Maandag 19/04/2021

Een passie voor Helleborus

Het helleborusseizoen is nu weliswaar bijna voorbij. De laatste helleborusbloempjes zijn groen verkleurd en het nieuwe blad begint al volop te schieten. Toch zou ik het vandaag nog even over deze schitterende winterbloeier willen hebben.

PAUL GEERTS

Aanleiding is de Nederlandse vertaling van het helleborusboek van de Britten Graham Rice en Elisabeth Strangman, die zopas verscheen. Iets of wat helleborusliefhebber moet zich dit boek zeker aanschaffen. Het is geen gemakkelijke literatuur en er wordt soms wel eens te detaillistisch ingegaan op bepaalde aspecten zoals het zelf kweken en kruisen van helleborussen. Maar het is in ons taalgebied werkelijk het enige min of meer volledige boek over deze fascinerende plantenfamilie.

Helleborusliefhebbers zullen misschien al gehoord hebben van co-auteur Elisabeth Strangman, van de Washfield Nursery, een van die typisch Britse plantenkweeksters die zich al meer dan vijfentwintig jaar haast uitsluitend met Helleborus heeft beziggehouden. Washfield Nursery is dan ook een soort bedevaartsoord voor helleborusfanaten, waar elk jaar wel een paar nieuwe kweekrassen worden ontwikkeld.

Maar ook in België hebben we zo'n soort Strangman in de figuur van Koen Van Poucke, bloemist en plantenkweker uit Sint-Niklaas. Ook hij is verslaafd aan Helleborus, mede dank zij een ontmoeting met Elizabeth Strangman. Zijn helleborusverzameling is een van de grootste van België en zijn collectie wilde helleborussen, die hij zelf verzamelde tijdens talloze reizen in voormalig Joegoslavië, in Turkije, Bulgarije, Griekenland, Albanië en Zuid-Italië, is misschien wel een van de belangrijkste van Europa.

"Het is eigenlijk begonnen omdat die helleborussen in de winter bloeien, als er voor de rest weinig te doen is in de kwekerij. Ik had dan meer tijd en zo ben ik mij daarop beginnen toeleggen," vertelt Van Poucke. "Mijn eerste helleborus heb ik zo'n tien jaar geleden gekocht. In het begin heb ik veel slecht materiaal verzameld. Je moet dat leren. Het is een geduldwerk en je moet vooral altijd opnieuw uw planten bekijken, want dat varieert en kruist als gek. Helleborussen, dat is een hele wereld op zich, je moet vooral oog hebben voor de schoonheid ervan."

Van Poucke heeft zich vooral toegelegd op de lichtgekleurde, witbloemige en gele helleborussen zonder spikkels op de bloemblaadjes.

"Belangrijk voor mij is vooral de groeikracht, de vorm van het blad en natuurlijk de vorm en de kleur van de bloem. Als je wil kweken, moet je heel streng zijn en alle planten die niet perfect zijn, direct verwijderen. Dat is de enige manier om goed kweekmateriaal te krijgen, zeker bij helleborussen die zo variabel zijn en enorm snel degenereren. Zelfs bij goede moederplanten heb je altijd slechts een beperkt aantal goede nakomelingen. Je moet dus steeds opnieuw kijken en selecteren. Als ik duizend planten heb, dan hou ik er na een jaar misschien nog tien of twintig over om verder mee te kweken. Als je dat niet doet en uw planten niet voortdurend observeert en begint te kweken met minder goede planten, dan ben je verloren. Niet dat die andere planten daarom slecht zijn - in de tuin kunnen ze gerust gebruikt worden - maar om ermee te kweken mag je alleen de allerbeste overhouden. Zodra we een betere hebben, waarvan de bloem bijvoorbeeld witter is of groter of weet ik veel, moeten we met die betere voortkweken. Ook in de tuin moet je de minder goede, en zeker degene die zwarte bladeren krijgen (een schimmelaantasting, pge), dadelijk verwijderen, om te vermijden dat de ziekte zich verspreidt."

De helleborus is niet alleen een enorm variabele plant. In tegenstelling tot andere plantenfamilies zijn er bij de helleborussen bovendien relatief weinig benoemde rassen. "Je kan onmogelijk op de namen afgaan," zo zegt Van Poucke. "Er zijn natuurlijk wel benoemde hybriden en variëteiten, maar het kan best zijn dat die vandaag al voorbijgestreefd zijn door betere, onbenoemde types. Je kan dus niet zomaar naar een tuincentrum gaan en zeggen, ik wil die of die helleborus. Als je al krijgt wat je vraagt, wat meestal zeer twijfelachtig is, dan zijn er inmiddels waarschijnlijk al veel betere types verschenen dan wat je in een of ander boekje hebt gelezen. Bij helleborussen mag je alleen op je ogen betrouwen. Je moet kiezen wat je graag ziet en niet wat anderen zeggen dat je moet kiezen."

Wie helleborussen wil kopen, moet volgens Van Poucke dan ook wachten tot in januari-februari, als ze in bloei staan. Ga dan naar een goede kweker waar u ze in bloei kan zien, want anders weet u absoluut niet wat u koopt. En koop liefst planten in een grote pot met een flinke wortelkluit, omdat Helleborus zich nu eenmaal niet graag laat verplanten.

In de helleborusverzameling van Van Poucke - een lange laan van hazelaars waaronder de helleborussen op kleur zijn uitgeplant - staan tientallen soorten en hybriden die (nog) niet in de handel verkrijgbaar zijn, en misschien ook nooit op de markt zullen komen. Maar ook veel van zijn beste types. Elk jaar worden er planten weggehaald en nieuwe gezet. "Op die manier kunnen de mensen zien wat ze kopen en ook hoe groot die planten zijn na een paar jaar."

Van Poucke heeft ook een grote collectie wilde helleborussen. De meeste daarvan heeft hij zelf gevonden tijdens zijn vele reizen naar het vroegere Joegoslavië, naar Bulgarije, Griekenland, Turkije en het zuiden van Italië. Het probleem met die wilde soorten is dat ze veel minder groeikrachtig zijn dan de hybriden, dat de bloemen vaak ook veel kleiner zijn en dat hun winterhardheid dikwijls nogal twijfelachtig is. "Ik zou ze dus zeker niet aanraden voor de gewone tuin, dat is echt iets voor verzamelaars, voor mensen die een helleboruscollectie willen aanleggen. Voor hén zitten er echte juweeltjes tussen."

Maar dat is zeker niet de ambitie van de doorsneetuinliefhebber, zo beseft Van Poucke ook wel. "Voor het effect in de tuin moet je met Orientalis-hybriden van eenzelfde kleur werken. Dat zijn de ideale helleborussen om ergens onder struiken en bomen te planten. Maar wel altijd letten op de kleur. Ik heb misschien het voordeel dat ik een opleiding als tuinarchitect heb gehad en dus ook altijd oog heb voor de manier waarop een bepaalde plant kan worden gebruikt in de tuin. Veel tuinaanleggers plannen nog altijd hier een paar van die soort en daar nog een andere soort, en dan een paar Orientalis-hybriden, zonder dat ze zeggen welke kleur de bloemen hebben. Dat is absurd, zo krijg je natuurlijk nooit een mooi geheel. In de plaats daarvan zouden ze moeten werken met hier een groep witte Orientalis-hybriden en daar een groep groene. Het probleem is natuurlijk dat je dat meestal niet vindt. Bij de meeste kwekers kan je ze niet op kleur kopen. Je koopt Orientalis-hybriden, maar je weet niet welke kleur ze hebben. Dat is natuurlijk onzinnig, omdat de kleur nu net de charme uitmaakt van de helleborussen."

De iets gevorderde liefhebber kan ook Helleborus foetidus planten, het in België inlandse stinkend nieskruid, zo vindt Van Poucke. Het is een indrukwekkende plant die ruim één meter hoog kan worden, heel decoratieve bladeren heeft en een overvloed aan lichtgroene bloemen die vanaf januari tot in mei bloeien. Het is ook een ideale plant voor bloemschiksters. Eén van de mooiste vormen is 'Wester Flisk'.

De prachtige H. Argutifolius (soms ook nog H. Corsicus genoemd, maar dit is volgens specialisten een ongeldige naam) is volgens Van Poucke wegens zijn twijfelachtige winterhardheid eigenlijk alleen geschikt voor beschutte stadstuinen.

Bij de wilde soorten is vooral de H. odorus volgens Van Poucke de moeite waard. Ze groeien goed, ze geuren licht naar appels en ze hebben prachtige, groengele bloemen. Ze worden echter ook best op een iets beschutte plaats gezet, beschermd tegen de wind, zoals trouwens alle gele types. Maar, zo waarschuwt Van Poucke, er zijn ook veel minderwaardige vormen op de markt. Kijk dus uit uw ogen voor u iets koopt en koop ze alleen wanneer ze in bloei staan. H. Thibetanus, een soort met teerroze, geaderde bloemen die erg lijken op die van de Orientalis-hybriden, die pas voor kort (opnieuw) werd ontdekt in de provincie Sichuan in China en die bij helleborusliefhebbers recent een kleine rage ontketende, raadt Van Poucke ten zeerste af. "Ik vermoed zeer sterk dat ze eigenlijk op massale wijze geroofd zijn in de natuur. Ik kan dat niet bewijzen, maar die zijn niet aangepast aan de tuin en ze gaan kapot."

Ook de echte kerstroos, H. niger, raadt Van Poucke niet meteen aan voor de doorsneeliefhebber. De bloemen zijn weliswaar zeer opvallend en worden ook gekweekt als snijbloemen. Maar het is zeker niet de gemakkelijkste plant, hij groeit traag en alleen in halfschaduw op goed doorlatende, voedzame grond. Ook de bij liefhebbers geliefde H. torquatus, waarvan Van Poucke zelf een uitgebreide collectie bezit, is niet meteen de meest aangewezen tuinplant. "Het is een prachtige plant, maar hij groeit veel te traag."

Van Poucke verzamelt en verkoopt overigens niet alleen helleborussen. Hij heeft ook een indrukwekkend aanbod van hosta's en pioenen, een mooie collectie Engelse en Duitse delphiniums, een uitgebreide keuze van geraniums en salvia's, zeldzame variëteiten van Epimedium, Euphorbia, Persicaria, Rodgersia, Tiarella, Hacquetia, Astrantia, Veratrum, Agapanthus, enz. "Ja, ik ben nu eenmaal een verzamelaar," zo zegt hij verontschuldigend. "Maar als kleine kweker kan ik het mij permitteren om geen grote hoeveelheden van alle mogelijke planten aan te bieden, maar om mij toe te leggen op een beperkt aantal planten die ik prachtig vind en die waardevol zijn voor de tuin. Ik ken bovendien al mijn planten, hun kwaliteiten en hun gebreken. Ik heb hier veel planten staan die ik nooit in de handel zal brengen omdat ze niet voldoende groeikrachtig zijn, niet voldoende winterhard, te moeilijk, enz. Maar je moet dat eerst allemaal zelf proberen om dat te weten."

Voor vaste-plantenliefhebbers is zijn kwekerij een ware goudmijn.

Daarnaast heeft hij in de loop der jaren ook een mooie collectie oude rozen samengebracht en heeft hij een mooi aanbod van bloeiende struiken als Philadelphus delavayi f. calvescens en verschillende kleinblijvende seringen. En ook de liefhebber van wat ongewone potplanten zal hier zeker zijn gading vinden.

Het boek van Graham Rice & Elisabeth Strangman, 'Helleborus, Gids voor liefhebbers en vakmensen', verscheen bij de Nederlandse uitgever Schuyt & co (bij wie vorig jaar het al even schitterende hostaboek uitkwam, dat ik hier al voorstelde), in België vertegenwoordigd door De Standaard Uitgeverij (ISBN 90-6097-461-1). Het kost 1190 frank.

De bloemenwinkel annex kwekerij van Koen Van Poucke ligt in de Heistraat 106 in 9100 Sint-Niklaas, tel. 03/777 76 42. Een ander befaamd helleboruskweker met een uitgebreide collectie Orientalis-hybriden is Maurice Vergote, Wilgenbroekstraat 60, 8020 Oostkamp.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234