Donderdag 01/12/2022

Een parabel van ondernemershubris

Hoe Marconi op het verkeerde paard wedde

Marconi-topman John Mayo stapte dit weekend op, nadat hij vorige week een halvering van de winst en duizenden ontslagen had moeten aankondigen. Wat voorafging: hoogmoed en spilzucht.

Londen

Michael Harrison

De Londense City kan hard zijn. Dat gold vorige week met name voor de cijfermatige symmetrie in de manier waarop met telecombedrijf Marconi werd afgerekend. Nadat het bedrijf had aangekondigd dat de winst dit jaar zal halveren, reduceerden beleggers meteen ook de beurswaarde van het bedrijf tot de helft. Daarmee ging 3,5 miljard pond aan waarde in rook op.

Marconi is een schoolvoorbeeld van de uiteenspattende hightechzeepbel, met alles wat daarbij hoort: verdampende fortuinen en verdwijnende werkgelegenheid. Maar er is meer. Dit is een parabel van ondernemershubris, gevolgd door de onvermijdelijke nemesis. Het is een verhaal over twee mannen die een paradepaardje van de Britse industrie overnamen, een bedrijf waarvan de geschiedenis meer dan een eeuw teruggaat en dat 2,6 miljard aan cashreserves in huis had, en over hoe ze die erfenis in een kleine twee jaar verkwanselden. Het is ook het verhaal over hoe miljarden ponden en dollars werden ingezet op de internetrevolutie, en hoe een groot deel van dat geld nu verloren is gegaan. Met de recente naamsverandering, die doorgevoerd werd omdat het bedrijf zijn langdurige relatie met de uitvinder van de radio wilde benadrukken, is Guglielmo Marconi geen dienst bewezen.

Toen George Simpson in september 1996 de teugels in handen nam, arriveerde hij bij een bedrijf dat GEC heette en 33 jaar lang geleid was door een titaan van het Britse bedrijfsleven: Lord Arnold Weinstock. Hoewel het bedrijf belangen had in de telecomindustrie, was dat bijlange na niet de belangrijkste activiteit. GEC was een klassiek industrieel conglomeraat, een uitgestrekt imperium dat in drie decennia was opgebouwd en met ijzeren hand geleid werd door Lord Weinstock. Het was het grootste Britse bedrijf in defensie-elektronica, maar het had ook belangrijke activiteiten in huishoudapparaten, krachtcentrales, treinen, weegschalen, liften, printers en benzinepompen. Je kon het zo gek niet bedenken of GEC maakte het, of althans onderdelen ervoor.

Weinstock was berucht wegens de manier waarop hij met de directieleden afrekende. Iedere maand moesten de verantwoordelijken voor elk van de vele bedrijfsafdelingen van GEC op het hoofdkwartier in Belgravia verantwoording komen afleggen, waarna ze een schouderklopje of een schop voor hun achterste kregen. Weinstock was ook beroemd wegens zijn gierigheid, met als resultaat dat de rente op de reserves hoger was dan de winsten van sommige bedrijfsonderdelen.

Maar luttele maanden nadat Simpson was gearriveerd, bleek Weinstock verdwenen. Meer bepaald was hij verbannen naar een klein kantoortje met de betekenisloze titel van emeritus voorzitter. Simpson begon de rest van de oude garde in de bedrijfsleiding weg te sturen en te vervangen door zijn eigen mensen. Zijn belangrijkste recruut was John Mayo, een zakenbankier die financieel directeur werd. Mayo had zijn reputatie te danken aan de manier waarop hij als bankier bij SG Warburg de opsplitsing van ICI had uitgedacht. Als beloning was hij financieel directeur geworden bij het afgesplitste Zeneca.

De twee tekenden een blauwdruk van GEC die er helemaal anders uitzag dan het bedrijf dat ze hadden geërfd, en die sterk leunde op de financiële kunsten van Mayo. In januari 1999 voerden ze een eerste van drie megadeals uit die de metamorfose van GEC zouden inluiden: de defensiebelangen werden aan British Aerospace verkocht in ruil voor geld en aandelen. Dat leverde de aandeelhouders een belang van 37 procent in de vliegtuigfabriek op en het bedrijf een balans die zwom in nog meer contant geld. Simpson en Mayo gaven de centen echter razendsnel uit. Zo legden ze in juni 6,6 miljard pond op tafel voor twee Amerikaanse fabrikanten van telecomapparatuur, Reltec en Fore Systems. Die bedrijven maakten de systemen die de ruggengraat vormen van de netwerken voor mobiele telefonie en het internet. De transactie stelde GEC meer dan voorheen bloot aan de Amerikaanse markt.

In november 1999 was de metamorfose voltooid. De transactie met British Aerospace werd door de autoriteiten goedgekeurd en GEC veranderde van naam. Het bedrijf noemde zichzelf voortaan Marconi, naar de Italiaan Guglielmo Marconi, die in 1896 de eerste radio-ontvanger had gepatenteerd en wiens bedrijf in 1948 overgenomen was door de General Electric Apparatus Company.

De nieuwe identiteit was het hoogtepunt van een jaar vol gemarchandeer dat Marconi in een "gefocust communicatie- en it-bedrijf" had veranderd. Althans, volgens de promotiepraatjes. In werkelijkheid bezat Marconi nog steeds de helft van een fabriek in Wales die wasmachines maakte, en een andere in Berkshire die weegschalen produceerde. Die werden echter uit de bedrijfsliteratuur weggeretoucheerd nadat Marconi zichzelf had getransformeerd tot een hoogtechnologisch bedrijf op het scherp van de snede, en nadat het op de beurs voortaan als een modern telecombedrijf werd geclassificeerd in plaats van als een ouderwetse elektronicamaker.

Een tijdlang was Marconi het lievelingetje van de beurs. Niemand in de City stelde zich vragen bij de prijzen die betaald waren voor de Amerikaanse acquisities. Iedereen leunde achterover en verwonderde zich over de groei van het bedrijf, nu het volop deel uitmaakte van de exploderende internetbusiness en de niet te stuiten mobiele telefonie.

Het was duidelijk dat Simpson slechts een vaag idee had over wat de bedrijven die hij gekocht had, precies deden. Als daarover op persconferenties vragen werden gesteld, glimlachte hij en verleende hij het woord aan Mayo, die niet veel moeite deed om zijn ongeduld te verbergen als mensen niet snapten waar hij mee bezig was. Beleggers maakten zich er niet druk over en joegen het aandeel van Marconi naar de duizelingwekkende hoogte van 12,50 pond, wat het bedrijf op 35 miljard pond waardeerde. Vorige week was het nog 3,1 miljard pond waard, minder dan een tiende van het hoogtepunt. Om eerlijk te blijven tegenover Simpson en Mayo moet toegegeven worden dat ook andere technologie-, media- en telecomaandelen dergelijke ontwikkelingen hebben gekend. Ze zijn genadeloos afgeslacht na het uiteenspatten van de dotcomzeepbel en het opdrogen van de telecominvesteringen door bedrijven die gebukt gaan onder loodzware umts-schuldenlasten.

Waarin Marconi verschilde van de andere was de stilte die tot vorige week werd gehandhaafd. Terwijl concurrenten als Lucent, Cisco, Nortel en Alcatel de ene winstwaarschuwing na de andere de wereld instuurden, bleven de mannen bij Marconi ontkennen dat er enige reden was voor ongerustheid. Vijf weken geleden voorspelde het bedrijf nog groei voor dit jaar.

Als Lord Weinstock niet met een rugblessure in het ziekenhuis zou liggen, had hij zich waarschijnlijk een wrange glimlach kunnen veroorloven nu hij ziet hoe razendsnel het masterplan van zijn opvolger in duigen is gevallen. Maar eigenlijk valt er niet zo heel veel te lachen.

© The Independent

Marconi is een schoolvoorbeeld van de uiteenspattende hightechzeepbel, met alles wat daarbij hoort: verdampende fortuinen en verdwijnende werkgelegenheid

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234