Maandag 27/06/2022

'Een papa is hij zeker niet, oh neen'

Karakterschets van trainer Aimé Anthuenis, blikvanger in de met sentiment beladen topper Anderlecht-Racing Genk

Vraag naar twee tegenstanders waartegen Anderlecht-trainer Aimé Anthuenis in de competitie liever niet voetbalt, en zijn ogen zullen opflikkeren en zeggen: Lokeren en Racing Genk. Precies bij die clubs is het sentiment niet zomaar weg te cijferen. In Lokeren liggen zijn roots, telt hij de meeste vrienden en zette hij zijn stap als trainer in de hoogste klasse. Bij de populariteit van Anthuenis in Racing Genk hoeft geen tekening, en iedereen ziet hem nu ook bij Anderlecht de titel halen. Ingewijden twijfelden er niet aan dat Anthuenis het als toptrainer zou maken. En dat staat blijkbaar niet los van de 'mens' Aimé Anthuenis.

Brussel

Eigen berichtgeving

Bart Fieremans / Hans Jacobs

Als Lokeren-trainer in de jaren tachtig kwam Aimé Anthuenis geregeld over de vloer in het café Metro aan de Grote Markt van Lokeren. Het hardnekkige gerucht wilde dat hij aan de toog de ploeg opstelde. "Maar dat is niet waar", vertelt caféhouder José Tienpondt. "We hebben misschien wel uren- en nachtenlang gediscussieerd over voetbal, en Aimé luisterde naar alles en iedereen, maar deed dan ten slotte toch zijn eigen goesting. Hij was gewoon niet van zijn stuk te brengen. Als hij naar Anderlecht ging, sprak hij ook zo zelfverzekerd. Hij was niet bang. 'Ik ga dat daar zo en zo doen', dat heeft hij dikwijls gezegd. 'En als ze mij niet volgen, moeten ze mij maar buitengooien'."

Zowat alle intimi uit Anthuenis' uitgebreide kennissenkring bevestigen het beeld over zijn zelfbewustzijn. En dat vertrouwen had hij al voor hij bij Lokeren halfweg de jaren tachtig voor het eerst een eersteklasser onder zijn hoede kreeg. Huidig SV Zottegem-trainer Daniel De Paepe had nog samen met Anthuenis bij Racing Lokeren gespeeld en herinnert zich gesprekken over hun prille trainersambities. "'Zeg, ge denkt toch niet dat die mannen van eerste klasse beter zijn dan ons', zei Aimé. Hij wilde de top als trainer bereiken en gaf daarvoor zijn job bij de universiteit van Gent op. Voor die stap is toch durf nodig. Hij dacht: 'Als ik de gelegenheid krijg, ga ik ze pakken.' En hij heeft ze gepakt. Het zou me niet verwonderen als hij nog een buitenlandse of de nationale ploeg zal trainen." Anthuenis' debuut bij Lokeren in 1985 als hoofdtrainer kon tellen. Hij behaalde in 1987 een onverhoopt Uefa-ticket. Daarna trainde hij Charleroi, opnieuw Lokeren, Ekeren en Waregem, maar een onverdeeld succes was dat niet. "Lokeren had hem nooit mogen laten gaan", zegt Fiel Laureys, bestuurslid van Lokeren en een boezemvriend van Anthuenis. Hij was vooral gecharmeerd door de mens achter de trainer. "Hoe kun je nu iets hebben tegen iemand die zo rechtvaardig en gemeend werkt? Anthuenis gaat recht door zee en gelooft in zijn voetballers. Hij dwingt respect af omdat hij zijn woord houdt. Daarom is hij nog geen zachtgekookt ei. Als trainer is hij veel agressiever dan als mens. Ik heb hem vaak naar de tribune weten vliegen, omdat hij ambras maakte met de scheidsrechter. Op het veld kan hij echt bezeten zijn, en spelers en bestuur moeten het ook niet wagen met hem te lachen."

Zijn werkkracht moet volgen Laureys zowat grenzeloos zijn: "Anders bel je toch niet de mensen 's morgens om zeven uur uit bed? Soms had ik de indruk dat hij dag en nacht bezig was. Hij laat niets in slaap vallen. Hij wil dat ook de anderen hard werken, daarom houdt hij zo van intensieve trainingen. Maar wie hard werkt, mag in zijn ogen ook eens een vergissing begaan. In Anderlecht is hij ook zo druk bezig. Van 's morgens tot 's avonds zijn er vergaderingen. Hij heeft bijna geen tijd meer om een pintje te drinken. Aimé zou in Anderlecht zelf het gras afrijden als het nodig is."

Zijn naam als toptrainer maakte Aimé Anthuenis vooral waar bij Racing Genk. Voormalig voorzitter Remi Fagard weet nog hoe ze in '95 met vijf waren, de kandidaat-trainers om de Limburgse provincieploeg Racing Genk te trainen. Welgeteld een uur hadden elk van hen om uit te leggen hoe goed ze wel waren, wat hen bezielde om hun lot te verbinden met Genk. Maar na de derde kandidaat wist Remi Fagard het wel: nummer drie en niemand anders zou de job krijgen, de overige twee hoefden zelfs niet meer aan te treden. Het betoog van Aimé Anthuenis had Fagard overtuigd, hoewel hij hem voordien nog nooit had gesproken. Twee dingen vielen op, zegt Fagard: zijn kennis van zaken en zijn eerlijkheid.

Fagard: "'Ken je de ploeg?', vroeg ik hem. 'Ja', zei Aimé en hij begon de volledige spelerskern te analyseren van A tot Z. Op die positie ontbeerden we snelheid, zei hij, die speler was niet goed met het hoofd. Hij had Genk nog nooit getraind, maar kende de ploeg beter dan het bestuur. Bovendien probeerde hij ons niet te overdonderen, zoals sommigen wel zouden doen. Hij zei niet dat we met hem kampioen zouden spelen, maar stelde heel realistische verwachtingen."

Die realistische verwachtingen kwamen niet uit. Genk draaide niet mee met de grijze middenmoot. Genk behaalde wel de beker en titel met Anthuenis, Genk werd een begrip op de Belgische voetbalkaart. Fagard: "Ik weet niet of Genk hem groot heeft gemaakt als trainer. Hij had al die kwaliteiten van een groot trainer al voor hij bij ons kwam. En hij is zeker niet veranderd."

In Genk kreeg Aimé Anthuenis ook een nieuwe koosnaam. "Papa", noemde Strupar hem. Fagard relativeert dat wel: "Hmmm, een papa is hij zeker niet, oh neen. Op een speler die zich niet houdt aan zijn richtlijnen kan hij pisnijdig zijn. Het ene moment grapt en grolt hij met een speler, twee minuten later kan hij diezelfde speler verrot schelden. Maar het groepsgevoel is voor hem belangrijk. Hij stond erop dat de spelersgroep en de trainersstaf om de veertien dagen gingen eten, telkens zocht hij zelf de sponsors om dat etentje te bekostigen. Hij heeft bijna nog meer aandacht voor bankzitters en geblesseerde spelers dan voor basisspelers. Geblesseerde spelers legt hij in de watten: hij zorgt bijvoorbeeld dat ze de wedstrijd kunnen bijwonen op een fatsoenlijke plaats, vraagt voortdurend hoe het met hen gaat en pept hen op. Hij zal nooit zomaar iemand op de bank zetten, hij legt omstandig uit waarom hij dat doet en benadrukt steeds dat zijn tijd nog zal komen." Voor Fagard kon Anderlecht geen betere keus maken. "Proficiat voor Anderlecht. Ze hebben de beste trainer van het land. Jos Heyligen levert momenteel geen slecht werk bij Genk, maar als Anderlecht hem van de hand zou willen doen en ik zou nog steeds voorzitter van Genk zijn, zou ik Aimé weer terugnemen." Ook Fiel Laureys is ervan overtuigd dat hij in Anderlecht zal slagen: "Hij bewijst daar toch ook dat hij zijn systeem kan aanpassen. En zie hoe Ekakia nu openbloeit. Dat is nu eens een typische uitdaging van Anthuenis. Gerets kon van Ekakia geen beter voetballer maken, hij had er niet voldoende vertrouwen in. Maar Anthuenis gelooft wel in hem. Anderlecht zal nog verschieten van Ekakia." Even is er een stilte, en springt de 74-jarige Laureys van de hak op de tak. "Ach, ik zou Anthuenis zo graag nog eens als trainer bij Lokeren zien. Hij woont op 200 meter van stadion. Het is om te schreeuwen."

Aimé Anthuenis lijkt zijn trainerscarrière te bouwen op zijn psychologisch doorzicht. Dat modewoord duikt te pas en te onpas op, maar sportpsycholoog Bert De Cuyper, werkzaam aan de KU Leuven, dicht hem wel grote psychologische kwaliteiten toe: "Hij spreekt alleszins met veel kennis van zaken en kan heel goed luisteren. Hij heeft bovendien veel zelfkennis: weten wat je kan en vooral wat je niet kan. Dat is al een heel goede basis om te werken." Velen twijfelden of de gemoedelijk ogende Anthuens zou kunnen gedijen in het koele en berekende Anderlecht, waar het resultaat en niets dan het resultaat primeert. De omgeving doet er niet toe, zegt De Cuyper, integendeel. "Een goede trainer verstaat juist de kunst om zichzelf te blijven en zich niet te laten beïnvloeden door de situatie. Hij blijft echt. Spelers pikken het niet dat een trainer voortdurend verandert: de ene week geen groepsgesprek, dan moet er plots gepraat worden, dat soort dingen. Spelers verdragen het vooral niet als ze merken van wie de trainer een lesje heeft gekregen of met wie hij hij gepraat heeft. Dat viel me bijvoorbeeld op bij Herbert Neumann bij Anderlecht. Hij veranderde te veel van zienswijze. Op den duur zien ook de spelers dat het niet meer 'echt' is. Anthuenis lijkt me echt." "Dat heeft hij gemeenschappelijk met trainers als Ernst Happel en Raymond Goethals. Het zijn eerlijke 'types' die zichzelf blijven, of ze nu op café zitten of een training leiden. Neem bijvoorbeeld Goethals: ooit wist hij niet welke speler op te stellen voor een positie. Hij maakte papiertjes met de namen van de betreffende spelers, stak ze in een hoed en de jongste speler mocht een papiertje trekken en bepalen wie ze zou spelen. Moraal van het verhaal: als je toch twijfelt en niet weet welke speler te kiezen, maak dan ook de spelers duidelijk dat het om een gok gaat in plaats van hoogdravende taal te verkondigen om een keuze te rechtvaardigen. Speler kunnen lachen om zoiets, waarderen die eerlijkheid. En als je eerlijk handelt, dan bouw je pas krediet op bij de spelers."

'Gerets kon van Ekakia geen betere voetballer maken, hij had niet voldoende vertrouwen in hem. Maar Anthuenis gelooft wel in hem'

'Hij heeft bijna geen tijd meer om een pintje te drinken. Maar voor het werk doet hij alles. Als dat nodig zou zijn, zou hij zelfs het gras in Anderlecht afrijden'

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234