Donderdag 22/08/2019

Klimaat

Eén op de vijf Vlaamse gemeentes gebruikt ‘Spotify’ voor klimaatactie

Beeld Photo News

Steden zijn hoofdrolspelers voor het klimaat, maar ook voor hen is starten met groene ingrepen ingewikkeld. Daarom gebruikt nu één op de vijf Vlaamse gemeentes FutureproofedCities (FPC), een soort ‘Spotify’ voor stedelijke klimaatactie. ‘Een tool redt de wereld niet, maar we zien nu tenminste waar we mee bezig zijn.’

Ze stoten het meest uit en verslinden de meeste energie, maar ze kunnen ook direct, letterlijk op straat, ingrijpen en bijvoorbeeld zuiniger verlichting voorzien. Het is geen toeval dat steden worden gezien als de uitgelezen plekken om met klimaatactie te starten.

Ondertussen zijn 7.755 Europese steden, waaronder acht op de tien Vlaamse, daar ook zelf van overtuigd. Ze tekenden het Burgermeestersconvenant: een deal tussen steden die hen ertoe verbindt hun uitstoot tegen 2020 met 20 en tegen 2030 met 40 procent te verminderen. “Terwijl landen talmen en geen knopen doorhakken, nemen wij actie”, klinkt het.

En toch. Tussen woord en daad blijkt vaak een muur te staan.

“Steden nemen het voortouw en dat is super”, zegt Serge de Gheldere, die het eco-ingenieursbureau Futureproofed runt en ook bekend is van Klimaatzaak. “Maar zo’n covenant tekenen is het makkelijke stuk. Zijn ze ook echt het isoleren van huizen en weren van auto’s mogelijk aan het maken?”

Overbevraagd

Dat blijkt tegen te vallen, zo stelde zijn bureau vast. Vele jaren heeft Futureproofed voor steden klimaatplannen opgesteld. Erg nuttig leek dat, zo alle klimaatacties in detail in Excel-sheets gegoten. Je hebt het maar uit te voeren. “Maar we ontdekten dat die plannen vaak bleven liggen”, zegt de Gheldere. “Want de milieu- of duurzaamheidsambtenaar staat vaak alleen of is overbevraagd.”

Daarom maakt Futureproofed sinds 2016 minder van die plannen en zocht het een manier om gemeentes tot actie te bewegen. “Want het kan nu echt niet meer gaan over: ‘Wat kunnen we doen en hoe?’”, zegt de Gheldere. “Dat weten we namelijk al.”

Vaak zit die kennis echter verstopt en versnipperd in complexe rapporten, overheidsnota’s en wetenschappelijke sites. Bij de gemeentes zagen de eco-ingenieurs ook dat ze telkens weer opnieuw het warm water wilden uitvinden. De Gheldere: “Ze bestellen studies voor bijvoorbeeld een warmtenet. Dat duurt maanden, terwijl die kennis al bestaat.”

Op basis van die bestaande kennis maakte de Gheldere met zijn team FutureproofedCities: een digitale tool die gemeentes op alle mogelijke manieren bij de hand neemt om vage groene ambities wel in handelen om te zetten. Ze betalen een abonnementprijs naargelang hun omvang. 

Omdat alle steden zo verschillend zijn, is het onmogelijk om dat op basis van één blauwdruk te doen. Daarom is de toepassing zoals Spotify: ze vertrekt van heel veel bestaand materiaal, in dit geval klimaatregelen voor steden, en helpt hen dan een eigen ‘collectie’ samen te stellen die het best bij hen past. Ook kunnen ze de aantrekkelijkste acties van anderen makkelijk overnemen en hun successen en ontdekkingen met andere steden delen.

Serge De Gheldere van Futureproofed. Beeld Wouter Maeckelberghe

Eyeopener

Het eerste wat een stad in de toepassing ziet, is de broeikasgasuitstoot in een grafiek. “Alleen al dat kan een eyeopener zijn”, zegt Denise Jacobs van Futureproofed. Links in die grafiek staat het verleden, rechts de toekomst. Bedoeling is natuurlijk om de uitstoot steeds kleiner te maken.

Dat kan dus met een set klimaatmaatregelen op maat. Die moeten de gemeentes niet zelf bedenken. Ze starten met een menukaart met zo’n zestig klimaatacties, van isolatie tot fietsdeelsystemen. Het zijn doorgerekende voorstellen op basis van standaardprijzen en andere kennis die voorhanden is. Telkens ziet een stad de winst in CO2 en ook wat een maatregel opbrengt op een bepaalde termijn.

Kortrijk spaart bijvoorbeeld bijna 200 ton CO2 en 149.700 euro per jaar uit door de openbare verlichting te dimmen en over te schakelen naar LED. Vier windturbines in Hasselt bespaarden al bijna 8.000 ton CO2 .

De berekeningen bij de start zijn wel altijd fout, omdat het om standaardberekeningen gaat. Maar ze zijn goed genoeg om alvast een correct beeld te krijgen van de mogelijke investeringen en winst. Juist dat bleek een gouden vondst.

“Ik zie gemeentes die niet kunnen inschatten of ze nu best 50 of 5.000 huizen dubbel beglazen”, zegt Jacobs. “In de tool voeren ze hun inwonersaantal, auto’s en budgetten in. Dat zijn dan betrouwbare richtingaanwijzers die hen over de streep trekken om toch aan de slag te gaan. Het biedt houvast zonder dat er eerst maanden studiewerk nodig is.”

Eenmaal de keuzes gemaakt, krijgen de steden suggesties voor eerste kleine stappen, zoals betere fietspaden voorzien of in de winter vanuit een vliegtuig een thermografische kaart laten maken om te zien waar de slechtst geïsoleerde huizen staan.

Dat een algemene blauwdruk niet werkt, tonen de grote verschillen. Sommige steden als Antwerpen of Brugge nemen snel vijftig à honderd maatregelen, waar kleinere gemeenten als Bonheiden er logischerwijs ‘maar’ een twintigtal kunnen realiseren.

Beeld Wouter Maeckelberghe

Voedselverspilling

Een stad kan bijvoorbeeld uitsluitend inzetten op energierenovatie van duizenden huizen en nieuwe windturbines, wat erg veel zal opleveren maar ook ingrijpend is. Of ze kan dertig kleinere maatregelen nemen, zoals een paar groendaken en een strategie tegen voedselverspilling in de ziekenzorg.

Per klimaatactie kan de gemeente in de tool op heldere grafieken zien of er vooruitgang wordt geboekt. Ook wordt zichtbaar waar de instinkers precies zitten: misschien bij mobiliteit, misschien bij verwarming in een bepaalde wijk. Het lokt meteen aparte beleidsafdelingen uit hun kot. “Mobiliteit, financiën, huisvesting, de groendienst, enzovoort, allemaal zien ze in de tool wat hun rol is en of dat aan het lukken is”, zegt de Gheldere.

Niet alleen door de nadruk op vooruitgang (of stilstand) te leggen, maar ook door steden aan te moedigen hun prestaties te delen, doet de toepassing aan ‘Strava-denken’: met die sportapp kun je trots je parcours en details van je prestatie delen op sociale media. “We mikken op vriendelijke competitie, omdat dat erg aanstekelijk werkt”, zegt Jacobs. De steden zijn wel vrij te delen wat ze willen en tot nu toe delen gemeentes dus vooral successen onder elkaar.

Zo heeft Londerzeel de parkeernorm verlaagd. De gemeente werkte een voorstel uit met deelwagens voor appartementsbewoners waardoor de ontwikkelaars minder parkeerplaatsen moeten voorzien. Een stad die dat ook wil, kan de hele strategie meteen overnemen. Een gemeente die zich wil concentreren op warmtepompen krijgt met één muisklik alle projecten in alle steden te zien.

Daar stopt het niet: er zijn ook nog Brugge, dat met een warmtenet voor 166 wooneenheden een besparing van 160 ton CO2 realiseert; Lanaken, waar dakisolaties 1.050 ton CO2 en 500.000 euro zullen besparen; en Kampenhout, dat zonnepanelen op de daken van inwoners stimuleert en zo al een besparing van 700 ton CO2 en 570.000 euro realiseerde.

Valencia, Talinn en Kopenhagen

Intussen werkt dus al één op de vijf Vlaamse gemeentes met FPC, waaronder de hele provincie Limburg. Ook is er steeds meer interesse in Wallonië en willen Talinn, Valencia en Kopenhagen de tool leren kennen.

Minou Esquenet (CD&V), Brugs schepen voor Klimaat, Energie en Milieubeleid, geeft hen geen ongelijk. “Brugge heeft 35 maatregelen gekoppeld aan 129 acties”, zegt ze. “De tool toont niet alleen de start en het eindpunt, maar ook de weg ernaartoe. Het helpt ons om het kaf van het koren te scheiden, zodat we ons kunnen concentreren op wat de grootste CO2-impact heeft. Zo zie ik dat onze windturbines, het aanplanten van bomen en energiezuinige renovatieprojecten de meeste vruchten afwerpen. We hebben nu relevante cijfers waarmee de verschillende diensten aan de slag kunnen, zonder dat elke stadsmedewerker een klimaatexpert moet worden.”

Ook in Vilvoorde zijn ze enthousiast. “We varen nu niet meer blind”, zegt milieuambtenaar Pascal Moons. “Klimaatacties zijn vaag. Je kunt wel met deelfietsen starten, maar wat levert het op? We leren ook bij van anderen. We zagen dat Antwerpen Samen Klimaatactief promoot, dat energie besparen en duurzaam opwekken voor kmo’s mogelijk maakt. Wij wisten niet dat dat bestond.”

Maar er zijn nog uitdagingen. “Een tool redt de wereld niet. De steden, bedrijven en burgers moeten het natuurlijk wel zelf doen”, zegt Jacobs. Dat bevestigt Griet Juwet (VUB), gespecialiseerd in energietransitie. “Ik hoor van gemeentes inderdaad dat klimaatactie te vaag is, dus in die zin helpt deze tool”, zegt ze. “Maar zij kunnen zeker niet alles zelf doen. Ze moeten  bewoners, ondernemers en andere overheden meekrijgen.”

Centen vinden 

Maar dat blijkt niet evident, getuigen gemeentes. “Misschien wel omdat wat beleidsmakers overtuigt, zoals cijfers en grafieken, burgers niet aantrekt”, zegt Juwet. “Zij associëren droge cijfers en CO2-reductie met beperkingen. Door te visualiseren hoe de leefomgeving aangenamer kan worden, krijg je mensen mee.”

Ook sneller resultaten zien is een verzuchting. Maar het is lastig om snel te meten hoeveel mensen nu aan autodelen doen of hoeveel minder auto’s en CO2 een voetgangerszone al uitspaarde. “Door betere dataverzameling en het internet der dingen moet dat wel steeds beter lukken”, zegt Jacobs. 

Centen vinden voor de klimaatacties blijkt voor de steden het moeilijkste. “Nochtans zijn er allerlei subsidies en premies, zowel Vlaams als Europees”, zegt Jacobs. “Maar je moet ze zoeken en weten hoe je ze moet aanvragen.” De Gheldere: “Het klopt dat klimaatmaatregelen eerst geld kosten en pas na een tijdje geld opleveren. Maar ook in België ligt erg veel geld te slapen op spaarboekjes. Dat in beweging zetten kan zeker. Kijk maar op duurzaaminvesteren.nl of energiefondsutrecht.nl.”

Dat zijn investeringsplatformen die grote beleggers en particulieren dubbel duurzame beleggingen aanbieden: de centen gaan naar groene maatregelen en het rendement is gegarandeerd hoger dan op de bank. Zo is er in Utrecht 400.000 euro geïnvesteerd in slimme energiesystemen met een obligatielening over vijf jaar die 4,5 procent opbrengt.

“Utrecht heeft nu zo’n fonds van 600 miljoen euro. Het isoleert daarmee bijvoorbeeld duizenden huizen. Bewoners betalen dan in plaats van hun energiefactuur eenzelfde bedrag om de renovatielening te coveren”, legt de Gheldere uit. “Dat moet hier ook kunnen. Zeker als je maatregelen slim bundelt in een groter pakket, hebben investeerders interesse.”

Zo’n catalogus met aantrekkelijke groene beleggingen zou FPC ook wel willen aanbieden. “Alles moet nu op veel grotere schaal”, zegt de Gheldere. “Enkele pioniers volstaan niet meer. De acties die wij voorstellen moeten massaal gebeuren en dat kan vanuit de steden. Het zou even vanzelfsprekend moeten worden als het heraanleggen van de riolering.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
© 2019 MEDIALAAN nv - alle rechten voorbehouden