Zaterdag 22/02/2020

Een snelweg door Flanders Fields

archeologie

preventief onderzoek legt uitstekend bewaarde loopgraven bloot

Voor het eerst onderzoekt Vlaanderen zijn slagvelden uit de Eerste Wereldoorlog. De afgelopen maanden kwamen goed bewaarde loopgraven aan het licht, net als de lichamen, de uitrusting en persoonlijke bezittingen van gevallen soldaten. De overheid heeft echter ook plannen om door Flanders Fields een snelweg te trekken, en dat zorgt in Groot-Brittannië en de Verenigde Staten voor opschudding. Er gaan stemmen op om de structuren te bewaren en beschermen. Maar dat blijkt moeilijk haalbaar, zowel technisch als politiek.

Ieper

Van onze medewerker

Bart Biesbroeck

'Kijk, dit is het grondgebied dat we sinds gisteren heroverd hebben", zegt generaal Melchett, terwijl hij naar een militaire kaart wijst. "Wat is eigenlijk de schaal van deze kaart, Darling?" Antwoord van kapitein Darling: "Euh, het is een kaart op ware grootte, sir. Ze is enorm gedetailleerd. Kijk, hier zie je een wormpje." Deze scène uit de Britse serie Blackadder goes Forth, die zich afspeelt in en rond de loopgraven van de Eerste Wereldoorlog, illustreert op hilarische wijze de gruwelijke absurditeit van die stellingenoorlog: in zowat elke veldslag sneuvelden duizenden soldaten voor een terreinwinst van maar enkele honderden meters. Dat was zelfs een bewuste tactiek van de generaals. Als je maar genoeg kanonnenvlees het niemandsland injaagt, zo redeneerden ze, bereiken er altijd wel enkele soldaten de vijandige loopgraven. Veel van die gruwel speelde zich af in de Westhoek. De hele oorlog lang zijn ten noorden en oosten van Ieper moordende veldslagen uitgevochten, en precies daar wil Vlaanderen een nieuw stuk snelweg aanleggen.

Het voorgestelde tracé loopt dwars door de frontlijn van '14-'18 en door de Pilkem Ridge. Daar werd in de zomer van 1917 het startschot gegeven voor de fameuze slag om Passendale (zie kaderstuk). Reden genoeg voor het Instituut voor het Archeologisch Patrimonium (IAP) van de Vlaamse Gemeenschap om er preventieve opgravingen uit te voeren. Daarmee werd in Vlaanderen voor het eerst op een systematische manier onderzoek verricht naar de materiële resten van de Eerste Wereldoorlog. De testcase moest een antwoord geven op de vraag: wat is bewaard en in welke toestand?

Veel, zo blijkt, en het is vaak uitstekend geconserveerd. Projectleider Marc Dewilde: "Na een vooronderzoek selecteerden we op het snelwegtracé negen waardevolle zones. Vier daarvan zijn al onderzocht. We legden er loopgraven bloot met alles erop en eraan: shelters, geschutstellingen, munitiedepots... De loopgraven werden tijdens de oorlog zo diep mogelijk uitgegraven, tot op de grondwatertafel. Bovengronds wierp men met zandzakjes een borstwering op, maar daar blijft niets meer van over. Vooral de onderste meter van de loopgraven is op veel plaatsen perfect bewaard. Het bovenste deel is na de oorlog meestal weggeploegd of genivelleerd. We kunnen twee loopgraafstelsels onderscheiden. Zij lopen door elkaar, maar verschillen sterk in opbouw en soliditeit. De oudste zijn die van het front van 1915 en zijn door de Engelsen gegraven op de plek tot waar zij na de gifgasaanvallen terug waren geslagen. Ze hebben zo goed als geen beschoeiing en vormen een rechte lijn. De loopgraven van de aanvalslijn van 1917 zijn veel solider. Ze verlopen zigzag, omdat men inmiddels besefte dat een vijandelijke soldaat daarin veel minder schade kon aanrichten dan in een rechte loopgraaf."

Dewildes team vond ook de overblijfselen van zeven soldaten, zes Britten en een Fransman. Een van de Britten kon zelfs geïdentificeerd worden. Dewilde: "We weten met 98 procent zekerheid om wie het gaat. We vonden allerlei voorwerpen uit de uitrusting en bewapening van de soldaten. Van deze soldaat vonden we ook de kentekens van het regiment waartoe hij behoorde. We raadpleegden de regimentsboeken, en wat bleek? Van dat regiment werden er maar vijf personen naar de Pilkem Ridge gezonden, ter versterking. Twee ervan overleefden de oorlog, twee anderen sneuvelden. Eén bleef tot vandaag vermist. Het skelet dat we vonden, behoort dus toe aan de vermiste, tenzij we met een persoonsverwisseling te maken hebben."

De archeologen bezorgden die bevindingen aan het Britse ministerie van Defensie. Als dat de argumentatie van de onderzoekers volgt, krijgt de Commonwealth Wargrave Commision in Ieper wellicht groen licht om de nabestaanden van de gesneuvelde te contacteren. Dan krijgt de gevallen soldaat eindelijk een fatsoenlijke begrafenis. De ontdekking van de gesneuvelden en de bijna intacte loopgraven is munitie voor de tegenstanders van de nieuwe snelweg, die vooral bedoeld zou zijn om dagjestoeristen vlotter naar de kust te leiden. Nogal wat Britse politici vinden de mogelijke verstoring van 'Flanders Fields' ongehoord. Hun protest weerklonk vorig weekend tot in de VS, in een kritisch artikel in The New York Times (DM 25/11). De actievoerders willen dat de opgegraven resten bewaard blijven en beschermd worden als oorlogsmonument. De kans is echter klein dat het zover zal komen. Voor Vlaams minister Paul Van Grembergen (Spirit), bevoegd voor archeologie en monumentenzorg, is het in ieder geval veel te vroeg om aan bescherming te denken. Woordvoerder Koen Jongbloet: "Het archeologisch onderzoek is nog niet afgerond. We hebben nog geen eindverslag en zijn dus nog niet van plan om een eventuele beschermingsprocedure op te starten." Bovendien is de bewaring van de loopgraven technisch onmogelijk. Marc Dewilde: "De beschoeiing van de loopgraven bestaat uit houten frames waartegen kippengaas of lichte metalen platen bevestigd zijn. Die structuren kunnen de blootstelling aan weer en wind onmogelijk overleven. Maar het is nog helemaal niet zeker dat de weg er komt. Men werkt nog volop aan een haalbaarheidsstudie, waar later ook het archeologisch dossier aan toegevoegd zal worden."

Onlangs richtte het IAP een nieuwe onderzoekseenheid op, die zich exclusief zal toeleggen op WO I. Er zal nauw worden samengewerkt met Britse onderzoekers van het Imperial War Museum en het National War Museum. "We hebben hun hulp nodig, omdat onze archeologen niet opgeleid zijn in deze materie", aldus Dewilde. "Er komt ook een fonds om die specialisten ten minste hun vervoersonkosten terug te betalen, want tot nu toe moesten we rekenen op hun goodwill." De archeologen gaan ook samenwerken met niet-professionele onderzoekers en amateur-archeologen. Zo hoopt men van sommige stropers boswachters te maken. Vaak krijgen vindplaatsen immers het bezoek van plunderaars. Goed menende amateurs werden in de Britse pers dan weer afgeschilderd als grafschenners en lijkenpikkers. Dewilde: "We willen samenwerken met al wie het goed bedoelt. Dat laat ons ook toe de malafide amateurs aan te pakken."

Bron: www.inflandersfields.be

Britten willen dat opgegraven resten in Pilkem Ridge bewaard en beschermd worden als oorlogs-monument

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234