Maandag 26/07/2021

Een reservaat voor clichés

Na anderhalf uur praten zegt Julian Barnes plotseling: 'Het schrijven op zich vind ik niet vermoeiend, maar alles wat erbij komt kijken put me uit: lezingen, buitenlandse tournees, interviews.' Hij kijkt me aan met vermoeide ogen, en ik heb niet het hart om hem verder te kwellen. 'Het is in orde,' zeg ik alsof ik een examen eerder dan een interview heb afgenomen. Hij moet, zo blijkt, die avond zelf iemand interviewen in het Institut français, wil zich nog voorbereiden. Zaterdag presenteert hij op Het Andere Boek zijn nieuwe roman Engeland, Engeland. Hij is van plan om met de trein te komen. Anders dan sommige van zijn meer insulaire landgenoten is hij dol op de Chunnel. 'Als je bedenkt wat een gedoe het vroeger was om dat Kanaal over te steken.'

Kristien Hemmerechts

Engeland, Engeland gaat inderdaad over Engeland, of juister over de vele clichébeelden die met dat land worden verbonden. Engeland als idee, als lokvogel voor toeristen, als mythe. Het Engeland van bolhoeden, thee, Wimbledon, de koninklijke familie, flegmatisme en fair play. Intussen staat Julian Barnes zelf voor Englishness. Hij spreekt en schrijft de taal prachtig, en is een succesvol exportproduct. Met name de Fransen blijven hem onderscheidingen en prijzen in de schoot gooien, en ze hebben zijn roman Talking It Over verfilmd. Nochtans spreekt uit Engeland, Engeland evenveel haat als liefde voor zijn vaderland, of juister: voor een bepaalde versie ervan.

Hoe dan ook, de verleiding is groot om te beginnen met de vraag die een Franse interviewer in de verhalenbundel Cross Channel aan een Engelse schrijver stelt. "Monsieur Clements," valt de man met de deur in huis, "le mythe et la réalité?" Waarop de verbouwereerde schrijver antwoordt dat hij maar een pragmatische Engelsman is die met dergelijke abstracte vragen geen raad weet. De interviewer begint opnieuw, geeft een gedetailleerde beschrijving van de hotelkamer waar het interview plaatsgrijpt om ten slotte zijn vraag letterlijk te herhalen. Barnes: "Dat is me in Parijs ook werkelijk overkomen. Het punt is dat een mythe tot op zekere hoogte de werkelijkheid reflecteert. Het idyllische Franse dorp dat ik in dat Cross Channel-verhaal beschrijf, bestaat niet alleen in schilderijen en boeken, en zo schuilt er ook enige waarheid in het cliché dat Franse intellectuelen van een theoretisch discours houden, terwijl Engelse intellectuelen ervan huiveren. Het fundamentele probleem bij de constructie van een nationale identiteit is dat men uitgaat van een gouden tijdperk dat nooit heeft bestaan. Zo zou de taal ooit zuiver zijn geweest, om vervolgens door de 'barbaren' te zijn gecontamineerd. Vroeger zou Engeland een evenwichtig en harmonieus land met een duidelijk zelfbeeld zijn geweest, alleen kan niemand zeggen wanneer dat 'vroeger' was. De regering van Elizabeth I, toen Shakespeare leefde? De elegante achttiende eeuw? De Victoriaanse tijd? Voor wie toen leefde was het land net zo verdeeld en tegenstrijdig als vandaag. Achteraf kun je een periode definiëren, maar dat is altijd een reductie. Of je kunt een toekomstbeeld ontwerpen. Op de een of andere manier leven we altijd in het verleden of de toekomst. Het 'authentieke' Engeland bestaat niet.

"Het boek sluit af met een village fête - zo'n oer-Engels begrip dat zich nauwelijks laat vertalen; het is een mengeling van feest, braderie en bazaar - maar geen enkele 'traditie' die daar in ere wordt hersteld, is echt of authentiek. Het is allemaal nep. Je kunt niet terug naar het harmonische, verenigde Engeland van tearooms en Morris dancers, want het heeft nooit bestaan, of toch maar gedeeltelijk. Je kunt hooguit doen alsof."

U bent wel erg streng voor Engeland, althans in Engeland, Engeland, en u deelt ook zware straffen uit. U schetst een toekomst waarin op het eiland Wight een mini-Engeland wordt gecreëerd, terwijl het 'echte' Engeland geen enkele rol meer speelt. Het ijkpunt voor de tijd ligt niet langer in Londen, Greenwich maar in Parijs, en alle vroegere immigranten verkiezen naar hun oorspronkelijke vaderland terug te keren. In feite is de hele wereld Engeland vergeten. Alleen de Disney-versie op het eiland Wight trekt horden bezoekers.

"Ik denk niet dat het de taak van de schrijver is om de loftrompet te steken over zijn eigen land. Maar als ik in het buitenland Engeland hoor aanvallen, dan zal ik het verdedigen. Het is mijn land, en dus mag of moet ik zelfs kritisch zijn. In mijn ogen is het boek een vergiftigd kerstcadeau of millenniumcadeau. Landen zijn niet goed in het nadenken over wat ze zijn en waar ze naartoe willen. Het debat wordt te veel geleid door politici, omdat niemand anders die verantwoordelijkheid op zich neemt. Vroeger bestond er een machtsevenwicht tussen politici, geestelijken en intellectuelen. Mijn engagement als schrijver houdt in dat ik het discours van de politici niet klakkeloos aanvaard. Ik ben niet het soort schrijver dat op de barricades staat, of manifesten schrijft, of actiecomités organiseert. Mijn boeken zelf zijn mijn engagement. Ooit heb ik samen met een paar andere auteurs geprobeerd een protestbrief over de Rushdie-affaire af te geven bij de Iraanse ambassade. We belden aan maar niemand kwam opendoen. Door de intercom riep een stem: 'Fuck off!' of zoiets. Ik heb geen talent of energie voor zulke acties."

Ik had het gevoel dat u niet zozeer Engeland aanvalt, als wel de triomf van het geld en de almacht van de financiële wereld.

"Ik denk inderdaad niet dat de vrijemarkteconomie het geluk van zoveel mogelijk mensen of de geestelijke gezondheid van het land garandeert. In de politieke context van dit land behoor ik tot de liberal left, en uiteraard was ik opgetogen over de val van het communisme, maar het huidige triomfalisme van de vrije markt is beschamend. Nu de 'vijand' is opgedoekt, en niets of niemand nog de vrije markt bedreigt, zou men die luxepositie moeten gebruiken om te onderzoeken hoe het systeem kan worden verbeterd. In zekere zin is het systeem 'verbeterd': het is nog gulziger, ongeremder, hartelozer en transnationaler geworden. We hebben nu zogezegd een socialistische regering, maar Blair is in wezen een conservatief. Hij is Thatchers ware erfgenaam. Tot nu toe heeft hij niets gedaan om de kloof tussen arm en rijk te dichten. Die kloof is nu even groot als ze was in de negentiende eeuw of onder Thatcher.

"Het mini-Engeland dat ik in Engeland, Engeland laat zien is de logische uitloper van de huidige toestand. Kijk naar de manier waarop de toeristische industrie Engeland verkoopt en parodieert, kijk naar de pogingen van de vrije markt om zonder hinder van regeringen en wetgevingen zo snel en efficiënt mogelijk de consument te bereiken, en je komt uit bij het beeld dat ik schets. Je kunt het een satire noemen, al verkies ik zelf het woord klucht. Engeland, Engeland is een ernstige klucht."

In een van uw boeken citeert u Flaubert, volgens wie een schrijver zich om te kunnen schrijven aan het leven moet onttrekken. Is die tegenstelling tussen leven en kunst onvermijdelijk?

"Op dat citaat laat ik een ander citaat van Flaubert volgen, dat het eerste nuanceert en waarin hij stelt dat een schrijver door het leven moet waden zoals door de zee, maar het water mag niet hoger komen dan zijn navel. Je hoofd gaat dus niet onder, én je laat je niet door de stroming meesleuren. Dergelijke uitspraken over de spanning tussen leven en kunst hebben altijd iets weg van een boutade. De Ierse dichter W.B. Yeats beweerde dat de kunstenaar moet kiezen tussen een volmaakt leven en volmaakte kunst. Ik ben het daar niet mee eens. Het zijn beweringen die achteraf worden bedacht. Om te beginnen denk ik dat erg weinig mensen op jeugdige leeftijd weten dat ze willen of zullen gaan schrijven. Muzikanten moeten die beslissing veel vroeger nemen, maar op het moment dat de meeste schrijvers debuteren is hun karakter al gevormd. Ik was vierendertig toen mijn eerste boek verscheen.

"Het beroep zelf is natuurlijk minder interactief dan dat van iemand die in een fabriek of een kantoor werkt, maar dat maakt je leven niet minder echt. Het tempo is anders, en de invalshoek. Ik heb in elk geval niet het gevoel dat ik me aan het leven heb onttrokken. Ik denk bijvoorbeeld dat indien ik zoals mijn vader en grootvader schooldirecteur was geworden, of hoogleraar zoals mijn broer, ik een vrij gelijksoortig leven zou hebben geleid. Het schrijverschap heeft mij niet gevormd."

Ziet u het schrijverschap als een houding of als een specifieke activiteit? Met andere woorden, bent u altijd een schrijver of alleen wanneer u aan uw schrijftafel zit?

"Ik ben altijd een schrijver, wat niet betekent dat ik altijd op zoek ben naar materiaal of ideeën. Er bestaan schrijvers, vooral dichters denk ik, die zodra ze een liefdesgeschiedenis hebben beleefd er een gedicht over schrijven, maar bij veel schrijvers - en dat geldt ook voor mij - gaat er veel meer tijd voorbij tussen de gebeurtenis die je inspireert en de tekst. Het hoeft zelfs niet te gaan over iets wat je zelf hebt meegemaakt of ervaren. Misschien heb je iets opgevangen of vaag geobserveerd wat je intrigeert. Maar ik ga nooit bewust op zoek naar materiaal.

"De ideale schrijvershouding kun je definiëren als een evenwicht tussen bewustzijn en onschuld. Aan de ene kant moet je precies weten wat je doet, aan de andere kant moet je bereid zijn om je te laten sturen, om alle controle te verliezen zodat er iets kan gebeuren. Ik weet altijd waar ik naartoe wil, maar ik ken vooraf niet de weg waarlangs ik er zal geraken. Al schrijvende krijg ik ideeën. Sommige schrijvers plannen alles tot in de kleinste details en schrijven het dan uit. Voor mij heeft dat iets weg van die kleurboeken voor kinderen waarin met een nummertje wordt aangegeven welke kleur een bepaald vakje moet krijgen."

Voelt u zich gelukkig wanneer u schrijft?

"Gelukkig? Ik voel me ongelukkig als ik niet schrijf, of als er tijd voorbijgaat zonder dat ik heb geschreven. Tenzij ik op reis ben of met vakantie, hou ik het hooguit 24, misschien 48 uur uit zonder te schrijven. Een drukproef verbeteren of een recensie schrijven is ook al goed. Maar ik heb wel woorden en papier nodig. Gelukkig is niet het juiste woord, maar ik heb het sterkst het gevoel te leven wanneer ik aan het schrijven ben. Het is alsof de machine die ik ben dan optimaal functioneert en hopelijk zelfs accelereert.

"Ik hou van verschillende vormen van schrijven. Ik ben altijd journalist én romanschrijver geweest. Ik vind het prettig om opdrachten te krijgen, of om iets te schrijven dat een paar dagen later in de krant staat en waarop mensen vrij snel reageren. Als je een roman schrijft, moet je ontzettend lang op een reactie wachten, en in feite ben je al met het volgende boek bezig tegen de tijd dat mensen het gaan lezen. Ergens interesseert hun reactie me dan zelfs niet meer."

Leest u veel?

"Ja. Ik lees erg langzaam, en ik beschouw het als een belangrijk en aangenaam onderdeel van mijn werk. Tot op zekere hoogte schrijf ik recensies om mezelf te dwingen bepaalde boeken te lezen. Ik zou misschien een luiere lezer zijn indien ik niet recenseerde. Terwijl ik zelf een boek aan het schrijven ben, vermijd ik andere hedendaagse Engelse romanschrijvers te lezen. Maar dan lees ik klassieken of non-fictie of Franse boeken. Hoewel, als ik eerlijk ben, zie ik me bijvoorbeeld niet Shakespeares sonnetten herlezen nadat ik de hele ochtend heb gewerkt. Eigenlijk lees ik het meest als ik met vakantie ben, of zelf niet aan een boek werk."

Kijkt u televisie om u te ontspannen?

"Nee, ik kijk erg weinig, tenzij naar sport. Vroeger heb ik ontzettend veel televisie gekeken omdat ik een televisierubriek had. Ik kook graag, en ik wandel veel. Dat ontspant me."

Snuffelt u veel in oude encyclopedieën? In al uw boeken staat erg veel precieze informatie over de oorsprong van bepaalde namen, of over bepaalde gebeurtenissen. Kloppen al die gegevens?

"Absoluut. Volgens mij moet het ook kloppen, anders vertrouwt de lezer de schrijver niet meer. Ik vind het ook cruciaal dat we bepaalde feiten en kennis koesteren. Dat geldt ook voor woorden en voor de taal in het algemeen. We vergeten wie we zijn als we onze geschiedenis vergeten, of als we vrede nemen met een kopie in plaats van met het authentieke origineel. Door het Internet is er meer kennis, maar het is niet noodzakelijk betere kennis."

In Engeland, Engeland wordt de koninklijke familie voorgesteld als een van de populairste attracties van het mini-Engeland. Het boek speelt ergens in de toekomst, de huidige Queen is dood, Charles heeft zich in een klooster teruggetrokken, en een zekere koning Thingie en koningin Denise zitten op de troon. Waarom hebt u de Windsors niet rechtstreeks aangepakt? Waar zijn bijvoorbeeld William en Harry gebleven?

"Toen ik het boek schreef was William vijftien en was zijn moeder net gestorven. Alle andere attracties op het eiland worden door acteurs gespeeld. Iemand speelt Robin Hood, iemand Dr Johnson, enzovoort, maar de koninklijke familie wordt door de koninklijke familie zelf gespeeld. Op een vreemde manier leek het me onmogelijk om de echte koninklijke familie op te voeren, al heb ik het wel ernstig overwogen. Ik wilde het niet zo persoonlijk maken. Het moest een roman blijven.

"In alle eerlijkheid heb ik van de echte koninklijke familie trouwens dikwijls het gevoel dat ze zichzelf acteren. Ze leveren telkens weer nieuwe afleveringen van een spannende soap, waarvan ze zelf de acteurs zijn."

Bent u voorstander van een republiek?

"Ja, maar niet fanatiek. Vroeger had ik daar meer uitgesproken ideeën over, nu weet ik niet meer of het zoveel verschil zou maken."

Indien u een knighthood zou worden aangeboden, en u zich Sir Julian Barnes zou mogen noemen, zoals bijvoorbeeld Sir Paul McCartney, zou u dat aanvaarden?

"Ik zou het weigeren. De Fransen hebben van me een Chevalier de l'Ordre des Arts et des Lettres gemaakt, maar dat is anders. Ik ben namelijk geen Fransman. En ik was gevleid. Maar ik denk dat je een zekere afstand moet bewaren tegenover je eigen land. Ik zou niet willen dat iemand enige invloed zou kunnen uitoefenen op wat ik schrijf, of dat de een of andere secretaris of politicus zou kunnen besluiten dat ik in aanmerking kom voor zo'n knighthood. Wat weet zo'n man daarvan? Waarom zou hij de macht hebben om dat te doen? Het is niet het land dat de schrijver eer aandoet, maar de schrijver die het land eer bewijst. Dat klinkt pretentieus, maar volgens mij is het zo. En verder worden die knighthoods al te vaak uitgedeeld in ruil voor bewezen diensten. Ten slotte is er ook een praktische reden om te weigeren. De kans is groot dat samen met jou iemand die je minacht of verfoeit precies dezelfde onderscheiding krijgt. Het is Flaubert overkomen. En Kingsley Amis: op de dag dat hij een Sir werd, werd ook de deejay Jimmy Saville onderscheiden."

Ik zou u bijna een feministisch schrijver durven te noemen. U hebt sterke en onafhankelijke vrouwelijke personages, van wie u meer lijkt te houden dan van hun mannelijke tegenspelers. In Engeland, Engeland is dat duidelijk het geval.

"Ik denk dat dat klopt. De vrouwen in mijn boeken vertellen ook vaker de waarheid dan de mannen. Ik denk dat het ook zo in het leven gaat. Mannen hebben af en toe korte perioden waarin ze de waarheid vertellen of bereid zijn tot grote eerlijkheid, maar over het algemeen gaan ze de waarheid, de emotionele waarheid uit de weg. Ik schiet eigenlijk beter op met vrouwen dan met mannen. Of laat ik zeggen dat ik meer vriendschappen heb met vrouwen dan met mannen. Ik heb me nooit prettig gevoeld in een groep mannen, maar hoe dan ook voel ik me niet prettig in een groep. Ik praat het liefst met één persoon. Mannen hebben nog altijd de neiging om een gesprek te willen domineren. Ze willen hun mening aan anderen opdringen op een manier dat vrouwen dat niet doen. Of het een kwestie van genen is of van cultuur kan ik niet zeggen, maar vrouwen lijken meer in staat zich in te leven in het standpunt van een ander. Of ze aanvaarden dat mensen nu eenmaal van mening verschillen. Maar natuurlijk lopen er ook verschrikkelijke vrouwen rond."

Hij glimlacht vermoeid.

Kristien Hemmerechts

Julian Barnes, Engeland, Engeland, Atlas, Amsterdam/Antwerpen, p., 995 frank.

Julian Barnes praat over zijn jongste boek op zaterdag 25 september om 16 uur in het Kolveniershof.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234