Zondag 18/08/2019

Het gezin in Vlaanderen

Een op tien gezinnen met kinderen is nieuw samengesteld

Cora Meier (43) met haar man en twee van hun zes kinderen uit hun samengesteld gezin. ‘Ik heb dan wel geen spijt van mijn scheiding maar ik geloof nog altijd in het huwelijk.’ Beeld Tine Schoemaker

Vanop een afstand ziet het Vlaamse gezin er anno 2018 klassieker uit dan we zouden denken, al breken jongere generaties meer en meer uit dat vaste stramien. Maar zelfs wie in een nieuw samengesteld gezin belandt, verlangt heel vaak nog naar het klassieke tweeoudergezin.

Twee getrouwde ouders met een of twee kinderen. Zo ziet het gros van de gezinnen met kinderen eruit, leert de gezinsenquête van minister van Welzijn en Gezin Jo Vandeurzen (CD&V)

De meeste gezinnen zijn samengesteld uit twee ouders met twee kinderen en twee derde is een gehuwd koppel met een of meer kinderen. Een op de vijf zijn ongehuwde koppels. Ook zijn meer dan zeven op de tien van die gezinnen intact. 

De alleenstaande ouder is de gezinsvorm die na dat klassieke gezin het meest voorkomt: bijna een op de vijf gezinnen bestaat uit een ouder met een of meerdere kinderen. Op de derde plaats staan de nieuw samengestelde gezinnen. “In een op de tien gezinnen met kinderen leeft minstens een kind samen met een volwassene die niet de eigen ouder is”, zegt Veerle Audenaert, onderzoekster bij het departement Welzijn, Volksgezondheid en Gezin.

Zo is de studie uitgevoerd:

In 2016 is een schriftelijke enquête afgenomen bij gezinnen met minstens één kind jonger dan 25 jaar in Vlaanderen en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest (alleen de Nederlandstaligen daar). Dat gebeurde op basis van toevalssteekproeven uit de bevolkingsregisters van het Rijksregister. Zo zijn 11.000 gezinnen aangeschreven, waarvan 2.000 met een herkomst buiten de Europese Unie. Uiteindelijk namen 2.683 mensen deel. Iedereen kreeg een lijvig vragenboekje A en een dunner vragenboekje B voor de (eventuele) echtgeno(o)t(e) of partner. Het resultaat is een representatief beeld van de gezinnen, al zijn lager opgeleiden, niet-werkenden en gescheiden vaders wat ondervertegenwoordigd.

Verschillende huizen

Nog andere gezinsvormen zijn veel uitzonderlijker. Zo zijn er maar erg weinig LAT-relaties: 2 procent van de mannen en 6 procent van de vrouwen zegt dat ze niet samenwonen met hun partner. Ook gezinnen met adoptie-, stief- en pleegkinderen zijn absolute minderheden

Het verhaal van Cora Meier (43) is dat van een nieuw samengesteld gezin. Zo’n tien jaar geleden scheidde ze van haar man, vandaag vormen ze één grote familie. Met vier kinderen van haar en haar ex-man, haar nieuwe echtgenoot met zijn twee kinderen, én haar ex-man met zijn vrouw en hun baby wonen zij en haar ex in twee verschillende huizen, maar dan als één groot gezin.

 “Ons parcours had alle elementen om negatief te worden, en dat was in het begin ook”, zegt de Hasseltse. “De nieuwe vrouw van mijn ex met open armen ontvangen was niet evident. Maar ik verloor mijn moeder vrij jong en besef te goed dat het leven niet eindeloos is. Je kunt eeuwig boos en verbitterd zijn over een partner of ex. We hebben elkaar beloofd om in goede en kwade dagen voor elkaar te zorgen en we besloten dat desondanks alles te blijven doen.”

Ondertussen hebben Meier en haar ex hun scheidingsperikelen achter zich gelaten en onderhouden ze nauw contact over het wel en wee van hun kinderen. Zuinig en afgemeten is het allerminst. “Afgelopen weekend zouden de kinderen van hun papa weer bij mij komen en dat draaide uit op een hele barbecue in de tuin met zeven kinderen en vier volwassenen. Pas een paar uur en een paar flessen cava later gingen we naar huis”, zegt Meier.

 Patchwork-gezin

Haar patchwork-gezin illustreert hoe nieuw samengestelde gezinnen vandaag al lang niet meer onder één noemer te vatten zijn. Zo blijkt dat heel wat nieuw samengestelde gezinnen vandaag ‘complex’ zijn, met kinderen uit zowel huidige als vorige relaties in allerlei variaties (zie kader). “Die vele varianten tonen aan dat gezinnen vandaag dynamischer zijn”, zegt Inge Pasteels, onderzoekscoördinator PXL Social Work-Research.

Ook stappen jongere mensen veel minder vaak in het huwelijksbootje en vaker van de ene in de andere relatie en nemen ze hun kinderen telkens mee, waardoor die complexe nieuw samengestelde gezinnen ontstaan. “De jongere generaties maakten nu al evenveel of zelfs meer gezinstransities door dan de oudere leeftijdsgroepen. Gezinnen gaan uit elkaar en herrijzen elders in een andere samenstelling, wat een totaal andere dynamiek is dan bij de vijftigers en zestigers die nog altijd met hun eerste lief zijn getrouwd”, zegt Pasteels. Mannen en vrouwen die met minstens één kind samenwonen en tussen 25 en 34 jaar zijn, zijn veel vaker dan de oudere generaties aan hun tweede, derde, vierde of zelfs vijfde relatie toe.

Cora Meier herkent zich daarin. “Mijn ex-man en ik ontmoetten elkaar toen we 21 waren”, zegt ze. “Toen pasten we perfect bij elkaar en wilden we graag trouwen en veel kinderen krijgen. Maar na al die jaren bleek dat onze persoonlijkheden eigenlijk toch niet zo goed samengingen. Nu hebben wij allebei een partner gevonden die veel beter bij ons past.”

Door die grotere complexiteit in nieuw samengestelde gezinnen en dynamiek onder jongere generaties, zullen gezinnen in de toekomst minder beantwoorden aan het klassieke plaatje en vaker lijken op het gezin van Meier.

Rechten en plichten

Een belangrijk gevolg daarvan is dat rechten en plichten van ouders beter en duidelijker vastgelegd moeten worden. “Voorlopig zijn wettelijke kaders nog niet helemaal voorzien op de realiteit van dergelijke dynamische gezinnen”, zegt Pasteels. “Wettelijk samenwonen zit bijvoorbeeld in de lift, maar wat als een van beide ouders dat contract eenzijdig verbreekt? Is er dan voldoende verantwoordelijkheid ten aanzien van het ex-gezin zoals dat wel bij een echtscheiding voorzien is?”

Toch lijkt er tegelijkertijd ook een soort rem te staan op het tempo waarmee mensen hun gezin willen zien veranderen, zo blijkt uit diezelfde gezinsenquête. Want tasten de jongere generaties het oude klassieke ideaal van het getrouwde koppel met eigen kinderen aan, op een bepaalde manier wordt aan dat ideaal wel nog veel belang gehecht.

Gevraagd naar hun wensen en verzuchtingen over hun relaties en gezinsstatus melden opvallend veel Vlamingen namelijk dat ze eigenlijk toch wel verlangen naar dat typische, klassieke ‘kerngezin’.

“Ik mis nu, na mijn scheiding, het gezinsgevoel”, klinkt het bijvoorbeeld. Of: “Ik had liever gehad dat mijn stiefdochter mijn eigen dochter was omdat ik ze beschouw als mijn eigen dochter.” En: “Ik had liever gehad dat de kinderen van mijn huidige partner waren. Nu is er altijd nog een partij waar rekening mee gehouden moet worden en die mee zeggenschap heeft in de opvoeding van de kinderen.” Of nog: “Het was fijner geweest als we ons leven met kinderen helemaal samen hadden kunnen opbouwen. Nu is het vaak puzzelen om een mooi evenwicht te zoeken, zodat de kinderen zich optimaal kunnen voelen binnen de nieuwe situatie.”

Lang vervlogen tijden

Het aantal mensen dat zich een scheiding beklaagt of absoluut met de nieuwe partner nog samen kinderen wil omdat dat dan beter voelt of dat liever alle kinderen met de huidige partner had gehad, is opmerkelijk, zo stelt Audenaert. “Aan het toenemend aantal ongehuwd samenwonende koppels zie je wel dat de notie huwelijk wel veel terrein verliest, maar als je verder kijkt dan puur de cijfers, zie je dat het ‘normale’ gezin met een partner en (twee) kinderen voor de meesten een na te streven doel blijft. Gezinnen in Vlaanderen stellen het kerngezin als romantisch ideaaltype uit lang vervlogen tijden met twee ouders en (bij voorkeur twee) kinderen als ideaal voorop.”

En wanneer het niet lukt om dat ook daadwerkelijk te realiseren, blijkt dat tweeoudergezin ook na een relatiebreuk voor veel gezinnen toch nog altijd het summum. Audenaert: “Met de nieuwe partner wil men dan bijvoorbeeld ook nog kinderen en er zijn ook heel wat mensen die toch spijt hebben van een scheiding. Een nieuw samengesteld gezin is zo vaak ‘second best’.”

Cora met man en 2 van hun 6 kinderen die ze als samengesteld gezin tellen. Beeld Tine Schoemaker

Maar als dat zo is, waarom gaan we dan toch steeds meer verschillende relaties aaneenrijgen en onze gezinnen ‘nieuw samenstellen'? Een eenduidige verklaring is er niet, maar Pasteels wijst erop dat die schijnbare tegenstrijdigheid veel te maken heeft met hoe we vandaag naar amoureuze relaties kijken.

“Het grote verschil met vroeger is dat we nu veel meer belang hechten aan de kwaliteit van een amoureuze relatie en dat we andere en misschien wel meer verwachtingen koesteren ten aanzien van onze geliefde in vergelijking met de vorige generaties”, zegt Pasteels. “En een huwelijksboot die overladen wordt met verwachtingen kapseist misschien sneller. Ook is het taboe over scheiding helemaal verdwenen, wat eveneens zorgt voor meer dynamische en flexibele gezinnen.”

Veeleisender

Zowel de partnerrelatie als dat gezin moet met andere woorden meer dan ooit aan idealen beantwoorden die een stuk veeleisender zijn dan in de hoogdagen van het klassieke gezin. Het resultaat, zo tonen veel antwoorden op de vragen in de gezinsenquête, zijn vooral veel mensen die zoeken naar de beste manieren om die twee idealen zo realistisch en aangenaam mogelijk in de praktijk te brengen.

Gezinnen zijn daardoor misschien dynamischer en complexer aan het worden, meer puzzelend maar daarom zeker niet per se ongelukkiger: gevraagd naar hoe tevreden ze nu zijn met de samenstelling van hun gezin, blijkt dat een grote meerderheid heel tevreden is. De kloof tussen ideaal en werkelijkheid is er misschien wel meer dan ooit, maar de Vlaamse gezinnen gaan daar duidelijk niet onder gebukt.

Ook Meier heeft het romantische ideaal niet volledig opgeborgen, maar koestert tegelijkertijd de praktijk die nogal anders is uitgedraaid. “Ik heb dan wel geen spijt van mijn scheiding maar ik geloof nog altijd in het huwelijk. Ondertussen heb ik echter heel wat meegemaakt en geloof ik ook dat een moderne gezinssamenstelling, een patchwork-familie kan werken”, zegt ze.

Met een koffertje naar school

In hun zoektocht naar hoe het precies voor hen kon werken, besloten Meier en haar ex het ouderschap en de partnerrelatie volledig los te koppelen. “Wij zijn een ouderteam van vier personen”, zegt ze. “Opvoedkundig bespreken we alles met elkaar. De oudste twee zijn aan het puberen. Ik had nieuwe huisregels voor ze bedacht, waarop een van de twee riep: ‘Als dit het is, ga ik wel bij mijn vader wonen!’ Maar zijn vader begon te lachen en zei: ‘Pech jongen, ze gelden vanaf nu bij mij ook.’ De kinderen merken wel dat onze situatie bijzonder is. Ze hebben klasgenoten die met een koffertje naar school gaan, omdat de ouders elkaar niet meer willen zien. Ik vind het fijn om onze kinderen deze ervaring mee te geven. Je hoort veel mensen met veel frustratie en woede na de scheiding en het was bij ons ook niet allemaal even gemakkelijk, maar we hebben de keuze gemaakt om het anders aan te pakken.”

Romantisch is het dan wel niet meer, maar de band tussen beide ouders is wel heel sterk. Meier: “Op de dag dat mijn ex hertrouwd is, lag mijn moeder op de palliatieve zorg. Op zijn trouwdag is hij met zijn nieuwe vrouw mijn moeder gaan bezoeken om haar te beloven dat hij tot het einde van zijn dagen voor mij zou blijven zorgen. Een week later stierf ze. Dat zijn hele mooie herinneringen die passen binnen ons patchwork-gezin.”

Nieuw samengestelde gezinnen zijn vooral complexe mozaïeken

Dat gezinnen evolueren naar minder traditionele varianten valt ook af te lezen uit de aard van nieuw samengestelde gezinnen in Vlaanderen. Vandaag maken die een op de tien van alle gezinnen uit. Maar slechts een kwart ervan is een ‘eenvoudig samengesteld gezin’. Dat wil zeggen dat slechts een van de partners kinderen meebrengt uit een vorige relatie en dat er binnen de huidige relatie geen nieuwe kinderen worden geboren.

Alle andere nieuw samengestelde gezinnen zijn ‘complex’.

Zo heeft 17 procent van de mensen die aan de enquête deelnamen en in zo’n gezin leven, kinderen uit zowel hun huidige als vorige relatie, maar geen stiefkinderen. Dat laatste wil dus zeggen dat hun nieuwe partner geen kinderen uit een vorige relatie ‘heeft meegebracht’. Even veel mensen hebben wel kinderen uit de huidige relatie en stiefkinderen, maar geen kinderen uit een vorige relatie. Iets meer dan een kwart heeft zowel kinderen uit de huidige relatie als kinderen uit de vorige relatie en ook stiefkinderen. Ten slotte heeft 17 procent kinderen uit een vorige relatie en stiefkinderen, maar heeft geen kind uit de huidige partnerrelatie.

In totaal wil dat alles ook zeggen dat ruim de helft van de mensen in nieuw samengestelde gezinnen kinderen uit de huidige partnerrelatie heeft en ruim de helft heeft stiefkinderen.

“Hier zie je dat de drie klassieke categorieën die we hanteren wanneer we over gezinnen spreken, namelijk het kerngezin, de alleenstaande ouder en het nieuw samengesteld gezin niet meer volstaan om de realiteit te beschrijven”, zegt onderzoekster Inge Pasteels. “Binnen die categorieën zie je heel veel variatie. Vooral nieuw samengestelde gezinnen zijn eerder een mozaïek binnen de bekende driedeling.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
© 2019 MEDIALAAN nv - alle rechten voorbehouden