Woensdag 22/01/2020

Een rampzalige dag in Japan

Toen ik een paar uur na de enorme aardbeving ’s avonds aan mijn laptop zat, piepte mijn gsm plotseling schor. Het was een bericht van het nationaal meteorologisch agentschap dat waarschuwde voor een grote naschok in de regio Kanto, waar ook Tokio zich bevindt. Ik was gelukkig heelhuids thuis geraakt in mijn stevige appartementsgebouw. Mijn twaalfjarige zoon zat vlakbij in de woonkamer. Veel meer dan wachten tot Moeder Natuur haar gang zou gaan, viel er niet te doen.

Die bewuste aardschok trof Tokio niet hard, maar de hele nacht daverde de stad met tussenpozen. Mijn zoon en ik konden alleen maar hopen dat het beven niet harder zou worden.

De aardbeving van vrijdag drukte ons nog eens met de neus op de feiten: in ons land komt ‘De Grote’ wel degelijk. Japan rust op heel instabiel land. Kleine schokken zijn normaal. We kennen allemaal de routine: onder de tafel duiken of de open ruimte opzoeken, de gas dichtdraaien. En zorg thuis altijd voor een voorraad voedsel, water, zaklampen en helmen. De lagere school van mijn zoon had een dag tevoren zelfs een evacuatieoefening gehouden.

Het is echter niet abnormaal dat we nonchalant worden. Er kunnen jaren voorbijgaan zonder verwoestende beving. Ik ben er bijvoorbeeld redelijk zeker van dat ik ergens draagbare nood-wc’s heb liggen, maar kan niet zeggen waar precies. De laatste grote aardbeving met veel slachtoffers die Japan trof was in 1995, in de westelijke stad Kobe. Toen stierven er 6.000 mensen. Het is al geleden van de grote aardbeving in Kanto in 1923 dat Tokio nog eens het centrum vormde van een verwoestende aardbeving.

Een paar dagen geleden vertelde een vriendin me nog dat ze twijfelde om haar dochter in het buitenland te laten studeren, want vorige maand vonden bijna 30 Japanse studenten de dood toen een aardbeving Nieuw-Zeeland trof. Ik zei haar dat het risico op een krachtige aardbeving veel groter is in Japan. Maar zoals de meeste Japanners ging ik ervan uit dat die grote beving wel niet voor morgen zou zijn.

Mijn confrontatie met de werkelijkheid vond plaats op de trein naar huis na een ochtend werken en boodschappen doen. De treinbegeleider zei dat er hard geremd zou worden: een paar seconden later kwamen we abrupt tot stilstand. Mijn eerste reactie was dat iemand voor de trein gesprongen was, een gewone zaak in dit land met een hoog zelfmoordcijfer. Maar toen voelde ik hoe de trein schommelde. “Het is alsof we in een wieg liggen”, zei de oudere vrouw naast me. Het compartiment schommelde van voren naar achteren, zoals een attractie in een pretpark. De schommelingen werden alsmaar groter, op een bepaald moment vreesden we dat de trein ging kantelen. Buiten zag ik de elektriciteitspalen schudden. De passagiers in de halfvolle trein waren rustig en kalm. Een paar minuten later kroop de trein het volgende station binnen. Het spoorverkeer werd stilgelegd, en ik begon aan een wandeling van 90 minuten naar huis.

Mensen liepen buiten te ijsberen, bang als ze waren om binnen blijven, waar dingen konden instorten. Bijna iedereen had een gsm vast, ook al waren de lijnen overbezet. Ik stapte snel, want ik wilde mijn zoon zien. Ik maakte me niet echt zorgen want hij was nog op school, en die heeft een grote, open campus en nieuwe gebouwen die beantwoorden aan strenge bouwvoorschriften. Maar toen ik naar mijn suède laarzen keek en zijn voetafdruk erop zag - hij moet op mijn schoenen gestapt hebben toen hij vanochtend vertrok - besloot ik het vuil niet weg te vegen. Die afdruk zou maar eens een aandenken moeten worden, bedacht ik me morbide.

Toen ik een paar minuten aan het stappen was, kreeg ik dat onaangename gevoel weer. Ik stopte en keek naar een lantaarnpaal. Ja, hij bewoog. Voetgangers hielden halt, maar de auto’s bleven rijden. Blijkbaar waren de schokken te zwak en voelden autobestuurders ze niet. Toen het beven stopte, stapte ik door. Ondertussen keek ik door de vitrines naar de ravage. Die leek verrassend klein. Het hardst getroffen waren drankenwinkels, waar overal kapotte flessen lagen en donkere vloeistof de vloer bedekte. Ik zag een man op een dak een antenne herstellen. Wat sommige mensen niet doen. Ik wilde hem niet naar beneden zien stuiken bij een volgende schok, en haastte me dus voort.

Ik besefte dat het heel erg was toen ik een televisiescherm zag door het raam van een kantoor. Op de kaart lichtten heel Japan rond lijnen op die tsunami-alarm aangeven. Mijn gedachten namen het ritme van mijn strakke pas aan. Gingen de kerncentrales in het gebied het houden? Er zou niet geplunderd worden, daar was ik zeker van. Ik heb bij ons nooit van die wijdverspreide sluimerende woede gevoeld die tot uitbarsting komt op momenten zoals deze. Wat met onze goudvis? Was hij uit zijn aquarium gekieperd?

De schade thuis was minimaal. De vis was ongehavend. Op de vloer lagen cd’s en andere spullen. Ik greep mijn fiets om naar de school van mijn zoon te rijden. De werkdag zat erop, horden gestrande pendelaars stonden zich in het treinstation af te vragen hoe ze thuis gingen geraken. Voor de taxi’s stond een rij van wel honderd mensen.

Terwijl ik me een weg door het duister trapte, zag ik mij en mijn zoon straks op de terugweg al dichter bij elkaar komen door die ervaring van onze eerste gedeelde grote aardbeving. Maar die fantasie duurde niet lang. Toen de leerkracht met hem aan kwam zetten, was hij razend. “Waarom ben je nu gekomen? Ik had zo graag de nacht in de school doorgebracht”, zei hij. De kinderen lagen onder gloednieuwe dekens naar dvd’s te kijken en speciale rantsoenkoekjes te knabbelen.

De rest van de avond bekeken we de beelden op tv. We zagen tsunami’s steden wegvagen. We zagen plafonds instorten en feloranje vuur in de zwarte nacht. Mijn zoon zei knarsetandend: “Misschien zit je nu toch maar beter thuis.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234