Dinsdag 11/08/2020

Een rondleiding door de mensendierentuin

Guantánamo Bay

In Guantánamo riskeer je een boete van 10.000 dollar als je over een leguaan rijdt. Een gevangene in elkaar slaan kan daarentegen straffeloos. President Obama beloofde een jaar geleden een einde te maken aan de surrealistische wereld die zijn voorganger George Bush schiep, maar een sluiting van het kamp zit er voorlopig niet in. De Morgen trok naar Guantánamo voor een geleide rondleiding.

De hoofdverpleegster plant zich met beide benen stevig achter een tafeltje waarop blikjes en slangetjes staan uitgestald. Dit, wijst de potige vrouw in uniform, krijgen de gevangenen als ze weigeren te eten. ‘Ensure’, zo heet het product. De etiketten vermelden de smaken butter pecan (romige pecannotensmaak), vanille, chocolade of aardbei. “Smaakt heerlijk”, smakt de vrouw. De gele slangetjes dan, die dienen om de vloeistof in het blikje via de neus in de maag te krijgen. En neen, verzekert ze ons, dat gebeurt niet onder dwang. Integendeel, de hongerstakers werken goed mee. “Ze mogen zelf hun favoriete smaak kiezen. Meestal is dat butter pecan.”

We staren de hoofdverpleegster ongelovig aan. “Soms moeten we ze wat in bedwang houden”, geeft ze toe. Maar, vervolgt ze haastig: “De meesten vinden het heel leuk. Ze brengen zelfs hun eigen sonde in.” En ze vinden het ook lekker, knikt ze enthousiast. Je zou denken dat ze niets proeven omdat de vloeistof via een neussonde in de maag belandt. Maar dat klopt niet. Na afloop moet de gevangene altijd een boer laten en daardoor krijgt hij de smaak in de mond.” De hoofdverpleegster kijkt níét alsof ze een grap maakt. We staan in het ziekenhuis binnen het gevangenenkamp van Guantánamo Bay, op Cuba. Buiten is het heet, binnen werkt de airco ijzig perfect.

Ook een bezoek aan de afdeling ‘hongerstakers’ is een vast onderdeel van de rondleiding. Maar we krijgen geen gevangenen te zien die zelf een slang door hun neus proppen om die heerlijke Ensure binnen te gieten. Niet mogelijk, zegt de hoofdverpleegster. Hoeveel gevangenen weigeren te eten, komen we niet te weten. “Mag ik niet zeggen.” Maar we mogen gerust zijn: ze worden humaan behandeld.

Geschat wordt dat in Guantánamo Bay een tiental gevangenen weigert te eten. Ex-gevangenen getuigden al dat hongerstakers gedwongen worden gevoed door hen aan armen en benen vast te binden op een stoel. Mensenrechtenorganisaties hebben geprotesteerd tegen de praktijk van gedwongen voeding en in 2006 schreven meer dan 250 dokters uit zeven landen in het medische tijdschrift The Lancet dat de VS moesten stoppen met de praktijk. Maar dat doet de hoofdverpleegster hier af als flauwekul. We moeten begrijpen dat hongerstakers hier een hogere status hebben en dat sommige gevangenen doen alsof om die status te behouden. “Sommigen weigeren al jaren voedsel. Dat houdt toch niemand vol? Er zijn er een aantal die stiekem hun blikje Ensure komen halen, maar de schijn ophouden dat ze niet eten.”

Wie op Guantánamo aankomt, moet eerst de taal leren. Hongerstakers zijn hier geen hongerstakers maar personen die doen aan ‘voluntary total fasting’. Gedwongen sondevoeding heet ‘enterale voeding’. Slaapdeprivatie, waarbij gevangenen gedwongen wakker worden gehouden, heet ‘sleep adjustment’. Een gevangene geen eten geven, is dan weer ‘diet manipulation’. Als een militair hier spreekt over iemand met een “veranderde omgeving die een zekere graad van ongemak” met zich bracht, bedoelt hij eigenlijk dat de persoon in kwestie urenlang werd onderworpen aan oorverdovende heavy metal, stroboscooplichten en extreem hoge of lage temperaturen. ‘Gitmo-speak’, zo wordt de taal genoemd, die nieuwe militairen op Guantánamo al snel machtig zijn.

De eerste les die ze krijgen, is deze: er zitten geen gevangenen op Guantánamo. “Gedetineerden”, verbetert generaal Timothy Lake, de vicecommandant van het kamp, ons herhaaldelijk als we hem aanspreken. “Gevangenen zijn mensen die veroordeeld zijn en in een gewone gevangenis zitten. Wij hebben hier vijandelijke strijders. Dus gebruik alstublieft het woord gedetineerden.”

Foltering is nog zo’n woord dat ze hier niet kennen. “We behandelen de gevangenen hier fatsoenlijk”, zegt Paul Rester ons. “Ze worden enkel ondervraagd als zij dat willen.” Rester is directeur van de Joint Intelligence Group op Guantánamo en dus de hoofdondervrager van het kamp.

Sinds de vorige president George Bush in 2002 de Amerikaanse marinebasis op Guantánamo Bay openstelde voor het opsluiten van terreurverdachten, zijn hier bijna 800 mannen gepasseerd. De meeste gevangenen werden opgepakt in Pakistan of Afghanistan, als onderdeel van de oorlog tegen het terrorisme van Bush. Ze werden gedoopt tot ‘vijandelijke strijders’ en hadden aanvankelijk geen toegang tot advocaten. Verscheidene landen en mensenrechtenorganisaties protesteerden tegen de willekeur waarmee de VS gevangenen opsloten in Guantánamo, maar daar trok de Amerikaanse regering zich niets van aan.

Sinds die beginjaren, zo wordt tijdens onze rondleiding gezegd, is een en ander gewijzigd. Advocaten en leden van het Internationale Rode Kruis mogen de gevangenen bezoeken. Sommige gevangenen zullen voor een Amerikaanse rechter verschijnen. En de verantwoordelijken benadrukken dat iedere gevangene op humane manier wordt behandeld. Er zijn er momenteel 188. Daarvan zullen er 35 worden berecht en 47 voor onbepaalde tijd worden opgesloten, zo besliste de regering-Obama in januari. De rest moet worden vrijgelaten.

De Amerikaanse president kondigde bij zijn aantreden aan dat hij het kamp, dat hij een schandvlek noemde voor de VS, binnen het jaar zou sluiten. Halverwege vorig jaar werd duidelijk dat die deadline niet zou worden gehaald.

Intussen, zeggen de VS, worden de gevangenen op een humane en transparante manier vastgehouden. Om dat te tonen aan de buitenwereld worden media-tours georganiseerd op Guantánamo. Bij die rondleidingen is alles goed voorbereid. Wie geïnterviewd mag worden, waar dat gebeurt en welke gevangene we (van ver) mogen zien en welke voor ons verborgen verblijven: het is allemaal van tevoren geregeld. Vooraf moeten formulieren getekend worden over hoe gevangenen mogen worden gefotografeerd (nooit herkenbaar) en welke beelden er van de gevangenis en de bewakers mogen worden gemaakt.

Guantánamo oogt een beetje dor, met reuzencactussen aan de kant van de weg en een alles overheersende vale, groenbeige kleur. Er is ook de blauwe Caribische zee en het strand. “Yep, ook de gevangenen hebben uitzicht op zee”, knikt Sean, onze begeleider, aan het stuur van het witte busje dat ons drie dagen lang over de basis zal vervoeren. Sean is een goedgeluimde reservist van de National Guard uit Jacksonville, Florida. Hij komt hier zijn zes maanden dienstplicht vervullen. “Je zult zien, die gevangenen hebben hier alles wat ze kunnen wensen. Mooi weer, eten zoveel ze binnenkrijgen, satelliettelevisie... Ze kunnen kiezen of ze de hele dag luieren, voetballen of tv-kijken. Hell, soms wou ik dat ik in hun plaats was.”

Dan daagt plotseling Camp Delta voor ons op. In dit enorme complex, omgeven door een dubbele rij van rollen prikkeldraad, zijn de verschillende kampen met gevangenen ondergebracht. Op vaste afstanden van elkaar staan hoge wachttorens met enorme schijnwerpers, camera’s houden iedere beweging in het oog, grote ‘No photography’-borden zijn op de omheining gehangen. Guantánamo, een paradijs? Het valt te betwijfelen.

De rondleiding begint in Camp IV. Hier zitten de meegaande gevangenen. De braveriken, zeg maar. Degenen die hun cellen niet met drek besmeuren, niet spuwen naar bewakers of hen geen plastic waterflessen naar het hoofd slingeren. Er staan lage beige barakken en containers en in het midden van alles ligt een klein voetbalterrein. In de prikkeldraad boven zijn enkele lek geschopte voetballen blijven hangen. We krijgen ook een klaslokaal te zien, dat tegelijk dienst doet als tv-zaal. Er staan metalen banken, en vooraan is een beeldscherm opgesteld. In de grond zijn ijzeren ringen geboord waaraan voetboeien kunnen worden bevestigd. Die zijn niet uit metaal, maar uit een zachte stof. Iets verder staan enkele roestige fitnesstuigen en een tafelvoetbalspel. Camp IV is, volgens de dienstdoende officier, “as good as it gets”. Een beter onderkomen vind je niet op Guantánamo. Hier slapen de gevangenen in gemeenschappelijke ruimtes en hebben ze een pak meer bewegingsvrijheid dan in andere kampen. Hun aantal varieert tussen zestig en tachtig, afhankelijk van hun medewerking. Wie stout is, wordt verplaatst naar een strenger kamp.

“Daar zitten ze”, fluistert de officier en hij wijst naar de overkant. Door enkele rijen omheining zien we een aantal mannen in beige broek en wit T-shirt. De meesten hebben een lange baard en velen ook lang haar. Sommigen ijsberen, anderen lezen of staren wat voor zich uit. Ze hebben de was gedaan en hun natte kleren op de omheining gehangen. “Twee keer per week doen wij de was voor hen, maar sommigen willen liever zelf hun kleren wassen.” Waarom, weet hij niet. En we mogen het ook niet aan de gevangenen zelf vragen. Zó soepel is Camp IV nu ook weer niet.

De gevangenen trekken zich niets van onze aanwezigheid aan, maar het wordt een beetje gênant om hen zo te blijven aanstaren. We keren terug naar het klaslokaal waar, speciaal voor ons, de voorwerpen zijn uitgestald die iedere gevangene krijgt. We zien wc-papier, tandpasta, een kam, oordopjes, een pen, geurwater, slippers, schoenen, T-shirts, broeken, slips. Er zijn ook tekenblokken, krijtjes en bidkettingen. Er zijn boeken en vreemd genoeg ook tijdschriften als Small Gardens, een tuinmagazine. “Heel populair”, zegt de officier. “Ze houden ervan om naar de plaatjes te kijken.”

Er zijn ook korans en bidmatjes. De officier wijst naar een pijltje op de grond. “Naar Mekka”, zegt hij. “Zo weten ze hoe ze moeten bidden. We respecteren hun godsdienst heus wel hoor.”

In de bibliotheek van Camp IV vernemen we dat er duizenden boeken beschikbaar zijn voor de gevangenen en dat Harry Potter een van de favorieten is. Een stuk gelezen exemplaar van De Relieken van de dood staat opvallend tentoongesteld. We zien ook Lucky Luke in het Arabisch, net als Kuifje. Kinderboeken zonder tekst zijn dan weer geliefd bij de analfabeten. “Iedere gevangene mag om de twee weken een boek kiezen”, zegt de officier. “Wie inschikkelijk is, krijgt meer boeken.”

Iedere dag zijn er twee Arabische kranten en het dagblad USA Today, zodat de gevangenen weten wat er gebeurt in de wereld. Al wordt alles van te voren nagelezen en geredigeerd, “uit culturele bezorgdheid”. Wat dat precies inhoudt, is niet duidelijk. Maar het zou vooral gaan om het met stift zwart maken van vrouwelijk bloot in de kranten en tijdschriften. “Dat heeft ook te maken met het feit dat deze jongens al jaren geen vrouw hebben gezien”, fluistert een militair. “We willen hen niet onnodig ophitsen.”

De rondleiding gaat daarna verder naar Camp VI, waar het regime bijna even soepel is als in Camp IV, maar waar de gevangenen in aparte cellen slapen. Hoe goed een gevangene het heeft, hangt ook hier af van zijn inschikkelijkheid. In een cel zijn twee voorraden klaargelegd: voorwerpen die een inschikkelijke gevangene krijgt en voorwerpen voor gevangenen die tegendraads zijn. De eerste krijgt extra boeken, tekenmateriaal, flipflops en verschillende kledingsets, de tweede moet het doen met een matje op de grond in plaats van een matras en slechts twee korans als literatuur. En hier zien we voor het eerst ook de oranje overalls: wie niet meewerkt, moet die dragen.

De toer vervolgt met Camp V. Erg smalle cellen met een smal raam, een wc en een lavabo. Hier zitten de gedetineerden minstens 20 uur per dag in hun cel. Zij die meewerken krijgen vier uur recreatie, zij het in de tv-kamer, waar ze alleen geketend voor een scherm zitten, zij het op de koer, waar ze op enkele vierkante meters omheinde ruimte kunnen rondlopen. Gevangenen die lastig doen, mogen maar twee uur per dag uit hun cel en krijgen helemaal geen tv-tijd.

“Belangrijker dan wat je te zien krijgt in Guantánamo, is wat ze je niet tonen.” Dat had Cori Crider ons gezegd toen we voor ons vertrek contact met haar opnamen. De Amerikaanse werkt voor de Britse mensenrechtenorganisatie Reprieve en is als advocate van een aantal gevangenen al diverse keren in Guantánamo geweest. “Ik schat dat jullie Camp IV en VI te zien zullen krijgen, wellicht enkele fitnesstoestellen en andere voorwerpen die een opgepoetst imago geven van het kamp”, aldus Crider. “In Camp V zullen jullie minder tijd doorbrengen en ik denk niet dat ze jullie Camp III zullen tonen. Dat wordt gebruikt om de zogenaamde ‘kampleiders’, die aan de basis liggen van de hongerstakingen, op te sluiten.”

Crider krijgt gelijk: er zijn in totaal acht gevangenissen in Camp Delta, maar wij krijgen er slechts drie van te zien. “Camp I, II en III lijken erg op wat we jullie getoond hebben”, haast de officier ons te zeggen. “Het zou tijdverspilling zijn.” En Camp VII? Sean, onze begeleider, kijkt snel naar de officier. “We weten niets van een Camp VII”, zegt hij dan. “Bestaat dat wel? En trouwens, we moeten dringend verder.”

Camp VII, ook wel Camp Platinum genoemd, is zowat het meest geheime kamp van Guantánamo en de naam heeft intussen mythische proporties gekregen. Geen enkele journalist is tot op heden binnen geraakt in de instelling waar veertien ‘high value’-gedetineerden worden vastgehouden. Het gaat om veertien verdachten van wie zo goed als zeker is dat ze terroristen zijn. Speciaal voor mannen als Khalid Sheikh Mohammed, die bekende de aanslagen van 11 september te hebben gepland, werd de Taskforce Platinum opgezet. De gevangenen krijgen een zak over het hoofd als ze van en naar Camp VII worden vervoerd. Hun advocaten worden, eveneens uit veiligheidsoverwegingen, zelden of nooit toegelaten tot het kamp, maar moeten hun cliënten elders spreken.

Voor de meeste gevangenen zijn de omstandigheden de afgelopen jaren beter geworden en kunnen instellingen als Camp IV en VI de vergelijking doorstaan met gewone, Amerikaanse gevangenissen. “Dat is positief”, zei Crider. “Alleen mogen we niet vergeten dat de hele idee van Guantánamo fout is. Een plaats als Guantánamo, ook al zijn de condities er menswaardiger, blijft een schending van het internationaal recht. En we mogen zeker niet vergeten dat de meeste gevangenen daar al acht jaar zitten. Velen onder hen werden al door de regering-Bush gezuiverd en wachten op hun vrijlating. Die personen worden onschuldig vastgehouden.”

Guantánamo telt een aantal gevangenen van wie de onschuld zelfs door de regering-Bush niet meer werd aangevochten. Zoals de tien Oeigoeren die al jaren wachten op hun vrijlating. Ze zitten in Camp Iguana, waar het meest soepele regime van de basis van kracht is. Een bezoek stond niet op het programma, maar wordt wel toegestaan als we erom vragen.

De Oeigoeren zijn een etnische minderheid in China en hun arrestatie was een van de grootste fouten van de vorige Amerikaanse regering. Volgens China behoorden de opgepakten tot de obscure East Turkestan Islamic Movement, een organisatie die al een aantal aanslagen had gepleegd. De Oeigoeren zelf zeiden dat ze op de vlucht waren voor de onderdrukking in China. Al snel bleek hun verhaal te kloppen en beslisten de VS hen vrij te laten. Maar waar moesten ze naartoe worden gestuurd? In China zouden ze zeker vervolgd worden. Het duurde tot 2006 voor een eerste land werd gevonden: Albanië toonde zich bereid vijf Oeigoeren op te vangen. Vorig jaar ging ook het eiland Palau, in de Stille Oceaan, akkoord om nog eens zes van hen te huisvesten. De tien anderen wachten nog af.

Het regime in Camp Iguana is zo soepel dat we de gevangenen heel dicht mogen benaderen. Het voelt aan alsof we in een dierentuin staan. En om dat gevoel kwijt te geraken, vragen we een van de Oeigoeren hoe het is met hem. “Where are you from?”, wil hij weten. En of we enig idee hebben hoeveel Oeigoeren er naar Albanië werden gestuurd. Een medegevangene loopt snel een barak binnen en komt buiten met enkele pamfletten. “We need freedom”, staat erop. “We were oppressed nation in China.” En “Now we are being oppressed in America for the second time.”

Dan is de rondleiding plotseling afgelopen. Sean, die alles wat er gebeurt minutieus in zijn boekje heeft staan noteren, gebaart dat we weg moeten. En snel. Dit stond niet op het programma. En neen, we gaan niet, zoals gepland, naar het volgende interview, maar eerst naar de pr-dienst van het kamp. Daar staan de gezichten zuur. De eerst zo gemoedelijke sfeer is omgeslagen in ijzige kalmte. Of we beseffen dat we de regels hebben geschonden door te praten met de gevangenen?

Pas uren later valt het verdict: we mogen blijven. Admiraal Tom Copeman, de commandant van het kamp, heeft zich over het probleem gebogen en zijn toestemming gegeven. “Hij beseft dat de omstandigheden hebben geleid tot het voorval en dat jullie de communicatie niet opzettelijk hebben gepland”, zegt een van onze begeleiders. Daarmee moeten we het doen. Het is gissen naar wat de nieuwe ommekeer heeft veroorzaakt. Iedereen werd plotseling weer gemoedelijk en mild. Washington is nog steeds op zoek naar landen om Guantánamogevangenen op te vangen, en daarbij wordt ook gekeken naar België. Het is vermoedelijk de bedoeling dat we allemaal vriendjes blijven van elkaar.

Tijdens de terugrit tuurt Sean zwijgend en geconcentreerd naar de weg. Af en toe remt hij, als plotseling een leguaan opduikt aan de kant. De hagedissen zijn wettelijk beschermd, en wie er een dood rijdt, riskeert een boete van tienduizend dollar. “Yep, we willen zeker geen leguanen doden hier”, klinkt het vrolijk.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234