Donderdag 28/10/2021

Een saxofonist voor de eeuwigheid

Bij doorgewinterde jazzkenners klinkt de naam Illinois Jacquet als een klok: een showbeest uit één stuk, een saxofonist voor de eeuwigheid. In de band van Count Basie werd hij The King genoemd, maar voor de jonge generatie jazzliefhebbers is Jacquet bijna een onbekende. De nu zesenzeventigjarige tenorsaxofonist stamt dan ook uit een ander tijdperk, toen jazz nog dansmuziek was en toen de reizende big bands van Duke Ellington en Count Basie de agenda bepaalden. Van de jazzmicrobe is Illinois Jacquet maar niet te genezen, en gelukkig maar: hij is een van de weinige overblijvende getuigen uit het swingtijdperk. En de man is springlevend, dat komt hij zaterdag in Antwerpen bewijzen. Een gesprek.

Didier Wijnants

Praten doet Illinois Jacquet als een volbloed Texaan: met breed uitgesmeerde klanken en weinig medeklinkers. Hij werd geboren in Broussard, Louisiana als Jean Baptiste Jacquet, vierde zoon van een muzikaal gezin met creoolse wortels (de naam 'Jacquet' mag je dus ook op zijn Frans uitspreken). Zijn jeugd bracht hij door in Houston, Texas en dat is dus nog steeds hoorbaar. In 1942 katapulteerde hij zich naar de eeuwigheid met die ene solo in 'Flying Home' met de Lionel Hampton Big Band. Nadien werd hij ster bij Cab Calloway en King bij Count Basie. Hij wordt sindsdien gedoodverfd als dé vertegenwoordiger van de zwoele, erotische Texas tenor sound. Zijn reputatie van onverbeterlijke showman wil hij in elk geval nog alle eer aandoen, zeker als hij naar Antwerpen komt, waar hij dankzij de Antwerpse Jazzclub talloze vrienden gemaakt heeft. Zij zullen hem zaterdag ontmoeten: the world's greatest living tenor saxophonist, zoals hij op 'The Official Illinois Jacquet Homepage' wordt genoemd.

Jacquet valt uit de lucht: "Homepage? Internet? Sta ik daar dan op?" Maar het compliment neemt hij graag in ontvangst. En hoe komt het dat we hem hier zo lang al niet meer gezien hebben? Illinois Jacquet: "Ach, een tijdje terug is de voorzitter van de Antwerpse Jazzclub overleden, Louis Vaes, een dierbare vriend en een grote bewonderaar. Hij heeft ons meerdere keren uitgenodigd. In Den Haag zijn we een tijdje terug nog wel geweest. Dat was de eerste keer dat ik bijna flauwviel op het podium. De mensen zaten bij wijze van spreken op onze schoot en onder de spots werd het bloedheet. En het publiek liet ons niet meteen gaan, vroeg altijd om extra's, steeds meer. Ik vind het natuurlijk mooi als de mensen van onze muziek houden, maar in dat geval: I was running out of gas!

"Dan heb ik liever die fameuze concertzaal in Amsterdam waarin ik ooit speelde, dat was zoals een soepterrine. De band die daar speelde was zo'n beetje het vlees in de soep. Ik kwam van helemaal boven en slingerend door het publiek baande ik mij een weg naar het podium. Dat was een van de fascinerendste zalen waarin ik ooit gespeeld heb. Dat moet 1957 of 1959 geweest zijn." Jacquet barst in lachen uit als ik hem vertel dat ik toen nog niet eens geboren was: "My God!" En hij zingt met een stem à la Louis Armstrong: "You don't know what I'm talking about." Maar het stemt hem tevreden dat ook de jongere generatie voor zijn muziek te vinden is.

Jacquet: "Dat is zo'n beetje de missie van mijn big band. Toen ik voor het eerst met de groep begon, hadden we kerels als Eddie Barefield, maar die zijn intussen jammer genoeg overleden. Ik hou ervan om een goede mengeling te hebben van jonge energie en kerels met wat meer ervaring. Dat houdt de jazz op niveau, helemaal in de lijn van de traditie. Ik wil niet te veel uitvlakken en rechttrekken. Want wat je niet weet, kun je nooit goedmaken. Heel wat jonge muzikanten weten helemaal niet wat er aan hen voorafgegaan is. Ze hebben Louis Armstrong of Coleman Hawkins niet uit eerste hand gehoord. Ze weten dus niet echt wat de wortels zijn. Ik probeer mijn band wel te moderniseren, maar helemaal in de stijl van de traditie. Want voor mij is er maar één ding dat telt: ik wil dat de mensen met de vingers knippen en met de voeten stampen, dat ze gewoon mee zijn met de muziek."

Vindt hij dan dat de mensen op zijn muziek moeten dansen? Jacquet: "Als het een dans is, ja. Ik heb ook andere nummers, maar dansnummers zijn een essentieel element in de jazztraditie. Alle oorspronkelijke bands speelden ten dans, omdat het de enige manier was om de massa aan te trekken en geld te verdienen. Alle bands die ik in mijn jeugd hoorde, waren dance bands. Nadien begonnen ze ook in concertzalen op te treden, waarbij het publiek gewoon op een stoel zit. Het was een heel andere context en het bracht ook een wat andere manier van performen mee, dat moet je allemaal ondervinden."

Nieuwsgierig vraagt hij zich af of de mensen in Antwerpen zullen dansen, maar daar zal in de concertzaal van de Luchtbal allicht geen sprake van zijn. "Misschien kunnen ze wel dansen in hun hoofd," leg ik hem voor, wat hem opnieuw een schaterlach ontlokt. Dancing in your head, dat vindt hij een perfecte titel voor een nieuwe plaat, maar helaas heeft Ornette Coleman die al gebruikt. Jacquet, schertsend: "Wat? Ornette Coleman? Dansen in zijn hoofd? Hij zal wel dansen met zichzelf zeker? Stel je voor dat die ook uit Texas komt."

De pionier van de free jazz is duidelijk geen verwante ziel. Jacquet: "Neen. But everyone has the right to pick his automobile when he buys one. Ik verzet mij niet tegen wat voor muziek dan ook. Muziek is altijd een aanvoelen. Wij van onze kant zijn bezig met de traditie van de grote jazzmeesters. In mijn tijd waren ze nog allemaal in leven: Ben Webster, Coleman Hawkins, Lester Young, Charlie Parker, Dizzy Gillespie, Roy Eldrige. Als je dat allemaal gehoord hebt, denk je gauw dat je het einde van de weg hebt bereikt. En als ik vandaag rondkijk besef ik: ze zijn er niet meer. Dat maakt me een beetje eenzaam, weet je. Want ik ben ermee opgegroeid. Het is zoals je ouderlijk huis verlaten. Al die jaren heeft je moeder je broodjes klaargemaakt en plots word je geconfronteerd met wat anders: wat is dat voor troep, ze maken ze niet zoals mama het deed! Ook met de muziek zal het nooit meer zijn zoals met de echte meesters.

"We hebben natuurlijk de platen en die zullen altijd goed blijven klinken. Maar als je mijn groep hoort, besef je dat we volledig in die traditie zitten. Het is geen imitatie, niet exact hetzelfde. Maar de stijl is dezelfde, dat zou ik nooit kunnen veranderen, omdat ik de muziek zo aanvoel. Ik ben nu zesenzeventig en ik ben ook een bevoorrechte getuige, want ik was erbij en ik behoud diezelfde traditionele manier van performen. Het is een geschenk van God."

De Illinois Jacquet Big Band concerteert op zaterdag 10 oktober in C.C. Luchtbal in Antwerpen. Info: 03/542.49.40.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234