Woensdag 27/10/2021

Een ratelslang met een lintworm

'Godin tussen het suikerriet' is van begin tot eind gechargeerd en bulkt van de draakstekerij

Philippe Jaenada

Godin tussen het suikerriet

Uit het Frans vertaald door Théo Buckinx De Geus, Breda, 2001, 317 p., 910 frank.

Welke boektitel trekt een lezer over de streep? Auteurs en uitgevers kunnen er eindeloos over bakkeleien en menig literair anekdoteboek is er dik van geworden. Zo had Francis Scott Fitzgerald The Great Gatsby véél liever als Trimalchio in West Egg zien verschijnen. Uitgever Scribner vond het "unpronouncable". Het werd The Great Gatsby. Zelfs toen Gatsby een begrip was, bleef Fitzgerald doorjengelen over de "misplaatste" titelkeuze.

De Franse auteur en bedenker van reclameslogans Philippe Jaenada (°1964) heeft kennelijk meer overtuigingskracht. Al kan ik moeilijk aannemen dat zijn uitgever door het dolle heen was met een titel als Néfertiti dans un champ de canne à sucre. In de categorie 'misleidende titels' is het evenwel een gouden greep. De kleffe Nederlandse vertaling Godin tussen het suikerriet doet daar nog een schepje bovenop. Want in deze hippe en burleske amour fou-geschiedenis valt geen spoor van halfwas exotica of Candlelight-romantiek te bekennen. Integendeel: Godin tussen het suikerriet is van begin tot eind gechargeerd en bulkt van de draakstekerij.

Jaenada (zopas verscheen zijn derde, detective-achtige roman La Grande à bouche molle) maakte met Godin tussen het suikerriet, zijn tweede roman, geen slechte beurt bij de Franse vakpers. In een land waar stilaan voor iedere auteur een literaire prijs voorradig is, werd zijn debuut Le Chameau sauvage (1997) zelfs met de Prix Alexandre-Vialatte en de meer begeerde Prix de Flore bekroond, een prijs die ook al Michel Houellebecq toeviel.

Een nieuwe Houellebecq is Jaenada geenszins. De overvloedig aanwezige seks mag dan minstens even expliciet zijn, de postcoïtale voldoening is in Godin tussen het suikerriet aanzienlijk groter dan bij Houellebecq. Eerder drukt Jaenada het spoor van Philippe Djian, aan wiens 37°2 Le Matin (Betty Blue) dit boek her en der schatplichtig lijkt. Ondanks alle passionele hoogspanning blijft Godin tussen het suikerriet even luchtig als een potje opgeklopte verse kaas. Jaenada zet alles op alles om zijn lezer vooral geen minuut rust te gunnen. Hij is de schrijvende incarnatie van een ratelslang, die om de zoveel pagina's van schuilplaats wisselt. Hij sist en kronkelt dat het een lieve lust is en deelt kwistig giftige beten uit.

Vooral in de eerste veertig pagina's stuit Godin tussen het suikerriet alle kanten op. In zinnen die als een roedel losgeslagen rugbyspelers over elkaar buitelen, portretteert Jaenada de hoofdfiguur Titus Colas in zijn kersverse staat van verliefdheid. Colas is een wat stuurloze, sympathieke belhamel, die als eigenwijs meubelstuk zijn dagen slijt in de Saxo Bar, een Parijse tent waar trendy volk, klaplopers en buurthelden mekaar voor de voeten lopen. Tot op een zomerse landerige dag Olive Sohn het café binnenstapt. Ze is het prototype van de excentrieke femme fatale, die iedereen met de ogen steelt, maar zich met een aura van nurkse onbenaderbaarheid tooit. Colas valt als een blok voor haar en zet al zijn afgekloven versiertrucs in om het "afstandelijke meisje onder een metselaarshoedje" voor zich te winnen. Voor de overspannen schrijvende Jaenada het sein om met metaforen te gooien alsof hij in een ballenkraam staat: "Ze heeft wazige, onrustige ogen, maar vanbinnen is ze een en al licht, atomische compactheid en energie, ze straalt het uit als een bom die je bijna hoort trillen. (...) Als je haar te dicht nadert, val je ogenblikkelijk uit elkaar." Of: "Ik denk dat ik evenveel kans heb deze fanate in mijn armen te nemen (en haar gezicht te kussen) als op een avond, een mooie avond, met Michael Jackson naakt op een strand te hollen."

Enigszins onverwacht haalt Titus zijn slag thuis met behulp van een John Cassavetes-video. De Kama Sutra-persiflage die Jaenada vervolgens opdist, vlak voor Titus en Olive zich voor het eerst lichamelijk verenigen, is al even hilarisch. Na die drieste liefdesnacht stelt Titus verbaasd vast dat hij voor het eerst écht verliefd is. Een hoogst turbulente periode volgt, waarin de onberekenbare Olive de gekste bokkensprongen maakt. Olive blijkt verslaafd aan seks en psychisch labiel, raakt niet los uit de tentakels van haar dominante ex-vriendje Bruno en is een lellebel waarmee je in gezelschap voortdurend voor aap wordt gezet. Alle ups en downs van hun passiespel ("heen en weer als een jokariballetje") trekken in een verschroeiend tempo voorbij. Evengoed zijn er lang uitgesponnen maar picareske terzijdes, waarin de hypochondrische Titus zich bij geflipte dokters of tandartsen beklaagt over respectievelijk een lintworm, een hardnekkige kies, opgezwollen schouderbladen of een bult op de pols. Bij wijze van (nogal opzichtige) running gag voelt Titus zich belaagd door konijnen. Tegen al die overmacht moet het liefdeskoppel zich gewonnen geven. Titus, die de ontsporing van zijn liefde vergelijkt met "een hand op de kap van een raceauto in volle slip", ziet zich (in dreinerige en langdradige slotpagina's) genoodzaakt de lethargisch geworden Olive in de steek te laten.

Ondanks een boel flauwiteiten en clownesk gestuntel is Godin tussen het suikerriet best een geestig boek. Na een wat rommelige intro raak je gehecht aan de branie en de dik aangezette spotternij waarmee Jaenada Titus en Olive neerzet. Ronduit verfrissend is de manier waarop hij met een paar ingesleten vertelconventies de draak steekt. De ritmewisselingen en schaamteloze uitweidingen waarmee de babbelzieke Jaenada je nu en dan ook het bloed van onder de nagels pest, moet je geduldig incasseren.

Dat de weinig geïnspireerde vertaling het rappe en opgefokte taaltje van Jaenada niet beter laat bekken, is erger. Sommige passages krijgen daardoor iets halfslachtigs en lijken niet meer dan wat flauwe oprispingen. Daar komt nog bij dat de eindredactionele slordigheden de toegelaten foutenmarge dreigen te overschrijden.

Dirk Leyman

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234