Donderdag 29/10/2020

Een opstoot van cafeïne voor

expo

de italiaanse futuristen in het museum van elsene

het oude Europa

Snel en krachtig, lawaaierig en oneerbiedig - zo zou de kunst van de Nieuwe Tijd zijn. Het zootje ongeregeld dat zich 'futuristen' noemde, bracht die theorie tussen pakweg 1909 en 1930 in de praktijk, als rolmodel voor een rist andere avant-gardes in Italië en ver daarbuiten.

Brussel

Van onze medewerker

Eric Min

Er zijn landen waar de ontwerpers van muntjes geen rekening moeten houden met de profielen van Coburgers of andere aristocraten van het tweede garnituur. Neem nu Italië: op het stuk van één euro prijkt 'de mens als maat van alle dingen' naar Da Vinci. De vijf cent kreeg het Colosseum als beeldenaar, en op het muntje van twintig cent treffen we de wandelende figuur van Boccioni aan (die eigenlijk Unieke vormen van continuïteit in de ruimte heet). Een futurist als hoeksteen van het kapitaal én van het Italiaanse kunstpatrimonium: komt dat zien! In Brussel kan het nog tot 4 januari.

De maker van het magnifieke bronzen beeld dat ook in Elsene door de ruimte schrijdt, Umberto Boccioni, was allicht de meest getalenteerde nieuwlichter die zich achter het Eerste Futuristisch Manifest schaarde. Hoofdopsteller Filippo Tomaso Marinetti had die tekst op 20 februari 1909 op de voorpagina van Le Figaro laten verschijnen. Marinetti was een gedreven schrijver en oproerkraaier, de zelfverklaarde 'modernste mens van zijn tijd', la caffeina dell' Europa, die zijn stijl aan de man bracht alsof het een waspoeder of een politieke partij was, een halve eeuw voor McLuhan ons woorden als 'medium' en 'boodschap' creatief in een zin leerde te gebruiken.

De verpakking en het gebaar waren voortaan de essentie van de kunst. Marinetti tekende het doodvonnis van de klassieke scholen en gooide de deuren open. Hij hield van performances waarop de deelnemers simultaan hun teksten bralden, helse geluidsmachines ruis voortbrachten en iedereen met iedereen op de vuist ging; enkele jaren later zouden de dadaïsten uit Zurich alles nog eens over doen en de formule perfectioneren. Er hing iets in de lucht. Marcel Duchamp schilderde in 1911 zijn Naakt dat een trap afdaalt. Het kubistisch geweld van Braque en Die Brücke brak los, Delaunays Eiffeltoren wankelde, de Russische constructivisten namen het futuristische gedweep met machines over. Uit elektriciteit waren al die nieuwlichters geboren, "met snelle werkelijkheid gevoed".

Voor een keer waren het de Italianen die voor de theorie zorgden. Marinetti en zijn volgelingen Boccioni, Russolo, Carrè en Severini, die er op foto's steevast uitzien als een groepje kantoorklerken met bolhoeden en zondagse overjassen, wilden leven op het ritme van de grote stad. Er hoorden nieuwe media bij: de collage, het pamflet, de theatrale charge tegen al wat passé was.

"De motorkap van een sportwagen, versierd met grootse pijpen, als slangen met ontploffingsadem - een brullende wagen die op granaatkartetsen lijkt te lopen - is mooier dan de Niké van Samothrake." De lezers van Le Figaro vernamen tot hun ontzetting dat kunst voortaan niets anders kon zijn dan "geweld, wreedheid en onrecht". Marinetti's manifest was eigenlijk een advertentie voor zijn gedachtegoed en een oproep voor medestanders. Het was een schot in de roos. In de lange reeks futuristische manifesten die volgde, zouden kosten noch moeite gespaard worden om op te vallen.

'Alles moet weg' was het ordewoord. Slachtoffers waren onder meer Wagner, de schilders uit de Renaissance en... pasta, die als passéiste werd afgedaan omdat het gerecht 'zwaar, beestachtig en grof' zou zijn en zowaar scepticisme en pessimisme veroorzaakte. Wel koosjer waren reclameaffiches en drukke cafés, treinen en turbines. Cinema. Scheepstoeters. Associaties en beeldrijm. Begeerte (dat zowaar een eigen manifest kreeg). De fotografie. Concerten met lawaaimachines. Hysterie. De menigte. En de oorlog, die 'grote schoonmaakbeurt van de wereld'.

De futuristen trokken fluitend naar het front, en Boccioni kwam in 1916 aan zijn einde na een val van zijn paard tijdens een cavalerie-exercitie. Ook architect en visionair Antonio Sant'Elia, die fantastische wolkenkrabbers ontwierp en decreteerde dat liften geen lintwormen meer mochten zijn "maar als slangen van ijzer en glas langs de gevels moeten omhoog kruipen", overleefde de oorlog niet.

Vooral de schoonheid van de snelheid, de in ondeelbare ogenblikken versneden gelijktijdigheid van visuele en auditieve ervaringen die op het doek werden gegooid alsof de verf beweging en klank kon vatten, was de unique selling proposition van de futuristen. Carrè schilderde een stilleven met de titel De geluiden van een nachtcafé. Een berucht werk van Severini heet Dynamische hiëroglief van het Bal Tabarin. Boccioni getuigde dat hij in zijn doek Het straatlawaai dringt het huis binnen alle sensaties van een man op zijn balkon wil weergeven: de menigte op straat, de huizen, de balkons, "een verwringing en versnippering van voorwerpen, een verstrooiing en versmelting van details". Boccioni kon het weten. Hij was een van de schilders die het divisionisme van Seurat, de ontbinding van licht en kleur in een vlak van wervelende stippels, hadden ingehaald als een bruikbare techniek om energiestromen in verf te vatten.

Ook fotografische pioniers als Muybridge en Marey reikten sjablonen aan om lopende mensen af te beelden in sequensen, als in een primitieve tekenfilm. Het hondje aan de leiband dat Balla ook al in 1912 schilderde, is er een letterlijke transcriptie van. De tentoonstelling in Elsene legt terecht de nadruk op de eerste golf van het futurisme. Na enkele vitrines waarin de manifesten van de beweging worden uitgestald naast de reconstructie van Balla's decor voor de productie Vuurwerk van Stravinsky en Les Ballets Russes van Diaghilev uit 1917 (een provocerend bombardement van licht en klank in oorlogstijd!), volgt er een hommage aan Marinetti en de andere pioniers, met portretten, schetsen en enkele topwerken: Boccioni's studies voor Stad in opbouw en zijn "in de ruimte uitgevouwen" fles, opwindende doeken van een duidelijk door de Parijse kunstscène beïnvloede Severini, en veel tekenwerk van Balla en Carrè.

Niets staat stil in hun "wervelende leven van staal, eerzucht, koortsachtigheid en snelheid": paarden en trams en de dansers op een caféconcert, maar ook een glas absint, huizen of een watermeloen. De titels spreken voor zich. Ze goochelen met termen als synthese, dynamisme, krachten, Ontbinding van de vlakken van een fles. Woorden en gevonden voorwerpen belanden op het doek, achter glas.

Luigi Russolo, rumorista futurista, bedacht grootsteedse ketel- en misthoornmuziek, die we in Elsene helaas niet te horen krijgen. Van zijn hand is er slechts een kleine tekening geëxposeerd. Ook de medestanders van het eerste uur Romani en Bonzagni, die al snel uitgekeken raakten op het hanige gedrag van hun geestesgenoten, en latere volgelingen als Soffici of Iras Baldessari komen aan bod. In het laatste deel hebben de tentoonstellingscommissarissen Ada Masoero en Renato Miracco enkele latere futuristen onder het stof vandaan gehaald: van Fortunato Depero kozen ze sprookjesachtige en aan de reclamekunst verwante ontwerpen, terwijl Enrico Prampolini in het vaarwater van de art deco terechtkomt en de laatste futuristen domweg aan het zweven gaan.

De expositie eindigt in 1926, wanneer de stijl op de Biënnale van Venetië officieel wordt geconsacreerd en langzaam doodbloedt, terwijl voorman Marinetti in fascistisch vaarwater verzeilt. Al rijmden de esthetische normen en waarden van die ideologie niet noodzakelijk op de hersenspinsels van de relschoppers en hun manifesten, maar dat is andermaal een ander verhaal.

Il Futurismo 1909-1926 loopt nog tot 4 januari in het Museum van Elsene, Jean Van Volsemstraat 71, Brussel (02/515.64.21). Van dinsdag tot vrijdag van 13 tot 18.30 uur, zaterdag en zondag van 10 tot 17 uur. Gesloten op 1 en 11 november, 25 december en 1 januari. Toegangsprijs: 6,20 euro. De catalogus kost 32 euro.

Bij de futuristen staat niets stil in hun 'wervelende leven van staal, eerzucht, koortsachtigheid en snelheid'

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234