Donderdag 24/06/2021

Een samenzwering van maffiosi en marginalen

Lee Harvey Oswald schoot John F. Kennedy dood, maar tegelijk waren het maffiosi als Carlos Marcello, Santo Trafficante en de infame Jimmy Hoffa die hem vermoordden. De beruchtste moord van de twintigste eeuw was niet het werk van een eenzame schutter, noch een complot van de CIA of FBI. Het zat er tussen in. Het ging om 'a conspiracy of mobsters and misfits'. Dat is de conclusie van het nieuwste wetenschappelijke onderzoek naar de moord op de Amerikaanse president John F. Kennedy in Dallas, Texas, op 22 november 1963, om half één precies.

Door Walter Pauli

Weinig andere moorden in de geschiedenis zijn met zoveel complottheorieën omgeven als de moord op Kennedy. Zo gaf cineast Oliver Stone, de meester van de (manipulatieve) montage, in 1991-1992 de discussie een forse impuls. Wie zijn film JFK zag, was ervan overtuigd dat Lee Harvey Oswald slechts een klein radertje was in een groot complot, als hij al zelf de trekker overhaalde van het fatale schot.

JFK leidde tot hevige debatten, net in de aanloop van de presidentscampagne tussen Bill Clinton en George Bush sr. In die geladen sfeer keurde het Congres de Kennedy Assassination Records Collection Act goed: de opdracht om alle beschikbare informatie over de moord op Kennedy te verzamelen en vrij te geven. Er kwam een 'Review Board' om alle documentatie bijeen te brengen en toegankelijk te maken. Die is reusachtig, onoverzichtelijk en incoherent. De beruchte Warrencommissie besloot vlak na de moord: "Lee Harvey Oswald was a lonely gunner". In de jaren zeventig concludeerde het House Select Committee on Assassinations dan weer: Kennedy was "probably" vermoord als gevolg van een samenzwering. Maar sinds 1992 is al dat materiaal van al die onderzoeken dus beschikbaar.

Zo zag academicus David E. Kaiser zijn kans. Deze gereputeerde historicus, auteur van een lange reeks wetenschappelijke boeken, is hoogleraar aan het departement Strategy and Policy van het Naval Warfare College. Dat is een van de belangrijkste academische opleidingsinstituten van het Amerikaanse leger, waar het kruim van de toekomstige generaals en admiraals de opleiding voltooit. In het ontrafelen van de moord op Kennedy zag Kaiser juist een goede gelegenheid om te wieden in de honderden theorieën over samenzweringen en complotten daarover. Hij schreef zijn bevindingen neer in The Road to Dallas. The Assassination of John F. Kennedy, verschenen bij de universitaire uitgeverij van Harvard. Het is niet het zoveelste Kennedyboek, het is de eerste - en tot er nieuw materiaal zou opduiken de 'definitieve' - wetenschappelijke studie over deze nochtans al duizendvoudig belichte moord.

Er dringt zich evenwel een leeswijzer op bij zijn turf van 500 pagina's. Dit is geen whodunit. Kaiser werkt niet filmisch, schrijft geen roman. Hij onderzoekt een moord die zo goed als onoplosbaar leek, ontrafelt een kluwen dat uiterst ingewikkeld in elkaar gedraaid was. Want geconstrueerd om nooit ontward te raken. Als de maffia iemand neerkogelt, zeker een president van de Verenigde Staten, dan bestaan er geen verslagen van de bijeenkomsten waarop die beslissing viel. Dan heb je ook geen interviews in tijdschriften achteraf: 'Ja, ik was erbij.'

Maar omdat de feiten nu eenmaal gepleegd zijn, is en blijft er een veelheid sporen en aanwijzingen. Die heeft Kaiser opgespoord, nageplozen, gewogen en juist of fout bevonden. Het onderzoek bestaat uit zeer veel 'circumstantial evidence', maar dan zo veel dat de omsingeling van de feiten quasi totaal is, en dat er geen andere uitweg is voor stukjes geschiedenis dan 'zich over te geven' aan het oordeel van de lezer.

De Kennedybroers beginnen hun politieke carrière in de vroege jaren vijftig. Het zijn hoogdagen voor de maffia. Stilaan hebben die (delen van) steden als Las Vegas, New York, Chicago of Miami onder controle, krijgen ze sectoren als het hotelwezen en de entertainmentindustrie in hun greep, en verstevigen ze hun banden met het politieapparaat en de politieke wereld. In de context van Koude Oorlog wordt 'the mob' weinig in de weg gelegd. FBI-baas J. Edgar Hoover ontkent zelfs dat er in zijn land zoiets bestond als een 'National Crime Syndicate'.

Dat beeld ligt op 14 november 1957 aan diggelen. Toevallig stuit de politie op de 'Apalachin Meeting', de historische top van een honderdtal maffiakopstukken, met mannen als Santo Trafficante jr., de big boss in Havana, of Joseph Civello, de 'caporegime' of luitenant van Carlos Marcello. Civello controleert Dallas in opdracht van Marcello. Die resideert in New Orleans, de voor de maffia essentiële invoerhaven van drugs. Zij leiden maffiafamilies die het grote publiek zo goed kent (of meent te kennen) sinds de 'Godfather'-films. Het zijn netwerken met advocaten, zware jongens, huurmoordenaars, koeriers, dieven, tipgevers, hun zonen, vrouwen en moeders.

In die jaren vijftig vinden we in dergelijke families intrigerende namen terug. Jacob Rubinstein (° 1911) bijvoorbeeld, een zoon van Russisch-Joodse emigranten die in 1947 vanuit Chicago naar Dallas verhuist. Rubinstein is zo'n zevenderangs-onderwereld-mannetje, die overleefde op kleine jobs bij de paardenraces, de business van slotmachines en door vakbondsinfiltratie. In Dallas mag hij een dancehall uitbaten die al snel een stripclub wordt. Rubinstein hoort er immers tot de vriendjes van hoger vermelde Joseph Civello. Intussen had Jacob Rubinstein al een tijd zijn naam veramerikaniseerd. Nu heet hij 'Jack Ruby'.

Lee Harvey Oswald (° 1939) veranderde zijn naam nooit. Hij woont afwisselend bij zijn moeder Marguerite Claverly Oswald en zijn oom, Charles 'Dutz' Murret. Ex-bokser 'Dutz' werkt samen met Sam Saia, die voor rekening van Carlos Marcello de speelhuizen van New Orleans controleert. Oswalds eigen moeder heeft nogal wat relaties met mannen, meestal gangsters uit de naaste omgeving van, weerom, Carlos Marcello. Een van haar beste vrienden is Sam Termine, de persoonlijke chauffeur van Carlos Marcello. Officieel is hij in dienst bij de Louisiana State Police. De maffia is overal.

Maar vooral: de twee meest enigmatische namen die verbonden zijn met de moord op Kennedy, namelijk moordenaar Lee Harvey Oswald en Jack Ruby (die op zijn beurt Oswald neerkogelde), horen vanaf de jaren vijftig tot hetzelfde netwerk van dezelfde maffiabaas, Carlos Marcello.

Halfweg de jaren vijftig zijn de Kennedy's nog volop aan het timmeren aan hun politieke weg. Het was de levenslange ambitie van hun vader, de oude en steenrijke Joseph Patrick sr., nog bij zijn leven 'een Kennedy' als president van de Verenigde Staten te zien. In de Tweede Wereldoorlog sneuvelt echter zijn oudste zoon, Joseph Patrick jr.. De hoop rust voortaan op zijn tweede zoon, John Fitzgerald 'Jack' Kennedy (° 1917) - JFK. Die krijgt alle hulp van zijn jongere broer, de briljante jurist Robert 'Bobby' Kennedy (° 1925) - RFK.

De 'Ierse' Kennedy's zijn katholiek, en dat sluit in die jaren een topcarrière via de Republikeinen uit. Al heeft vader Joseph uiterst rechtse politieke denkbeelden, hij is veroordeeld tot de Democratische Partij. Maar hij gebruikt zijn hele netwerk. Hij introduceert Robert bij zijn vriend, de Republikein Joe McCarthy. Die begint op dat ogenblik zijn heksenjacht op communisten via spectaculaire, en voor zijn 'slachtoffers' vernederende hoorzittingen. Robert moet McCarthy als juridisch adviseur bijstaan. Prima training, vindt pa.

Dat is het ook. Robert ziet de aantrekkingskracht van de politicus-onderzoeksrechter. Samen met zijn broer Jack specialiseert hij zich voortaan in de publieke bestrijding van de georganiseerde misdaad. Tot grote onrust van hun vader, een zakenman met contacten met de onderwereld, nemen zij vanuit het Congres de leiding van een commissie die onderzoek doet naar de georganiseerde misdaad, en vooral naar afpersing en 'racketeering' bij de vakbonden. De Kennedy's viseren vooral de 'Teamsters', de machtige vakbond van Jimmy Hoffa. Robert Kennedy perfectioneert de technieken van McCarthy. In ongenadige ondervragingen zetten de Kennedy's niet alleen Hoffa in zijn hemd, maar ook zijn maffiavriend Paul Dorfman en diens stiefzoon Allen. Allen Dorfman was een jeugdvriend van Jack Ruby.

Zo leert de VS Jack en Robert Kennedy kennen. Als twee jonge, 'witte ridders', op weg naar wat later het 'Camelot' van Washington zou heten.

Net toen John en Robert Kennedy hun laatste stap naar het Witte Huis inzetten - de campagne voor de presidentsverkiezingen van 1960 - gebeurt iets wat zowel zijzelf als de maffia ongehoord vinden: de machtsgreep van Fidel Castro in Cuba, in januari 1959. In één klap verliest de maffia in Havana hotels, casino's en bordelen, en dus de controle op miljoenen dollars. Tegelijk lijdt de hele politieke elite gezichtsverlies tegen een een handvol guerrillero's met baard en sigaar. En dat midden in de Koude Oorlog.

President Eisenhouwer geeft de CIA carte blanche: ruim het Castroregime op, vermoord zo nodig Castro. Maar zorg ervoor dat niemand dat weet. Washington riskeert geen te openlijke interventie maar werkt via tussenmannen en stro-organisaties. Enter het netwerk van de Cubaanse vluchtelingen in Miami. Enter dus de maffia. Via een complex stelsel van anti-Castrocomités en -organisaties sluist de Amerikaanse regering miljoenen door naar een door de maffia geïnfiltreerd milieu. Die koopt er wapens mee, rekruteert mensen, betaalt ze, werkt aan moordcomplotten tegen Castro, maar gaat in 1961 ook mee ten onder in de mislukte invasie van 'de Varkensbaai'. De steun aan de contra's zorgt voor een branche van gesubsidieerde illegale activiteiten die het Witte Huis hoe dan ook in een vervelende positie brengt: van dit hele web mag de publieke opinie niets weten.

In dat netwerk vindt Lee Harvey Oswald emplooi. Hij raakt lokaal bekend als een communist met Castrosympathieën, verhuist zelfs naar de Sovjet-Unie, maar dat was slechts schijn. Zijn job bestaat erin de pro-Cubaanse club te infiltreren en op te jutten tot illegale activiteiten, zodat de politie kan optreden en linkse bladen en clubjes bij het Amerikaanse publiek in diskrediet raken.

De steun aan de anti-Cuba-activisten - en dus aan de maffia - wordt trouwens niet afgebouwd, maar veeleer geïntensifieerd nadat John F. Kennedy in 1960 tot vijfendertigste president van de Verenigde Staten wordt verkozen. Eigenlijk mest hij de maffia vet. Zijn eigen aartsvijanden.

In de entourage van president Kennedy duiken trouwens figuren op (zoals Frank Sinatra) die halvelings tot 'the mob' behoren. De president zelf versiert de mooie Judith Campbell. Zij is ook het liefje van John Roselli, rechterhand van maffiabaas San Giancana. Ook met hem had la Campbell een affaire.

Net in die periode heeft Jack Kennedy zijn eigen broer Robert aan het hoofd van het justitiële apparaat geplaatst. Als 'attorney general' (minister van Justitie) voert die de jacht op de georganiseerde misdaad nog verder op. Robert Kennedy zet Hoffa pas goed het mes op de keel. Het is een meedogenloze strijd. Eén op leven en dood.

In 1961 spreekt maffiadon Carlos Marcello 'een Siciliaanse vloek' uit over RFK: 'Neem deze steen uit mijn schoen.' Maar voor een concreet opruimingsbevel voor Bobby Kennedy schrikt hij terug: "Dan stuurt de president de Mariniers achter ons aan." Om Bobby af te stoppen, moeten ze dus de president zelf hebben.

In maart 1963 vindt de beslissende vergadering plaats in het Town and Country Motel in New Orleans. Jimmy Hoffa heeft zijn raadsman Frank Ragano naar het zuiden gestuurd. Ragano moet onderhandelen over een illegale investering met gelden uit de pensioenkassen van de vakbond. Hij moet ook onderzoeken of het waar is dat er wéér een nieuw justitieel onderzoek naar geld van de Teamstersbond op handen is. Ragano ontmoet er Carlos Marcello en Santo Trafficante. Niemand spreekt de conclusie tegen: "Iemand moet die verdomde Kennedy's vermoorden." In die vergadering valt ook de naam van de zetbaas in Dallas, Joe Civella. De patron van zowel Jack Ruby als de Oswaldfamilie. Hij zoekt uitvoerders voor het plan bij zijn meest marginale medewerkers. Loosers, maar wel beschikbaar, gehoorzaam en efficiënt.

Als bekend raakt dat president Kennedy in november 1963 naar Dallas zal reizen, wordt het scenario uitgetekend. Vanuit Mexico, waar hij dan verblijft, komt 'communist' Lee Harvey Oswald terug. Hij reist naar Dallas met één doel: de president vermoorden. Anders dan vaak beweerd wordt, kan Oswald wél schieten en mikken. En goed ook.

Oswald doet wat hij hoort te doen. Hij pleegt de perfecte moord, maar maakt zijn grote fout in de vlucht: in paniek schiet hij een agent neer, J.D. Tippit. Dát brengt de politie van Dallas op zijn spoor. Anders was Oswald volgens plan naar Mexico kunnen ontkomen. Daar zou ook hij trouwens vermoord zijn. Dat hadden zijn maffiavrienden vooraf afgesproken. Geen risico.

Oswalds onverwachte arrestatie zet een noodplan in werking. Ook Jack Ruby is even onbelangrijk als betrouwbaar. Financieel is hij met handen en voeten gebonden aan de maffia. Hij krijgt 'an offer he can't refuse'. Twee dagen na de moord op Kennedy schiet Ruby Oswald dood. Hij verklaart dat hij het deed om de weduwe Jackie Kennedy-Bouvier de pijnlijke confrontatie met de moordenaar te besparen. Het is de eerste keer in zijn leven dat de brutale uitbater van een stripteasetent zich laat betrappen op mededogen met een vrouw. In 1967 stierf Jack Ruby in de gevangenis aan kanker. Hij heeft nooit gesproken.

Hij had het ook niet moeten riskeren. Na de moord zetten Marcello en co. een van de meest geslaagde cover-ups uit de geschiedenis op. De maffia gebruikt hun hele netwerk, zoals de pen van Pulitzerprijs winnend journalist Hal Hendrix. Die had in september 1963 een heuse primeur toen hij tot in detail de coup beschreef die de linkse president Juan Bosch van de Dominicaanse Republiek fataal werd - helaas één dag voor die staatsgreep echt plaatsvond.

En als kroongetuigen zelfs maar loslippig zouden kúnnen zijn, loopt dat fataal af. John Roselli, dat andere ex-liefje van de mooie Campbell, zegt bij een ondervraging in 1977 net een tikje te veel tegen een parlementaire onderzoekscommissie. Een maal laat hij de naam Trafficante vallen. Twee weken later wordt zijn lichaam gevonden in een olievat, drijvend nabij Miami. Datzelfde jaar nog plegen drie cruciale getuigen op korte tijd zelfmoord. Allen waren ze ingelicht dat ze ondervraagd zouden worden door een onderzoeker van The House Select Committee on Assassinations. Met de dood van Carlos Marcello, in 1993, stierf de laatste betrokkene. Hij stierf een natuurlijk dood, als een vrij man. De gerechtelijke pagina is omgeslagen.

De beurt is dus aan historici zoals David Kaiser. Hoewel hij indirect zijn kans kreeg door JFK, staan zijn conclusies ver af van die van Oliver Stone. Kennedy werd níét vermoord om zijn Cubapolitiek, wel integendeel. Lee Harvey Oswald schoot en vermoordde de president zelf. Als er al een tweede schutter was (wat Kaiser niet helemaal uitsluit), dan heeft die gemist. Oswald wist wat hij moest doen. Jack Ruby trouwens ook.

Dit is niet het zoveelste Kennedyboek, het is de eerste en voorlopig 'definitieve' wetenschappelijke studie over de al duizendvoudig belichte moord

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234