Vrijdag 18/06/2021

Een potje pure propaganda

'Wellington en zijn Brits-Nederlandse leger waren niet de enige die aan Waterloo meededen. Er waren ook de Pruisen'

Napoleons laatste verovering: Martin Bril

Het is dit jaar tweehonderd jaar geleden dat Napoleon Bonaparte zich tot keizer van de Fransen kroonde. Kort daarop lag Europa aan zijn voeten. Tien jaar later ging de kleine keizer bij Waterloo ten onder, en de rest van zijn leven sleet hij op Sint-Helena. Martin Bril had nooit iets met het verleden, tot hij toevallig een boek over Napoleon las. Hij werd getroffen door zijn grote aspiraties, daadkracht, eenzaamheid en militair vernuft en ging op zoek naar de sporen van Napoleon in het moderne Europa. Na één museum wilde hij er nog tien zien, na één slagveld wilde hij alle slagvelden bekijken, na tien boeken over Napoleon wilde hij alles over Napoleon lezen. Over zijn passie doet hij een jaar lang verslag.

In de vroege ochtend van 19 juni 1815 nam Wellington de pen ter hand om zijn beroemde Despatch te schrijven, de brief aan zijn regering in Engeland waarin hij verslag ging doen van zijn overwinning op Napoleon, daags tevoren bij Mont-Saint-Jean, niet ver het dorp Waterloo, waar Wellington zich nu bevond, te midden van kermende gewonden en stervenden. In de loop van de dag verhuisde hij naar zijn hoofdkwartier in Brussel, waar hij de Despatch voltooide en overhandigde aan Harry Percy, de enige officier van zijn staf die de veldslag ongeschonden door was gekomen. Percy wikkelde het document in een paarse, zijden doek, nam twee op de Fransen buit gemaakte vaandels mee, sprong op zijn paard en reed naar Oostende, waar hij de boot naar Engeland nam. Er stond nauwelijks wind.

Zo groot was de haast die Percy had dat hij in paniek raakte. Gelukkig was er kapitein White, die voorstelde om de laatste kilometers naar de kust van Kent dan maar roeiend af te leggen. Zo gezegd, zo gedaan. Aangekomen in Engeland namen Percy en de kapitein, die natuurlijk in de opwinding wilde delen, de eerste de beste postkoets naar Londen - de Franse vaandels staken wapperend uit de ramen -, waar ze 's avonds laat, de 21ste juni inmiddels, in Downing Street arriveerden. "Victory, victory! Bonaparte has been beaten", riepen de heren terwijl ze binnenstormden bij premier Bathurst, die net zat te eten. Twee dagen later verscheen Wellingtons Despatch in alle Engelse kranten.

Het is een boeiend document, die Despatch. Om te beginnen is het natuurlijk het eerste verhaal over de veldslag, en dat ook nog eens van de hand van de man die zichzelf als de grote overwinnaar zag. Daarnaast klopt het niet helemaal, maar dat komt omdat de auteur zijn lezers, de wereld en het nageslacht wil laten denken dat hij de grote overwinnaar is. In die zin is Wellingtons Despatch (zo beroemd dat er een sigarettenmerk naar werd vernoemd) een potje pure propaganda. Wat er uitermate opmerkelijk aan is, is dat Wellington er onmiddellijk na de slag (en na vijf dagen niet te hebben geslapen) aan begon én dat hij er later geen letter aan wilde veranderen, al voegde hij er in 1842 nog wel een Memorandum aan toe.

Wellington en zijn Brits-Nederlandse leger waren niet de enige die aan Waterloo meededen. Er waren ook de Pruisen, onder leiding van veldmaarschalk Blucher. Twee dagen vóór Waterloo werden zij verslagen bij Ligny, waarna ze zich terugtrokken richting Wavre. Toen de gevechten bij Waterloo begonnen, doken de Pruisen weer op, om vervolgens Napoleons rechterflank zodanig te bedreigen en bezig te houden dat diens laatste aanval op Wellingtons linie wel moest mislukken en Wellington zelf tot de vernietigende tegenaanval kon overgaan. In de Despatch formuleert hij dat zo: "As I could perceive the fire of his cannon, and as Marshal Prince Blucher had joined in person with a corps of his army to the left of our line, I determined to attack the enemy. (...) This attack produced the final result."

Wiliam Siborne was een luitenant in het Engelse leger. Hij miste Waterloo, maar zou er toch zijn leven aan opofferen. In de jaren twintig van de negentiende eeuw begon deze luitenant namelijk aan de bouw van een gigantisch schaalmodel van het slagveld, een perfecte remake van de velden, de paden, de beekjes, de richels en de glooiingen. Het geheel was bijna 100 vierkante meter en Siborne zette er vervolgens 75.000 handbeschilderde tinnen soldaatjes op, een voor iedere man aanwezig die dag.

Anders dan de meeste maquettebouwers van veldslagen hanteerde Siborne niet de beginopstellingen van de deelnemende legers, maar koos hij ervoor het centrale, beslissende moment in het krijgsgewoel af te beelden: de opmars van Napoleons keizerlijke garde, vlak na de val van La Haye Saint, een met veel verliezen verdedigde boerderij in Wellingtons centrum, en vlak vóór Wellingtons beslissende tegenaanval die de ineenstorting van het Franse leger tot gevolg zou hebben. Een mooi idee van luitenant Siborne, en hij maakte zijn soldaatjes in allerlei standen en met bewegende ledematen. Ze konden lopen, knielen, vallen en elkaar de kop inslaan.

Om de slag historisch accuraat af te beelden, correspondeerde hij met honderden betrokkenen. Hij wilde weten welke eenheden waar lagen, wie wat deed, op welk tijdstip, et cetera. Hij kreeg honderden, zo niet duizenden brieven en ooggetuigenverslagen terug en er ontstond een duidelijk, zij het chaotisch beeld van wat er dat laatste halfuur allemaal gebeurde. Omdat hij nu eenmaal een Pietje Precies was, nam hij ook contact op met de Pruisische legerleiding in Berlijn en, via hen, met Pruisische militairen die ter plekke waren geweest. Ook hun informatie verwerkte hij, maar niet nadat hij alles zorgvuldig gecheckt had, en zo ontdekte hij dat de Pruisen een veel groter aandeel in Napoleons nederlaag hadden dan de Despatch van Wellington deed geloven. Dus verschenen er 20.000 tinnen Pruisen in Sibornes Waterloo, zeer hard in gevecht op Napoleons rechterflank, sterker nog: op het punt daar, ter hoogte van het dorp Plancenoit, een beslissende doorbraak te forceren.

Sibornes Waterloo ging in 1838 open voor het publiek. Er kwamen 100.000 mensen kijken, niet genoeg voor de luitenant om uit de schulden te raken. Aanvankelijk zou de Britse regering zijn werkzaamheden betalen, maar Wellington was dat achter de schermen aan het tegenwerken. Siborne haalde, wanhopig geworden, 12.000 tinnen Pruisen van de maquette, maar Wellington gaf geen krimp en de regering geen cent. In plaats van iets anders te gaan doen, beet de luitenant (die ook maar niet tot kapitein werd bevorderd) zich nog dieper vast in Waterloo. Hij ging er een standaardwerk over schrijven, en ook daarin zouden de Pruisen een grote rol spelen, net als een paar van Wellingtons kleine leugens die tot vandaag in de meeste Waterloo-literatuur worden herhaald. Uiteraard werd het boek een klassieker, maar de arme Siborne verdiende er geen cent aan. Pas na zijn dood kreeg hij zijn erkenning. Zijn maquette staat ondertussen in het Britse legermuseum in Londen, maar de Pruisische soldaten zijn er nog altijd niet op teruggekeerd.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234