Zondag 18/04/2021

InterviewWellesnietes

Een portier die schoolkinderen uit de auto komt halen: is dat nuttig?

Mark De Backer en Werner De Dobbeleer. Beeld rv
Mark De Backer en Werner De Dobbeleer.Beeld rv

Een voor- en tegenstander gaan in duel over een hot issue. Deze week: een portier haalt de kinderen uit de auto aan een schooltje in Kortrijk. Goed idee of niet?

Mark De Backer: ‘Onze portier voorkomt verkeersdrukte aan de schoolpoort’

“Ouders hebben bij onze school totaal geen parkeerstress meer”, zegt Mark De Backer, directeur van VGSK De Boomhut. “En ze weten dat hun kinderen veilig de school binnenstappen.”

“De parking aan onze school staat vaak vol. Daarom hebben we een vijftal jaar geleden beslist om een zogenaamde Zoen & Zoef-zone te installeren aan onze school. Van oudere kinderen verwachten we dat ze de laatste meters te voet naar de schoolpoort wandelen. Voor de jongsten openen we een extra toegangs­poort. Zo kunnen de kleinsten rechtstreeks op de speelplaats stappen.

“Ik moet er geen tekening bij maken dat de meeste kinderen in het kwartier voor het begin van de lessen pas toekomen op school. Het kan dan erg druk zijn. Vaak staan er vijf of zes auto’s aan te schuiven. Tussen kwart voor negen en negen uur voorzien we daarom een leerkracht die de kinderen helpt: deur openen – want er is vaak een kinder­slot – uitstappen, rugzakje aandoen, zwaaien en wegwezen. Ouders blijven in de auto zitten.

“Dit systeem is een zegen voor onze school. De parkeer­stress van mama’s en papa’s is volledig verdwenen. Ze zijn heel erg tevreden over dit systeem, want ze weten dat hun kinderen veilig de school binnenstappen. Zo parkeren ouders tenminste niet meer op de meest wildvreemde plaatsen. Het maakt de school­omgeving een pak veiliger.

“Denk nu niet dat we ouders aanmoedigen om hun kinderen met de wagen naar school te brengen. We promoten nog altijd om dat te voet of met de fiets te doen. Dat is nog altijd de beste manier om naar school te komen. We hebben geïnvesteerd in fietsenstallingen en de toegangsweg voor fietsers werd gemoderniseerd.

“In de eerste plaats streven we er dus naar om kinderen op een alternatieve manier met de wagen te brengen. De wagen moet de laatste optie zijn. Maar sommige ouders kunnen niet anders dan hun kinderen met de auto naar school brengen. Daarom hebben we ook voor de Zoen & Zoef-zone gekozen. Het is een en-en-verhaal.

“Ook weten we dat kinderen die met de wagen naar school worden gebracht, minder verkeersvaardig­heden krijgen. Dat willen we compenseren. Daarom hebben we een verkeersbeleidsplan opgesteld. We trekken bewust heel vaak met de leerlingen de straat op, nemen deel aan het Grote Voetgangers- en Fiets­examen van de Vlaamse Stichting Verkeerskunde, en vrijwillige verkeers­ouders begeleiden kinderen tijdens een fiets­uitstap. Dat doen we met alle kinderen al op jonge leeftijd.

“Daarnaast hebben we ook een verkeers­educatieve route rond de school ontwikkeld in samenwerking met Dr. Mobi, een provinciale dienst die mobiliteitsprojecten op school ondersteunt. De route geeft leerlingen de kans om het verkeer te bekijken en eruit te leren.

“Hier in Kampenhout op het platteland is het natuurlijk makkelijk om dat op een veilige manier te doen. Maar ik heb ook twintig jaar voor de klas gestaan in Brussel. Daar trok ik met de kinderen ook naar buiten de straat op. Verkeerservaring kunnen ze echt overal opdoen.”

Werner De Dobbeleer: ‘Die lakeiservice lokt nog meer wagens naar school’

Door de ‘limousinedienst’ leren kinderen geen verkeerssituaties inschatten, zegt Werner De Dobbeleer van de Vlaamse Stichting Verkeerskunde. “Dat is gevaarlijk voor de overstap naar de middelbare school.”

“Het initiatief om een ‘lakei’ in de vorm van directie, leerkracht of ouder aan de schoolpoort te plaatsen, doet mij de wenkbrauwen fronsen. Er ontbreekt enkel nog een uniform om de autodeur helemaal in stijl te openen. Zo maak je het kinderen en ouders wel erg makkelijk: je geeft hen de pap in de mond om toch met de wagen naar school te komen. Dat proberen we juist te ontmoedigen.

“Iedereen wil een verkeersveilige omgeving voor kinderen. Maar het echte probleem is niet het gebrek aan parkeerplaatsen in de omgeving, wel het rijdende autoverkeer. Dat zijn zowel passanten als ouders die bij wijze van spreken de speelplaats oprijden om hun kinderen gezond en wel in de klas te krijgen.

“Het initiatief schiet zijn doel voorbij. Enerzijds wordt schoolverkeer met de wagen gepromoot. Voetgangers en fietsers worden gehinderd, waardoor ze weer tweederangs­weggebruikers worden. Anderzijds doen kinderen geen enkele verkeerservaring op.

“Kinderen moeten zelf actief leren deelnemen aan het verkeer. Een school kan deze dienst beter verder van de schoolpoort aanbieden en een veilige looproute voorzien. Ook in 100 meter wandelen zijn er leermomenten.

“Waarom zou je hen dan de kans ontnemen om daarop te oefenen in de veilige nabijheid van de school? Het is zelfs de plicht van scholen om daarop in te zetten. In de eindtermen staat dat kinderen aan het einde van het zesde leerjaar over voldoende vaardigheden moeten beschikken om zich zelfstandig en veilig via een vertrouwde route naar bijvoorbeeld de school of sportclub te kunnen verplaatsen.

“Negen op de tien leerlingen slagen in het vierde leerjaar voor het Grote Voetgangersexamen. 89 procent slaagt in het zesde voor het Grote Fietsexamen. Maar dat wil ook zeggen dat ongeveer 10 procent van de leerlingen niet slaagt. Dat zijn voornamelijk kinderen zonder verkeers­ervaring. En dat is gevaarlijk voor de overstap naar de middelbare school, waar ze vaak zelfstandig naartoe fietsen.

“Toch is het bijbrengen van verkeersvaardigheid geen opdracht van de school alleen. Ook ouders moeten oefenen met hun kinderen. Dat gebeurt best al op jonge leeftijd. Zo leren ze de verkeersregels kennen en andere weggebruikers inschatten.

“Erg jonge kinderen neem je bij de hand. Je leert hen dat de binnenkant van het voetpad, aan de kant van de huizen, de meest veilige plaats is om te wandelen. Daarna kan je oefenen om de straat over te steken. Waar mag je dat doen? Hoe vaak moet je naar links en rechts kijken? Hetzelfde principe geldt voor fietsers. Eerst rijdt je kind langs de veilige binnenkant van het fietspad, jij fietst naast of schuin achter je kind. Van veilige oefenstraten breid je uit naar iets moeilijkere situaties.

“En misschien nog belangrijker: geef altijd het goede voorbeeld. Kinderen kijken af van volwassenen. Ouders gebruiken dus best het zebrapad en wandelen niet door het rode licht. Of ze brengen kinderen te voet of met de fiets naar school, zodat het een automatisme wordt om de wagen aan de kant te laten staan. Dat beetje extra beweging kan erg zinvol zijn in tijden waar veel jongeren gezondheidsproblemen of overgewicht hebben.”

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234