Maandag 09/12/2019

Een overzicht van twee jaren

Dat ik vandaag zelf mijn rubriek vul, is geen toeval. Na meer dan twee jaar - wat betekent dat ik het eetverhaal van een dikke honderd min of meer bekende Vlamingen heb opgetekend - heb ik er een beetje de buik van vol. De 'Waar eet'-rubriek, die in november 1998 als een tijdelijk experiment begon, werd al snel een van de meest gelezen stukjes uit deze bijlage. Zo werd de geplande reeks van tien er een van twintig, die van twintig een van dertig, enzovoort. Ik heb telkens met plezier en grote nieuwsgierigheid geluisterd naar de gastronomische genoegens van al de Vlamingen, en enkele Nederlanders, die de revue gepasseerd zijn. Nu eens was ik aangenaam verrast, dan weer diep teleurgesteld. Maar dit was en is in elk geval duidelijk: Vlamingen eten graag, en laten anderen met genoegen in hun bord kijken.

Sommige woorden, uitspraken of adressen van de meer dan honderd eters zal ik nooit meer vergeten. Neem de aanstekelijke manier waarop Chris Lomme over haar verse pasta met zeevruchten sprak. Ik denk ook aan Luuk Gruwez, de enige eter in de hele rij die zich culinair over de taalgrens waagde. Hij heeft mij en waarschijnlijk nog een hoop andere lezers naar Liers gestuurd, een oerlelijk dorpje bij Luik. Maar met een bijzonder restaurant, La Bartavelle. Het gesprek met Regine Clauwaert zal me ook altijd bijblijven. Dat Regine Clauwaert aan tafel niet verrast wenst te worden, kan er bij deze fijnproever namelijk niet in. Zij die jarenlang het kunstgezicht van de VRT was en in al die tijd haar uiterste best deed om Vlaanderen wat ruimdenkendheid bij te brengen, trekt voor de veilige zekerheid altijd naar dezelfde restaurants. Twee uitstekende Italianen overigens: I Latini in Brussel en Arte in Antwerpen.

Toch is zij niet de enige die aan tafel enige behoudsgezindheid vertoont. Na enige tijd werd het me duidelijk dat in al die eetverhalen een vrij scherpe lijn te trekken was, namelijk omdat 'ons ons' aantrekt. Zo weet ik inmiddels dat 'artistiek of progressief Gent' 't Gebed zonder Eind (tussen de Minard en Vooruit) de hemel in prijst; Anna (Grote Huidevettershoek) valt ook in de smaak bij Gentse eters die in het culturele leven manoeuvreren. Eigenaardig genoeg werd mijn favoriete oord in Gent in die twee jaar tijd maar een paar keer genoemd: Mineral (Onderbergen). Dit restaurant heeft veel weg van een strak aangeklede huiskamer. Aan de wand hangen enkele abstracte zwartwitfoto's, en de combinatie van het donkerbruine plafond en de pistachegroene wanden vind ik bijzonder geslaagd. Net zoals de keuken, die veel sympathie vertoont voor het verse, eenvoudige en mediterrane genre, maar die af en toe ook subtiel vreemd durft te gaan. Wie liever geen vlees of vis eet, komt hier goed en gevarieerd aan zijn trekken. Alleen de wijnkelder is wat beperkt en zou - zelfs binnen hetzelfde budget - een stuk creatiever kunnen. De bediening verloopt vlot en vriendelijk, al heb ik van andere mensen over die vriendelijkheid het tegendeel gehoord. Misschien heb ik de glimlach aan mijn statuut van trouwe gast te danken.

De ruwe, gastronomische kaart van Antwerpen (gebaseerd op deze rubriek) is al even snel gemaakt als die van Gent. Wie van literatuur en kunst houdt, mengt zich graag onder de cliënteel van Café de la Gare (Haarstraat) en moet dringend in Euterpia (Gen. Capiaumontstraat in Berchem) een tafeltje reserveren. Op de keukens van deze restaurants valt niets aan te merken; ze zijn voortreffelijk. Euterpia is intiemer dan Café de la Gare. En de bediening verloopt er minder nonchalant - of moet ik zeggen arrogant. Daar kon ik me de laatste keer niet van de indruk ontdoen dat ik me gelukkig mocht prijzen dat ik er a) een tafeltje kreeg en b) nog bediend werd ook.

De Antwerpse BV's die ik over hun eetgewoonten geïnterviewd heb, waardeerden volmondig de zuiders getinte keuken van Hungry Henrietta (Wilde Zee) en behalve Sir Anthony Van Dyck, scoorde de nieuwkomer De Kleine Zavel (bij de voetgangerstunnel) opvallend en veelvuldig hoog. De Kleine Zavel is inderdaad een interessant adres, omdat het in de metropool vrijwel het enige restaurant is dat de ongedwongen brasseriestijl weet te combineren met een vlotte bediening en een uitstekende en creatieve keuken. Toch vind ik dat de tafeltjes er te dicht op elkaar staan. In een brasserie past dat. Maar aangezien de prijzen van De Kleine Zavel een stuk hoger liggen dan in een gemiddelde brasserie, mag in die prijs ook meer privacy zitten. Dat restaurant Cargo tegenover het Museum voor Schone Kunsten geen enkele keer vermeld werd, verbaast me niet. Net zoals veel andere gastronomen koesterde ik voor dit etablissement hoge verwachtingen, maar die werden totnogtoe niet ingelost. Het restaurant heeft een schitterend, sober en strak interieur, ligt op een ideale plek, heeft een vrij aantrekkelijke kaart, maar slaagt er vooralsnog niet in om zijn uiterlijke stijl ook inhoudelijk waar te maken. Dat zorgt voor een onduidelijk restaurant, een onduidelijke doelgroep en al even onduidelijk personeel. Iets wat van La Luna (Italiëlei) niet kan worden gezegd. Daar slaagt men er bijzonder goed in om vorm, inhoud, stijl en smaak met elkaar te laten overeenstemmen.

Het Italiaans restaurant Rimini in de Vestingstraat is tot mijn verbazing slechts één keer genoemd. En opnieuw is dat een van mijn favorieten. Omdat je je binnen even in Italië, of misschien wel in een buitenwijk van New York waant. Het vaste publiek bestaat grotendeels uit joodse diamantairs die het met de kosjere regels niet zo nauw nemen. Italiaans, Amerikaans en Engels met een zwaar accent, Frans, Jiddish, Hebreeuws en Nederlands vormen de voertaal. Van de inrichting moet je je niets voorstellen; die is doodsimpel. Maar de manier waarop de Italiaanse patron en zijn vrouw het elke, maar dan ook elke gast naar zijn zin maken, werkt aanstekelijk. Trek in iets dat niet op de kaart staat? Hij maakt het. "Vond u de tortellini en brodo lekker? Ja? Kom met uw bord, dan schep ik bij. Wilt u weten of Barak standhoudt? Maar dan zetten we de televisie toch even aan, zeker?" Geen chichi, geen tralala, lekker eten, goed leven en niet al te veel regels. La Terrazza (Oude Beurs) is nog een uitstekende Italiaan in het hart van Antwerpen. Minder joviaal, minder familiair, beetje meer afgeborsteld en een stuk minder internationaal; maar zeker even lekker en minstens enkele bezoeken per jaar waard. En dan is er nog De Caveau, de foyer van de Koninklijke Vlaamse Opera in Antwerpen. In geen geval het beste restaurant van de stad, maar een fantastische plek om vlak voor een voorstelling, en dan nog liefst een première, een klein hapje te gaan eten. Het zenuwachtige schouwspel van de orkestleden, figuranten en costumières is namelijk heerlijk en uniek om naar de kijken.

Misschien heeft het aan de keuze van de eters gelegen, maar Limburg is beduidend minder aan bod gekomen. Al heb ik mijn best gedaan om mijn geboortestreek culinair te promoten. Maar ik ken de streek niet goed genoeg meer om er een oordeel over te vellen. De enige concrete en goede adressen die ik zo voor de vuist weg kan noemen, liggen in Hasselt. Arlecchino (Minderbroedersstraat) en Dai Cugini (Zuivelmarkt). Opnieuw twee voortreffelijke Italiaanse keukens, met alles erop en eraan. De keuken van het kasteel van Rullingen in Borgloon heeft me overigens ook zeer aangenaam verrast, en ik zal er beslist nog terugkeren. Van De Levensboom in Hasselt heb ik verhalen gehoord om van te watertanden, maar geweest ben ik er nog niet.

Met Brussel is het anders gesteld. Omdat het aanbod zo groot en veelzijdig is, weerklonk dat ook in de eetverhalen. Natuurlijk heb ik allerlei vermelde restaurants uitgeprobeerd; de Italianen voorop. Want ik vind de Italiaanse keuken de lekkerste. Dat komt misschien ook omdat ik de voorkeur geef aan groentebereidingen. Vis of vlees hoeft niet zo nodig. Olijfolie wel, look nog liever, en rozemarijn, oregano, zwartgeblakerde aubergines, geroosterde zucchino's, kappertjes, fungi... De aanvoerder van mijn Italiaanse peloton in Brussel is Da Piero in de Dansaertstraat. Omdat hij echt is. Authentiek, om dat veel gebruikte en misbruikte woord maar eens te gebruiken. Zo kan ik me bijvoorbeeld probleemloos voorstellen dat Piero op een dag beslist om een timpano te maken, een gecompliceerd pasteigerecht van verse pasta, en ik denk dat het er dan in Piero's keuken op dezelfde manier aan toe zal gaan als in die van Primo en Secundo, de twee Italiaanse broers uit Stanley Tucci's film Big Night. Aanvoerder Da Piero wordt achternagezeten door I Latini, Amici Miei (Reyerslaan), Il Lorenzini (Kribbestraat), l'Intermezzo (bij de Munt), Mirante (Platte Steen). In dit peloton (waarin zich ook La Truffe Noire begeeft, maar die is exquis en prijzig en dus hors catégorie) schuilt ook één Griek: Notos (Livornostraat). Behalve dat ik er al een paar keer gegeten heb, heb ik er ook een dag in de keuken gestaan. Ik heb gekeken, geluisterd, geproefd en gevoeld hoe de kok zijn stoofpotten bereidt, alleen de allerbeste ingrediënten selecteert en lyrisch, bijna euforisch wordt als hij aan zijn Griekse olijfolie ruikt. Big Night, maar op z'n Grieks. Natuurlijk moet ik mijn Brussels lijstje aanvullen met enkele Franse keukens: Chez Marie in de Wittestraat, bij het Flageyplein. En uiteraard ook deze liefde op het eerste gezicht: Le grill aux Herbes d'Evan in Wemmel (Brusselsesteenweg). Van alle restaurants die ik ooit bezocht heb, voel ik me met dit het meest verwant. In een mooi en alleenstaand herenhuis maakt de Griekse chef-kok Evan Triantopoulos uiterst verfijnde gerechten klaar. Alle bereidingen zijn eenvoudig, leggen de nadruk op puurheid van smaak en het is alsof het mooiste vanonder de zon in je bord belandt.

Sea Grill, het restaurant van het SAS Radisson, in hartje Brussel is het favoriete restaurant van de meeste zakenmensen die ik geïnterviewd heb. Ik kan er niet over oordelen, een bezoek aan dit restaurant is een van mijn goede voornemens voor het nieuwe jaar. Met dit verhaal kondig ik niet het einde van deze rubriek aan. Want we gaan ermee door. Alleen zal ik het niet meer zijn die wekelijks het land afbelt op zoek naar een interessante Vlaming met liefst ook nog een interessant gastronomisch verhaal. Aan deze rubriek heb ik overigens een mooie vereeuwiging, een cartoon van ZAK. Een journaliste zit voor haar computer, houdt de telefoon tegen het oor, en zegt: "Met Feriye Erdal? Wij willen u graag aan het woord laten in onze rubriek 'Wie eet waar'." Alleen al daarom was het de moeite waard.

Waar eet Margot Vanderstraeten,

freelance journaliste

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234