Zondag 13/06/2021

Een pleidooi voor extra geldsystemen

Een gesprek met de Belgisch-Amerikaanse econoom Bernard Lietaer

Ooit was Bernard Lietaer topambtenaar bij de Nationale Bank, vervolgens was hij de succesvolle manager van een van de belangrijkste offshorevalutafondsen, en werkte hij als consultant voor multinationale bedrijven en ontwikkelingslanden. Ondertussen docent aan de Berkeley University schreef hij nu 'Het geld van de toekomst', waarin hij een pleidooi houdt voor alternatieve geldsystemen. De ondertitel van zijn boek is dan ook: 'Een nieuwe visie op welzijn, werk en een humanere wereld'.

Eind jaren zeventig was hij bij de Nationale Bank van België verantwoordelijk voor de invoering van de ecu, de voorloper van de euro. Nu bepleit hij zowat het tegenovergestelde van een eenheidsmunt: lokale geldsystemen, lets-initiatieven (local exchange trading system) en andere alternatieve valuta, zoals vliegmijlen, bonuspunten of zorguren.

Ze zijn volgens Bernard Lietaer de sleutel tot het oplossen van problemen waarop het klassieke economische denken geen antwoord vindt. Zo bijvoorbeeld de veroudering in de samenleving, zelfs het milieuvraagstuk. En uiteindelijk, want daar is het Lietaer om te doen, moet dat leiden tot 'duurzame voldoening'.

Het lijken alternatieve, zelfs utopische ideeën van een bevlogen wereldverbeteraar, al beantwoordt hij allerminst aan dat profiel van een idealistische naïeveling. Na zijn carrière bij de Nationale Bank werd hij general manager van Gaia Hedge II, een van de belangrijkste offshorevalutafondsen; door Business Week werd hij ooit uitgeroepen tot de succesvolste valutahandelaar ter wereld. Daarna werkte hij als consultant voor multinationale ondernemingen én voor landen in Latijns-Amerika.

Bernard Lietaer: "Mijn carrière vertoont meerdere ongewone richtingen, zelfs schijnbare tegenstellingen. Ik werkte bij de centrale bank, maar later ook als valutabeheerder, wat zowat het andere extreem is. Later was ik consultant voor grote multinationals, maar ook voor ontwikkelingslanden, opnieuw nogal tegenovergesteld."

Hoe komt een "internationaal befaamde" (boekomslag) financieel deskundige tot de veeleer alternatieve ideeën die u in uw boek promoot?

"Ik noem het liever nieuwe ideeën, en daarin heb ik ook een verleden, zelfs een reputatie. In 1969 schreef ik een boek, (Financial Management of Foreign Exchange, gepubliceerd in 1971 bij Thet M.I.T. Press Cambridge), over veranderlijke wisselkoersen, die toen zelfs nog niet bestonden. Dat begon pas in 1971, toen Nixon gedwongen werd de convertibiliteit van dollars in goud los te laten. Maar ik had toen al de eerste systemen ontwikkeld om klaar te zijn voor wat er zou gebeuren. Later deed ik onderzoek in Latijns-Amerika, en in 1979 publiceerde ik over de problemen en voorspelde ik dat er in de komende jaren een grote bankcrisis zou ontstaan. En je weet: in 1980 is de schuldcrisis begonnen. Dus ik ben altijd al geïnteresseerd geweest in wat er zal gebeuren. In de jaren zeventig vroeg men waarom ik bezig was met problemen die niet bestonden, maar twee jaar later bestonden ze wel. Nu, met het geldthema, hetzelfde. Ik stel vast dat het meer en meer begint te leven, zie de aandacht voor bijeenkomsten als in Seatle bijvoorbeeld. Vroeger was geen mens geïnteresseerd in vergaderingen van de Wereldbank of het IMF, nu zijn ze zowaar populair bij actievoerders en bij de publieke opinie. Dat was tien jaar geleden ondenkbaar. Er is een bewustzijn gegroeid dat het huidige geldsysteem niet gezond is, dat allerlei maatschappelijke problemen niet op te lossen zijn met de gangbare benaderingen."

Uw boek, The Future of Money, verscheen ook al in Japan. Het wordt daar zelfs door een topman van het ministerie van Handel en Industrie in Japan "an epoch-making book" genoemd.

"Dat was Toshiharu Kato die ook een inleiding schreef voor de Japanse versie. De Japanse bevolking is de op een na snelst verouderende ter wereld, en als verantwoordelijke directeur van het ministerie heeft Kato in de laatste zes maanden veertig proefprojecten gelanceerd die gebaseerd zijn op mijn boek, allemaal over de problematiek van de veroudering. Om dat snel toenemende probleem het hoofd te bieden, hebben de Japanners een nieuw soort munteenheid voor gezondheidszorg ingevoerd. Een soort van tijdrekening, waarbij de uren die een vrijwilliger besteedt aan het helpen van ouderen of gehandicapten op zijn 'spaarrekening' worden toegevoegd. Het heet de hureai kippu, de 'zorgzame relatiekaartjes'.

Eigenlijk een soort van door de staat gestimuleerd vrijwilligerswerk dus?

"U onderschat het. Ze zijn er in Japan op grote schaal mee begonnen, er bestonden al driehonderd projecten en nu zijn er dus veertig bijgekomen, na mijn boek. Kato is via een totaal andere weg tot dezelfde conclusie gekomen als ik. Hij wilde een nieuw verzorgingsmodel voor Japan ontwikkelen, terwijl ik uitging van de geldproblematiek, maar hij kwam tot hetzelfde besluit: we missen lokale geldsystemen, en die moeten we dus ontwikkelen."

In uw boek situeert u de oplossingen pas in 2020.

"Ja, oplossingen zullen niet voor het komende weekend zijn, maar de analyse geldt wel nu. Het verouderingsprobleem is nog maar pas begonnen en zal alleen maar toenemen in de komende jaren. Op een bepaald moment zullen we zoals de Japanners moeten besluiten dat we het niet meer op de klassieke manier kunnen behandelen. De veroudering van de samenleving krijgt geen oplossing in het huidige geldsysteem, de milieuproblematiek ook niet. Aan klassieke economen vraag ik: wat is uw oplossing? Dan valt er een grote stilte, want ze hebben er geen en dat weten ze. Er zijn maar twee mogelijkheden, ofwel ga je als samenleving bankroet - je probeert je beloften te houden en iedereen gaat er aan ten onder - of je vermindert de levensstandaard van de ouderen. Dat is de Amerikaanse oplossing. Ze mogen wel wat langer leven, die oudjes, maar wij willen er niet voor betalen."

Hoe reageren klassieke economen op uw boek?

"Velen hebben het nog niet gelezen. Ik heb het ook niet voor hen geschreven, maar voor de gewone lezer. Het is ook geen boek over economie, maar over sociale ontwikkeling en de relatie met het geldsysteem. Voor een klassieke econoom is het geldsysteem een gegeven zoals de zon, onveranderlijk, niet iets om te onderzoeken hoe het verbeterd kan worden.

"Galbraith heeft het mooi gezegd: 'Money is the one domain where complexity is used to hide the truth or to avoid the truth, rather than to explain it.' Ik probeer dat geld te demystificeren. Een van mijn bedoelingen is bewustmaking, het verhogen van het bewustzijn: wat is geld eigenlijk? Als je het vraagt aan een econoom, krijg je geen antwoord, niet omdat hij het niet wil geven, maar omdat hij het niet in gewone woorden kan uitleggen.

"Op technisch vlak zit ik goed. Mijn zienswijze is niet conventioneel, maar wel operationeel en bovendien logisch? Maar het vraagt wel een verandering van het systeem, en daarvoor is het nog zeer vroeg. Ik vergelijk het een beetje met de eerste vliegtuigen. Op dat niveau zitten we, we kunnen nog niet rustig in een zetel neerploffen en denken: nu vliegen we naar New York. Het zijn nog maar de eerste experimenten, maar ze werken wel. Er gebeuren ook wel eens ongelukken, een aantal projecten valt neer, maar daarvan kunnen we leren. Maar er zijn al resultaten die niet behaald worden met het monopolie van één geldsysteem."

U wilt het monopolie van één geldsysteem doorbreken door andere vormen van vergoedingen. Airmiles zijn een voorbeeld waarop u in het boek vaak terugkomt, maar dat mij wat futiel lijkt.

"Maar het monopolie is al doorbroken. Airmiles zijn geld, hureai kipps in Japan zijn geld. In Engeland worden Britisch Airwaysmiles nu al voor twee derde geïncasseerd voor iets anders dan vliegtuigtickets. Je kunt airmiles verdienen zonder ooit in een vliegtuig te zitten, en daarvan kun je in de supermarkt iets kopen. Het is geld, dus het monopolie is eraan. Het is natuurlijk nog beperkt. Mijn voorspelling is dat het slechts een begin is. De eerste vliegtuigen vliegen niet ver (lacht) maar ze vliegen."

Een ander voorbeeld in uw boek is 'Le Grain de Sel' in Frankrijk. Maar ook in Vlaanderen hadden de boeren vroeger een systeem van onderlinge bijstand.

"Juist, en dat werkte. In mijn volgende boek, The Mystery of Money, geef ik het voorbeeld van onze contreien in de tiende tot de dertiende eeuw. In die periode bestonden er twee geldsystemen: het langeafstandsgeld - bijvoorbeeld voor het goud of zilver of de kruiden uit het oosten - dat was het koninklijke geld en daarnaast bestond het lokale geld: Antwerpen, Gent, Ieper, Brugge hadden een plaatselijke munt die alleen maar lokaal bruikbaar was. Er was een dubbel systeem, maar het is wel met dat lokale geld dat al die kathedralen zijn gebouwd.

"Het levensniveau van de gewone mensen was heel hoog in de twaalfde eeuw. Een zeer hoge levensstandaard: vier maaltijden per dag, met vlees en vis, een proteïne-inhoud die hetzelfde was als nu. Interessant is een studie over de lengte van de mensen van de oudheid tot nu, die men in Londen deed op basis van de beenderlengte van de lijken. Zoals je weet zijn we in de laatste generaties, de laatste honderd jaar, sterk gegroeid, maar uit de grafiek blijkt dat vrouwen in 1200 het grootst waren, zowat een halve centimeter groter dan nu. Voor mannen was dat een halve centimeter kleiner.

"Later, in de veertiende en vijftiende eeuw is het sterk gedaald. Toen kregen we het consolideren van de macht van de koningen. En dat bracht het monopoliseren van het geldsysteem mee. Koninklijke legers staan toch bekend als de inners van belastinggelden, en het eerste wat koningen wilden, was hun eigen geld scheppen, dus kregen we nationale geldsystemen."

En die brachten armoede?

"Die leidden tot een vlugge verslechtering van het levensniveau. De pest was het resultaat. Die begon in 1347, zowat vijftig jaar na de economische collaps rond 1290 à 1300. De Middeleeuwen was een zeer slechte periode, maar daarvoor waren er drie gouden eeuwen. In de steden die toen ontstonden, hadden ze een dubbel geldsysteem. Het langeafstandsgeld - dat schaars was - en de lokale munten die niet schaars waren. Dat is de sleutel."

U bepleit ook een holistische visie op de samenleving.

"Ja, het is tijd om breed te denken, om verschillende aspecten samen te behandelen: economie, milieu, sociale problemen. Niet in aparte blokjes, en dan hopen dat we alles afzonderlijk kunnen oplossen. Ik zal wel niet de eerste zijn die integraal denkt, maar ik probeer het wel systematisch te doen, ook op economisch gebied. Ik pleit niet voor duurzaamheid alleen, maar voor duurzame groei, wise growth."

Gaat een verdere groei in het Westen niet ten koste van nog meer verpaupering elders?

"Nee, we kunnen er nog met zijn allen op vooruit gaan, maar daarvoor is een nieuwe verbeelding nodig. Het kan niet op de oude manier. En die nieuwe verbeeding heeft een instrument nodig. Er zijn een paar nagels die ons vasthouden aan oude paradigma, een ervan is informatie. Zolang die gecontroleerd was en niet voor iedereen beschikbaar, was het moeilijk. Met het internet is dat veranderd. Het tweede is geld. Maak een lijst van alle goede projecten die u kent en die niet gebeuren omdat er geen geld is. Dat is ongelofelijk."

Stel, we willen daklozen opvangen, maar ook in Ghana de levensstandaard verhogen. Hoe kan uw systeem van complementaire geldsystemen daarbij een rol spelen?

"Het zal niet alleen maar daardoor veranderen, maar onder meer daardoor. Laten we zeggen dat we voor de daklozen een budget hebben van een miljoen euro, deels in euro, deels in tijdeuro's die bruikbaar zijn voor andere dingen. Ik zeg niet dat het alles zal oplossen, maar het helpt wel. Hetzelfde in Japan, de oplossing is niet: we schaffen de nationale gezondheidszorg af, maar we voegen er een systeem van solidariteit aan toe.

"Er is geen universele oplos-singen, ik heb het ook over lokale geldsystemen, niet over één systeem. Er zijn verschillende mogelijkheden voor verschillende problemen, en we zijn nog altijd aan het leren. In mijn boek maak ik een inventaris van wat er al bezig is, wat er werkt en wat niet, waarom het volgens mij werkt. Het is een nieuw thema."

Maar hoe implementeert u dat in een arm land als Ghana, dat afhankelijk is van schommelende grondstoffenprijzen en internationale valutakoersen.

"Ghana als voorbeeld: toen de Engelsen daar aankwamen bestonden er lokale gemeenschappen die zelfvoorzienend waren, en die dus niets moesten importeren of exporteren. Dat was niet interessant voor de Engelsen, dus hebben ze in Ghana een nationale munt gebracht, en daar een belasting per hut aan gekoppeld. In een paar jaar tijd was die stabiele, zelfvoorzienende gemeenschap kapotgemaakt, er moest worden geïmporteerd en geëxporteerd.

"Nu wil ik het omkeren: om deze gemeenschappen weer stabiel te maken kan een lokale munt helpen. Door een eigen markt te creëren, waar met die lokale munt kan worden betaald. Maar ik wil daarom niet terug naar vroeger, het is geen oplossing gemeenschappen af te snijden van de rest van de wereld. Het moet tegelijkertijd globaal en lokaal gebeuren, maar met het monopolie van het geldsysteem wordt het lokale verwaarloosd."

Bernard Lietaer, Het geld van de toekomst, Forum, Amsterdam, 478 p, 780 frank.

'Voor een klassieke econoom is het geld- systeem een gegeven zoals de zon, onveranderlijk, niet iets om te onderzoeken hoe het verbeterd kan worden'

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234