Zaterdag 16/01/2021

Een ongeluk komt nooit alleen

expo

'ce qui arrive', een denkoefening van de franse filosoof paul virilio over rampen en andere ongelukken

Wat er gebeurt als de Franse filosoof Paul Virilio aan de slag gaat met zijn favoriete obsessies is tot eind maart te zien in Parijs. De tentoonstelling Ce qui arrive is een hoogst actuele denkoefening over snelheid, catastrofes en de schoonheid van een instortend torengebouw.

Parijs

Van onze medewerker ter plaatse

Eric Min

Wat verstaan we onder een ramp of een ongeval ? 'Ongunstige loop der omstandigheden, tegenspoed, de omstandigheid dat er iets onverwachts gebeurt dat schade of letsel veroorzaakt', zegt mijn oude Van Dale, '(thans) in 't bijz. met betr. tot auto-ongelukken'. Het Franse accident is het brede, verduldige accidens van de Romeinen: datgene wat gebeurt. Er bestaan ongeluksdagen, -getallen, -profeten en -tijdingen. We weten intussen ook dat een ongeluk zelden alleen komt; als verkleinwoord verwijst het naar ongewenste zwangerschappen en andere heilloze lichaamsfuncties. Ongeluk heeft dus alles met noodlot en/of verantwoordelijkheid, met vermoeden en twijfel te maken. Er zijn ongelukken in soorten en gewichten; ooit zal iemand alle denkbare natuurrampen, technologische cataclysmen, kwaad opzet en het menselijke onvermogen in een definitieve classificatie onderbrengen, als exotische vlinders in een vitrine.

De stoomlocomotief die op 22 oktober 1895 door de voorgevel van het Parijse Montparnasse-station raasde en op vergeelde foto's als een reusachtige dode kever uit het raam bungelt, is zowat het archetype van het moderne ongeluk: iets mechanisch loopt uit de hand, iemand tracht het ongeval nog te bezweren maar komt onherroepelijk te laat. Hooguit vier of vijf klassieke rampen kunnen we opsommen: Babel, Pompej, de aardbeving in Lissabon in 1755, de Titanic (duizend doden in technicolor), de Hindenburg. Vandaag lijkt alles anders, onbehoorlijk veel méér, zonder maat of orde. Al wie deze regels leest, kan een lijst van recente catastrofes opdreunen: Amoco Cadiz, Bhopal, Challenger, Dioxine, Exxon Valdez, Herald of Free Enterprise, Koeweit, Lockerbie, Pinatubo, Seveso, Three Mile Island, Tsjernobyl, Twin Towers. Terwijl ik dit stuk schrijf, dreinen talloze droeve berichten door de krantenkolommen. Ik lees dat de betonnen sarcofaag van Tsjernobyl lekt en dat de gekke dokter Antinori een hongerstaking is begonnen. De ontploffing in de chemische fabriek van Toulouse was misschien toch een terroristische aanslag. De WTC-torens worden heropgebouwd. Een ruimteveer ontploft. In Dessel staan tonnen met nucleair afval te roesten. Een krant titelt dat de gevolgen van een oorlog in Irak niet te overzien zijn en dat het terrorisme "ongecontroleerd zal uitzwermen, als een kankergezwel".

Actueler kan een tentoonstelling echt niet zijn. Ramptoerisme in de Fondation Cartier, het chique gebouw van de modieuze architect Jean Nouvel - het is weer eens wat anders.

Cultuurfilosoof en urbanist Paul Virilio (°1932) liet al die rampen door zijn handen gaan, ook de ongevallen die nog moeten komen. Tien jaar nadat hij een tentoonstelling over de snelheid maakte, breit hij er een vervolg aan: een pandemonium van beelden over het ongeluk in al zijn vormen, met environments, sculpturen en een onheilspellend klank- en lichtspel van video- en filmopnamen. Tegelijk biedt Ce qui arrive een stevig maar mits enige denk- en droomarbeid goed te volgen discours aan, een uitdagende klus voor wie zijn huiswerk maakt door de catalogus te lezen of Virilio's vroegere werk er even bij te nemen.

Virilio's uitgangspunt is het ongebreidelde versnellen van zowat alle denkbare machines en processen in de twintigste eeuw. De filosoof heeft er zelfs een wetenschappelijke discipline voor bedacht, de dromologie (naar het Griekse dromos, het lopen, de snelheid, de weg). Gretig citeert hij critici van de moderniteit als Hannah Arendt, Paul Valéry, Karl Kraus of Marc Bloch (die in de jaren dertig vaststelde dat de kloof tussen de hedendaagse samenleving en de voorbije eeuwen uitsluitend met snelheid te maken heeft). Het ongeluk is het noodlottige gevolg van de vaart waarmee we onze apparaten, maar ook onze gedachten en zelfs onze blik over de wereld laten glijden - in de ratrace is er geen tijd voor duurzaam denken of handelen. Arendt schreef al dat vooruitgang en catastrofe twee kanten van dezelfde medaille zijn. Virilio stelt vast dat de frequentie waarmee rampen zich aandienen, nooit hoger is geweest. De technologie is immers wereldwijd aanwezig, en onze media brengen de kleinste gebeurtenis 'in real time' op honderd schermen tegelijk in een baan rond de aarde. Zwitserse verzekeringsdeskundigen berekenden dat grote technologische catastrofes (boven een bedrag van 35 miljoen dollar aan schadeclaims) sinds de jaren negentig ongeveer 70 procent van alle ongevallen uitmaken; voordien waren het de natuurrampen die zo hoog scoorden.

Bovendien maakt het postindustriële accident zijn slachtoffers niet alleen op het fatale moment. Het zadelt de toekomstige generaties op met de gevolgen, zodat er een diffuus gevoel van dreiging woekert. Virilio heeft het populaire beeld van de fladderende vlinder die aan de andere kant van de wereld een orkaan veroorzaakt, ingelijfd. Vergezocht is het allerminst. Nadat de doden geteld en de puinhopen in het Montparnasse-station opgeruimd waren, kon het leven anno 1895 weer zijn gewone gang gaan. Wanneer de vulkaan tot rust komt, is het ergste voorbij: het klassieke, artisanale ongeluk overvalt ons ex abrupto en in situ, als in een sprookje of een spektakelfilm. Honderd jaar geleden had hooguit een natuurramp het monopolie van de grenzeloosheid. De vulkaan kon wel eens opnieuw gaan rommelen, de sprinkhanen komen misschien terug.

Vandaag is het anders. Het lokale accident is out - leve het globale, integrale ongeval! Het gif werkt langzaam en zal alle volgende generaties, cellen en systemen aantasten, tot ook het geheugen voor de bijl gaat. Duur: onbepaald. Soort: onzeker. Aantal slachtoffers: onbekend. De krant meldt dat de olie uit een tanker "mogelijk tot in het najaar een risico vormt". Op dezelfde bladzijde wordt de terroristische dreiging na 11 september gevat in het beeld van een kankergezwel: "een slapende cel van Al-Qaeda" is onschadelijk gemaakt. Niemand kan het computervirus of de fall-out van Tsjernobyl voelen of ruiken, maar iedereen weet dat ze er zijn, onstoffelijk en moorddadig. Sla de krant open en stel vast dat het ongeluk altijd als één denkpiste, één versie van het drama wordt opgevoerd in het refrein van mogelijke oorzaken, ergens tussen sabotage, panne, zelfmoordaanslag, menselijke fout en metaalmoeheid. Was er kwaad opzet in het spel? Kon iemand dit voorkomen? Hoe groot zijn de risico's bij een luchtshow, een lijnvlucht of een raid boven vijandig gebied? Altijd volgen er speculaties en een verklaring uit officiële bron, altijd blijft de twijfel.

Virilio speelt wel een beetje vals. Zijn fascinatie voor het spectaculaire beeld heeft ertoe geleid dat Ce qui arrive een amalgaam is van klassieke natuurrampen, varkenspest, brandende torengebouwen, crashes, bugs en ontploffende tuigen. Hij neemt er zelfs imploderende flatgebouwen in de voorstad bij, als ze maar neerstorten en veel lawaai maken. Dat is vooral een esthetische keuze die haar wortels heeft in de zozeer verketterde beeldcultuur.

De doemdenkers onder ons beweren dat het ongeluk in de vooruitgang besloten ligt, als een verborgen maar onvermijdelijk bijproduct van wetenschap en techniek. Geen tanker zonder schipbreuk, geen auto zonder kijkfile, geen kerncentrale zonder explosie. Kijk eens op de (zwarte) doos, en let vooral op de kleine lettertjes. Wie vandaag transatlantische vliegtuigen ontwerpt voor vijfhonderd of duizend passagiers, regisseert al hun crash, de randschade en de extra nieuwsflashes die zullen volgen. Omdat Virilio van mooi geformuleerde gedachten houdt, presenteert hij Ce qui arrive als de eerste steen voor een Museum van het Ongeval, dat de vinger aan de pols van de wetenschap houdt en onze bestuurders een geweten moet schoppen. We hebben geen oorlogsmusea of griezelkabinetten meer nodig, maar alerte rampen-watchers. Virilio merkt ook op dat de gekke professor Antinori niet voor niets in de Eeuwige Stad opereert, en dat de "veralgemeende staat van beleg" de historische tijd heeft afgeschaft door oorzaak en gevolg dooreen te halen: een notie als 'preventieve oorlog' (of terreur, of fouillering) zet de vertrouwde chronologie op zijn kop...

Op de gelijkvloerse verdieping van de prachtige glazen doos zien we een woud van negenhonderd aluminium buizen. De installatie van de New Yorkse architect Lebbeus Woods heeft de hele ruimte ingenomen en beschrijft het traject dat het gebouw volgt wanneer het instort - het zou precies twee tellen duren. Een discrete klankinstallatie van een componist die zijn atelier in een WTC-toren had en ooit nog geluiden van het gebouw heeft opgenomen, maakt de beklemming alleen maar groter. Dat doet ook de vijf ton wegende, uit brokstukken van neergestorte vliegtuigen opgetrokken sculptuur die Nancy Rubins in de volgende zaal aan het plafond heeft opgehangen. Wie naar de kelder afdaalt, treedt binnen in een inferno van beelden en geluiden die samen een panorama van rampen uit de voorbije halve eeuw vormen. We zien de dingen vallen, uiteenspatten, dwarrelen, beven, gebeuren of net gebeurd zijn, of helemaal niet. Veel van wat hier getoond wordt, heeft echter met de Twin Towers te maken. Te midden van al het beeldengeweld licht een stomme, trage opname van nachtelijke graafwerken op 'ground zero' op als een dantesk visioen. Je mag het niet denken maar je doet het toch: hoe mooi is dit alles, hoe schoon kan het onontkoombare einde van een glanzend gebouw wel zijn. Wat was het prachtig weer die dag, hoe stralend de zon en hoe wollig grijs de rook die uit de ingewanden van de toren naar buiten kringelde.

Tot 30 maart in de Fondation Cartier, boulevard Raspail 261, Parijs. Elke dag behalve maandag, van 12 tot 20 uur. Toegangsprijs: 5 euro. De catalogus kost 45 euro.

Virilio presenteert 'Ce qui arrive' als de eerste steen voor een Museum van het Ongeval

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234