Vrijdag 24/01/2020

Een picknick in de alpenwei

ls het zo’n dag was. Zo’n dag die begon met onder de douche staan en opeens geen warm water meer krijgen. Zo’n dag die met horten en stoten op gang sputtert en je doet wensen dat er een fastforwardknop aan het leven zat. Zo’n dag met mist in de kop en een paar gevoelens te groot en onzekerheid die een beetje knaagt, en ook nog een vervelend telefoontje. Op zo’n dag wil je naar De parabel van het probleem van Roy Aernouts gaan kijken. Avondvullend eloquent gezeur op niveau, muzikaal bijzonder fijn omlijst, om gezellig binnen te laten glijden. Een warm bad om in weg te zinken terwijl het buiten koud is. Een moment van broederschap over het leven dat nu eenmaal voor niemand een picknick in de alpenwei mag heten.

Roy Aernouts heeft op Studio Herman Teirlinck gezeten. Eerst een paar jaar rondgelopen in de buurt van HetPaleis, een en ander gedaan voor film en tv, en dan in de belangstelling gekomen met zijn muzikale programma’s. Goed voor de prijs van jong muziekwerk op Theater aan Zee, daarna winnaar van de NEKKA-wedstrijd en drie jaar geleden van het beroemde Leids Cabaret Festival. Hij maakt die projecten niet alleen, maar brengt voor de gelegenheid schoon volk mee. Hannes d’Hoine, bekend van Die Anarchistische Abendunterhaltung, speelt bas en Craig Ward, bekend van vele jaren dEUS, gitaar.

Roy Aernouts is zo’n Vlaming die groter is in Nederland dan bij ons. Omdat ze daar al jaren de traditie kennen van ‘muzikaal theatraal cabaret’, zoals hij zijn werk noemt. De première vond dan ook plaats in Amsterdam, in de Kleine Komedie. De Nederlanders zijn in groten getale komen opdagen. Opgewonden en wel vullen ze de zaal zo ongeveer tot in de nok. Roy Aernouts en zijn kompanen komen op. Hij is een charismatische verschijning. Goeie kop met wakkere blik en iets van verlegen glimlachen. Te veel lijf dat wat onhandig meebeweegt met de rest, alsof het niet goed weet wat gedaan met al die ledematen. Zo’n jongen waar je naar wil luisteren omdat hij vast niet alles beter denkt te weten.

Maar zijn grote verdienste zit ’m in wat hij doet met taal. Hij gebruikt die om zijn versie van de wereld te verbeelden. Hij speelt ermee zonder ook maar één moment te vervallen in woordspelerigheid. Hij zingt dingen als ‘de waarheid ligt in ’t midden, en ik daarnaast’, ‘langzaam maar onzeker’, ‘eerlijk duurt niet lang, oneerlijk nog minder lang’, ‘beenhouwer blijf bij je vlees’. Achteloos prutst hij aan standaardformuleringen, en moduleert ze naar zijn wensen. Zonder spotje erop, tenzij hij er zelf mee aan het lachen is. En net die houding maakt het prettig om naar te luisteren. Er zit ook een plezierig soort speelsheid in zijn werk, iets plagerigs. Hij maakt bijvoorbeeld een nummer dat teert op één gimmick, maar die werkt wel, als hij het doet, op zijn manier. Hij begint met: ik drink niet. Pauze. Meer zoveel. Pauze. Sterke drank. Pauze. Voor twaalf uur ’s middags. Pauze. Als vroeger... En dat houdt hij verdacht lang vol. Of hij maakt een liedje met woorden waarvan hij vindt dat geen mens die in een liedje zou mogen gebruiken. Op zichzelf al vrolijkmakend, en dan gaat hij ook nog helemaal klinken als Herman van Veen die boven het wiegje van zijn dochter zachtjes Anne staat te zingen. Niet te dik aangezet, maar net de lichte parodie die het geestig maakt. Wat ik ook mooi vind aan De parabel van het probleem is dat het géén stand-upcomedy is. In één groovy nummer steekt Roy Aernouts er zelfs expliciet de draak mee. Ik geef het toe, ik heb dat graag. Want ik ben ook geen grote fan van het genre. Uitzonderingen bevestigen de regel, maar standaard hou ik niet van lachen op commando, en al helemaal niet met zijn allen tegelijk, en nog minder met de gezochte grappen die weleens aan de geesten van stand-uppers durven te ontsnappen. Roy Aernouts jaagt nooit op dijengeklets, hij wil het fijnzinniger, kleiner, en daarom wordt het, naar mijn smaak alvast, interessanter. En ondertussen bezingt hij het leven in al zijn aandoenlijke treurigheid. Want het is niet om te lachen allemaal. En dat bezongen horen, helpt toch een beetje. Zeker als het zo’n dag was.

En voor sommigen was het zelfs nog erger. Terwijl ik in Amsterdam zat, ging die grote literaire Nederlandse reus dood. Het is altijd erg als mensen doodgaan. Het past bij zo’n gebeurtenis om een column die over de kunsten gaat aan hem te wijden. Maar zoals ik geen grote fan ben van stand-upcomedy, zo ben ik ook niet dol op Harry Mulisch. Het spijt me, maar het is niet anders. Kort door de bocht: te weinig diep gevoel, te ijdel in zijn stijl, te weinig omvermeppend in zijn inzichten. Naar mijn smaak dan. Maar ik moest er geweldig om lachen toen hij tegen een recensent die zijn roman de grond in boorde, zei: ‘Maar ik wed dat u liever dit boek had geschreven dan uw stukjes in de krant.’ Wie ben ik, uiteindelijk.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234