Vrijdag 18/10/2019

Een racer met ridderlijke allures

Strip Turnhout wijdt vanaf vandaag een tentoonstelling aan Michel Vaillant, een bij jongens zeer populaire doch door critici schandalig onderschatte stripreeks. Raadselachtig is het wel: Vaillant rookt niet, drinkt niet, vloekt nooit, twijfelt zelden, wint vaak en zijn eerste lief is tot vandaag zijn vrouw. En toch blijft hij al vijftig jaar lang jongens boeien. Of ligt het aan zijn auto's?

Door Walter Pauli

Indien er waarheid zou schuilen in 'No One but You (Only the Good Die Young)' van Queen, dan moet er een wel héél zwart randje zitten aan de ziel van Michel Vaillant. Al sinds 1957 racet deze Franse autopiloot door de stripwereld. Eerst door striptijdschriften, vanaf 1959 ook door de dagbladhandel. Daar tekenaar Jean Graton de reeks deels heeft overgelaten aan zijn zoon Philippe ziet het ernaar uit dat Vaillant zijn vijftigjarige jubileum moeiteloos zal verlengen.

Vaillant illustreert hoe hoogstaand en zelfs determinerend de (francofone) Belgische strip in de jaren veertig en vijftig wel was. Zelfs de meest getalenteerde Franse tekenaars trokken naar Brussel om zich te bekwamen in de kunst van la bande dessinée, net zoals jonge, ambitieuze koks ooit speciaal naar Parijse toprestaurants afreisden, en vandaag voor Barcelona, Londen of New York kiezen. Jacques Martin (°1921), de latere tekenaar van Alex en Lefranc, verliet Straatsburg voor de beroemde studio van Hergé in Brussel en het tijdschrift Tintin-Kuifje. Zijn generatiegenoot Jean Graton (°1923) liet zijn geboortestad Nantes achter zich voor Marcinelle, waar uitgeverij Dupuis toen de tekenaars van het rivaliserende tijdschrift Spirou-Robbedoes verzamelde.

Voor hij een paar jaar later op zijn beurt zelf naar Kuifje zal verkassen (en naar Les Editions du Lombard), heeft Graton op de Robbedoes-redactie wel een ontmoeting die zijn carrière bepaalt. Hij leert er het duo Charlier-Hubinon kennen, de auteurs van Buck Danny, een Amerikaanse gevechtspiloot. Graton zelf is minder martiaal ingesteld, bovendien gaf zijn vader hem al als kind de liefde voor de autosport mee. En zo komt er, naast de blonde Amerikaanse gevechtspiloot Buck Danny, de donkere Franse autopiloot Michel Vaillant. Zijn naam herinnert aan Prince Valiant van Hal Foster en zo is ook Michel Vaillant: een ridderlijke racepiloot.

Danny en Vaillant symboliseren samen de Amerikaanse en West-Europese samenleving zoals die na de Tweede Wereldoorlog tot stand kwam. Danny de Koude Oorlogkant, het Vrije Westen dat verdedigd moet worden. Vaillant de kant van de welvaartsstijging: hij is de held van een continent waar de auto centraal komt te staan en autosnelwegen, garages en de geur van benzine nog iets optimistisch hebben.

Danny (1948) is wat ouder dan Vaillant (1957), maar verder verouderen beide helden amper. In tegenstelling tot hun materiaal, dat in beide strips tot de technische perfectie wordt uitgewerkt. Danny start zijn militaire loopbaan tijdens Pearl Harbour. Hij streed toen in vliegtuigen met propeller tegen 'de Jappen', zoals de tegenstand toen heette. Nadien nam hij deel aan de Koreaanse Oorlog, verjoeg Russische spionnen, begeleidde de eerste satellieten, werd een expert in zware straaljagers en biedt vandaag het hoofd aan de nieuwe, diffusere vijanden die sinds de val van de Muur her en der opdoken. Van Tomcat tot Stealthbommenwerper, en toch werd hij maar een paar jaar ouder.

Net zo met Michel Vaillant. Toen in 1959 zijn eerste album verscheen, De grote match, was autoracer Juan Manuel Fangio nog een naam om rekening mee te houden. Vaillant reist in een boot (!) af naar de VS, volgens de gebruiken van die tijd kortweg Amerika genoemd, en na een reis van 'amper' zes dagen bereikt hij New York. De reis was voorspoedig, want mevrouw Vaillant had "de koffers van haar man en beide zoons ingepakt".

En op zondag was er aan het circuit een eucharistieviering voor renners. Ook Vaillant bidt mee: "Heer, zie met mededogen op ons neer. Wij zondigen door hoogmoed, door drang naar roem en succes. Wij zijn zo zwak, alhoewel wij ons zo sterk wanen, Heer. Heb medelijden met ons." Het waren even keurige als ootmoedige tijden.

Maar toen Fangio al lang gestopt was en de kerken leegliepen, reed Vaillant nog altijd. Hij wedijverde met Niki Lauda, later met Thierry Boutsen en straks bekampt hij ongetwijfeld Lewis Hamilton. In 1975 rijdt Vaillant mee in De vervloekte safari, een album over de autorace die toen het meest tot de verbeelding sprak: de legendarische East African Safari in Kenia. Hij heeft Gilbert Staepelaere als copiloot, een Belg die toen in zijn Ford Escort (!) furore maakte.

Vanaf 1978 verliest de East African Safari haar mythische status aan een wedstrijd die zich als het absolute avontuur presenteert: Parijs-Dakar. Natuurlijk kan Vaillant niet wegblijven. Al in 1982 verschijnt het album met de rechttoe rechtaan titel Parijs-Dakar!, en onder het toezicht van organisator Thierry Sabine wint Vaillant, voor Jacky Ickx. In 2000 keert hij in Caïro! terug naar Afrika en de woestijnrace. Sabine is in 1986 verongelukt, zijn oude vriend Staepelaere is overleden in 1996, maar Vaillant rijdt nog gezwind mee, zij het dat hij nu strandt op een vijfde plaats.

Zo zit dit soort strips in elkaar: de piloten verouderen amper, maar hun materiaal moderniseert voortdurend. Vaillants snelheid blijft intact, al neemt die van de verhalen af, mede door de herhaling. De vervloekte safari was ook een vervloekt goed album: spannend, mysterieus, zelfs dreigend. Met een glimp van het donkere Afrika dat zelfs de missionarissen er nooit hadden uitgekregen. Het eerste Dakarverhaal is al enger, nog meer geconcenteerd op het sportieve verhaal, het wereldje van de racers. En bij het derde album is Michel Vaillant al danig vertrouwd met Afrika, zodat ook bij de lezer de spanning er wat af is.

Het is het drama van zoveel reeksen die (te) lang duren: het herkauwen van thema's. In 1974, in het album Wereldkampioen, hijst Vaillant zich voor de eerste keer op het allerhoogste niveau en de sportieve strijd leidt tot een zeer genietbaar album. Nadien zal hij meermaals nieuwe wereldtitels aan zijn palmares toevoegen, maar voor de lezer is de kick even groot als bij de gemiddelde wielerliefhebber na de zevende Tourzege van Lance Armstrong: zo goed als onbestaande.

Vandaar dat veel sportstrips nauwelijks levensvatbaar zijn. De enige goede voetbalstrip Ronnie Hansen kende al na tien albums zichtbare metaalmoeheid, want je kunt niet telkens op een andere manier titels en Europese bekers blijven winnen en verliezen. Vandaar ook dat er geen goede wieler- of boksstrips zijn, en dat basket- noch zwemstrips het levenslicht zagen.

Dat Michel Vaillant het al vijftig jaar redt, heeft dan ook veel te maken met de kunde van Jean Graton om, tussen de races door, het Frankrijk van truckers en garages te schetsen, alsook een familiekroniek. Een opvallend verschil tussen Michel Vaillant en Buck Danny is de aanwezigheid van vrouwen bij eerstgenoemde. Niet dat het bij Vaillant wemelt van de pitspoezen, maar toch. Buck Danny is ronduit preuts. De enige vrouw die zijn pad kruist, is zijn vrouwelijke vijand, de zwartharige Lady X. En verder is Danny's maatje Sonny Tuckson weliswaar voortdurend verliefd, maar Sonny is dan ook een eeuwige puber. Zo doet deze vliegeniersstrip vrouwen af: als hoogst oninteressant voor echte mannen.

Michel Vaillant en de zijnen leiden een normaler leven, en een kleine helft van de personages zijn vrouwen. Niet dat de clichés van het genre verdwenen zijn. Net als bij Buck Danny is ook het vijandige alter ego van Michel Vaillant vrouwelijk, maar omdat Vaillant zwart haar heeft, is zij blond.

Maar verder zie je vanaf het eerste album (De grote match) dat Jean-Pierre Vaillant, Michels broer, verliefd wordt op Agnès, de dochter van een steenrijke Argentijnse autoliefhebber. Deze oer-Maxima eist haar plaats op en het album eindigt met een vreugdevol "het wordt een prachtige bruiloft, jongens". Het koppel zal een zoon krijgen, met Michel als fiere peter.

Vaillant zelf mág eerst niet verliefd worden van zijn vader. Het thema leidt thuis zelfs tot homerische discussies, vader en moeder Vaillant regelrecht in de clinch, met een glimlachende zoon erbij. Mag Michel verliefd worden? Neen, zegt vader: niet goed voor een racer en ook niet voor zijn vrouw, die altijd weduwe kan worden. Laat Michel toch mens zijn, fulmineert moeder.

Michel Vaillant raakt uiteindelijk van straat. In Nr. 13 aan de start (1963) doet een jonge, hupse journaliste haar intrede, een kind dat pas van school lijkt. In het Frans heet ze Françoise, in de mode van de Nederlandstalige damesbladen van die tijd wordt ze 'modern' herdoopt tot Jolijn. Het duurt evenwel de volle tien jaar, tot de albums Het noodlot en Nachtmerrie (1973), voor er echt iets van komt.

Alleen zal Jolijn, later stilzwijgend weer Françoise genoemd, in tegenstelling tot haar man wél verouderen. In Spanning in Bercy (1998) zie je Michel, slechts een beetje verouderd, met diezelfde Françoise, een dame die stilaan de middelbare leeftijd bereikt. Is het dan toch zo dat vrouwen voor echte piloten tot dezelfde orde behoren als auto's en moto's? Het materiaal dat ze het meest begeren. Hun eerste, en in het geval van Vaillant ook zeer eeuwige liefde.

www.stripturnhout.be.

Zo zit dit soort strips in elkaar: de piloten verouderen amper, maar hun materiaal moderniseert voortdurend

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234