hij over België en zijn politiek. "Ik vind het ongepast voor een Europees commissaris om nog publieke verklaringen af te leggen over binnenlandse politiek. Mijn opvolger Louis Michel is daar minder terughoudend in, maar goed, ieder zijn ethiek." Nu wil hij wel weer praten. En dat doet hij ook vrijer dan vroeger, toen hij bekendstond om zijn langue du bois. "Soms kon je gewoon niet veel vertellen, omdat je zelf niet precies wist hoe de vork in de steel zat. Ik begrijp wel de verbittering van mijn vriend Jean-Claude Van Cauwenberghe als hij zegt dat de partij hem niet genoeg gesteund heeft tegen de aanvallen van de MR. Al heeft Elio Di Rupo hem wel degelijk proberen te overtuigen om aan te blijven."

De recente affaire met malversaties in de sociale-huisvestingsmaatschappij La Carolorégienne, het ontslag van Jean-Claude Van Cauwenberghe en de vlucht vooruit van Di Rupo om de partij nog maar eens een stapje verder te vernieuwen: het roept allemaal reminiscenties op aan Busquins moeilijkste momenten. "Het was niet prettig, maar ik heb er geen kwetsuren aan overgehouden. Ik heb nooit iemand geschoffeerd en ik onderhoud de beste contacten met veel kameraden. Al is de vriendschap tussen tenoren van dezelfde partij zelden oprecht. Dat verandert pas als je geen concurrent meer bent. Van de ploeg van Jean-Luc Dehaene heb ik vooral met Philippe Maystadt (PSC, nu cdH, FR) een sterke band behouden. We zijn ook privé de beste vrienden geworden."

Ook de sociaal-economische politiek van vandaag roept herinneringen op. In 1993 waren er de stakingen tegen het Globaal Plan. De PS moest toen nog meer dan vandaag rekening houden met het harde verzet van de FGTB. "Toch namen we onze verantwoordelijkheid. In Vlaanderen wordt de PS soms nog altijd voorgesteld als een clubje behoudsgezinden. Alsof we geen ruggengraat zouden hebben om moeilijke beslissingen te nemen. Ik las in Het Laatste Nieuws dat het land nood heeft aan moedige, doortastende politici zoals Jean-Luc Dehaene. Excusez-moi, maar men moet de geschiedenis niet herschrijven. Dehaene was premier, maar het Globaal Plan was een ontwerp van Dehaene-Busquin. Ik mocht het gaan verdedigen voor de vurigste troepen van de FGTB. Ik en Jean-Maurice Dehousse, die - herinner u het beeld - uit Hertoginnedal buitenstapte, zijn pet over zijn oren trok en aan de vakbond ging uitleggen waarom het een goed plan was."

De PS maakt opnieuw moeilijke momenten mee. Kreeg u vorige week geen telefoontje van Elio Di Rupo die op zoek was naar een vervanger voor Jean-Claude Van Cauwenberghe? Ook Louis Tobback (SP.A) kwam tenslotte terug uit Leuven voor het partijbelang.

Philippe Busquin: "Ah non non. Ik ben Louis Tobback niet. Op de dag dat Jean-Claude Van Cauwenberghe ontslag nam, heb ik Elio Di Rupo gezien op een receptie. Tijdens het weekend hebben we een keer of twee met elkaar gebeld. Hij wilde van mij vooral weten wie wie was daar in Charleroi. Ik ben ook lid van de PS-federatie van Charleroi. Ik blijf er vrienden hebben, ik heb er de afgelopen dagen enkele gezien om te praten over hoe een en ander moet worden aangepakt. Het blijft mijn familie, maar ik ben geen actief militant meer.

"Ook in de partij hou ik me op de vlakte. In de PS is het de traditie dat een oud-voorzitter niet gaat schoonmoederen. Mijn voorganger Guy Spitaels deed dat niet met mij en ik doe het niet met Elio Di Rupo. Ik blijf beschikbaar voor mijn partij, maar dat hoeft niet per se in een mandaat op regeringsniveau te zijn. Indien ik geweten had dat ik geen eurocommissaris kon blijven (Busquin moest in 2003 wijken voor Louis Michel, FR) had ik misschien nog wel iets anders kunnen doen voor de partij. Nu zetel ik in het Europees Parlement als opvolger. Als minister van staat heb ik nog altijd een stem in het partijbureau en op cruciale momenten gebruik ik die ook, zoals deze week op het partijbureau, dat over nieuwe statuten moest beslissen."

Er wordt een soort Waakhond van de Vernieuwing aangesteld en een auditcomité dat erop moet toezien dat elke PS'er die een publiek of zelfs maar een semi-publiek mandaat bekleedt binnen de wet blijft. Ging wat u in de voorbije jaren op poten zette dan niet ver genoeg?

"Ik had ook de vaste wil om te vernieuwen. Toen ik met Patrick Moriau (nu kamerlid, FR) begon, was onze slogan: Dormeur, reveille-toi! We waren ons toen al heel goed bewust van een zekere lethargie in de PS, van een conservatisme dat in bepaalde lagen van de partij zat. Patrick en ik zijn begonnen met orde op zaken te stellen in de financiën van de partij. Toen Elio in 1999 kwam, kon hij op z'n minst met een propere lei beginnen. Maar iets doen aan de autonomie van de federaties, de rode bastions zoals men ze noemt, dat was heel wat moeilijker.

"Wat Di Rupo vandaag voorstelt, voegt niet zoveel toe aan wat er al was. De autonomie van de federaties wordt ook nu niet ten gronde in vraag gesteld. Het is dan ook het teerste punt van de PS. Dat is in de vakbond FGTB net zo. Ook daar vormen de vakcentrales elk op zich een zelfstandige macht. Partij en vakbond zijn beide geboren uit de arbeidersbeweging en daar golden, zoals in de tijd van het communisme (licht gegeneerd lachje), de wetten van het democratisch centralisme. Op sommige momenten is dat een sterkte, want je kunt mobiliseren. Maar het is ook een zwakte als je de partij wilt vernieuwen. Dat heb ik gemerkt op het congres van mei 1997 in Luik (toen ten gevolge van de affaire-Dassault Guy Spitaels ontslag moest nemen als voorzitter van het Waals Parlement, FR)."

U behoort zelf tot een machtige PS-federatie, die van Charleroi en dus die van Jean-Claude Van Cauwenberghe.

"Het was niet Charleroi dat dwarslag en al helemaal niet Jean-Claude Van Cauwenberghe. Het waren vooral Brussel en Luik. Philippe Moureaux en anderen hebben zich fel verzet tegen een hervorming waarbij de nationale partij meer greep zou krijgen op de federaties. Ik stel nu vast dat Philippe Moureaux Di Rupo ten volle steunt, en dat doet mij plezier. Diegenen die zich in 1997 nog het hardst verweerden, zeggen nu het krachtigst dat het gedaan moet zijn. Ik heb het al tegen enkele kameraden gezegd: 'Bon, je had er beter aan gedaan om mij in 1997 al te volgen'. Maar men moet dus zeker niet altijd Charleroi met de vinger wijzen."

U blijft geloven in Van Cauwenberghe?

"Ah oui, ik heb hem trouwens gekozen als minister in 1995. Dat hij een machtig man is, is duidelijk. Hij is een beetje wat André Cools in het Luikse was. Hij had gewoon de juiste papieren om minister te zijn, het is een schitterend bestuurder. De jongste dagen heb ik op de regionale televisie mensen uit zowat alle sectoren, van het bedrijfsleven tot de sport, horen zeggen dat ze het vertrek van Van Cauwenberghe betreuren. Hij heeft immens veel betekend voor Charleroi, en hij zal voortdoen. Hij zal zich niet zomaar laten afslachten. Hij is vooral opgestapt omdat de druk van de media hem te machtig werd."

Die was groter dan de politieke druk?

"Tegenwoordig wordt druk van de media automatisch politieke druk. Als je vaststelt dat je als minister niet meer op een serene manier vragen kunt beantwoorden moet je aftreden. Weinigen kunnen aan die druk van de media weerstaan. Ik heb er velen zien opstappen. Alleen Charles-Ferdinand Nothomb bleef zitten. (lacht) Maar kijk naar Johan Vande Lanotte, Louis Tobback of Stefaan De Clerck. Ze zijn allemaal groter teruggekomen. Ook Elio Di Rupo kwam gesterkt uit de storm die hij in 1996 over zich heen kreeg (in het Dutroux-jaar kwam de PS-voorzitter in opspraak door een achteraf onjuist gebleken getuigenis over seks met minderjarigen, FR)."

Ziet u ook Van Cauwenberghe nog terugkeren?

"Niet meer op het politieke niveau dat hij had bereikt. Het is ook een andere generatie. Maar ik ben zeker dat hij nog een rol zal spelen."

Hij was en is koning van Charleroi. Gelooft u echt dat hij van niets wist, dat hij niets heeft gezien?

"Ik geloof niet dat hij er wat dan ook mee te maken heeft. Indien de twee schepenen, Claude Despiegeleer en Serge Van Bergen, sneller waren opgestapt was de druk niet zo koud op hem gevallen. Als voorzitter kun je daar iets makkelijker aan weerstaan. Ik was geen minister die zich voor het parlement moest gaan verantwoorden."

Voelde u zich vaak machteloos als voorzitter?

"Nee, maar er was verzet. Toen Elio in 1999 begon, was er één zeer cruciale vernieuwing doorgevoerd: de rechtstreekse verkiezing van de partijvoorzitter. Dat gaf hem meer macht en autonomie. Vele andere institutionele aspecten van de partijvernieuwing zijn weliswaar nog niet af, maar ze waren wel op de sporen gezet. De partij móést zich aanpassen aan de samenleving. Die vergt de laatste vijftien jaar almaar meer souplesse en minder gesloten structuren. Elio heeft de partij verder opengegooid voor jongeren en vrouwen, iets waarmee ik ook al begonnen was. Hij heeft die lijn voortgezet en de partij een veel jonger, dynamischer en meer open imago bezorgd."

Dat hij u moet vragen wie wie is in Charleroi wijst er toch op dat ook hij misschien alleen maar die geledingen van de partij heeft kunnen hervormen waar hij direct greep op had?

"Ik kende als partijvoorzitter ook niet altijd alle structuren in het Luikse, hoor. Het is altijd zeer belangrijk om te weten wie wie is. Wie trekt in welke gemeente aan welke touwtjes. De PS zit in heel veel gemeenten in de meerderheid. In de ene gemeente is de openheid al groter dan in de andere. Maar dat is ook de diversiteit van de PS. We zijn een partij die dankzij haar gelaagde structuren toch zeer diep in de samenleving verankerd is. Dat is het goede ervan. Het is een machtig wapen tegen het Front National of andere extreem-rechtse populisten.

"Ik begrijp dat er nu, met de gebeurtenissen in Charleroi, weer heel strenge analyses worden gemaakt, maar we moeten het kind niet met het badwater weggooien. Onze gemeenteraadsleden, onze leden in de sociale-huisvestingsmaatschappijen, zijn over het algemeen politici die dicht bij de mensen staan. Dat is en blijft van onschatbare waarde. Maar je moet in dat contact met de mensen zuiver op de graat blijven natuurlijk. Elio Di Rupo heeft een uitstekend populair contact in Bergen, ik had en heb dat ook, maar we tolereren geen misbruiken. Jammer genoeg zijn er inderdaad mensen op andere niveaus in de partij, in de echelons die meer en dagelijkser met de situatie op het terrein verweven zijn, die die afstand verliezen. Er moet vernieuwd worden, zonder de minste ambiguïteit.

"Wat in Charleroi is gebeurd is totaal ontoelaatbaar. Schepen Despiegeleer heeft stomweg een fout begaan. Hij heeft voor het gemak onkosten laten betalen door de sociale-huisvestingsmaatschappij, die hij net zo goed als schepen had kunnen doen. Maar om dan maar meteen te gaan zeggen dat je alle dienstbetoon moet afschaffen, dat je als politicus of politiek vertegenwoordiger in organisaties van openbaar nut je contacten met de bevolking moet verbreken, dat gaat toch te ver?"

U lijkt iets milder dan uw opvolger. 'Ik heb mijn buik vol van de parvenu's. Ze horen niet thuis in de partij', zei hij. U moet ze toch ook ontmoet hebben, de parvenu's?

"(handen in de lucht) Wat zijn dat, parvenu's? Kan een parvenu gemeenteraadslid van de PS worden? Klaar en duidelijk: nee, het zou niet mogen. Nogmaals, het is zeer belangrijk om te weten wie wie is. Elio heeft willen zeggen dat iedereen die in de samenleving een functie bekleedt met een zekere verantwoordelijkheid bescheiden moet blijven. Hij heeft het gemunt op diegenen die zich plots kleine godjes wanen, die lopen te pronken met hun macht en zich een levensstijl aanmeten die niet overeenstemt met wat ze zijn. Dat pikken de mensen niet. Hoe machtig en belangrijk Elio ook mag zijn, het stijgt hem niet naar het hoofd. Hij weet vanwaar hij komt, blijft eenvoudig, toegankelijk en bescheiden. Je spot niet met de mensen, punt. Zeker socialisten niet, die het altijd moeten blijven opnemen voor de minstbedeelden.

"Dat is het ergste aan deze affaire. Ze raakt aan onze essentie. A la limite is dit erger dan wat ik heb meegemaakt, Agusta en Dassault. Dat ging over smeergeld en grote bedrijven. 'Het is waar, les socialistes, ils ont touchés (ze hebben geld op zak gestoken, FR)', zeiden de mensen, 'maar dat deden de anderen ook.' Maar sociale huisvesting, dat is van ons. Het zijn de socialisten die sociale huisvesting hebben gewild, het zijn wij die altijd zijn opgekomen voor de huisvestingsmaatschappijen, het zijn wij die hebben willen investeren in een goede woonst voor iedereen. Net zoals de sociale zekerheid gaat het hier om een fors symbool van het socialisme. Tout ça, c'est nous. Als er daar misbruiken mee gebeuren is dat politiek gezien erger dan Agusta-Dassault.

"Het was niet eenvoudig om in Wallonië sociale huisvesting uit te bouwen. En dat is het vandaag nog minder. De bewoners van sociale flats verarmen. De huisvestingsmaatschappijen hebben het moeilijk om het hoofd boven water te houden. Elke euro is nodig. En dan krijg je dit! Er zijn mensen die niet eens een minimum aan wooncomfort hebben. U moet de verkrotting eens zien. En dan horen de mensen over 'nutteloze en luxueuze' uitgaven zoals kratten dure wijn. Dat is vreselijk kwetsend."

Jean Guy, PS-waarnemer en oud-hoofdredacteur van de socialistische krant Le Peuple, zei deze week dat de PS zich in de slechtste toestand ooit bevindt. 'Ik heb het in de 45 jaar dat ik het observeer nooit erger geweten', zei hij.

"Comment? O, Jean, dat is een romantische socialist hé. Hij heeft gelijk dat deze choc dramatisch is omdat het over iets essentieels gaat. Maar de partij als zodanig staat er niet dramatisch voor. Deze crisis kan zelfs weer zorgen voor een sterke heropleving. Ook ik heb na de crisis van 1994 een en ander kunnen forceren. In elke federatie kwam er een bedrijfsrevisor, er kwamen deontologische commissies, enzovoort. De crisis heeft mij toegelaten om een enorme vooruitgang te boeken in de hervorming van de structuren. Er zijn nu die affaires in Charleroi, maar normaal gezien kunnen er zich in de partij als zodanig geen financiële schandalen meer voordoen. Die waren er destijds wel. Maar Jean Guy heeft wel gelijk als hij bedoelt dat we er politiek niet rooskleurig voor staan. Niet alleen in Wallonië, maar in heel Europa. De richtlijn-Bolkestein over de liberalisering van openbare diensten is er gekomen omdat er een rechtse meerderheid is. Dit is helemaal niet het Europa dat wij willen. En ook in België is onze positie als Franstalige socialisten niet zo denderend. We worden geconfronteerd met Vlaamse druk op de sociale zekerheid, zelfs van de SP.A. We worstelen ook nog altijd met een veel te hoge werkloosheid, tot 20 procent in Wallonië. Als je in zo'n situatie dan ook nog eens zulke affaires krijgt, is dat een gevaarlijke cocktail."

Van Agusta heeft de PS zich electoraal nochtans wonderwel hersteld.

"Het was ook verschrikkelijk, hoor. Ik werd in één dag geconfronteerd met het ontslag van Guy Spitaels, Guy Coëme en Guy Mathot. Ik vormde daar jarenlang een kwartet mee, in 1994 bleef ik alleen over. Ik heb toen inderdaad de crisis benut om de vernieuwing te forceren. J'ai monté Elio Di Rupo, ter vervanging van Guy Coëme. Dat ging niet zonder weerstand. Er waren anderen die zich geroepen voelden om vice-premier te worden."

Wie?

"Pakt u er maar eens de lijst van de PS-ministers in de regering-Dehaene bij, er waren kandidaten genoeg."

In 1999 verklaarde u waarom u tijdens uw voorzitterschap zo vaak de lippen stijf op elkaar hield. 'Ik heb altijd vermeden om in de ruzies verzeild te geraken. Indien ik dat wel had gedaan was er nu geen partij meer. Het was niet aan mij om de waarheid te achterhalen, maar aan justitie.' Hebt u zich achteraf nooit de vraag gesteld of u de partij geen grotere dienst had bewezen door forser op te treden?

"Vanzelfsprekend heb ik me die vraag gesteld. Maar je moet als partijvoorzitter enorm op je hoede zijn, zeker als je er zelf het fijne niet van weet. In het heetst van de strijd riskeer je anders de grootste fouten te begaan. Op een bepaald moment rustte op Guy Mathot de verdenking dat hij te maken zou hebben gehad met de moord op Cools. Philippe Moureaux, vriend en politieke zoon van Cools, wou niet meer naar het partijbureau komen zolang 'het kaf niet van het koren was gescheiden', zoals hij het formuleerde. De druk was enorm. Jaren later waren diegenen die hem toen buiten wilden zetten de eersten om Mathot te feliciteren toen hij voorzitter van de Luikse PS-federatie werd.

"Ik heb altijd geprobeerd om de zaken met een beetje recul te bekijken. Daar heb ik geen spijt van. Had ik het anders gedaan, dan bestond de partij vandaag inderdaad niet meer. U moet niet vergeten dat er een ambiance électrique was in die jaren. Het ging er zeer stormachtig aan toe. Enerzijds was er André Cools, anderzijds waren er José Happart en Jean-Maurice Dehousse. En na de moord op Cools bleef de schaduw hangen. De kans op schisma's in de PS was reëel. Iedereen in de partij erkent nu dat mijn gereserveerde houding uiteindelijk de beste was. Ze was mediatiek niet interessant, maar wel efficiënt."

Elio Di Rupo is vandaag scherper.

"Vous trouvez? Ik doe u opmerken dat ook hij wel oppast om mensen aan te vallen. Hij houdt zich op het terrein van de principes. Die parvenu's, dat kan iedereen en niemand zijn. De gebeurtenissen in Charleroi zijn ernstig, maar over de partij hangt er vandaag niet meer zo'n loodzware mantel als in mijn voorzittersjaren. De tenoren staan niet meer met getrokken messen tegenover elkaar. Men wees elkaar met de vinger. 'Het is door hen dat André Cools vermoord is.' In die sfeer moesten wij voortdurend werken. Een moord is en blijft een unicum in de politieke geschiedenis. Nu praat men daar gelukkig niet meer over. Ik doe het enkel om u het verschil in atmosfeer toen en nu uit te leggen. Ik ben gelukkig altijd gesteund, er is nooit een sfeertje tegen mij geweest."

'Ik voel geen bitterheid', zei u. 'Op één of twee uitzonderingen na heb ik niet het gevoel dat ik ooit het slachtoffer ben geweest van aanvallen uit de partij.' Noemt u de uitzonderingen eens?

"Er is er maar één, Merry Hermanus (De 'valiezendrager van de PS', zoals hij werd genoemd, bracht in 1997 de affaire-Dassault aan het rollen. In een brief aan Busquin en diens voorganger Spitaels vroeg hij wat hij met 'het resterende geld' van Dassault uit de jaren tachtig moest doen. Busquin bezorgde de brief prompt aan het gerecht, FR). Hij wilde laten geloven dat ik op de hoogte zou zijn geweest. Hij heeft mij op een kwaadaardige en stupide manier aangevallen, want ik had er niets mee te maken. Het is de enige PS'er over wie ik nooit meer wil horen praten."

In de tijd werd gefluisterd dat Hermanus door Philippe Moureaux uitgestuurd was.

"Het is waar dat Moureaux en Hermanus jarenlang samen hebben gewerkt, maar dat Moureaux hier iets mee te maken had, heb ik nooit geloofd. Ik heb met hem meningsverschillen gehad, maar op het persoonlijke vlak mochten we elkaar wel."

Sinds 2000 ging het de PS alleen maar voor de wind. Alles leek nieuw. Het gerenoveerde partijkwartier op de Keizerslaan figureerde in internationale architectuurbladen, de vrouwelijke ministers in de betere glamourboekjes.

"(verrukt) Ah ça! Maar Elio heeft dan ook een fijne neus voor communicatie, veel meer dan ik die had. Van alle politici is hij de meest fijnbesnaarde, zeer cultureel ook. Het is geen imago, hij is gewoon een moderne man. Dat straalt af op de partij, al beantwoordt dat niet noodzakelijk aan de sociologische beleving van de partij. Ik beantwoordde ook niet echt aan het profiel van de doorsneekameraad. Ik was veeleer, tussen aanhalingstekens, 'de intellectueel'. Guy Spitaels was ook anders dan het gros van de militanten. André Cools was wel meer een typisch product van de partij."

Tonen de recente gebeurtenissen niet nog maar eens aan dat de kloof tussen top en basis te groot kan worden?

"Er is altijd een kloof tussen wat men wil zijn en wat men is. Het is goed dat de leiders de lat hoger willen leggen, dat ze niet noodzakelijk een zeker populair conservatisme volgen. Daarom heb ik in de regering-Dehaene ook mijn schouders onder het Globaal Plan gezet."

De PS trotseerde dit jaar al tot twee keer toe de FGTB, eerst met het interprofessioneel akkoord (Ipa), nu in het loopbaandebat.

"De FGTB stemde tegen het Ipa en we hebben het toch gedaan. Ook vandaag zullen we doorzetten. We hebben vooruitgang geboekt in de zoektocht naar alternatieve financiering voor de sociale zekerheid. Ik had vanuit Europa een heel goed zicht op de Belgische situatie. Onze werkzaamheidsgraad moet omhoog en ik ga akkoord met de lijn van de regering om de loonlasten te verlagen. Maar het is een illusie om te geloven dat we er daarmee alleen komen. We zullen het moeten hebben van innovatie en ontwikkeling, het is de enige rijkdom die we hebben. Door enkel de productiekosten te verlagen, zullen we niet competitiever worden. Dit zou enkel kunnen als je de levensstandaard drastisch naar beneden haalt, en dat willen we niet als socialisten. Daarom hameren we zo op de financiering van de sociale zekerheid. Een financiering die de arbeid minder belast, meer het kapitaal. Want er zijn rijken in België hé, kijk maar naar de vastgoedsector.

"Daar bovenop moeten we vooral vernieuwende investeerders aantrekken. We mogen vooral niet denken dat de andere Europese landen stilzitten. Ze voeren een politiek van selectieve fiscaliteit die de investeringen in onderzoek en ontwikkeling stimuleert. Ik stel verheugd vast dat Yves Leterme in Vlaanderen dat discours hanteert en Wallonië heeft nu zijn Marshallplan. Er beweegt veel."

Is het een wet van Perzen en Meden dat men als socialist liberaler wordt?

"Ik ben niet veranderd. Ik ben altijd voor de bedrijven geweest. Om de rijkdom zo rechtvaardig mogelijk te verdelen over de hele gemeenschap, wat wij socialisten willen, moet je voldoende rijkdom creëren. Dat is niet liberaal. Ik heb als socialist altijd al opengestaan voor nieuwe evoluties in de samenleving, Europa heeft mijn inzichten nog verbreed. Denemarken doet het sociaal niet minder goed dan wij, maar ze slagen er tegelijk beter in om nieuwe welvaart te creëren dankzij een soepeler organisatie van de arbeidsmarkt, die beter aansluiting vindt bij de nieuwe economie. Zonder flexibiliteit redden we het niet. We moeten uiteraard niet hervallen in vormen van uitbuiting, maar het werk moet soepeler worden georganiseerd. De socialistische vakbond mag die trein niet missen. Als we zelf het initiatief niet nemen, riskeren we een systeem te krijgen zoals het nu al in sommige Franse bedrijven bestaat: je levert 10 procent loon in of het bedrijf gaat dicht. Dat is onaanvaardbaar. Om dat te vermijden, is er minder etatisme nodig."

Grappig dat u het zegt, u weet dat Wallonië in Vlaanderen nog altijd gretig met etatisme wordt geassocieerd?

"Het is een cliché, maar er zit een stuk waarheid in. Het is gelukkig aan het evolueren, maar dat etatisme heeft ook een historische verklaring. De privé trok in de jaren zestig weg uit Wallonië, de staat moest het dus wel overnemen. Zo is het gegaan met bedrijven als FN en Sonaca. Hadden wij het niet gedaan dan was er vandaag niets meer. We moesten als overheid wel meer interventionistisch zijn omdat de privé steken liet vallen. Wallonië was door zijn industrieel verleden ook minder aantrekkelijk voor de nieuwe privé. De oude industrie heeft een zware stempel gedrukt op het landschap van Charleroi en het Centre. Ik heb het meegemaakt dat een Duitse industrieel belangstelling had voor Boël in Feluy, maar zijn vrouw wilde er niet komen wonen. Ze vond het er te troosteloos."

Paars zou het land klaarstomen voor de nieuwe eeuw. U hebt in 1999 nog mee de regeringsonderhandelingen geleid. Anders dan Louis Tobback hebben we u nadien nooit kunnen betrappen op een onvertogen woord over het werk van de regering-Verhofstadt.

"Tobback was tegen paars, hé. (lacht) Ik denk niet dat hij van gedacht is veranderd. In 1999 waren het Louis Michel en ik die paars wilden, Tobback wou verder met de CVP. Maar de dioxinecrisis maakte dat onmogelijk. Jean-Luc Dehaene had mij voor de verkiezingen nog gezegd dat hij me niet kon garanderen dat we er nog bij zouden zijn. Hij onderhandelde toen al met de liberalen, met de MR en de VLD. De CVP had twee ijzers in het vuur. Ik dacht: 'Bon, als het zo zit, gaan we ons ook niet laten doen'. Ik ging dus ook met Louis Michel praten. Op de avond van de verkiezingen bleek vrij snel dat de meerderheid jammer genoeg gebroken was. Ik heb toen heel snel het initiatief genomen om met de liberalen de Waalse regering te vormen. Ecolo hadden we strikt genomen niet nodig voor een meerderheid, maar we namen ze erbij, omdat Agalev in Vlaanderen wel nodig was voor een paarse coalitie. Dat was een politieke keuze, très clair et très net. Louis Tobback was er niet blij mee. Het is dankzij Steve Stevaert en Johan Vande Lanotte dat de SP.A in de regering is gekomen."

Vorig jaar heeft Elio Di Rupo paars in Wallonië opgeblazen en daarmee volgens Freddy Willockx (SP.A) mee voor de huidige instabiliteit van het politieke landschap gezorgd. In Vlaanderen had paars geen meerderheid meer, in Wallonië wel. Toch heeft Di Rupo de MR ingeruild voor het cdH en daarmee doelbewust asymmetrie gecreëerd.

"Dat is inderdaad een gevaar op termijn. België is een land waar de regeringen op de verschillende niveaus het best dezelfde kleur hebben."

Dus het was niet zo wijs van Di Rupo? Willockx had het over onverantwoorde 'Stratego' van de PS.

"Ik ken Di Rupo zeer goed, hij is een man van zijn woord. Maar je moet hem niet op de zenuwen werken. En dat deden de liberalen. Ze gedroegen zich niet echt ethisch. Ze probeerden mensen uit het cdH weg te halen in de hoop de grootste partij te worden en de PS te onttronen. Dat irriteerde hem. Ik schoot goed op met Louis Michel, ik denk Elio ook. Maar hij vond dat de MR te 'arrogant' werd. Daarom heeft hij ze ingeruild voor het cdH. Het was een keuze die was ingegeven door een bijzondere politieke situatie, maar ik denk inderdaad dat België beter af is met meer symmetrie in de verschillende regeringen. We zijn met z'n drieën: Franstaligen, Vlamingen en de federale overheid. Als er geen bedding meer is waarin mensen het op z'n minst over enkele doelstellingen eens kunnen worden loopt de motor vast."

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234