Dinsdag 11/08/2020

Een poëtisch slagveld

Met name tussen Sappho en de nu

Bloemlezing van Europa's oudste poëzie

De oude Griekse lyriek lijkt op een vernield landschap na een tsoenami. Meestervertaler Paul Claes ging op zoek naar het wrakhout dat daarin ronddobbert.

De gouden lier. Archaïsche Griekse lyriek

Vertaald door Paul Claes

Athenaeum-Polak & Van Gennep, Amsterdam, 336 p., 34,95 euro.

In het Nederlands bestaan er minstens drie voegwoordelijke bijwoorden. De dichter Hugo Claus gebruikt er twee van in één vers, samen met een onderschikkend voegwoord van toegeving. Hij doet dat in Wreed geluk. Het vers luidt: 'Toch, niettegenstaande, desalniettemin'. Hugo Claus was de grootste Nederlandse dichter van de twintigste eeuw."

Veronderstel dat we over een paar duizend jaar alleen nog dit soort sintels bijeen kunnen sprokkelen uit de verloren poëzie van Claus: bij linguïsten verzen of strofen die zij citeren vanwege een eigenaardigheid, bij vlijtige lexicologen bizarre woorden en vreemde idiomen die ze uit Claus' gedichten (en uit hun context) peuteren, een stuk gedicht over pakweg de geneugten van wijn drinken dat in een lifestyle-boek verzeild is geraakt, een langer fragment op een gescheurd vodje papier waarvan de ene helft in Brussel wordt bewaard en de andere in Berkeley...

Dat is mutatis mutandis de staat waarin de oudste Griekse poëzie van na de epen van Homeros en na Hesiodos' didactiek - traditioneel wordt ze 'Griekse lyriek' genoemd - ons heeft bereikt. We hebben het dan over de zevende tot ergens in de vijfde eeuw vóór, en het gebied waarin de dichters leefden strekt zich uit van de huidige kust van Turkije, over de Griekse eilanden en het vasteland, tot in Sicilië. Het is een roerige tijd van dynastieën van alleenheersers, oligarchen, nouveaux riches die hun politieke plaats opeisen, burgertwisten en ander wapengekletter. Maar ook over de context zit onze kennis vol grote gaten.

Neem de grootste naam, Sappho van Lesbos. Zij schreef naar schatting 11.000 versregels. Daarvan zijn er nog ca. 650 "enigszins ontcijferbaar" (Paul Claes). We hebben van Sappho nog één (1) volledig gedicht en veel losse snippertjes à la "... jij roostert ons...". Met voor en na de drie puntjes van de machteloosheid: wat komt hiervoor, wat hierna? We weten het niet. Daarnaast zijn er een tiental gedeeltelijk bewaarde poëmen waarvan we het thema nog kunnen thuiswijzen, waaronder het beroemdste uit de hele Oudheid: "Gelukkig als de goden lijkt/ mij de man te zijn die vlak/ tegenover jou zit en luistert/ naar je mooie stem". Sappho's fragmenten zijn aangetroffen in citaten door derden, op papyrusresten, en ééntje zelfs op een potscherf. Ze was enkele eeuwen lang erg populair. Haar bewaarde poëtische hutsepotje is rijk in vergelijking met veel andere dichters en het is zelfs oneindig volumineus als we denken aan de ongelukkigen van wie we alleen de naam nog kennen, terwijl ze voor hun tijdgenoten soms van hetzelfde kaliber waren als de allergrootsten. In Paul Claes' De gouden lier beslaan Sappho's schilfers een klein vijfde van de 250 tekstbladzijden. De rest wordt gedeeld door achttien mannelijke collega's en één dichteres.

Meester Claes, onder meer classicus, heeft in De gouden lier een groot aantal gensters vertaald en we krijgen er de oude Griekse tekst bij. De goden zij geprezen om deze gelukkige uitzondering in de Baskerville serie. Dit boek moest ervan komen: "Ik ben een lezer van fragmenten: diagonaal lezen, aforismen, papyrussnippers, glimpen van glimpen. Taal als fetisj." Zo staat het in Claes' onthullend verhullende Het hart van de schorpioen. Roman (2002). Déze bloemlezing van honderden van die snippers is een product van volgehouden (jeugd)liefdewerk. Met name tussen Sappho en de nu 61-jarige Claes bloeit er al iets sinds zijn zeventiende: het was ooit in de poësis "liefde op het eerste gezicht". Zoals hij al een lezend leven lang met Rimbaud doende is, zo hebben Sappho en haar Griekse lyriek hem nooit losgelaten. Rimbaud en Sappho behoren, met Catullus, Mallarmé, Pound, Joyce en Claus, tot de twaalf auteurs die Claes naar eigen zeggen "kent". En dat wil in zijn geval wat zeggen.

De 'oudste Griekse poëzie' was - met wat we er vandaag nog maar van weten - performance- en gelegenheidspoëzie, en niet zelden ook patronagepoëzie 'in opdracht', gecomponeerd door een soort stadsdichters. Ze is gemaakt om te worden gezongen of gereciteerd, in koor of solo, onder begeleiding van een lier (vandaar 'lyriek'), van een soort hobo of van helemaal niets, afhankelijk van het genre. 'Lierdichters' is voor veel van deze poëten dan ook een misleidende benaming. Wij hebben in elk geval alleen nog stukjes lyrics over, de muziek is verstomd. De poëtische performance speelde zich af op festivals met een min of meer religieus en/of patriottisch karakter (alles was 'religieus' bij de oude Grieken). Of de dichters traden op exclusief mannelijke drinkfeesten op van gelijkgestemde zielen en hier en daar ook op het vrouwelijke equivalent daarvan, tijdens bruiloften, begrafenissen etcetera. De verzen zijn als 'gelegenheidspoëzie' ook vaak performante poëzie. Ze hadden een andere opzet dan de wereld het diepst van de gedachten en gevoelens van een goddelijk 'ik' kond te doen. Meestal zijn ze maatschappijbevestigend.

Toch werd deze poëzie tot voor kort vooral als ontboezemingspoëzie gelezen. En het ging nog verder: de prominent aanwezige 'ikken' in de gedichten zouden wijzen op de ontluikende individualiteit in de archaïsche Griekse samenleving, werd beweerd. In het zog van het moderne onderzoek neemt vertaler-commentator en intertextualist Claes afstand van deze biopoëticale lectuur, zoals hij eerder al de 'getourmenteerde liefdesdichter' Catullus heeft ontmaskerd als een vernuftige poet's poet die zijn gedichten ingenieus aaneenreeg. Het spectaculairst is de ommekeer in het geval van dichter Archilochos: vroeger beschouwd als de eerste poète maudit, nu volgens specialisten eerder de auteur van rituele spotdichten.

In De gouden lier dropt Claes heel wat namen en stukjes tekst die getuigen van de invloed die 'de Griekse lierdichters' hebben uitgeoefend, onder meer omdat ontvankelijke puberzielen ze in de humaniora lazen. Zelfs de naam J.D. Salinger valt even. (Stof voor een nieuw boek, deze intense nawerking?) Het flardkarakter van deze poëzie was voor veel van Claes' voorgangers, vertalers en commentatoren onverdraaglijk. Romantici probeerden daarom uit de fragmenten en uit onbetrouwbare informatie een heel dichtersleven bijeen te fantaseren. De jongere oude Grieken deden dat trouwens zelf een paar eeuwen na deze dichters ook al: zo zou de bijtende poëzie van Archilochos en Hipponax, de bedenker van het woord 'motherfucker', een stuk of wat zelfmoorden hebben veroorzaakt. Filologen oude stijl poogden de ruïneuze poëzie te reconstrueren.

In tijden waarin de versplintering en het fragmentarische juist worden gecultiveerd (jaja, postmodernisme), krijgen suggestieve fragmenten als deze dan weer een cultstatus die er zowat nieuwe integrale gedichten van maakt, bijna als een soort haikoes of wijsheidspoëzie. Ook dat is behoorlijk anachronistisch. Claes is te veel filoloog nieuwe stijl om er op die manier tegenaan te kijken. Hij had in dit boek nog verder kunnen gaan en de vaak ontluisterende context mee vertalen waarin we de flinters aantreffen, zoals David Mulroy dat doet in zijn Early Greek Lyric Poetry. Maar dat had een ander boek opgeleverd.

Flarden, wrakhout, onzekere interpretaties die door nieuwe papyrusvondsten op de helling kunnen worden gezet, patronagepoëzie: waarom zou u uw tijd verdoen met deze fragiele Griekse verzen? Omdat er schitterend beeldende vonken oplichten. In de veronderstelling dat de beelden ook als beelden bedoeld zijn, want door onze gebrekkige kennis van het oude Grieks weten we zelfs dat vaak niet... En ja, omdat de stukjes pakkend kunnen zijn, hoe cliché ze ook (geworden) zijn. Prominent in de gedichten en gedachten is het pessimisme over de mensheid en de vertegenwoordigers ervan: de vertwijfeling als de manisch makende liefde weer ontijdig toeslaat of verdwijnt, de ellendige hang en drang naar 'rijkdom' en 'winstbejag', de onmacht tegenover hogere machten, de rechtlijnigheid van 's levens korte loop die onvermijdelijk op ouderdom uitloopt en vervolgens op niets. Het voortdurend weerklinkende hedonisme ("klink en drink nu") spruit voort uit dat pessimisme ("want straks is het gedaan" of "zo meteen laat Zeus de ellende toeslaan"). Veel verder dan dit 'geniet ervan' zal het deel van de mensheid dat niet op een hiernamaals rekent, wel nooit geraken. Behalve om die herkenbare gedachten zijn de fragmenten ook de moeite waard om de vreemdheid die ze tentoonspreiden.

Paul Claes in Het hart van de schorpioen over de essentie van wat vertalen is: "Als vertalen vertolken is wat een vreemde ziel beweegt, is elke vertaling een protest tegen de barbarij." In 1965 is de toen 21-jarige student Claes naar eigen zeggen ruw ontwaakt toen een vriend van het Literaire Genootschap waar ze toe behoorden, hem toefluisterde dat hij niets moest hebben van zijn zoetvloeiende, metrische en berijmde Sappho-ver-talingen: "Iedere vertaler moest rekening houden met het poëtisch idioom van zijn eigen tijd. Dus moest je nu in de eerste plaats het beeld vertalen en je niet met metrische knutselarijen bezighouden." Het is een credo dat hij veertig jaar later als vertaler meesterlijk huldigt. De gouden lier is een hommage aan zo'n twintig slachtoffers van een verwoestende overlevering die van hun duizenden verzen flinterdunne poëzie heeft gemaakt.

Patrick De Rynck

Archilochos

Liefdespijn

Ongelukkig lig ik ademloos

te smachten, verschroeiende schichten van goden

dringen mij door merg en been...

Zij

... als een Thrakiër of Frygiër

die bier drinkt door een rietje,

zo zwoegde zij voorovergebogen...

Hij

... zijn pik zwol:

net een vetgemeste ezel uit Priëne...

Mimnermos

Leven zonder liefde

Wie leeft verblijd zonder de gouden Afrodite?

Ik was nog liever dood dan niet te dromen van

geheime hartstocht, van verleiding en van liefde:

verlokkelijke bloemen die de jeugd verleent

aan mannen en aan vrouwen. Wanneer de droeve oude

dag komt die zelfs een mooie man nog lelijk maakt,

verteren hem voortdurend sombere gedachten

en kijkt hij zonder vreugde naar de zonnegloed.

De jongens schuwen hem, de vrouwen zien op hem neer.

Zo bitter is de oude dag die Zeus bezorgt.

Alkman

De oude koorleider

Mijn benen dragen mij niet langer,

meisjes met je zoetlokkende lied.

Ach, ach, was ik maar een ijsvogel,

ik wiekte samen met de wijfjes

onverschrokken over de schuimkoppen

als die vinnige zeeblauwe vogel.

Sappho

De bruid

Zoals de zoete appel

bloost aan het eind van een tak,

hoog in de hoogste twijgen

vergeten door de plukkers,

neen, niet vergeten

maar niet te bereiken...

De bruidegom

Welk beeld, mijn bruidegom,

moet ik voor jou gebruiken?

Met een buigzame tak

wil ik jou vergelijken...

Alkaios

Zomer

Spoel uw keel met wijn. De Hondsster rijst.

Zwoel weer, alles versmacht van de hitte.

Tussen het lover tjirpt de cicade blij.

De distel bloeit. Nu zijn vrouwen het geilst,

mannen slap. Sirius verdort kop en knieën...

Ibykos

Lente

In de lente bloeien de kweeën

die het ruisende water besproeit

binnen de ongerepte Maagdentuin

en ontluiken ook de knoppen

die zwellen in de schaduw

van de wijngaardranken.

Voor mij rust de Liefde nooit:

zoals de stormwind uit Thrakië

met schichten van verzengende

waanzin van bij Kypris aanschiet,

zo dreigend en onstuitbaar

stort hij zich op mijn ziel.

Anakreon

De Lesbische

Opnieuw tikt de blonde Eros

me met zijn vuurrode bal aan

en daagt me uit te spelen met

dat meisje in kleurige muiltjes.

Maar zij wil niets weten van mij

en mijn al te grijze haren:

zij komt uit het bloeiende Lesbos

en gaapt naar - wat anders.

Timokreon

Drinklied voor Ploutos

Blinde Rijkdom, was u maar

nooit op aarde verschenen,

nooit op zee en nooit op land,

was u maar in de Onderwereld

bij de hellerivier gebleven,

veel ellende was ons bespaard.

61-jarige Claes bloeit er al iets sinds zijn zeventiende

Defilé van dichters

In De gouden lier vind je, behalve van Sappho (die door Claes al eerder werd vertaald), onder meer verzen van:

- Archilochos, auteur van virulente spot-, haat-, woede- en liefdesverzen die volgens de jongste hypothese vooral in een rituele context ten gehore werden gebracht.

- Semonides, vooral bekend om zijn tirade tegen vrouwen (een komisch bedoeld bruiloftsgedicht?).

- Kallinos en Tyrtaios, twee dichters van oorlogspoëzie type 'Het is goed en eervol om voor het vaderland te sneuvelen'.

- Mimnermos, hedonist en pessimist pur sang die om euthanasie op z'n zestigste smeekte.

- Alkman, die laat horen dat Sparta in de zevende eeuw nog een bloeiend centrum van poëzie en cultuur was, voor de militaristische verstarring toesloeg.

- Solon, grondlegger van de Atheense democratie die zijn morele opvattingen in verzen goot.

- Stesichoros, een Siciliaanse Griek van wie de jongste decennia dankzij papyrusvondsten veel nieuw werk bekend raakte. Er is nog hoop.

- Alkaios, zoals zijn tijdgenote Sappho ook van Lesbos, schreef politieke poëzie, drink- en liefdesliederen, godenhymnen.

- Anakreon, die jeugd, passie en genot verheerlijkt en het tegenovergestelde verfoeit.

- Hipponax, auteur van rauwe, vulgaire poëzie die misschien bedoeld was als conventioneel amusement bij carnavalachtige toestanden.

Ik laat een handvol dichters, onder wie minor poets, en de anonieme drink- en volksliedjes onvermeld. Bizar maar verklaarbaar: de dichters van wie we nog het meest hebben bewaard, ontbreken in De gouden lier: Pindaros' Zegezangen voor winnaars op de Spelen zijn recent schitterend vertaald door Patrick Lateur (je vindt ze - shame on us - in de ramsj), die van Bacchylides blijven vooralsnog onvertaald en hetzelfde geldt voor de zowat 1.400 verzen op naam van een zekere Theognis. Dat zijn twee boeken op zichzelf. De gouden lier blijft de ruimste Nederlandse bloemlezing (ik had ze nog iets ruimer gewild). Dit boek is ook 'noodzakelijk' omdat het belangrijke onderzoek van de jongste decennia erin is verwerkt. Oudere bloemlezingen dienen onverwijld verticaal te worden geklasseerd.

(PDR)

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234