Maandag 16/05/2022

Een recept voor 60 procent in vier maanden

Groeiaandelen kopen voor 'normale' mensen

Via de methode uit zijn boek slaagde Geert Wellens erin gemiddeld 59,5 procent te verdienen in vier maanden, met groeiaandelen. Daarvoor stak hij het oude beproefde systeem van Warren Buffett, de meesterbelegger uit Omaha, in een nieuw hightechkleedje.

Toen Geert Wellens op 15 oktober van vorig jaar zijn boek Kleine aandelen, grote winsten. voorstelde, had de wereld wel andere zorgen aan zijn hoofd. Niet verliezen, luidde de boodschap. De Rusland-crisis woedde volop en begin oktober was de grootscheepse reddingsoperatie opgezet voor het speculatiefonds Long-Term Credit Management. In een nogal ongelukkig eerste deel van het boek wordt onder meer kritiekloos de triomf van het beurskapitalisme beschreven. Een slechtere timing was nauwelijks denkbaar. Maar sindsdien is de sfeer grondig veranderd. Wie de beleggingsraad uit het tweede deel van het boek onmiddellijk na zijn verschijnen heeft toegepast, is nu bijna 60 procent rijker. Nochtans ging het eigenlijk om een methode waarmee een 'normale' belegger een langetermijnportefeuille met groeiaandelen kon samenstellen. De overprestatie is mooi. De cijfers in het boek zijn tussen 7 en 9 oktober opgenomen. Dat was een echt beursdieptepunt. Maar de meeste indexen zijn trager hersteld dan de selectie uit het boek. De NASDAQ herstelde 60,92 procent, maar de Dow Jones steeg intussen maar 20,80 procent, de Bel 20 23,65 procent, de EOE van Amsterdam 37,82 procent en de Easdaq-groeibeurs amper 14,90 procent.

Eerder had Geert Wellens - toen nog medewerker van Trends, vanaf oktober in dienst bij beursvennootschap Petercam - al uitgelegd hoe een langetermijnportefeuille uit klassieke aandelen kan worden samengesteld via de rigoureuze selectiemethode van Warren Buffett. Daarbij is het niet erg om goede kansen te laten voorbijgaan. Het komt eropaan een handjevol gedegen winnaars in je portefeuille op te nemen en zo weinig mogelijk te traden.

De grote kritiek op Buffetts conservatieve methode is dat ze de grote groeiers dikwijls mist. Een leuke anekdote in dit verband is dat Bill Gates een goede vriend is van zijn oudere collega miljardair, maar dat Buffett geen enkel aandeel Microsoft bezit. Het past niet in zijn systeem. Bovendien heeft de oude meester het niet zo op technologie begrepen.

Wie de Warren Buffett van de toekomst wil worden, of alleen maar bescheiden welstand bij elkaar wil speculeren, moet zich misschien aanpassen. Technologie volledig links laten liggen lijkt nogal gewaagd. Daarom dokterde Geert Wellens een soepeler variant uit, geïnspireerd door verschillende nieuwe Amerikaanse modellen. De bedoeling is tussen de groeiaandelen het kaf van het koren te scheiden.

Zijn eerste criterium is de 'zeepbelindicator'. Hij kijkt naar de beurskapitalisatie en naar de omzet van de onderneming. De ratio beurskapitalisatie/omzet mag nooit meer zijn dan het gemiddelde van de beurs. Warren Buffet zou gesteld hebben dat het gemiddelde niet overtroffen mag worden. Maar het criterium wordt hier niet te streng genomen. Het dient alleen om bepaalde, excessief dure aandelen van bij het begin uit te sluiten.

Een volgende stap is de balansindicator. Daartoe wordt de langetermijnschuld bekeken. Die mag niet groter zijn dan het eigen vermogen. De aandelen die door deze test komen, worden op hun PEG-ratio getest. PEG is gewoon de price/earnings/growth. De koers-winstverhouding wordt vergeleken met de winstgroei. Als de koers-winstverhouding bijvoorbeeld 20 bedraagt en de winst groeit met 10procent, dan bedraagt de PEG-ratio 2. Bij een groei met 15 procent bedraagt de PEG-ratio 1,33. Traditioneel wordt dikwijls verkondigd dat de PEG-ratio het best niet meer dan 1 bedraagt. Maar dan blijven er niet zoveel aandelen over. Het gaat wel om toekomstige winst. Sommige analisten kunnen met zeer uiteenlopende PEG-ratio's uitpakken, omdat ze uitgaan van zeer verschillende winstontwikkelingen. Bij jonge technologiebedrijven is dat zo gek niet. Om toch een beetje filter te hebben, hanteert Geert Wellens in zijn boek een PEG van 1,5 procent.

Eigenlijk komen de eerste stappen er gewoon op neer dat de Buffett-methodologie wat versoepeld wordt. "Buffett zelf kon ook niet meer de strenge normen van zijn leermeesters Graham en Fisher toepassen", werptGeert Wellens op. Met de oude methode had hij in de jaren zeventig niet één aandeel kunnen kopen. De toenemende populariteit van aandelen maakt de concurrentie sterker. De 'koopjes' zullen dus altijd duurder geprijsd worden. Een belegger moet wel op koopjes blijven jagen, maar niet met de methodes van een vorige generatie.

De grootste aanpassing ligt in het laatste criterium. De koers-winstnorm wordt vervangen door de verhouding price/growth flow (P/GF). De growth flow is de winst per aandeel waarbij de uitgaven per aandeel voor onderzoek en ontwikkeling geteld worden. De onderliggende redenering is dat jonge bedrijven veel moeten investeren vooraleer ze echt tot winst komen. Maar onderzoek en ontwikkeling mondt meestal uit in meer winst. De geselecteerde ondernemingen zijn immers eerst al door de andere tests gekomen. Een bedrijf dat mislukt onderzoek op mislukt onderzoek stapelt, zal meestal ook niet veel omzet hebben. De zeepbelindicator zou al fataal kunnen zijn. Bovendien moet het bedrijf ook wel winst maken. Of er moet toch winst verwacht worden voor volgend boekjaar. Zonder enige winst valt er geen PEG-ratio te berekenen. Echte venture-kapitalisten kunnen zoiets al te voorzichtig vinden. Maar deze methode is dan ook voor gewone beleggers bestemd.

Hoe hoog de growth flow mag zijn? Die van het lopende boekjaar moet overeenstemmen met die van de groeivoet van de winst in de volgende vijf jaar. Een P/GF van 50 veronderstelt dus dat de winst de volgende vijf jaar met 50 procent groeit. Een P/GF voor het volgende boekjaar mag maar 75 procent van die groeivoet bedragen. Een P/GF van 50 voor volgend boekjaar veronderstelt dus al een winstgroei van 66,67 procent.

Heel die cijferdans is zeer ingewikkeld. Maar waar halen die 'gewone' beleggers hun basisinformatie? "Uit jaarverslagen en uit de beleggerspers", zegt Geert Wellens. Maar eigenlijk is Internet dé bron. Daarbij denkt hij niet zozeer aan de beursgeruchtenmolen maar aan de websites van de ondernemingen zelf. Hij selecteert maar zelden een onderneming zonder website. De cijferinformatie moet een beetje te controleren blijven. Daar zit ook de zwakte van zijn systeem. Wellens koos in oktober zijn 'top-30'. De bedoeling is dat beleggers die kritisch blijven opvolgen. Alleen blijken zulke boeken met lijstjes dikwijls domweg als turfkrantjes gebruikt te worden, ook door mensen die er niets van snappen.

Een eerste waarschuwing die Wellens geeft, is dat groeiaandelen hooguit geschikt zijn voor 20 procent van een aandelenportefeuille. Conservatieve degelijkheid is misschien wat uit de mode. Maar we maken niet elk jaar een wilde beurshausse mee. Zo zal 60 procent per vier maanden wel nooit de norm worden. Het is duidelijk dat de meeste beleggers moeilijk meer dan enkele van de aandelen uit de top-30 in hun portefeuille kunnen opnemen. Gemiddeld haalde de portefeuille wel 59,50 procent op een goede vier maanden. Maar wie een beetje ongelukkig gekozen heeft, zit met veel minder. Stel u eens volgend klavertje vier voor: Melexis, Innogenetics, Lernout & Hauspie en Option International. Dat was gemiddeld goed voor 5,5 procent verlies. Het komt er dus op aan de zaken toch een beetje op te volgen.

Nochtans zou wie alle Belgische aandelen uit de selectie opgenomen heeft nagenoeg het portefeuillegemiddelde bereiken. Er is immers ook het eeuwige Real Software. Dat moet nu toch boven de selectienormen van het systeem uitgestegen zijn? "Niet echt", zegt Geert Wellens. "Alleen... ik kan geen details geven. De schattingen terzake houden we nog graag binnenshuis." Maar tegen 128 euro per aandeel beantwoordde Real Software nog aan de normen. Het is duidelijk dat de situatie ernstig veranderd is sinds oktober. Toen was de P/GF voor 1999, bij een koers van 1.500 frank (37,18 euro) 40. Dat hield in dat de GF 37,5 bedroeg. Dat was een verantwoorde koers bij 50 procent winstgroei. Bij een koers van 135 euro (die gisteren zelfs overtroffen werd) zou de winstgroei voor de volgende vijf jaar al 180 procent gemiddeld moeten bedragen. Maar de GF bestaat uit de winst plus de investeringen in onderzoek en ontwikkeling. De consensusverwachting geeft nu ongeveer 1 euro (40,3399 frank) winst per aandeel. Tel daar nog eens die investeringen bij en we komen misschien aan 1,5 euro. Dan zou de winstgroeinorm nog maar 120 procent zijn. Misschien geloven ze bij Petercam dat zoiets mogelijk is. Ofwel zitten ze met hun winstschattingen ver boven de consensus. Maar daar kunnen ze een goede reden voor hebben.

Eigenlijk verloochent Geert Wellens maar drie of vier aandelen uit zijn oktoberselectie. Om te beginnen IBA. "Petercam blijft achter IBA staan en ik ook. Maar volgens mijn methode zou het aandeel te duur zijn." De methode wil gewoon maar een goede aandelenselectie maken. Niets zegt dat afgewezen aandelen niet deugen. Alleen werd voor de particulier die niet dagelijks in de markt zit, een veiligheidsmarge ingebouwd. Een professioneel heeft die niet altijd nodig.

Een ander aandeel dat in aanmerking komt om af te vallen is Cisco Systems. Het is stilaan een rijp aandeel geworden. Het mag op een gewone manier geanalyseerd worden. HB0 & Company viel weg na een overname. Daar was geen keuze. Alleen Option International vliegt uit de selectie wegens niet goed genoeg. Het Chinese contract van de modemmaker is in het verkeerde keelgat geschoten. Waarom een contract dat in december afgesloten is pas in februari meedelen? Het lijkt erop of dat ze de pil moest vergulden bij de mededeling van slechte resultaten.

De koopjes zullen altijd duurder geprijsd worden

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234