Vrijdag 07/05/2021

'Een paranoïde ouder, ik?'

'Paranoid Parenting' van Frank Furedi: controversieel boek wijst op gevaren van overbescherming

Paranoïde, moi? Nee, dat lijkt me overdreven. Bezorgd, ja. Waakzaam. Maar dat is toch elke ouder? En ja, toen mijn zoon nog een baby was, heb ik hem een paar keer - zachtjes, heel zachtjes - wakker geschud omdat ik iets te veel gelezen had over wiegendood en zeker wou zijn dat hij nog ademde. En ja, ook nu nog heb ik het liefst dat hij ergens speelt waar ik hem in het oog kan houden. Maar dat is toch alleen maar verstandig?

Nee, beweert Frank Furedi, socioloog aan de universiteit van Kent, in zijn controversiële nieuwe boek Paranoid Parenting, dat op 19 maart gepubliceerd wordt. Deze cultuurwatcher die eerder al Culture of Fear en Courting Distrust publiceerde, is van mening dat onze obsessie met de mogelijke risico's voor onze kinderen gevaarlijker is dan de risico's zelf. Ouderlijke overbezorgdheid verlamt, infantiliseert, ontneemt het kind de gelegenheid om zelfvertrouwen en weerbaarheid te ontwikkelen. "Een cultuur van vrees heeft ertoe geleid dat we onze kinderen niet meer vrij kunnen laten bewegen", stelt hij. "Activiteiten die in de jaren zeventig nog heel gewoon waren - kinderen die in hun eentje naar school gaan, alleen thuis blijven of met vrienden buiten spelen zonder dat er een volwassene bij is - worden zeldzaam en al te snel beschouwd als regelrechte verwaarlozing. In plaats daarvan rijden ouders hun kinderen van en naar school, en zorgen ze ervoor dat ze verder elk wakend en slapend moment doorbrengen bij andere volwassenen."

Maar is deze enorme bezorgdheid per definitie wel een goede zaak, vraagt Furedi zich af, en dan weet je zo al dat het antwoord een resonant 'nee' zal zijn. En jawel, hoor. "Er is een aanzienlijke hoeveelheid bewijzen dat kinderen creatiever zijn als volwassenen hen niet voortdurend in het oog houden", zegt Furedi. "Een van de meest stimulerende activiteiten voor jonge kinderen is het niet gesuperviseerd spelen met anderen van hun leeftijd. Van en door andere kinderen leren, wakkert hun vermogen tot communicatie aan, hun capaciteit om dingen te verwerken en hun zelfstandigheid. Bij het spelen zonder het alziend oog van de volwassenen kunnen kinderen fouten maken en ervan leren. Ze leren om zelf beslissingen te nemen. Spelen, fantaseren en ja, zelfs in moeilijkheden raken, het draagt allemaal bij tot het gevoel van avontuur waaraan onze maatschappij zoveel te danken heeft."

Hier kan ik niets anders dan de man een beetje gelijk geven. Dat kinderen vaak creatiever zijn in het bedenken van oplossingen voor penibele situaties dan bedisselende volwassenen heb ik zelf al ondervonden. Probeerde ik vroeger de ruzies tussen mijn zoon en zijn vriendjes nog wel eigenhandig te beslechten - 'zeg eens eerlijk: wie is begonnen', 'maar waarom heb jij dan geslagen?', 'dat is nu toch echt niet aardig' en 'kom wees 'ns flink en geef dat terug' - dan laat ik ze het nu onder elkaar uitvechten. Dat gaat niet alleen sneller, maar het blijkt ook effectiever, want de ervaring leert dat, eenmaal de volwassen scheidsrechter het strijdtoneel verlaat - meestal in de overtuiging dat de vrede hersteld is - de strijd dan pas in volle hevigheid opnieuw oplaait.

Maar natuurlijk laat ik de teugels alleen een beetje varen omdat bij een banale ruzie nu eenmaal de veiligheid van mijn kind niet op het spel staat. Bedoelt Furedi dat ik ook het hoofd moet afwenden als mijn zoon het risico loopt op een gebroken been? Wat als hij, vrolijk zonder zeurende volwassenen aan het spelen, de afstand tussen het muurtje en de grond verkeerd inschat en dus slecht terechtkomt? Of ben ik nu weer ongezond bezig met het worst-casescenario?

Furedi vindt van wel. "Onze bezorgdheid inzake de veiligheid van kinderen en de morbide verwachting dat er elk moment iets vreselijks kan gebeuren, zorgen ervoor dat een aantal risico's die de moeite waard zijn vanwege hun stimulerende effect op de ontwikkeling van kinderen, gewoonweg vermeden worden. Onze obsessie voor risico's legt te veel nadruk op het verwijderen van zelfs de kleinste bron van mogelijk risico. We speculeren te veel op wat kan gebeuren en niet op wat het kind kan leren."

Het zal wel. En het klopt waarschijnlijk ook dat kinderen, als er een beroep wordt gedaan op hun eigen beoordelingsvermogen, zich veel verstandiger opstellen dan we vermoeden. Waarschijnlijk zal mijn zoon, als hij zich een keertje misrekent bij het springen, veel bijleren en derhalve de tweede keer veel voorzichtiger zijn. Maar wie mag hem, na die eerste, ongelukkige, keer naar de eerstehulpdienst van het ziekenhuis brengen? Jawel, ondergetekende.

"Er is een weinig solide basis voor de angst die aan de grondslag ligt van ouderlijke paranoia", betoogt Furedi verder. "Kinderen van nu zijn gezonder en veiliger dan op welk ogenblik ook in de geschiedenis."

Kijk, daar wil ik nu wel eens een discussie over aangaan. Toegegeven, ziektes als mazelen of pokken hoeven kinderen niet langer fataal te worden en ondanks alle hetzes over vermeende en echte pedofielen denk ik niet dat er nu meer kinderen ontvoerd of misbruikt worden dan vroeger. Furedi zelf citeert een onderzoeker uit Glasgow, Stuart Waiton, die uitgerekend heeft dat tussen 1988 en 1999 in Engeland en Wales het aantal kinderen vermoord op de leeftijd tussen vijf en zestien jaar gedaald is van twaalf per miljoen tot negen per miljoen. Maar zou dat ook gelden voor het aantal slachtoffers van verkeersongevallen? Als ouders hun kinderen niet langer met de fiets durven laten naar school gaan, is dat niet per se een blijk van ongezonde overbezorgdheid. Ik neem het Furedi een beetje kwalijk dat hij uitsluitend ouders met de vinger nawijst, terwijl hun gedrag soms alleen een antwoord is op maatschappelijke evoluties.

En kijk, daar komt hij prompt met enig mededogen voor de proppen. "Er is een soort erosie vast te stellen in de solidariteit onder volwassenen", voert hij aan. "Als de groenteman een kind op zijn donder geeft omdat het een papiertje laat vallen op straat, helpt hij de ouders bij het socialisatieproces. Als een gepensioneerde een kind afsnauwt omdat het door het rode licht rijdt, doet hij aan verkeersopvoeding. Deze uitingen van publiek verantwoordelijkheidsgevoel leren kinderen dat bepaald gedrag verwacht wordt door de hele gemeenschap en niet alleen door hun vader en moeder. Vandaag de dag gebeurt zoiets niet meer. Velen denken dat hun tussenkomst verkeerd zou begrepen worden, niet geapprecieerd of zelfs geïnterpreteerd als misbruik. Vaders en moeders hebben het gevoel dat ze er alleen voor staan. Deze breuk in volwassen solidariteit geeft aanleiding tot paranoia, want ouders beschouwen andere mensen niet als bondgenoten maar als mogelijk gevaar."

"Ouders kunnen weinig doen tegen de gevolgen van culturele invloeden", geeft Furedi toe, "maar ze kunnen wel stappen ondernemen om de impact ervan te beperken. De eerste stap is proberen te vermijden om de problemen van het volwassen-zijn te mengen met die van de kindertijd. Als we zeggen: "Ik zou niet met mezelf kunnen leven als er iets met mijn kind gebeurde", zijn we meer bekommerd om onze eigen gemoedstoestand dan om het welzijn van ons kind."

Mmmmm... Gevaarlijk argument daar. Is die volkomen versmelting van belangen - als het niet goed gaat met mijn kind gaat het ook niet goed met mij -, die volslagen vereenzelviging van ouder en kind alleen maar een blijk van egoïsme? Ik geloof het niet.

Maar goed. Furedi is gelukkig ook niet te beroerd om alsnog adviezen te geven. "Een manier waarop ouders hun schrik kunnen temperen, is zelf de gevolgen aanpakken van het ontbreken van solidariteit. Ouders moeten actief stappen ondernemen om uit hun isolement te komen, om vrienden, collega's en familieleden te cultiveren om hun steentje bij te dragen in de opvoedende taak."

Maar dan moeten die welmenende derden wel de zaken niet erger maken, denk ik dan. Mijn ouders vinden me nu al een ontaarde moeder omdat ik mijn zoon een keer per week een halfuurtje met zijn vrienden op straat laat spelen, of even alleen thuis laat terwijl ik een boodschap ga doen. Op hun leeftijd zien ze overal wolfijzers en schietgeweren, en het is verdraaid moeilijk om niet paranoïde te worden als je een dubbele vijand hebt: je eigen bezorgdheid en die van de grootouders. Dus laat ik Furedi nog maar even aan het woord.

"Paranoïde ouderschap kan worden beschouwd als een collectieve verplaatsingsactiviteit. De tekortkomingen van onze volwassenensamenleving worden vertaald naar kinderen. Onze obsessie met hun veiligheid kan meer schade aanrichten dan de risico's die ze lopen als ze gewoon hun gang gaan. Kinderen herstellen heel snel van ongevallen. Zelfs na een traumatische episode - op voorwaarde dat ze liefdevol worden opgevangen - kan een kind uitgroeien tot een zelfbewuste volwassene. Maar als volwassenen hun kinderen verstikken met hun obsessies en hun exploratiedrang afremmen, groeit een generatie op die gelooft dat kwetsbaarheid de normale gang van zaken is. Je kind de ruimte laten is moeilijk voor ouders, maar kinderen bevrijden van de angsten die paranoia met zich brengt, is essentieel voor een gezonde ontwikkeling.

"Als jongeren voortdurend tegen risico's beschermd worden, missen ze belangrijke gelegenheden om een gezond beoordelingsvermogen, zelfvertrouwen en weerbaarheid te ontwikkelen. Dergelijke psychologische krachtbronnen vormen een grotere garantie voor hun veiligheid dan het huidige regime van voortdurend toezicht van volwassenen.

"In plaats van kinderen te leren om vreemden te wantrouwen en de wereld achterdochtig te bekijken, moeten ouders het zelfvertrouwen van hun kinderen koesteren en doen groeien. Kinderen kunnen het best voor zichzelf zorgen als ze goed weten wat goed en slecht is. In plaats van zich te concentreren op negatieve punten moeten ouders hun kinderen een positieve visie op de mensheid geven. We hebben de verantwoordelijkheid om hun verwachtingen over wat ze kunnen verwachten van zichzelf en van anderen zo hoog mogelijk, en niet zo laag mogelijk te stellen."

'Onze obsessie met de risico's voor onze kinderen is gevaarlijker dan de risico's zelf'

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234