Dinsdag 10/12/2019

Een rode haan in het zwarte land

Paulus' 'pays noir' is nauwelijks veranderd. Overal is het groot en grauw. Op alle huizen, wegen en voetpaden ligt gruis. De rook lijkt eeuwig

landschap van nu en toen, deel 12

tekst eric rinckhout

foto thomas vanhaute

Pierre Paulus (1881-1959) is voor Charleroi wat Eugeen Van Mieghem is voor Antwerpen. Natuurlijk gaat de vergelijking niet helemaal op, maar er zijn nogal wat parallellen. Net als de iets oudere Van Mieghem had Paulus vooral oog voor het gewone leven en het al even gewone leed van arbeider en arbeidster. Van Mieghem observeerde het werk in de haven van zijn geboortestad, Paulus deed hetzelfde maar dan in het industriële landschap van Charleroi. Hij werd geboren in een grauwe voorstad, Châtelet, net buiten Charleroi aan de oevers van de Samber, een rivier die als een rode draad door zijn oeuvre loopt. En beide kunstenaars - Paulus meer als schilder, Van Mieghem als pasteltekenaar - hielden er een forse, soms brutale stijl op na. Erg persoonlijk, wars van enig academisme en nauwelijks beïnvloed door modernistische stromingen, hoewel beiden wel een tik van impressionisme en fauvisme hadden gekregen. Maar het kubisme en andere avant-gardes gingen aan hen voorbij.

Hoewel beider hart bij de gewone werkmens lag, sloot Paulus toch meer aan bij de traditie van Constantin Meunier. Zo zijn er nogal wat werken van hem die de arbeider en zijn hard labeur verheerlijken, zoals in een decoratief ontwerp voor de raadszaal van het stadhuis van Charleroi (1935). Het wekt dan ook nauwelijks verbazing dat Pierre Paulus opgemerkt werd door de socialistische beweging in Wallonië, dat hij bevriend raakte met nogal wat socialistische voormannen zoals Jules Destrée en onder meer gevraagd werd om wandschilderingen te maken voor de Université du Travail en het Palais du Peuple in Charleroi. In Vlaanderen is Pierre Paulus nauwelijks nog bekend, in Wallonië is hij nog altijd een gerespecteerde kunstenaar. Niet zozeer omdat er in 1998 een groot retrospectief aan hem werd gewijd in het Musée des Beaux-Arts van Charleroi, maar omdat hij de ontwerper is van de Waalse haan: le Coq hardi. De aquarel die hij maakte op vraag van de Assemblée wallonne werd op 3 juli 1913 aanvaard als officieel symbool van Wallonië.

Paulus schilderde aanvankelijk burgerlijke portretten - hij kwam uit een gegoede, artistieke familie - en lieflijke landschappen in de Ardennen en Zuid-Frankrijk, waarin hij de zon laat schateren. Maar zijn sterkste werk maakte hij vanaf 1905 en vooral in het interbellum. Dan schilderde hij het landschap van zijn jeugd: le pays noir met zijn hoogovens, fabrieken, mijntorens, terrils en arbeiderswijken. En hoewel hij vaak de heroïsche arbeid van mijnwerkers en metaalarbeiders als onderwerp neemt, vallen vooral zijn fabriekslandschappen op. Landschappen die tegelijk dreigend en majestueus zijn, waar vaak geen mens te zien is, desolate plekken waar de fabrieken tot leven lijken te komen als monsterlijke gedrochten die oprijzen boven minuscule arbeidershuisjes. Overal en altijd is er de rook die de schier talloze schoorstenen in pakken uitbraken en die Paulus in tientallen schakeringen en nuances schildert.

Het pays noir van Paulus is nauwelijks veranderd. Tussen Charleroi en Marchienne-au-Pont ligt nog altijd een rij waarlijk gigantische fabrieken. Ik houd ze niet uit elkaar: staalwalserijen, cokesfabrieken, hoogovens. Overal is het groot en grauw, de dag is grijs en nat. Op alle huizen, wegen en voetpaden ligt gruis. De rook lijkt eeuwig. Ik zoek in deze industriële doolhof naar de schilderijen van Paulus. Maar de fabrieken zijn verbouwd en van naam veranderd. Ik zoek naar de sluis van Pont-de-Loup, waar de snotgroene Samber van Paulus stroomde, ik zoek naar het uitzicht op de hoogte van Couillet, ik zoek naar de arbeiderssteegjes van Châtelet. Ik vind van alles, maar kan tegelijk niets echt thuisbrengen. Plots rijd ik voorbij het metrostation Providence, wat verder staat een fabriek die nu Carsid heet. Dat was het vroegere Providence, dat Paulus menigmaal geschilderd heeft. De drie zware schoorstenen zijn er nog. Maar nu slingert de metro bovengronds langs de industriële site, de rood-gele wagonnetjes steken vrolijk af tegen de bruin-grijze grauwheid. Paulus schilderde La Providence als een vulkaan, een berg die op ontploffen staat. Wat verder van waar ik sta, laait een open vuur hoog op, een enorme vuil grijze rookwolk walmt de hemel in. Marchienne-au-Pont. Als de hel bestaat, is de toegang hier.

De Morgen confronteert elke week een geschilderd Belgisch landschap of stadsgezicht van vroeger met een foto van nu. Bekende en minder bekende meesters, bekende en minder bekende plekken. Op de landschappen hebben we steeds dezelfde redacteur losgelaten, samen met steeds dezelfde fotograaf.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234