Dinsdag 02/03/2021

Een nieuwe oude meester

Rembrandt leeft en hij is een Noor. Dat is het eerste wat je denkt als je de overzichtstentoonstelling van Odd Nerdrum in de Rotterdamse Kunsthal binnenstapt. Als je buiten gaat weet je dat ineens niet zo zeker meer. De verminkte lichamen en levensgrote erecties blijven zeer twintigste-eeuws. 'Dit is de zuiverste vorm van kitsch,' aldus de kunstenaar zelf. David Bowie en andere New Yorkers tellen alvast flinke sommen neer om een Nerdrum aan hun muur te hebben.

David Van Reybrouck

De Noorse kunstenaar Odd Nerdrum (°1944) heeft zijn voornaam niet gestolen. Zijn werk, zijn persoon en zijn uiterlijk zijn inderdaad behoorlijk 'odd', vreemd. Steevast gekleed in een lang gewaad waaraan een lorgnet bungelt en met een kapsel dat nooit een kam gezien heeft, is hij een opmerkelijke verschijning in Scandinavische en internationale kunstkringen. Die vestimentaire folklore was een bewuste keuze. Na een korte stage bij Joseph Beuys en een aantal bezoeken aan Andy Warhols Factory in de jaren zestig kreeg hij een flinke dégout van het modernisme. Hij keerde zich resoluut af van de cultus van de eeuwige vernieuwing en raakte diep onder de indruk van Rembrandts Eedaflegging van Claudius Civili, een schilderij dat hij in Stockholm zag. Nerdrum zat uren voor het werk van de oude meesters, bestudeerde hun verftechniek, probeerde de recepten voor hun mengsels te achterhalen en twijfelde dagen over de soort lijnolie die hij moest gebruiken. Het resultaat is een fabuleuze techniek die weinig hedendaagse kunstenaars evenaren. Odd Nerdrum werd een nieuwe oude meester.

Maar het klassiek realisme dat zijn werk typeert, roept evenveel bewondering als afschuw op. Terwijl David Bowie en andere New Yorkers flinke sommen over hebben om een Nerdrum aan hun muur te zien, spuwt de halve Scandinavische kunstwereld hem zowat uit. De verwijten van arrogantie, pedanterie en snoeverigheid zijn natuurlijk niet van de lucht. De kunstenaar mat zichzelf dan ook de titel 'Verlosser van de Schilderkunst' (met hoofdletters, jawel) toe.

Daarbij komt dat de excentrieke Nerdrum nooit te beroerd is om wat schandaal te maken. Met de regelmaat van de klok trekt hij zijn werk terug uit tentoonstellingen als de schikking hem niet aanstaat. Ooit pakte hij uit met een expositie in Oslo waar alleen maar zelfportretten te zien waren; de Noren walgden van zoveel zelfingenomenheid. Zijn meest besproken werk, De Moord op Andreas Baader (1977-'78), stelde de verdachte omstandigheden waarin de Duitse terrorist het leven liet voor als een kruisafneming à la Caravaggio. Ophef verzekerd. En onlangs nog kreeg hij de Noorse gehandicaptenvereniging over zich heen naar aanleiding van het werk Plassende vrouw, dat een vrouwenromp zonder ledematen heidens doet urineren. Terwijl dit soort affaires, televisie-optredens en debatten hem tot een 'bekende Noor' maakten, is hij in de rest van Europa nauwelijks bekend. De Kunsthal Rotterdam probeert dit tekort goed te maken met een intrigerend retrospectief.

Het eerste wat de bezoeker opvalt als hij de halfduistere tentoonstelling betreedt, zijn de verwijzingen naar Rembrandt. De olieverf glinstert als in de Gouden Eeuw, fluweel en brokaat hangen zwaar over vlezige schouders, amberkleurige gezichten gloeien in het clair-obscur. Alleen het craquelé ontbreekt. Ondanks alle provocatie en pretentie is hij een bedachtzame perfectionist die maar zes tot acht schilderijen per jaar maakt, en dat terwijl een school discipelen hem op een bijna sectarische manier bijstaat.

Maar eenmaal bekomen van zoveel vakkennis, vraag je je als bezoeker toch af wat je hiermee moet. Neem nu zo'n schilderij als Ruil uit 1995-'96), een monumentaal doek waarop een vrouw haar borst aanbiedt aan een soldaat. Maar in ruil waarvoor? Het lijkt op een mythologische scène, een rare allegorie waarvan de inhoud ons ontgaat. Wat wil de schilder ons doen geloven? Is dit meer dan een minutieuze pastiche, een briljante maar holle persiflage van oude schilderkunst?

Er rijzen nog meer vragen als je het Zelfportret in Gouden Kleed (1998) ziet: Nerdrum houdt het kostbare gewaad omhoog en toont de toeschouwer zijn erectie. Dit lijkt niet meer dan een grote farce van een monkelende trol uit Noorwegen. De virtuoze techniek van de zeventiende eeuw aangesloten op de besmeurde geest van een millenniumman. Een vingeroefening in kitsch, denk je dan. Maar dat is het ook. "Dit is kitsch in zijn zuiverste vorm," zegt Nerdrum. "Ik ben een dief en wat ik maak is kitsch. Het modernisme heeft kitsch gebombardeerd tot 'de antithese van de kunst' en dat terwijl kitsch het leven dient." Hij zegt onomwonden op zoek te zijn naar 'hogere vormen van kitsch'. Hier is geen grappenmaker aan het werk - ironie is voor Nerdrum volstrekt taboe - maar iemand die vragen stelt aan de moderne kunstopvatting.

Dat doet hij trouwens met succes. Wie in de Kunsthal rondloopt, moet instemmen met de Amerikaanse criticus Kramer dat Nerdrums werk 'deeply disturbing' is. Zijn bizarre doeken zijn aantrekkelijk en afstotelijk tegelijkertijd, introvert en excentriek, toegankelijk en ondoordringbaar. Terwijl zijn figuratieve vormentaal laagdrempelig is, loopt de toeschouwer toch vast op de achterliggende betekenis. Zelf zegt hij: "Achter mijn werk zit niet iets dieps verborgen. Vergeet de mythes en de traditionele iconografie, er staat wat er staat."

Wat is dat? Vooreerst baden al zijn schilderijen in aardkleuren - oker, roest en goud domineren het palet. Slechts bij hoge uitzondering grijpt de kunstenaar naar de blauwe tube. "Voor mij is de moeder van alle kleuren een warm grijs," bekende hij ooit. Nerdrums fascinatie voor IJsland dagzoomt in elk tableau: zijn landschappen zijn ijl, onheilspellend en akelig. Bovendien is het altijd valavond of dageraad in zijn werk, l'heure entre chien et loup. De personages zijn ingetogen, voeren ondoorgrondelijke rituelen uit, kijken naast ons of door ons heen. Qua techniek mag hij dan een cloon van Rembrandt zijn, qua thematiek komt Nerdrum soms heel dicht bij het existentiële onbehagen van zijn landgenoot Edvard Munch.

Opvallend is dat op bijna alle doeken twee elementen weerkeren: naakten en wapens. De borst van de vrouw en het vuurwapen van de soldaat in Ruil. Ook elders zie je telkens een geweer, een dolk, een staf of een giftig reptiel - zelfs de deurklink die een vrouw vasthoudt, heeft iets dreigends - naast een (deels) ontbloot lichaam. Nerdrum toont geen schoonheden maar verminkte, geamputeerde, opgewonden, defecerende, urinerende, hermafrodiete, verkrampte en bejaarde lijven. Zijn personages lijken soms op de hellefiguurtjes van Bosch, soms op de oude blinden van Bruegel. Toch wil hij niet chocqueren of spotten. Door wapens naast naakten te plaatsen benadrukt Nerdrum de kwetsbaarheid van de mens. Daarom zijn zijn onrustbarende schilderijen terzelfdertijd gemeend teder en ongemeen hard. Het indrukwekkende naaktportret van een verminkte man dat in de Kunsthal te zien is, provoceert niet maar troost. Liefde en dood, seks en geweld, erotiek en agressie, tederheid en transgressie, ze zijn alle sterk verweven. Nerdrum toont in beeld wat de Franse filosoof Georges Bataille in geschrifte telkens benadrukte: dat er geen genegenheid is zonder gewelddadigheid. Dat komt nog het meest naar voren op het doek waarop twee mannen elkaar kussen en terzelfdertijd met messen bewerken.

Ondanks die beklemmende thematiek, blijft Nerdrums werk uit begin jaren tachtig veruit het fraaist. Hier geen monumentale doeken met verminkte lijven, geen existentiële leegtes, maar kleine schilderijtjes waarop telkens vanuit het halfduister een voorwerp opdoemt en zachtjes licht uitstraalt. Ze zijn van een puurheid die in de latere pompositeit verloren is gegaan. Het mooiste doek van Nerdrum zie je gelukkig ook het laatst in Rotterdam: Witte baksteen uit 1984. Het moet een van de warmste stillevens van deze eeuw zijn. Zo eenvoudig kan het dus zijn, zo puur kan een baksteen wezen, zo weinig heb je als kunstenaar nodig. Je blijft ernaar kijken.

Odd Nerdrum in de Kunsthal te Rotterdam, tot en met 14 maart. Dinsdags t/m zaterdags geopend van 10 tot 17 uur; op zon- en feestdagen van 11 tot 17 uur. Infolijn: 0031-10-440.03.01. De (Engelstalige) oeuvrecatalogus kost 98 gulden, ongeveer 1.800 frank (44,45 euro).

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234