Woensdag 08/12/2021

'Een noodtoestand vergt een crisiscommissaris'

Eerst was hij een gedoodverfd kandidaat om de nieuwe minister van Financiën te worden. Maar dat feest ging niet door wegens te veel paars-groene partijen voor te weinig ministerportefeuilles. Premier Verhofstadt breidde zijn regering dan maar uit met drie regeringscommissariaten en een ervan ging naar SP'er Freddy Willockx: hij mocht zijn tanden zetten in het dioxinedossier. Inmiddels is de grootste crisis die de voedingsindustie in België ooit trof, op sanitair vlak onder controle. De ministerraad besliste daarom vrijdag Willockx' opdracht aan te vullen. De regeringscommissaris krijgt nu de moeizame omzetting van Europese richtlijnen in Belgische wetgeving voor de kiezen.

Freddy Willockx: "Voor de uitbreiding van mijn taken zijn er drie grote argumenten. Ten eerste is dit een kwestie van politieke geloofwaardigheid. België is graag voorloper in het debat over een federaal Europa, maar dan moet ons land zijn eigen huiswerk goed doen. Anders maakt dat geen indruk op andere lidstaten. Ten tweede neemt België vanaf 1 juli 2001 het Europees voorzitterschap waar. Dat zet onze geloofwaardigheid bijkomend op het spel. En ten derde hangt de niet-omzetting van Europese richtlijnen in Belgische wetgeving ook op budgettair vlak als een zwaard boven ons hoofd. Door het Verdrag van Amsterdam kan de Europese Commissie een lidstaat een schadevergoeding tot 7,5 miljoen frank per dag opleggen voor de niet-omzetting van een richtlijn. Tot nog toe heeft de Commissie dat niet gedaan, maar eens zal dat wél gebeuren. Ook particulieren en organisaties kunnen de Belgische overheid trouwens dagvaarden en laten bestraffen. Dat heeft Test-Aankoop recentelijk nog bewezen."

Ongeveer 150 Europese richtlijnen wachten nog op een omzetting in Belgische wetgeving. Hebt u al een idee welke richtlijnen bij voorrang aan de orde zijn?

"Hiervoor is het te vroeg. Eerst wil ik een gesprek met de minister van Buitenlandse Zaken en zal ik van hem ook het hele dossier krijgen. Vervolgens zal ik me inwerken en dan pas concrete stappen zetten. Ik wil het paard niet achter de wagen spannen."

Toen u in juli regeringscommissaris voor de dioxineproblematiek werd, luidde de kritiek dat u daarmee een compensatie kreeg voor een gemiste ministerportefeuille en dat uw werk eigenlijk door de regering zelf gedaan moest worden. Zal die kritiek na de uitbreiding van uw takenpakket niet weer de kop opsteken?

"Ik denk het niet. Zonder mezelf op de borst te willen kloppen denk ik in de voorbije vier maanden toch een meerwaarde te hebben geleverd. Dat was mogelijk omdat ik al mijn tijd kon steken in het dioxinedossier. Voor een vakminister, die heel veel andere beslommeringen heeft, is dat niet zo eenvoudig. Dat weet ik uit eigen ervaring. Voor mijn nieuwe taak heb ik dezelfde voorwaarden bedongen, ook omdat ik het vertrouwen van de premier en de vakministers wil hebben. De eerste vervaldatum om te oordelen over de meerwaarde van mijn bijkomende opdracht is 1 juli 2001."

Tegen dan hebt u het 'vuile werk' opgeknapt en kan minister van Buitenlandse Zaken Louis Michel de pluimen op zijn hoed steken wanneer België voor een half jaar voorzitter van de Europese Unie wordt. Is dat niet frustrerend, ook in de wetenschap dat u in eerste instantie zelf genoemd was om dat Europees voorzitterschap voor te bereiden?

"Dat laatste is een communicatiestoornis geweest. Er is destijds hierover met mij inderdaad gesproken, maar blijkbaar was dit bij de regeringsvorming zelf niet afgesproken. Voor het overige ben ik nooit gefrustreerd omdat ik te weinig bevoegdheden zou hebben. Met mijn bijkomende opdracht in verband met de Europese richtlijnen zal ik mijn handen meer dan vol hebben. Het is een kolossaal werk. Anderzijds wil ik duidelijk zijn: als het dioxinedossier verder uitdooft is er opnieuw ruimte om mijn werkterrein uit te breiden."

Een van de hoofdredenen waarom België veel te traag de Europese richtlijnen omzet, is zijn ingewikkelde staatsstructuur met regelgeving van de federale overheid, de gewesten en de gemeenschappen. Heeft Europa hiervoor geen begrip?

"Er zijn andere Europese lidstaten die minstens even ingewikkeld zijn. Denk aan Duitsland of Spanje. De federale staatsstructuur van België biedt slechts in bepaalde mate een verklaring. Ook als die structuur complex is, moet ons land zich kunnen aanpassen. Anders krijg je een democratisch deficit, want het gaat tenslotte over regelgeving die tot stand komt in onder meer Europese ministerraden en het Europees Parlement. Vergeet ook niet dat de federale staat verantwoordelijk is ten opzichte van Europa en eventuele schadevergoedingen moet betalen. Als Wallonië bijvoorbeeld een bepaalde milieurichtlijn niet omzet, is dat ten koste van de federale staatskas. We kunnen ons niet veroorloven dat de belastingbetaler hiervoor moet opdraaien."

Wat heeft u als regeringscommissaris voor het dioxinedossier het meeste voldoening geschonken?

"Daarover hoef ik niet lang na te denken: de doorbraak in augustus in de verhouding met Europa. Tot dan was het wantrouwen zeer groot. België werd geviseerd en sprak uit verschillende monden. Sneller dan gehoopt hebben we het vertrouwen kunnen herstellen. Dat ikzelf en vele anderen geen vakantie genomen hebben en zijn blijven doorwerken om tot oplossingen te komen, heeft daarbij op Europees niveau indruk gemaakt en in België een dynamiek op gang gebracht. Op deze manier is de dioxinecrisis geen uitslaande brand geworden en zijn de macro-economische gevolgen beperkt gebleven.

"Dat is niet alleen mijn verdienste. Het is ploegwerk geweest zonder veel gehakketak: met Karel Van Miert, met premier Verhofstadt en zijn ministers Gabriëls en Aelvoet, met Piet Vantemsche (dierenarts, topambtenaar en voormalig kabinetschef van CVP-minister Pinxten, PM) in een coördinerende rol bij het Europees Veterinair Comité, met onze permanente delegatie bij de Europese instanties, met de gewestregeringen. Als regeringscommissaris had ik het voordeel een oud-strijder te zijn. Als oude rot ken ik horizontaal de weg op federaal vlak. Tegelijk heb ik verticaal de lijnen kunnen leggen: van het Europees niveau tot in Denderleeuw bij Rendac."

Blijft daardoor toch niet de indruk hangen dat regeringscommissaris Freddy Willockx veel meer dan landbouwminister Jaak Gabriëls (VLD) of zijn collega van Volksgezondheid Magda Aelvoet (Agalev) de dioxinecrisis heeft opgelost?

"Dat is niet juist en het zou niet eerlijk zijn. Ook Gabriëls en Aelvoet hebben al die maanden doorgewerkt. Ik heb misschien het voortouw genomen, maar we hebben allemaal aan hetzelfde zeel getrokken. Een van de opvallende resultaten is trouwens dat de eerste wet die het nieuwe parlement heeft goedgekeurd, de dioxinewet is geweest."

Als regeringscommissaris hebt u zowel met Europese als met Belgische ambtenaren moeten overleggen. Hebben zij een andere werkcultuur?

"Ongetwijfeld. Eurocraten gedragen zich anders. Ze zijn vriendelijk, maar sceptisch. Ze kijken ons meer op de vingers. Omdat ze hier wonen zijn ze ook consument van het Belgische beleid, zodat ik al eens een telefoontje kreeg als een van hen weer een bericht in Le Soir had gelezen of van zijn buurman had gehoord over een artikel in De Morgen, en zich hardop afvroeg of de voeding van zijn gezin nog wel gezond was.

"Bij de ambtenaren in België heeft de dioxinecrisis duidelijk mobiliserend gewerkt. Dat is het voordeel van een noodtoestand. Vanaf einde mei is er op het terrein hard en zonder onderbreking gewerkt. Op deze manier heb ik kunnen vaststellen dat het cliché dat de publieke administratie niets goed doet en dat de privé-sector briljant werkt helemaal niet klopt. Meer dan eens ben ik bij de particuliere bedrijven op zoek geweest naar onvindbare verantwoordelijken."

Hebt u het nu over de banksector?

"Ik wens daar geen concrete details over te geven."

De ambtenaren in België hebben hun best gedaan om de dioxinecrisis mee te helpen oplossen, maar in de parlementaire commissie die de oorzaken van deze crisis onderzoekt schuiven ze wel voortdurend de zwartepiet naar elkaar door.

"Het is duidelijk dat er in de administratie tussen Landbouw en Volksgezondheid een fundamenteel gebrek aan vertrouwen en samenwerking is geweest. Het Federaal Agentschap voor de Voedselveiligheid moet daar nu een eind aan maken. Dat is de grote uitdaging. Uiteraard zullen de littekens niet met een wet alleen en in één pennentrek kunnen worden uitgeveegd. Er zal veel mentale coaching nodig zijn om de knowhow die er is maximaal te valoriseren.

"Dat is ook altijd de dubbele inzet van premier Verhofstadt geweest: enerzijds de crisis onder controle krijgen en anderzijds er een troef voor de toekomst van maken. Dat is tevens de essentie van het plan dat minister Gabriëls heeft ingediend bij het Europees Veterinair Comité en dat aanvaard is. We gaan naar een monitoring van de hele voedselketen - van het veevoeder tot de distributie -, met minstens 15.000 tests per jaar. Tegelijk wordt dit gekoppeld aan een strakkere regulering die het Federaal Agentschap moet voorbereiden. Daarbij kan allicht rekening worden gehouden met een suggestie van het Europees Parlement om te werken met een positieve lijst over wat er in veevoeder kan zitten, in plaats van een negatieve lijst die opsomt wat niet gemengd mag worden.

"Op deze manier zal de dioxinecrisis een heilzame schok geweest zijn. Het gaat dan niet alleen om een ambitie van de overheid. Ook bij Fevia, de federatie van de voedingsnijverheid wordt nu gepleit voor meer zelfcontrole en ethiek."

Op sanitair vlak is de dioxinecrisis achter de rug, maar op sociaal en economisch vlak is dat nog lang niet het geval.

"Zowel voor de landbouwsector als voor de niet-landbouwbedrijven is dat juist. Maar voor de landbouw is er intussen de dioxinewet en worden de budgettaire middelen dit jaar nog vastgelegd zodat de betalingen zo snel mogelijk kunnen aanvangen.

"Over de niet-landbouwbedrijven heb ik zelf altijd gezegd dat de problemen zich nu pas echt laten voelen. Daarom is het alvast een goede zaak dat de Europese Commissie op 8 december het licht normaal op groen zal zetten voor overbruggingskredieten voor slachthuizen, vleesverwerkingsbedrijven, eierbrekerijen, enzovoort."

Het NCMV vindt dit onvoldoende en dringt aan op een schaderegeling, waarvan deze organisatie van zelfstandige ondernemers de kosten raamt op ongeveer 20 miljard frank.

"De federale overheid heeft haar nek al zeer ver uitgestoken met de financiering van de opkoopregeling op de binnenlandse en buitenlandse markt. Een schaderegeling of economische steunverlening is een zaak van de gewesten. Ook het NCMV weet dat met Fevia een afspraak is gemaakt dat de federatie eerst de gegevens van de verschillende deelsectoren verzamelt en een globale schaderaming maakt. Van dat kostenplaatje wordt de inbreng van de opkoopregeling afgetrokken. Het saldo wordt vervolgens opgesplitst en verdeeld over Vlaanderen, Wallonië en Brussel. Aangezien het hun bevoegdheid is, moeten de gewesten dan autonoom beslissen of en in welke mate zij over de brug komen."

Anderhalve week geleden hebt u tijdens een hoorzitting over voedselveiligheid in de commissie voor Volksgezondheid en Consumentenzaken van het Europees Parlement nochtans gezegd dat bij een crisis met de omvang van de dioxineaffaire beter één overheidsniveau de baas kan zijn. VU-europarlementslid Bart Staes was daar verbolgen over. Volgens hem speelden uw belgicistische gevoelens u parten en was dit ongeoorloofde kritiek op de federale staatsstructuur.

"Bart Staes rukt mijn uitspraken uit hun verband. Ik heb gezegd dat je bij een dergelijke crisis geconfronteerd wordt met problemen van horizontale en verticale coördinatie. Op de horizontale lijn kan al een heel eind van de weg worden afgelegd met een Federaal Agentschap voor de Voedselveiligheid. Voor de verticale afstemming van de inspanningen pleit ik samen met CVP-europarlementslid Marianne Thyssen voor een soort rampenplanprocedure. In zo'n scenario zit dan de mogelijkheid om een crisiscommissaris aan te duiden die voor een beperkte tijd en voor een zeer specifiek dossier de zaken kan aanpakken. Met het nodige gezag, maar ook met het volledige behoud van een democratische controle. De vraag is wie kan oordelen of de voorwaarden voor een dergelijke rampenplanprocedure vervuld zijn. Niet de regering alleen en ook niet het parlement, want dat zou te veel tijd in beslag nemen. In mijn redenering kunnen het best de Verenigde Kamers van de Raad van State na een vraag van de ministerraad de beslissing nemen.

"In mijn rol van regeringscommissaris ben ik volledig afhankelijk geweest van de goodwill van de federale overheid, de gewesten en de Europese instanties. Als dat niet het geval was geweest, zou er van mijn opdracht niets in huis zijn gekomen. Daarom moeten we lessen uit de dioxinecrisis trekken. We moeten de politieke en constitutionele ruimte scheppen om in een federaal land snel en efficiënt een probleem van die orde op te lossen. In die zin hoop ik dat het niet verboden is om een beetje gezond verstand te tonen. Dat heeft met belgicisme niets te maken. Integendeel, het gaat om een pragmatische aanpak in een federaal land. In mijn eindverslag als regeringscommissaris zal ik die werkwijze dan ook voorstellen."

'België is graag voorloper in het debat over een federaal Europa, maar dan moet het wel zijn eigen huiswerk goed doen'

'De dioxinecrisis is geen uitslaande brand geworden en de macro-economische gevolgen zijn beperkt gebleven'

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234