Zaterdag 16/01/2021

Een 'sentimentele socialist' in de tuin

Voor wie een beetje geïnteresseerd is in tuinen en af en toe ook deze Groenpagina leest, klinken namen als Gertrude Jekyll en Sissinghurst bekend in de oren. Van William Morris hebt u wellicht nog nooit gehoord en u zal zijn naam ook niet tegenkomen in de tuingeschiedenisboeken. Terwijl hij misschien wel de echte vader is van de Engelse tuin.

William Morris (1834-1896) was een erg veelzijdig man. Hij is vandaag vooral bekend als een van de grondleggers van de befaamde Arts & Crafts-beweging, misschien nog het best te vergelijken met onze art nouveau. In die hoedanigheid verwierf hij grote faam met zijn ontwerpen voor textiel en behangpapier, waarbij hij zich heel vaak inspireerde op florale motieven.

Maar hij was ook dichter, drukker, grafisch ontwerper, hij illustreerde boeken, ontwierp glasramen, schilderde, decoreerde huizen enz. Daarbij greep hij dikwijls terug op de door hem zo bewonderde Middeleeuwen en de gotiek - hij bezocht regelmatig Brugge waar hij ook zijn wittebroodsweken doorbracht.

In het verlengde daarvan was hij een gedreven architectuurcriticus die opkwam voor het behoud van het Brits bouwkundig erfgoed en respectvolle omgang ermee. "Elk oud gebouw moet worden beschouwd als een erfenis van de kunst uit het verleden, een erfenis die wij verschuldigd zijn aan de kunst van de toekomst. Het is niet onze absolute eigendom. Wij zijn slechts de bewaarders ervan en het is onze plicht om die onschatbare erfenis intact door te geven aan hen die na ons komen", zo stelde hij bij de oprichting van de invloedrijke Society for the Protection of Ancient Buildings, een vereniging die ook vandaag nog altijd bestaat en die in het begin van deze eeuw mee aan de basis lag van de oprichting van de National Trust. Deze laatste beheert heden ten dage honderden kastelen en historische gebouwen en sites (waaronder Sissinghurst) en bezit duizenden hectare kust- en andere natuurgebieden.

Tegelijk was Morris ook een belangrijk socialistisch voorvechter die in 1876, samen met o.m. de jongste dochter van Karl Marx, Eleanor, en de schrijver George Bernard Shaw, de Socialist League oprichtte. Die League kwam op voor betere arbeidsvoorwaarden, vrije meningsuiting en gelijkberechtiging van de vrouw. Het middel om dat te bereiken een betere vorming van de arbeider, door de integratie van de politiek met de kunst en de literatuur.

Bij Morris speelde ook zijn afkeer mee van de geïndustrialiseerde maatschappij met haar massaproductie. Die had niet alleen gezorgd voor minderwaardige producten, maar had de werkende mens bovendien beroofd van zijn enige waardigheid en trots: de voortbrengselen van zijn ambachtelijke vaardigheden. Friedrich Engels deed hem wegens dit soort opvattingen echter minachtend af als "a sentimental socialist".

Naast dat alles was Morris ook nog een gepassioneerd tuinier met zeer uitgesproken ideeën over de aanleg van een tuin, die regelrecht indruisten tegen de terzake heersende modes in het Victoriaanse Engeland. Maar die ideeën hebben wel een beslissende invloed gehad op mensen als William Robinson die met zijn boek The English Flower Garden (1883) zorgde voor een omwenteling in de Britse tuinwereld. En op het werk van die andere Britse tuinlegende, Gertrude Jekyll, die de ideeën van Morris verder uitwerkte en in haar vele tuinen in de praktijk bracht. Hierna volgen enkele van de krachtlijnen uit Morris' betoog. - Zorg voor eenheid tussen huis en tuin

De tuin, zo schreef Morris herhaaldelijk, moet een gebouw aankleden, hij moet een uitbreiding zijn van het huis en zorgen voor een harmonieuze overgang naar het landschap. Daarom moet de tuin rond het huis vrij formeel worden aangelegd, met bloembedden en hagen, rechte paden, enz. Wat volgens Morris te allen prijze moet worden vermeden is om rond het huis een soort minipark aan te leggen of de natuur te willen kopiëren met golvende terreinen en kronkelende paadjes.

"The garden, divided by old clipped yew hedges, is quite unaffected and very pleasant, and looks in fact as if it were a part of the house, yet at least the clothes of it: which I think ought to be the aim of the layer-out of a garden. It should by no means imitate either the wilfulness or wildness of Nature, but should look like a thing never to be seen except near the house. It should in fact look like part of a house."

Dezelfde redenering paste hij toe om de overgang van stad naar platteland harmonischer te laten verlopen: de randgemeenten, overvloedig beplant met sierbomen en fruitbomen, zouden een soort groene buffer moeten vormen, zodat de stad niet ongemerkt uitwaaiert over het platteland. Een idee waardoor hij ook kan worden beschouwd als een voorloper van de ontwerpers van de 'tuinsteden' uit het begin van deze eeuw.

- Omsluit de tuin met bomen, hagen of een natuurlijk ogende afsluiting

Morris' tuinideaal was geïnspireerd door de middeleeuwse hortus conclusus, een symmetrische structuur met rechte paden en bloemperken met een overvloed aan eenvoudige bloemen en aan alle kanten omsloten door bomen of hagen. Als de tuin groot genoeg is moet hij in verschillende 'kamers' worden verdeeld, andermaal met hagen, bomen of gevlochten matten van hazelnoot- of wilgentakken.

Die idee van aparte tuin'kamers' en van een overvloed aan bloeiende bloemen binnen een strakke, formele structuur, was in zijn tijd totaal nieuw. Pas in de eerste helft van deze eeuw vond ze op grote schaal navolging, met als meest grandiose voorbeelden de tuinen van Hidcote en Sissinghurst. Maar de allereerste tuin aangelegd volgens deze principes was die van Morris zelf, bij zijn eerste huis, The Red House, gebouwd rond 1860.

- Respecteer de lokale identiteit

Tegenover de toenemende uniformisering en massaproductie bepleitte Morris de regionale diversiteit: het gebruik van lokale materialen en technieken en respect voor traditionele bouwstijlen. In het verlengde daarvan kwam hij ook op voor het gebruik van inheemse planten die van nature in de omgeving voorkomen. Een huis, zo schreef Morris, "neemt altijd een stukje weg van de wilde bloemen en struiken die er ooit groeiden. Laten we daaraan denken bij de aanleg van een tuin".

Ook dit pleidooi ging regelrecht in tegen de toenmalige mode om de tuinen te decoreren met allerlei exoten die in groten getale door plantenjagers werden aangevoerd, met hybriden met steeds grotere bloemen en fellere kleuren, en tegen het massaal gebruik van eenjarige perkplantjes, "een mode die klaarblijkelijk bedoeld is om te tonen hoe afschuwelijk lelijk ook bloemen kunnen zijn", zo schreef hij sarcastisch. "De tuin moet een uiting zijn van de wisselende seizoenen, eerder dan een bewijs voor de efficiëntie van de kweekserres."

Morris was ook een van de eersten om campagne te voeren voor het behoud van de inheemse fauna en flora, tegen het kappen van inheemse bomen, het rechttrekken van rivieren enz.

- Gebruik eenvoudige bloemen

In aansluiting bij het vorige principe gebruikte Morris in zijn tuinen en voor zijn florale decoraties alleen de eenvoudige, ongecultiveerde bloemen en planten, in plaats van de extreem veredelde hybriden met dubbele bloemen waarover hij schreef: "Change without thought of beauty, change for the sake of change." - Integreer bestaande bomen in de tuin

Bomen waren voor Morris een essentieel onderdeel van de tuin. Niet alleen om de tuin zelf structuur te geven, maar ook om vanuit de woning te worden gezien. Hij reageerde - in de tweede helft van de vorige eeuw! - fel tegen de praktijk van bouwmaatschappijen die terreinen met oude huizen en bomen opkopen, alles met de grond gelijkmaken om er dan nieuwe, beter aangepaste huizen te kunnen bouwen.

In een van zijn vele lezingen zei hij hierover: "In our part of the world few indeed have any mercy upon the one thing necessary for decent life in a town, its trees; till we have come to this, that one trembles at the very sound of an axe as one sits at one's work at home."

Zijn eigen Red House, gebouwd in een oude boomgaard, werd zo ontworpen dat geen enkele oude boom moest sneuvelen.

- De opbrengsttuin

Een tuin diende voor Morris niet alleen mooi te zijn, hij moest ook nuttig zijn, met een moestuin, een boomgaard of minstens wat kleinfruit enz. In alle tuinen die hij in de loop van zijn leven bezat lag een uitgebreide moestuin. Zelfs bij zijn ateliers zorgde hij in de mate van het mogelijke voor een groentetuin waarvan de opbrengst gebruikt werd om het personeel te voeden. - Zorg voor ruimte voor rust en ontspanning

Voor Morris was een tuin een bron van vreugde en mentale verfrissing. Daarom zorgde hij in zijn tuinen ook overal voor plaatsen om te zitten, iets te eten of gewoon wat te babbelen, om er eventueel wat te werken. Een grasveld kan worden gebruikt worden voor sport en spel of als ruimte om een grote groep mensen te ontvangen.

Ook vandaag klinken de ideeën van Morris over de tuin - gebaseerd op respect voor het verleden en harmonie met de natuur - nog verrassend actueel.

Over het belang van tuinen en planten in leven en werk van Morris verscheen onlangs een prachtig boek The Gardens of William Morris, geschreven door Jill Duchess of Hamilton, Penny Hart & John Simmons (uitg. Frances Lincoln, Londen, 1998, ISBN 0 7112 1370 4)

Een paar van de huizen waar Morris ooit woonde, met de daarbij horende tuinen (die na meer dan honderd jaar overigens sterk veranderd zijn) kunnen worden bezocht:

- The Red House, Upton (Bexleyheath), Kent

- Kelmscott Manor, Broadwell (Lechlade), Oxfordshire

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234