Maandag 22/07/2019

Een poëziefestival in Zuid-Afrika

Afgelopen weekend vond in Wellington in Zuid-Afrika de vierde editie van de Tuin van Digters plaats. Het poëziefestival wordt elk jaar in september georganiseerd, in de vroege Zuid-Afrikaanse lente. Wellington ligt in de glooiende Winelands, 40 kilometer ten noorden van Stellenbosch in de West-Kaap.

De Tuin van Digters is een initiatief van het Breytenbach Sentrum, een culturele vereniging die gevestigd is in het huis waar de bekende Zuid-Afrikaanse/Franse schrijver en schilder zijn kinderjaren doorbracht.

Breyten Breytenbach (°1939) zelf sprak in zijn zangerig Afrikaans over de gecompliceerde maatschappelijke en de penibele politieke situatie in zijn geboorteland. Hij verwees naar de gespannen situatie op de campus in Stellenbosch, waar zwarte studenten, al dan niet politiek gestuurd vanuit het ANC, in opstand komen tegen de gevoerde taalpolitiek. Tegenstanders van het universitaire beleid, zoals de studentengroepering Open Stellenbosch, beschouwen het Afrikaans, en vreemd genoeg niet het Engels, als een gestigmatiseerde taal, als een relict van het verderfelijke apartheidsregime. Volgens hen krijgt het Afrikaans een kwarteeuw na de afschaffing van de apartheid nog altijd een voorkeursbehandeling tegenover de vele zwarte talen, met name in Matieland (Stellenbosch).

Breytenbach vindt het niet goed dat zwarte studenten in toenemende mate hun moedertaal verloochenen ten gunste van het Engels en fulmineerde tegen het angstige universteitsbestuur, dat zich heeft teruggetrokken in een egelstelling. Zuid-Afrikaanse universiteiten zoals UCT (Kaapstad) en Stellenbosch moeten dringend hervormd worden. Er moeten meer studenten en onderzoekers met een andere huidskleur komen. Toch schiet het maar niet op.

In een land als Zuid-Afrika is een literair evenement zoals de Tuin van Digters altijd een politiek beladen gebeurtenis. Gedichten zijn er vaak al te ideologisch. Breytenbach las tijdens het festival geen gedichten voor. Hij pleitte wel voor een 'creolisering', een vermenging van talen. En hij riep op tot meer beweeglijkheid in het denken. Het is de inertie van het denken die vele Afrikaanssprekenden maar ook zwarte bewindslieden in Zuid-Afrika vandaag verlamt.

Dichters des Vaderlands

In zijn magistrale bundel oorblysel/voice over (2009), een postuum gesprek met de Palestijnse dichter Mahmoud Darwish, staat te lezen: 'alles is beweging totdat dit ophou beweeg.' En ook: 'om te wees is om te beweeg'. Het land heeft dringend behoefte aan morele en onafhankelijke denkers. Dat de transformatie een lang en pijnlijk proces is, spreekt voor zich. De universiteit en bij uitbreiding het land hebben nood aan wat Breytenbach een faculteit van de verbeelding noemt. Misschien moeten universiteitsbesturen bij ons zich daar ook eens over buigen.

Voor het eerst in de nog jonge geschiedenis van het poëziefestival - ooit begonnen met een herdenking van de net tevoren overleden Gerrit Komrij - traden de Nederlandse en Belgische Dichters des Vaderlands op. Anne Vegter las in het Engels gedichten voor die ze als Nederlands staatsdichter schreef. Ze oogstte veel bijval met haar aan de actualiteit gebonden gedichten over de vluchtelingencrisis in Europa en de vliegramp met MH17. Charles Ducal, tot het einde van dit jaar Belgisch Dichter des Vaderlands, sprak op timide toon over het dichterschap en de originele wijze waarop hij invulling geeft aan het ambt.

De samenwerking en dialoog met Afrikaanse dichters en culturele verenigingen kan in deze postkoloniale tijden misschien een impuls geven aan het Afrikaans, dat wat in een existentiële crisis verkeert. Zoals Breytenbach stelde: door aandacht te hebben voor elkaar kunnen we de verbeelding aanscherpen en de sociale cohesie verstevigen.

In de coulissen van het festival, tussen geplaveide en aan bomen geprikte gedichten van Afrikaanse schrijvers, vernam ik dat Daniel Hugo, vertaler van Nederlandstalige fictie en non-fictie naar het Afrikaans, binnenkort van start gaat met Hugo Claus' magnum opus Het verdriet van België. Eerder maakte hij al vertalingen van werk van onder anderen Herman De Coninck, Gerrit Komrij, Rutger Kopland, Tom Lanoye, Miriam Van hee en David van Reybrouck.

Het project krijgt subsidies van het Vlaams Fonds voor de Letteren. Misschien moet het VFL ook eens nadenken over de promotie van vertaalwerk dat op verzoek van Protea Boekhuis, de enige uitgever van Nederlandstalige literatuur op het Afrikaanse continent, wordt betoelaagd. Onze literatuur is aanwezig in Zuid-Afrika, maar er is nauwelijks iemand die dat weet.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
© 2019 MEDIALAAN nv - alle rechten voorbehouden