Zondag 19/09/2021

Een pechvogel krijgt vleugels

Niet alle jonge piloten zijn werkloos

en wanhopig. Koen Opgenhaffen heeft in volle luchtvaartcrisis de baan van zijn leven gevonden. In Soedan, aan boord van een bejaard vrachtvliegtuig, rijgt hij de vlieguren aaneen. De lading is altijd dezelfde: sorghum en linzen heen, gewonde soldaten terug. Die worden dan door zijn vriendin Inge verpleegd. Het wonderlijke verhaal van een koppel doordouwers uit het Waasland.

Erik Raspoet

Foto Tim Dirven

Het staat in koeien van letters op een spandoek boven de invalsweg. 'Welkom in Kruibeke, waar lieve mensen wonen.' Welkom ook in het land van Antoine Denert, de weelderig begroeide burgemeester met de fijne neus voor mediastunts. In België was het voorpaginanieuws maar in Zuid-Soedan deed dit 'knuffel eens een medeburger'-initiatief weinig stof opwaaien. En dus keek Inge Vlegels blij verrast op toen ze begin deze week in de heimat arriveerde om Kerstmis te vieren. Een goed jaar is ze weggeweest, samen met haar vriend Koen Opgenhaffen. Er zijn natuurlijk wel meer avontuurlijke koppels die een jaartje door Afrika trekken, maar met rugzaktoerisme heeft de missie van Inge en Koen weinig te maken. Met een verbeten zoektocht naar een nieuw leven des te meer.

Toen ze vorig jaar naar Nairobi vertrokken, waren de voortekenen bepaald somber. Het was 8 november, de dag waarop Sabena failliet werd verklaard.

Uitgerekend op die datum onderneemt Koen Opgenhaffen een ultieme poging om zijn droom waar te maken. Piloot wil hij worden, koste wat het kost. In België had hij zich suf gesolliciteerd en louter meewarige reacties geoogst. Goed, hij had een zuurverdiende Airline Transport Pilote Licence (ATP) op zak. Maar wat moesten werkgevers aanvangen met een beginnende piloot met ocharme 250 vlieguren op zijn actief? Alsof er na 11 september niet genoeg ervaren boordcommandanten rondliepen die een rib zouden afstaan voor een plaats in een cockpit. Drie maanden hadden ze zichzelf gegeven om in Afrika aan de bak te komen. Het zou langer duren, maar de gok is geslaagd. Koen vliegt nu bezoldigd en wel boven Zuid-Soedan rond, terwijl Inge als verpleegster onder de Dinka's werkt.

Zo ver staat het momenteel in dit vermakelijke feuilleton, een vervolgverhaal van dertien stielen en evenveel ongelukken waarin ze allebei een heel verschillend aandeel hebben. Inge Vlegels, met haar elf jaar ervaring op de dienst intensieve zorgen van een Antwerps ziekenhuis, mag een toonbeeld van professionele stabiliteit heetten. Dat kan niet gezegd worden van Koen Opgenhaffen. Menige collega zal hem zich herinneren als persfotograaf die achtereenvolgens voor Reporters en Cadrage werkte. Altijd op pad met de motor, regelmatig langdurig afwezig voor buitenlandse reportages. Bosnië, Koerdistan, Afghanistan, als er maar kogels door de lucht vlogen. Behalve sterke verhalen aan de toog van zijn stamcafé in Nieuwkerken-Waas leverde het weinig op, want Koens gevoel voor timing was niet vlekkeloos. Oké, hij was altijd op het juiste moment op de juiste plek aanwezig, maar bleef daar dan steevast veel te lang hangen. Kwam hij na zes weken terug uit Afghanistan met zakken vol diarolletjes, om dan vast te stellen dat de media alle belangstelling voor dat gebied hadden verloren. De genadeslag voor zijn loopbaan als fotograaf heb ik zelf van dichtbij meegemaakt. Ik zat achter op 'de duo' toen we in de omgeving van Toledo door een roekeloze chauffeur van de weg werden gereden. Geen haar scheelde het of het verhaal was daar definitief gestopt. Zelf kwam ik weg met een kapotte linkervoet en een levenslange degout van Spaanse ziekenhuizen. Voor Koen waren de gevolgen zwaarder, al bleef zijn schade tot materiële averij beperkt: motor total loss, de helft van zijn fotomateriaal in de prak. De tijd was rijp om eens iets anders te proberen.

Eerst was er nog een hilarisch intermezzo. Een van zijn laatste persreizen stokte aan de grens van Oost-Kongo, waar Laurent-Désiré Kabila zijn opmars was begonnen. Fotograferen zat er niet in, maar in Oeganda ontmoette hij een Canadese fantast met wie hij een vermetel plan smeedde. Als ze nu eens samen avontuurlijke reizen organiseerden in Kongo? Commercieel hield de redenering steek: is de westerse toerist niet onvermoeibaar op zoek naar nieuwe uitdagingen en onbetreden paden? Onbetreden door toeristen, dat was het gebied dat ze wilden uitkammen beslist. Met de jeep zouden ze van Kampala naar Kisangani rijden, dwars door het epicentrum van de Kongolese burgeroorlog, om vervolgens per kano de Kongostroom af te varen. Het bleef niet bij plannen. Er werd een aftandse Landrover gekocht, een bont gezelschap werd gemobiliseerd voor een try-out... die faliekant afliep. Dat ze drie weken deden over de vierhonderd kilometer van Bunia naar Kisangani was al een tegenvaller van formaat. Helemaal fout liep het toen ze in Kisangani door militairen werden gearresteerd. Een maand later werd het hele gezelschap de grens over gezet, zonder bedankje voor de Landrover. Gewone mensen moeten na zo'n dreun even bekomen, maar Koen putte er inspiratie uit voor zijn definitieve beroepsoriëntatie. "Op het vliegtuig naar huis nam ik het besluit", zegt hij. "Piloot, dat was mijn roeping. Thuis dachten ze dat ik helemaal op mijn hoofd was gevallen. Weer zo'n roekeloos plan dat tot mislukken was gedoemd."

Hij heeft de sceptici de mond gesnoerd, zijn ouders nog het meest van allemaal. Na drie jaar keihard studeren en werken haalde hij begin 2001 zijn ATP-licentie, het toegangskaartje tot de commerciële burgerluchtvaart. "Theorie en praktijk heb ik in België gedaan", zegt hij. "Voor de vlieguren ben ik naar Amerika getrokken. Die licentie heeft anderhalf miljoen Belgische frank gekost. Een smak geld, maar bij Sabena kostte een opleiding dubbel zoveel. Maar toen volgde de ontnuchtering: niemand zat op mij te wachten. De Belgische luchtvaart verkeerde al lang voor 11 september in een diepe crisis. Sabena en City Bird stevenden recht op het faillissement af. Bij Virgin mocht je nog wel solliciteren, maar kandidaten moesten bereid zijn een miljoen op tafel te gooien om zelf hun toestelopleiding en multicrew-training te financieren."

Afrika moest uitkomst bieden, Inge maakte geen bezwaar. Deze keer zou ze niet aan de haard gaan zitten wachten op haar globetrotter. Ze ging tropische geneeskunde studeren, er werden data vastgelegd om huis en baan op te zeggen. Koen van zijn kant trok alvast naar Kinshasa, waar hij vaagweg iemand kende met connecties in de luchtvaart. Veel vliegen heeft hij in die zes weken niet gedaan, de laatste drie dagen had hij zelfs geen rooie duit meer op zak om eten van te kopen. Toch hield hij er een contact aan over dat later hard van pas zou komen. Vanuit Ndjili vloog hij als copiloot enkele missies met een Andover HS 748, een tweemotorig vrachttoestel van een Belgische zakenman die al betere tijden had gekend. Hield die onder Mobutu een vloot van tien toestellen in de lucht, nog tijdens Koens verblijf liep zijn laatste vliegtuig definitiefaan de grond bij gebrek aan klandizie. "Ik had Afrika al definitief afgeschreven", zegt Koen. "Er gloorde trouwens weer hoop in Europa. Het was de periode waarin Lufthansa uitpakte met grootse uitbreidingsplannen, ze zochten honderden jonge piloten. Maar toen kwam 11 september, en de hele Europese luchtvaart lag op apegapen. Ik dacht aan opgeven, maar Inge heeft me gepusht. We zouden het nog één keer proberen in Afrika. Niet meer in Kinshasa maar in Nairobi, want daar opereren tientallen regionale luchtvaartmaatschappijen."

Een maand lang logeerden ze in een slaapzaal van een budgethotel vanwaar ze dagelijks naar Wilson Airport, de regionale luchthaven, pendelden. Cv's uitdelen, handen schudden, ijsberen in wachtkamers, het was een vernederende ervaring. Niemand zat verlegen om een piloot, zeker niet om een piloot zonder noemenswaardige ervaring.

Toch was de moeite niet vergeefs, want Koen en Inge leerden ene Dale Roark kennen. Veel meer dan een bemoedigend woord en een luisterend oor had de Texaanse baas van King Air Service aanvankelijk niet te bieden "Dale kampte met een acuut probleem", vertelt Koen. "Hij aasde op een contract om voedselhulp te verdelen in Zuid-Soedan, maar hij had geen vliegtuig om zijn kandidatuur hard te maken. Hij bleef maar vragen stellen over die Andover waarmee ik in Kinshasa had gevlogen. Ik begon al stilletjes te hopen, maar 's anderendaags was Dale weg, hij was plotseling naar Burundi afgereisd."

Ontgoocheld trokken ze verder naar Arusha in Tanzania. Even leek het geluk aan hun zijde. Het gezellige Arusha was een verademing na de door straatgeweld geterroriseerde metropool die Nairobi heet. Bovendien mocht Koen als vrijwilliger aan de slag bij de Flying Medical Service. Met de Cessna vlogen ze naar afgelegen Masai-dorpen waar Koen als piloot ook baby's moest wegen en vaccineren. Alles liep gesmeerd, iedereen was vol lof over zijn prestaties. Toen er een vacature voor een piloot kwam, leek Koen op rozen te zitten. Helaas, de Amerikaanse priester-directeur besliste er anders over. De baan ging naar een Nederlandse jongedame die letterlijk uit de lucht kwam vallen, een 'blonde del met een wulpse decolleté', in de bewoordingen van Koen.

Wat te doen? Al hun troefkaarten waren nu wel uitgespeeld. "Toen heb ik mijn stoute schoenen aangetrokken", zegt Koen. "Ik heb Dale Roark in Nairobi opnieuw opgezocht. Of hij nog altijd op zoek was naar een vliegtuig? Dat bleek meer dan ooit het geval. Wel, heb ik hem gezegd, ik kan je die Andover bezorgen. Maar dan wel op voorwaarde dat ik er zelf mee mag vliegen. En zo is het gebeurd. Ik ben samen met Dale naar Kinshasa gevlogen. Het heeft eindeloze onderhandelingen en veel matabish (smeergeld) gekost, maar veertien dagen later stond de Andover in Nairobi."

Sinds april vliegen ze met voedselhulp boven Zuid-Soedan. Voor wie de atlas wil openslaan: ze opereren vanuit Akot, een verzameling Dinka-nederzettingen ten westen van Rumbek. De voedselhulp wordt verdeeld door Norwegian People Aid maar betaald door US Aid, zeg maar de humanitaire arm van het Amerikaanse State Department. Officiële ontwikkelingshulp is zelden onbaatzuchtig, en dus ook hier niet. De opstand van het christelijk-animistische zuiden tegen het islamitische noorden - tol van het conflict: twee miljoen doden, chronische hongersnood en eindeloze stromen vluchtelingen - past wonderwel in Amerika's strijd tegen schurkenstaten en terroristen. Het fundamentalistische regime van Soedans leider Omar Hassan al-Bashir noteert maar één stip lager dan pakweg Irak of Noord-Korea in de hitparade van verderfelijke landen. Er is de Amerikanen dus veel aan gelegen om de opstandelingen te steunen. "Echt neutraal kun je onze operaties niet noemen", geeft Koen node toe. "Maar voedselhulp is nooit neutraal. Ook de Verenigde Naties verdelen in Zuid-Soedan voedsel via het World Food Program. Wel, die houden zich netjes aan de regels van Kartoem. Soms vaardigen de Soedanezen een verbod uit om een bepaalde streek te bevoorraden, meestal in het kader van een militair offensief of een uithongeringsoperatie. De VN leggen zich daarbij neer, wij niet. Eind oktober werd een bestand overeengekomen. Dan zie je plotseling hoe de VN ook in onze zone opduiken. Wij opereren vooral in Western Upper Nile, een moerassig gebied zo vlak als een pannenkoek. Droppen doen we niet, we landen zo dicht mogelijk bij de frontlinie. Zonder onze voedselhulp zou die frontlinie niet lang standhouden."

Spannend is het wel. Laden en lossen gebeurt met draaiende motoren. "Om startproblemen te voorkomen", legt Koen uit. "Onze Andover heeft wel eens kuren, die bak dateert dan ook al uit 1969." De lading is altijd dezelfde: sorghum, linzen en tafelolie op de heenvlucht, gewonde soldaten op de terugvlucht. Soms voltrekt zich in volle vlucht een wonderbaarlijke genezing. Na de landing in Akot gooien gewonden windels en krukken van zich af om het op een lopen te zetten. Dat zijn dan plantrekkers of vluchtelingen.

In Akot komt ook Inge weer in beeld. Duimendraaien is niks voor haar. Dan hoeft ook niet in een plaats als Akot, waar een acuut gebrek aan geschoolde medici heerst. Eerst verrichtte ze vrijwilligerswerk, tot ze door Norwegian People Aid werd gevraagd om de opnamen in het veldhospitaal te coördineren. "Ze stelden me op mijn gemak", zegt ze. "Dat het kalm was, dat er niet hard gevochten werd. Maar de eerste dag al kregen we dertig gewonde soldaten binnen. Er waren zware gevallen bij, met wonden die al dagenlang aan het etteren waren. Als je het verband eraf haalde, sloeg de stank je in het gezicht en stoven de vlooien in het rond. Je moet de oorlog daar niet onderschatten. De wapens zwijgen nooit, bij iedere missie brengen Dale en Koen gewonden mee naar huis. En er wordt daar niet met pijl en boog geschoten. De rebellen beschikken over machinegeweren en artillerie, de regering van haar kant zet Antonovs en helikopters in. Er wordt zelfs met napalm gebombardeerd."

Of ik er de romantiek vooral niet te dik wilde opleggen. Slapen doen ze in een legertent, het toilet is een gat in de grond, het eten onveranderlijk slecht. Rijst met bonen en ranzig geitenvlees, die ene keer dat er een tomaat in Akot was geraakt sprongen ze een gat in de lucht. De avonden zijn lang en eentonig, ondanks de zes videofilms, waaronder een Russische pornoprent. Blijft natuurlijk het weergaloze uitzicht op de fascinerende wereld van de Dinka-cultuur. "Een keer zijn we in een cattle camp in de buurt van Akot geweest", vertelt Inge. "Het was indrukwekkend, er lopen daar honderdduizenden koeien rond. Alles draait bij de Dinka's om vee. Mijn Soedanese collega is twee keer getrouwd. Voor zijn eerste vrouw heeft hij honderd koeien betaald, de tweede was een afdankertje, die heeft maar veertig stuks gekost. Nu is hij aan het sparen voor een derde vrouw, de prijs is op tachtig koeien bepaald. Hij heeft al drie kinderen, allemaal dochters. Net goed, zei ik hem, dan krijg je later veel koeien in ruil. Inderdaad, antwoordde hij, maar ook zonen zijn belangrijk, want die kunnen vechten als er oorlog is met een andere stam. Die collega is een gecultiveerd man met een medische opleiding; hij spreekt vloeiend Arabisch en Engels. Hij is een uitzondering, de meeste Dinka's zijn analfabete veeboeren die met twee voeten in het stenen tijdperk leven."

Barre omstandigheden of niet, Koen beleeft de tijd van zijn leven. De gepresteerde vlieguren tikken aardig aan. Al 850, binnen een jaar rondt hij de kaap van de 1.500 en kan hij een plaats als boordcommandant opeisen. "Ik heb veel opgestoken van Dale", zegt hij. "Je zou hem moeten zien, een moddervette Texaan die dag in dag uit in een overall rondloopt. Wat een morsig mannetje, denk je op het eerste gezicht, maar Dale is een kei van een piloot die al van zijn achttiende vliegt. Wat die kerel allemaal heeft uitgevreten, daar kun je boeken over schrijven. Hij heeft voor de CIA verkenningsmissies boven Vietnam gevlogen, hij heeft in Colombia met cocaïne gevlogen, tijdens de Golfoorlog heeft hij voor de Saoedi's gewerkt, in Soedan heeft hij niet alleen voedselhulp verdeeld maar ook bevrijde slaven gerepatrieerd. Misschien gaat hij af en toe over de schreef, maar mij hoor je niet mopperen. Dale is een droom van een boordcommandant, die me als copiloot veel vertrouwen schenkt. Eigenlijk vliegen we in extreme omstandigheden. Tijdens mijn opleiding in België moest ik met mijn tweezitter wel eens landen in Amougies. Dat was altijd spannend, want de piste daar is amper 600 meter lang. Maar in Soedan parkeren we onze Andover soms op een landingsbaantje van amper 500 meter, midden in de brousse. Als je dan weer opstijgt in die hitte, moet je het toestel letterlijk van de grond sleuren."

Koen glundert: dat worden straks sterke verhalen bij de kerstdis.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234