Woensdag 11/12/2019

Een onversneden melancholische stad

Een paar jaar geleden verkozen de lezers van de Nederlandse de Volkskrant Charleroi tot lelijkste stad ter wereld, nog nét dat beetje onaantrekkelijker dan het in zure regen gesopte en roetsluiers gesmoorde Copsa Mica. Maar zie: alles kan beter. In een nieuwsreportage op de Franse televisie werd Charleroi vorige week omschreven als "la projection de la fin du monde", een afspiegeling van het einde der tijden.

Ik drink er een glas op bij het raam van Brasserie Mille Colonnes. Het uitzicht is enigszins bevreemdend. Uit de Passage de la Bourse komen geen ruiters van de Apocalyps aan gegaloppeerd. En boven het dak van de Stock Américain zijn geen nederdalende doodsengelen te bespeuren. Het is een doordeweekse dag in doordeweeks Charleroi die opvallend veel lijkt op eendere dagen in Purmerend, Wuppertal of Slough.

De voorbije maanden mocht ik regelmatig een mail van een lezer ontvangen die met het oog op een bezoek informeerde naar tips. Charleroi is inderdaad geen stad die zich makkelijk laat kennen op het glanspapier van een toeristische brochure. Je moet er moeite voor doen, zoals voor elk interessant lief. Daarom (en omdat het de laatste aflevering van deze stadskroniek is): een paar aanbevelingen.

Le Ring. Rond het centrum van de stad loopt een ringviaduct op hoge betonnen pijlers dwars door de woonwijken heen. Er is maar één rijrichting zodat je eindeloos rondjes kunt blijven draaien. Rijden op Le Ring is vooral na zonsondergang een sensatie, wanneer de lichten van de stad en de buitenwijken op de heuvels oplichten als een klein Los Angeles. Het perfecte tijdverdrijf voor slapeloze nachten met bijvoorbeeld Top Secret van Marc Moulin in de cd-speler. Charleroi is de enige stad die 's nachts gekroond is met een halo van autolichten. De wraak van God voor al die ketters, logemannen en socialisten.

Terrains vagues. In Vlaamse steden wordt elke vierkante meter vrije ruimte meteen omheind en volgebouwd, bij voorkeur met een residentie van drie verdiepingen voorzien van een bejaardenlift. Maar in Charleroi vind je ze nog in overvloed: veldjes. Wilde stukjes niemandsland die een stad laten leven en ademen. Vrijplaatsen waar jongens krakkemikkige voetbaldoelen optrekken of 's avonds een vuurtje stoken in een olieton. Soms worden ze geannexeerd door een volkstuinier of een huisvrouw die er twee paaltjes voor een waslijn plant.

Je vindt veldjes vooral in de buurt van terrils, spoorwegen, metrolijnen, loodsen en werkplaatsen. Elk veldje voert me terug naar 'de autoboxen', mijn eigen veldje in het Gentbrugge van de jaren zeventig.

Miss Italia. De jaarlijkse Elezioni Miss Italia van Charleroi verhoudt zich tot de Miss Belgiëverkiezing als de Champions League tot het Liefhebbersverbond Zuiderkempen. Wie daaraan durft te twijfelen, wordt morgen wakker naast een paardenkop.

Flaminpic. Charleroi is geen klassieke schoonheid noch een gezellige stad. Het is geen Brugge, Damme, Lier of Leuven. In Vlaanderen komen alleen Aalst en de noordoostelijke faubourg van Gent in de buurt. Charleroi is hard en weerbarstig. Een stad met een smoel die haar blutsen en builen durft te tonen.

En toch bestaat er geen Vlaamsere Waalse stad dan Charleroi, tenzij misschien La Louvière. Een kwart van de namen in het telefoonboek zijn Vlaams, afstammelingen van Vlamingen die er in de industrie kwamen werken. Olympic Charleroi werd in de jaren vijftig omgedoopt tot Flaminpic omdat ze toen met een hele boot Beerschotspelers voetbalden. En de oervolksclub Docherie speelt in blauw-zwart omdat de eerste spelers ingeweken Club Bruggesupporters waren.

Route de Mons. De "meest deprimerende straat van België", zo wordt de Route de Mons genoemd op een alternatieve citytoer. Het is vooral een oord van verwondering. Een paar kilometer lang loopt de baan dwars door La Providence, het grootste industriegebied van de stad. Dit is de laatste plek waar de verloren grandeur van het economisch boomende België, ooit een wereldmacht, nog zo overweldigend zichtbaar is.

Maigret en Laarmans. Tekenaar Dick Matena omschreef Charleroi in deze krant ooit als "een stad waar het altijd zachtjes regent, een schitterend decor voor een thriller, je ziet Maigret er door de straten lopen". Charleroi is een onversneden melancholische stad. Ook Laarmans van Elsschot zou er kunnen aarden, in dat lang verzonken gewaand België. Net als voor de Route de Mons geldt: rep je om het nog te zien. De volgende jaren gaat een groot deel van de oude ville basse tegen de sloophamer.

Librairie. Een stad die naam waard heeft minstens één goede boekhandel. Charleroi heeft er twee: Librairie Molière aan de Place Albert I en Fafouille in de Passage de la Bourse. Fafouille is nog een winkel met tweedehandsboeken zoals ze er voor het internettijdperk uitzagen: een stapelhuis vol oude druksels waarin alleen de eigenaar zijn weg vindt. Ergens in het papieren labyrint zit de grootste collectie boeken en kaarten over de stad.

Markt. In het diepst van haar gedachten zou Charleroi zich graag tot stadsrepubliek uitroepen. Elke week viert ze haar feestdag, met de zondagochtendmarkt op de Place Charles II.

Terrils. De zwarte piramiden waarop veel Carolo's verwekt zijn. Nooit mooier bezongen dan door Wannes Van de Velde in 'Charleroi' op zijn comebackplaat In de maat van de seizoenen: 'Op een heuvel in de Walen op een maartse regendag heb ik een stad gevonden die op mij te wachten lag.' Persoonlijke favorieten: Terril de Bayemont, le numéro 7 in Taillis Prés, Terril de Piges en vooral de Saint-Charles.

Schoonheydt. Charleroi is geen stad voor flaneurs. Hier ontbreken boulevards met brede trottoirs, oude lindenbomen, zitbanken en kiosken. Charleroi is een stad om te stappen, lang door te stappen, kilometers ver door eendere wijken die nooit lijken te eindigen. Geen Belgische stad zit voller met grote verhalen en kleine ontdekkingen. Zoals vorige week nog: op het allertreurigste pleintje van Damprémy staat een bakkerij die Schoonheydt heet.

Last Post. In de portrettengalerij op het oude mijnterrein van Bois du Cazier worden op een geluidsband continu de namen voorgelezen van de 262 verongelukten in de mijnramp van 8 augustus 1956. Charleroi heeft zijn eigen Last Post.

Het Musée de la Photographie is een van die zeldzame musea die nooit teleurstellen. Altijd vinger aan de kloppende pols. Ik heb er een van de meest memorabele tentoonstellingen van de laatste vijf jaar gezien, in de maanden voor de verkiezing van president Obama: de reportagefoto's van Wendy Watriss en Frederick Baldwin over het gesegregeerde Amerika van de jaren vijftig. Een even symbolisch geladen tentoonstelling - ze loopt nog altijd - is die met Bernard Plossu's foto's van Charleroi. Voor het eerst sinds le déclin van de jaren zeventig en tachtig durft de stad ongecomplexeerd naar zichzelf te laten kijken. Lees ook de catalogusteksten van museumdirecteur Xavier Canonne, een van de beste Waalse pennen.

Het was een genoegen. Vive la République de Charleroi!

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234