Dinsdag 18/02/2020

Een 'Ollander' in de Gentse scene

'Inwijkeling' Marc Reugebrink wijdt een hele roman aan de culturele wrijving tussen Nederlanders en Vlamingen. Een nakend huwelijk tussen een 'Ollander' en een Vlaams meisje vormt het ideale vehikel. Een oer-Gents decor zorgt voor pigment.

De laatste jaren liet Marc Reugebrink vaker van zich spreken als essayist dan als romancier. Na de Gouden Uil in 2008 voor Het grote uitstel veroorzaakte zijn roman Menens (2010) weinig rimpelingen. Met zijn essaybundel Het geluk van de kunst onderstreepte hij met vuur het belang van literatuur. Intussen ontpopte Reugebrink zich steeds uitdrukkelijker als opiniemaker, op zijn blog en in krant en weekblad. Tot zijn recente stokpaardjes horen de culturele waterscheidingen tussen Vlaanderen en Nederland, met alle taalakkefietjes van dien.

Helemaal niet verwonderlijk dat Reugebrink nu een hele roman besteedt aan deze kwestie, waarin politiek, geschiedenis en identiteitsvragen zich op de voorgrond dringen. Wanneer de net in België aangemeerde, pas gescheiden Nederlander Max Herder de jonge Isabelle in het vizier krijgt, heeft hij een gevoel van voorbestemdheid. Isabelle is de dochter van een vrijgevochten galeriehoudster en een in alcoholisme verzande schilder. Ze blijkt de ideale introducee voor Max in de Gentse scene. Maar zijn vorige huwelijken, met de wulpse Aline en met de flamboyante Mathilde, spelen hem nog parten.

Reugebrink vertelt zijn autobiografisch getinte huwelijkshistorie vanuit het perspectief van diverse personages, zodat er een kakofonie van stemmen ontstaat. Het is een tegenwoordig wel heel vaak gehanteerde techniek in de Vlaamse roman. Er wordt gepraat en gebakkeleid, gedronken en gefilosofeerd, al dan niet aan de toog. Dat leidt tot een paar fraaie en vaak geestige hoofdstukken, waarin Reugebrink het klankenpalet van Gent adequaat tot zijn recht laat komen. Zo is vrouwengek Giorgio een dankbare figuur en contrapunt voor de reflectieve Max. Maar is het wel geloofwaardig dat een Italiaanse ijsverkoper zich zo intens in de Vlaamse taalgeplogenheden verdiept?

Milde scherts is er als Herman Brusselmans een cameorol krijgt en radioman Jean-Jacques Portus (Jean-Pierre Rondas) en zijn Vlaams-nationalisme in hun hemd worden gezet. Ook de kunstwereld en de journalistiek delen in de brokken. Evengoed zijn er hoofdstukken waarin te veel clichés over de Vlaming én de belgitude op een hoopje worden gegooid: "Een land van handjeklap en favoritisme". Soms is het alsof je in een uitgesmeerd verkiezingsdebat over communautaire zaken bent beland. Toch staat het buiten kijf dat Reugebrink losser én soepeler is gaan schrijven, ja, zelfs bij momenten een frivole toon hanteert. Het geeft deze roman - of is het toch vooral een versluierde bundel essays? - de nodige zuurstof. Al stuit je nog steeds op zwoegerige zinnen die de ballotage niet hadden mogen overleven.

Problematischer wordt het wanneer Reugebrink ontdekt dat zijn weliswaar onderhoudende roman nog wel een schot hagel in de kont kan gebruiken. Dan schiet hij door, weliswaar gemilderd door een portie zelfspot. Giorgio wordt in het ziekenhuis gemept door betogers van een extreem rechtse studentenvereniging, terwijl de hyperjaloerse Max wegzeilt in onbehagen, worstelend met "zijn Hollandse hebbelijk- en onhebbelijkheden". Zal het huwelijk nog wel zijn beslag krijgen, zeker nu stad en land half in brand staan? Dan blijkt de plot toch wel abominabel dun en slaan Reugebrinks personages vervaarlijk aan het donderpreken.

Marc Reugebrink, Het Belgisch huwelijk, De Bezige Bij Antwerpen, 256 p., 19,99 euro.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234