Maandag 25/05/2020

Een probleem in zwart en wit

Ras blijft in de Amerikaanse samenleving een buitgewoon gevoelig onderwerp. Dat bleek weer uit de affaire-Gates, waarbij een zwarte professor in eigen huis werd gearresteerd door een blanke agent. Ian Buruma ziet niet alleen een raciaal maar ook een sociaal aspect aan de zaak. En vraagt zich af of de kwestie de rassenkwestie nu meer bespreekbaar heeft gemaakt of ze juist moeilijker maakt.

Op de middag van 16 juli leken twee mannen in te breken in een mooi huis in een dure wijk van Cambridge, Massachusetts. Iemand belde de politie. Een agent was snel ter plaatse. Hij zag een zwarte man in het huis en beval hem om naar buiten te komen. De man weigerde. De agent vroeg hem om zijn papieren. De man weigerde nog altijd om het huis te verlaten, zei dat hij professor aan de universiteit van Harvard was, liet een identiteitsbewijs zien en waarschuwde de agent dat hij op zijn tellen moest passen. Hij zei ook iets over discriminatie tegen zwarte mannen in Amerika. Hij wilde de naam en het nummer van de (blanke) agent weten. De agent, die intussen van verscheidene collega’s versterking had gekregen, arresteerde de man wegens ordeverstoring. We weten nu dat de professor met de hulp van zijn chauffeur in zijn eigen huis had ingebroken, omdat de deur klemde. Het ongewone was hier niet het wel erg doortastende optreden van de agent. De meeste Amerikanen weten dat de politie heel vlug onaangenaam gaat doen als je praatjes maakt. Het feit dat de man zwart was, heeft de agent misschien sneller naar de handboeien doen grijpen dan hij normaal zou hebben gedaan. Misschien ook niet, maar het zou evenmin ongewoon zijn. Wat deze zaak bijzonder maakt is dat Henry Louis ‘Skip’ Gates is een van de meest gevierde professoren van het land is, beroemd om zijn boeken, zijn artikelen en zijn vele televisieoptredens. Hij is een belangrijke persoonlijkheid, een man met veel invloed in de academische wereld en die van de media, een vriend van president Barack Obama. Vandaar dat hij de agent, sergeant James Crowley, een veteraan van de politie van Cambridge, waarschuwde dat hij op zijn tellen moest passen. In de Verenigde Staten overlappen klasse en ras elkaar. In dit geval zijn ze onmogelijk van elkaar te scheiden. Gates, die zich heel goed bewust is van de vreselijke geschiedenis van de rassenbetrekkingen in zijn land - het is zijn specialisatie - veronderstelde automatisch dat hij gediscrimineerd werd. Uit zijn woorden blijkt dat hij even gevoelig was voor het feit dat hij het respect niet kreeg dat hij als gerespecteerd professor van Harvard en mediaberoemdheid verdiende. Zoals hij het in een online gepubliceerd interview met zijn dochter uitdrukt: “(Crowley) had moet weggaan en zeggen: Mijn excuses, mijnheer, nog een prettig dag. Uw televisiereeks was fantastisch! De groeten!” Maar helaas had sergeant Crowley nog nooit van professor Gates gehoord. Hij is in Cambridge geboren en getogen, al zijn broers werken bij de politie, hij is een sportfan en een coach in het amateurbasketbal. Hij beweegt zich niet in dezelfde sociale kringen als Gates. Uiteindelijk werd er geen klacht ingediend en had heel de zaak snel vergeten kunnen zijn, als president Obama, moe en geërgerd na weken vechten voor zijn gezondheidswet, zijn ‘vriend’ Gates niet had verdedigd en de politie niet ‘dom’ had genoemd. Zowel hij als Gates verklaarden dat het incident een les zou moeten zijn. Gates zou zelfs plannen hebben voor een een televisiedocumentaire over raciale profilering.

Mijnenveld

Wat de affaire-Gates ons in elk geval leert, voor zover we het nog niet wisten, is dat ras in de Amerikaanse samenleving een buitgewoon gevoelig onderwerp blijft, zelfs na de verkiezing van een zwarte president. De mix van zwarte woede, blanke schuld en zwarte en blanke angst is zo netelig en complex dat de meeste Amerikanen liever helemaal niet over ras spreken. Het is een te gevaarlijk mijnenveld. Een van Obama’s grootste verdiensten is dat hij er met zijn briljante, subtiele welsprekendheid een bespreekbaar onderwerp van heeft gemaakt. En er is veel stof tot discussie: het groteske aantal zwarte mannen in Amerikaanse gevangenissen; het gebrek aan onderwijskansen in de arme, grotendeels zware gebieden; de schokkend slechte gezondheidszorg; en de heel reële brutaliteit van de politie tegen zwarten die niet het voorrecht van een identiteitsbewijs van Harvard bezitten. Waarschijnlijk is het waar dat veel blanke politieagenten, zelfs als ze zoals sergeant Crowley opgeleid zijn om raciale profilering te vermijden, nog moeten leren dat een zwarte man thuis kan zijn in een van de mooiere huizen van Cambridge of elke andere Amerikaanse stad. Is de zaak-Gates de juiste manier om de discussie te beginnen? Misschien. Gates is ideaal geplaatst om het probleem op tafel te gooien. Als gerespecteerde prominent kan hij de natie attent maken op een ernstig probleem. Als dit een onbekende man in Harlem of in een andere overwegend zwarte wijk was overkomen, zou niemand zelfs maar over de zaak hebben gehoord. Het feit dat het een professor in Cambridge overkwam, heeft iedereen wakker geschud. Maar het gevaar bestaat dat deze affaire de noodzakelijke nationale discussie over ras zal bemoeilijken. Door een in feite relatief onbelangrijk incident op te blazen, stelt Gates zich bloot aan het verwijt dat hij veel ergere gevallen van misbruik trivialiseert. We weten zelfs niet eens of dit een rassenkwestie was. Crowley heeft nooit iets over Gates’ huidskleur gezegd. Er werd geen geweld gebruikt. Er waren alleen heel lange tenen en een overgevoeligheid voor elke schijn van een gebrek aan respect, zowel bij de professor als bij de agent. Verontwaardiging over een professor die niet met zich laat sollen, is misschien niet de beste manier om een debat te beginnen over het lot van de talloze arme, anonieme mensen die de meesten van ons zo gemakkelijk over het hoofd zien.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234