Woensdag 01/02/2023

Een sierlijke kronkel die zichzelf voorbij liep

The Complete Lester Young Studio Sessions on Verve

Met de heruitgave van de volledige opnamen die Lester Young voor Verve maakte, krijgt de legendarische tenorsaxofonist eindelijk het eerbetoon dat hij verdient. Al is het ten dele een vergiftigd geschenk, want de Verve-opnamen dekken het laatste decennium van zijn tragisch eindigend leven en het portret is niet altijd fraai.

Geen saxofonist die zo invloedrijk is geweest als Lester Young. Allicht zijn Charlie Parker en John Coltrane vandaag veel beroemdere idolen, maar de basis van wat zij deden werd door Young gelegd, en nog wel midden in het swingtijdperk van de jaren dertig. Dat zegt veel over de jazzgeschiedschrijving, die vaak simpel rubriceert in grote opeenvolgende blokken: New Orleans, Swing, Bebop, Cool, Hardbop, Free en daarna. Zonder twijfel hoort Lester Young volgens dit menu in het swingtijdperk thuis. Tenslotte heeft hij zijn beste jaren doorgebracht in diverse big bands, vooral in het orkest van Count Basie in de gouden jaren. Hij was de tenorsaxofonist met de vederlichte sound, eerst weggepest uit het orkest van Fletcher Henderson omdat hij niet speelde zoals Coleman Hawkins, robuust en heldhaftig. Lester Young meanderde liever: hij ontwikkelde een speelstijl die niet gebaseerd was op verticale improvisatie op akkoordenschema's, maar eerder op melodische inventie, een sierlijke kronkel die zich niet zo makkelijk harmonisch liet knechten. Daarmee effende hij het pad voor een veel vrijere benadering van de jazz. Tot zover het officiële, best overgeleverde verhaal van Lester Young; de realiteit is zeker genuanceerder. Want wie dit leest, en nadien lukraak een paar fragmenten uit The Complete Lester Young Studio Sessions On Verve beluistert, zal zeker de wenkbrauwen fronsen. Om te beginnen is de sonoriteit niet altijd zo vederlicht. In een interview uit 1958 met Francis Postif (dat hier ook op cd gebrand is) vertelt Young dat hij zijn tenorsax aanvankelijk als een alto, nadien als een echte tenor en later zelfs als een bas wilde laten klinken. Die observatie op de vooravond van zijn dood - Young werd geboren in 1909 en overleed vijftig jaar later - is wel een beetje bij het haar getrokken want als hij naar het einde toe als een bas klinkt, dan is dat eerder aan vermoeidheid dan aan een bewuste keuze toe te schrijven. Pres (zijn bijnaam in jazzmilieus, een afkorting van President) had namelijk een gigantisch drankprobleem dat hem helemaal op de knieën gekregen heeft. Hij heeft zijn bewonderaar Charlie Parker (1920-1955) met vier jaar overleefd, maar het waren treurige jaren. Op de laatste twee cd's van deze Verve-verzameling is de treurnis letterlijk te horen: Lester Young die nauwelijks nog een behoorlijke noot uit zijn tenorsax kan krijgen, die sukkelt met de vingers en de ademhaling, het is soms pijnlijk om te horen.

Je kunt het parcours bijvoorbeeld volgen aan de hand van de opnamen van de standard 'Mean To Me' die hier drie keer te horen is. In 1937 had Young die song nog opgenomen in een zeldzame confrontatie met altsaxofonist Johnny Hodges en voorts onder anderen pianist Teddy Wilson, trompettist Buck Clayton en natuurlijk Billie Holiday (met wie hij toen een heel intense, zij het platonische band had). Je hoort nauwelijks een verschil in toonhoogte en bereik tussen de altsax van Hodges en de tenorsax van Young (maar natuurlijk wel in stijl). De sfeer is vrolijk en ongedwongen. Hodges, Clayton, Young: elke stem springt er even bovenuit om dan de fakkel door te geven aan Billie Holiday die het geheel buitengewoon beeldig afrondt. Geen enkele van de drie Verve-opnamen klinkt zo fris. In 1946 speelt Young met pianist Nat Cole in een beduidend trager tempo en een wat zwaarmoediger sfeer, ook al probeert de pianist het nog zo vrolijk mogelijk in te kleden. De opname uit 1955 met pianist Oscar Peterson begint erg veelbelovend met een vloeiende solo in een prettig swingend tempo, maar na 32 maten drogen Youngs ideeën op en verkrampt de saxofonist. hij slaagt er nog nauwelijks in om de bal behoorlijk door te spelen aan zijn maat Harry Sweets Edison. Helemaal treurig wordt het in 1958, als Young zogoed als geen enkele behoorlijke noot uit zijn sax kan krijgen terwijl zijn collega's vrolijk doortoeteren. Dat wil nu niet zeggen dat deze Verve-verzameling een maat voor niets is vergeleken bij het vroegere werk. Het is in elk geval niet juist om Youngs carrière als een continu neergaande curve te beschrijven. Dat bewijzen alvast de eerste vier cd's waarop vaak een briljante en inventieve Lester Young te horen is, al beantwoordt hij dan niet meer aan het overgeleverde cliché van de vederlichte tenorsaxofonist. Overigens werd die stijlbreuk vroeger wel eens toegeschreven aan een traumatische ervaring die Lester Young in 1944 in het leger opdeed, maar vandaag gaat men er toch vanuit dat het bij de natuurlijke evolutie van zijn persoon hoorde om dieper en ietwat krachtiger te gaan spelen. Je kunt deze verzameling best vanuit dat standpunt beluisteren en de pijnlijke allerlaatste opnamen neem je er dan maar als historisch document bij. Er zitten ook nog twee aardigheidjes bij deze verzameling. Eén: de laatste cd bevat fragmenten uit interviews met Lester Young, met soms verhelderende en ook wel hilarische commentaren. Twee: in het begeleidend boekje staat een lexicon van het slang waarvan Young zich graag bediende. Zoals deze: "Hat: a woman, as in 'I see you're wearing a new hat'."

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234