Maandag 21/10/2019

Interview

“Een samenleving kan maar werken als er regels zijn die we allen respecteren”

Anniek Gavriilakis. Beeld Damon De Backer

Anniek Gavriilakis (38), directeur van Bond zonder Naam, liet zich een week opsluiten in de gevangenis van Hasselt, om zich in te leven in de wereld achter tralies. Weer op vrije voeten pleit ze nog meer voor detentie gericht op herstel en re-integratie. “De manier waarop onze gevangenissen nu zijn georganiseerd gaat terug op een idee van twee eeuwen geleden.”

“Hard in haar menselijkheid”, zo omschreef kunstenaar Koen Vanmechelen haar al. Met Anniek Gavriilakis aan het hoofd is Bond zonder Naam meer dan de bekende spreuken alleen. “Over menselijkheid sluit ik geen compromissen”, spreekt ze klare taal. “De wereld heeft er nood aan om mensen niet te snel weg te zetten. Ze zijn meer dan hun misdrijf, hun tegenslag of de papieren die ze missen. Vandaar mijn pleidooi om dieper te luisteren, langer te kijken voor we oordelen.”

Stop Anniek Gavriilakis vooral niet in een ivoren toren: wat ze zegt, wil ze baseren op ervaring. Zo trok ze vorig jaar nog met een groep daklozen naar de Ardennen, om kansarmoede een gezicht te geven. Twee jaar geleden draaide ze mee op de sociale dienst van Bond zonder Naam, die vluchtelingen hulp biedt. Nu liet ze zich vijf dagen opsluiten in de gevangenis van Hasselt, van ’s morgens vroeg tot ’s avonds laat. Een week zonder smartphone, zonder haar twee kinderen. In de plaats daarvan: op cel eten, strijken, poetsen en ‘luchten’, zoals de andere gedetineerden. Eerst bij de vrouwen, daarna op de drugsvrije mannenafdeling. “Dit was een echte eyeopener.”

U stapte de gevangenis binnen ‘zonder verwachtingen’. Wat heeft die week u bijgebracht?

“Dat het een illusie is dat onze schaduwkant niet meer bestaat omdat hij achter tralies leeft. Een samenleving stopt niet aan de gevangenispoort, integendeel. En als je jezelf verbindt met wat je hebt weggestopt, raak je een stuk aan dat integraal deel uitmaakt van wie je bent. Dat was een levensles voor mij.”

“Wat ik nog opmerkelijk vond: ook al kun je het hele gevangenissysteem niet in één-twee-drie veranderen, je kunt wel persoonlijk het verschil maken. Zo zag ik een bewaker die ervoor koos om gedetineerden met hun voornaam aan te spreken, of hen een hand te geven. Dat betekende voor velen een ongelooflijk verschil.”

Hoe moet het systeem veranderen volgens u?

“De manier waarop onze gevangenissen vandaag zijn georganiseerd, gaat terug op een idee van twee eeuwen geleden: eenzame opsluiting, focus op controle, allemaal cellen naast elkaar. Maar de cijfers tonen aan dat veel ex-gedetineerden hervallen. Dan stel ik me de vraag: in hoeverre is de veiligheid die je daar wilt creëren een valse veiligheid?”

“De criminologie wijst al langer op het belang van herstelgerichte detentie: een straf met als doel de aangerichte schade te herstellen, tegenover de samenleving, de slachtoffers en de gestrafte zelf. Zo gaan er ook stemmen op voor kleinere detentiehuizen: met minder gedetineerden werken aan een herstelplan op maat. Met meer contact ook met de buitenwereld, zodat ze weer iets kunnen betekenen voor de omgeving.”

“Maar tussen die visie en de praktijk zit heel wat tijd, zit ook een maatschappelijke verrechtsing die het moeilijk maakt om met die thema’s naar buiten te komen. Dat vraagt moed. Politici zitten er echt niet op te wachten om daar een agendapunt van te maken. Je maakt je er niet bepaald populair mee.”

U hebt het niet zo begrepen op straffen?

“Toch wel, een samenleving kan maar werken als er regels zijn die we allen respecteren. Het is absoluut noodzakelijk om sommigen er even van tussen te halen. Maar het is wel belangrijk dat we de lengte van een celstraf en de invulling ervan in vraag blijven stellen.”

Anniek Gavriilakis: ‘Mijn vrijheid is me nu zoveel meer waard.’ Beeld Damon De Backer

U zag de voorbije week een ‘grauwe omgeving met maar weinig invulling’. Minder dan de helft van de gevangenen had een dagtaak.

“Ik zag er ook maar weinig die hun passie konden uitoefenen. Meer vanuit het talent werken zou de detentie nochtans zinvoller maken, en het risico op herval kleiner. Ik heb een kapster ontmoet die er elke dag mocht knippen en brushen. Maar alle anderen deden eentonig fabriekswerk: knopen aannaaien, strijken, poetsen. Talent krijgt er geen kans. Zo ontmoette ik een Belgisch kampioene atletiek die mij meesleurde naar de fitness. Vier dagen spierpijn hield ik eraan over. (lacht) Maar ik dacht: wat zou jij een goeie personal coach zijn. Buiten kan ze dat niet waarmaken, ze zit nog vijftien jaar vast. Maar waarom spelen ze daar in de gevangenis niet op in? Geen budget, klonk het. Ook al verdienen ze maar een paar cent per uur.”

U zat ook op de drugsvrije mannenafdeling: zo hebben we er in ons land maar twee. In Brugge en in Hasselt. Is dat een hoopvol initiatief?

“Ik geloof hard in dit soort drugshulpverlening. Drugs – en de gevangenis zit er vol van – zijn nefast voor de recidivecijfers. Op deze afdeling lag het herval een stuk lager. De cipiers deden er aan ‘warme bewaking’: ze waren meer maatschappelijk werker. Zij vertelden me hoe ze die mannen als junkies zien binnenkomen, grauw in hun gezicht. Maar na een aantal maanden krijgen ze weer kleur, en motivatie.”

Ook al is het een ver-van-ons-bedshow, de gevangenis belangt ons allemaal aan, vindt u. Hoezo?

“Er zijn ruim 10.000 gevangenen in ons land, 98 procent komt ooit vrij. Dan wordt het je buurman, of iemand die naast je staat op de bus of aan de schoolpoort. De vraag is: hoe wil je dat zij vrijkomen? Als een tikkende tijdbom of als een betere versie van zichzelf? Het is in het belang van onze samenleving, en dus van onszelf, dat er in de gevangenis wordt gewerkt aan verantwoordelijkheden.”

“Veel gevangenen vertelden me ook over hun angst om vrij te komen: detentieschade, heet dat. Ze hebben geen weet van sociale media, ze hinken achterop bij de vooruitgang in de wereld. Bovendien speel je er ook een groot deel van je initiatief kwijt, je wordt passief. Zo hoorde ik verhalen van gevangenen die één keer per maand de vrijheid krijgen, bijvoorbeeld om te solliciteren, maar die ook dan voor een deur blijven wachten tot een ander die voor hen opendoet. Ook voor mij was dat confronterend: hoe het is om jezelf af te leggen, voortdurend te wachten op een ja of nee van een ander.”

Vlak na uw ‘vrijlating’ schreef u in een sms: “Het was een van de moeilijkste, maar mooiste weken ooit.” Hoe voelde het om die deur definitief dicht te trekken?

“Dat was best ontroerend. Ik kreeg een afscheid zoals iedereen op de drugsvrije afdeling. Alle mannen kwamen in een cirkel rond mij staan en applaudisseerden. Een mooi moment was dat. En mijn vrijheid, die is me nu nog zoveel meer waard.”

Bond zonder Naam heeft vijf ex-gedetineerden opgeleid om te getuigen over hun ervaringen. Een lezing boeken kan via prisontalk@bzn.be.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234