Dinsdag 19/01/2021

Een nieuw leven tussen paniek en euforie

Deel 2: de burgerlijke standToen stand-upcomedian en Slimste mens ter wereld Wouter Deprez vijf weken geleden zelf zijn eerstgeborene ging inschrijven bij de burgerlijke stand in Gent, was hij danig onder de indruk van de verhalen van de andere kersverse vaders en moeders. En dus ging hij terug, gewapend met bandopnemers, cassetterecorders en een fotograaf. Kwestie van de emoties op gepaste wijze te kunnen weergeven.

Foto's Jonas Lampens

Tussen het verversen van twee pampers door wil ik de interviews beluisteren die ik die ochtend heb afgenomen op de dienst burgerlijke stand, aangifte geboortes. De iPod - Dat wonder der moderne techniek! Dat bedieningsgemak! Die betrouwbaarheid! - waarop ik alle gesprekken heb opgenomen gaat echter over tot een spontane herformattering.

Wég waren de verhalen van de verse vaders en moeders die ik in die ochtendlijke uren mocht opnemen.

Wég was het verhaal van de bommoeder die als allereerste het kantoor van de burgerlijke stand binnenstormde. Ik herinner mij vooral de domme vragen die ik haar stelde, een fenomeen dat bij mij (en bij velen!) de kop opsteekt in gesprekken met pas bevallen vrouwen. Kunstmatige inseminatie in het UZ, ja. En of ze dan ook daar bevallen was? Wellicht wel, Wouter, je daar laten insemineren en dan elders gaan, getuigt toch ook niet van een grote loyauteit. Ze was enthousiast over het feit dat mijn vriendin de zwangerschap ook maar niks vond. Er is duidelijk nood aan een vereniging voor mensen die niet bezwijken onder de sociale druk om een zwangerschap rozengeur en maneschijn te vinden.

Wég was het verhaal van de 41-jarige vrouw die haar eerste kindje, een dochtertje, kwam aangeven na drie uurtjes slaap die nacht. De aangifte gebeurde op haar eigen naam. Nee, gescheiden was ze niet, maar de vader verkeerde in een positie waardoor het onmogelijk was om het kind te erkennen. Getroebleerd was ze daar niet over, de blijdschap over de komst van de dochter overheerste.

Wég was het rustige contentement van Stan om zijn tweede dochtertje. Altijd twee dochtertjes gewild, Stan, doel bereikt. "Laat er nu maar een knoop in leggen", zou iemand van de generatie van mijn vader zeggen, "hahaha!' Ik heb nooit zeker geweten waar die knoop in moest, in de piemel of in de zaadleider? Beide opties lijken me pijnlijk.

Wég was de ervaren blijdschap van de twee vaders van vier kinderen, de ene politieman, de andere betonwerker. Hun beider geheim bleek organisatie, rust en familie. En vrienden die zelf over grote gezinnen beschikten, zodat er veel wederzijds begrip en lief en leed was. Het riep beelden bij mij op van massa's gezinnen die achter elkaar reden met monovolumes vol jengelende bengels, op weg naar La Roche. De Xboxen worden in bulk aangekocht, het familypack Rilatine gaat rond.

Wég was mijn bezorgdheid over de vader van Motek, een Poolse naam ja, omdat de moeder Poolse is. Als nieuwe man nam hij een deel van het nachtelijke opstaan voor zijn rekening en overdag was hij kraanbestuurder bij Arcelor-Mittal. Rampscenario's met als elementen "kraan met tonnen zware lading staal", "oververmoeide kraanbestuurder" en "veel mensen die er net toevallig onder stonden, en dan maakt zo'n geel helmpje niet veel verschil" doemden in mijn hoofd op.

Wég waren de gelijklopende verhalen van Nuri en Gariani, respectievelijk van Turkse en Tunesische afkomst. Twee dochters hadden ze elk al, "en nu eindelijk een zoon! Pas op, een dochter is ook goed, maar een zoon is toch iets speciaals. Die geeft de naam door." Ik dacht dadelijk: "Natuurlijk, een moslim, die wil liever een zoon". Ondertussen herinner ik mij hoe blij ik een paar weken geleden zelf was dat het een zoontje was. Pas op, een dochter was ook goed geweest, maar toch, een zoon... Dus: of ik heb een vooroordeel, of ik ben een moslim.

Wég waren de woorden van een jong koppeltje uit Temse dat door hun vader naar de burgerlijke stand was gebracht. Ze moesten in Gent aangifte komen doen, omdat hun kleintje zestien weken te vroeg was geboren en naar het UZ was overgebracht. Minder dan een kilo woog het. Een vechtertje, zeiden de dokters. Ik hoop zo hard dat het goed gaat met hen allemaal.

Overgebleven was wel de overtuiging die ik vijf weken geleden opdeed, toen ik zelf mijn eerste kleine in het Grote Gentse Boek kwam laten opschrijven: dat er goede verhalen te rapen vallen in deze vleugel van het Administratief Gebouw Zuid. En dus vertrok ik 's ochtends om zeven opnieuw, een remorque voorttrekkend met zeven bandopnemers, twaalf dictafoontjes, negen cassetterecorders en een griffier die alles nog eens zal noteren met een ganzenveer, over het Woodrow Wilsonplein. Op hoop van zegen.

Om halfacht zijn we er. Fotograaf Jonas zucht. De wachtkamer is de fotografenhel: linoleum in een ondefinieerbare kleur, deuren en deurlijsten in een ondefinieerbare kleur, stoeltjes in hout dat eruitziet als kunststof, of kunststof dat eruitziet als hout, geen natuurlijk licht. De ontwerper heeft zo hard geprobeerd om niemand tegen de borst te stoten dat de karakterloosheid van de ruimte afspat.

De verhalen zullen hier van de mensen moeten komen, niet van de omgeving. Ik verwacht lange rijen vaders, want het is weekend geweest. Dan zijn er volgens mij meer bevallingen, een mens is meer ontspannen, laat de bekkenbodemspieren al eens een beetje gaan, en hopla! De vaders zullen vertelklaar zijn: emotioneel door de bevalling, nog emotioneler geworden door het chronische slaaptekort en bovendien spraakzaam door de sloten schuimwijn/cava/champagne (schrappen wat niet past volgens budget/hipheidsfactor) die ze hun bezoek hebben voorgeschoteld. En vooruit, voor zichzelf ook nog eentje.

Anderhalf uur later is er nog niemand.

Bij de dienst geboorteaangiftes palaveren de dames over het weekend, het nieuws, wat er op tv was. Hier heb je een job als een intervaltraining: soms alles uit de kast, soms een beetje surplacen. Op de kast staan geboortekaartjes. Een paar Daans, een Rosalyne, Arthur, Bas, Tim, Céline. 'Stone' staat geschilderd op een steen als geboortekaartje. Ik hoop dat ze hun volgende kindje geen 'Skyscraper' noemen. Siddharta ook. Waarschijnlijk in de hoop dat het een rustig kind zal zijn. De charmante dames vertellen ons met de air van habituees dat we de verse vaders pas ergens rond tienen moeten verwachten.

Om vijf over halftien druppelen de eerste vaders binnen. De machinerie van de aangiftes trekt zich op gang, en tot één uur zal ze niet meer ophouden.

Ken is pas 26. Ik denk aan mezelf met een kind op 26. Dat kind zou mij meer moeten opvoeden hebben dan ik hem. Maar Ken heeft wél verantwoordelijkheidsgevoel op die prille leeftijd. Zo heeft hij zorgvuldig over het belang van de naamgeving nagedacht.

"Axel. We waren op zoek naar een korte, krachtige naam. Stel dat hij later moet gaan solliciteren, en hij heet Milo, gelijk er duizenden zijn... Dan hebt ge toch beter een naam waarmee ge krachtig overkomt. Als ze een lange naam hebben, en ze gaan naar school, wordt dat anders toch ook afgekort. Kort vind ik goed. Ik ben blij dat ik Ken noem bijvoorbeeld, en geen Kenny. Het is belangrijk toch, een naam. Een vriendin van de familie heet Leentje, dat staat zo op haar paspoort, en die is al heel haar leven geterroriseerd.

"Donderdag gaan we gans de dag pinten drinken met de mannen. Dat is familietraditie. Met mijn pa, mijn stiefpa, mijn twee schoonbroers en mijn twee broers. Starten om elf uur 's ochtends, in Zottegem, in de Reinaert, en we gaan gans de dag door. Mijn thuis is van die kanten, dan moet er niemand te ver rijden. Of dan kunnen de vrouwen ons komen halen.

"Bah, de vrouwen hebben daar weinig tegen in te brengen. Pas op, ik heb een tante waar ik supergoed mee overeenkom, en die heb ik ook uitgenodigd. De traditie zegt wel dat het uitsluitend voor mannen is, maar ik heb dat toch een beetje gemoderniseerd."

Terwijl ik mij nog zorgen maak over de vraag of mijn zoontje met zijn naam later werk zal vinden (wel krachtig, maar niet kort, gelukkig geen Milo!), gaan een forse man en een tenger vrouwtje zitten. Polen, probeer ik hun nationaliteit te raden. De hand op de onderbuik en een pijnlijke grimas verraden de recente bevalling. Op haar handtas staat 'I love Paris, I love New York, I love Madrid'. Het is Gent geworden.

"Bulgaria. No. Is no more complicated than Nederlands. A boy. Özcan. Spell? Give me a pen? Dankoewèl. Is Turkish name. Is first child. Padoe nie pa sjoe mi voj Jan Palfijn hospital. Next child has to be a girl? For now we don't think of a second child. Job? My husband works in slachthuis. Everything. He is specialist. (brede grijns van de man) We live in Mariakerke.

"The grandparents will not see him for a long time. The baby is too small. It is a long trip. He must speak Nederlands. And Bulgarian. Yes, maybe we go back. We'll see. Later. Now the baby."

Licht geïrriteerd reageren ze op vragen over de toekomst. Laat mensen die een kind hebben gewoon genieten van het moment zelf, Deprez! Ge kruipt daar zelf de muren van op, als mensen u naar grote plannen vragen terwijl ge net een kind hebt. Laat los, en laat mensen vertellen over het moment zelf. Bart bijvoorbeeld, theaterman, slaperig bij de eerste vraag, nadien zo gepassioneerd dat een televisieuitzending met zijn verhaal de bevolkingspiramide negen maanden later weer helemaal toppie zou maken.

"Een zoontje, Tobe. Ik ben nog een beetje aan het wakker worden. De vorige was nu al vier jaar geleden. Ik was weer totaal vergeten dat dat zo ongelooflijk is. Die bewegingen van die baby zijn zo mooi, die danst precies heel de tijd, zonder dat die zich zit af te vragen of hij dat kan of mag doen, hij danst voortdurend. Hij doet allemaal fantastische, geheimzinnige bewegingen waar ik niks van begrijp. Ik heb ook twee, drie maand verlof genomen, ik dacht dat ik mij zou vervelen, maar ik heb het gevoel dat het één groot optreden is, met publiek, bezoek dat komt kijken, hij treedt op, hij beweegt, wij staan in de coulissen, en daarna moet er gefeest worden, want het doek is weer gevallen.

"Ik raak er ook van in een soort van meditatieve toestand. Doordat ik zo geraakt ben door het wonder van de mens zonder vooroordelen, hij heeft totaal nog geen opgelegde denkkaders, hij denkt niet: ik heb ogen, die doe ik maar beter open. Nee, als die lekkerder aanvoelen dicht, dan is dat ook goed. Hij is zo vrij. Dat wil ik ook doen, zo wil ik ook leven. Als ik mijn ogen niet hoef open te doen, dan laat ik ze gewoon dicht. Later leert hij dan wel dat hij ze af en toe moet openen.

"Dat vind ik heel lastig in zijn plaats, ja, dat zulke dingen zullen moeten. Ik probeer mij daar zelf ook steeds beter in te oefenen, op een ontspannen manier te zijn, in het leven te staan. Dus als ik die baby zie, dat is een soort Indiase goeroe, die is constant aan het mediteren, aan het zweven boven de aarde."

Ondertussen loopt er een en ander wat moeilijk op de bureaus. De net nog zo ontspannen Claudine komt licht zenuwachtig om begrip vragen in de wachtkamer.

"Zou je nog een beetje geduld kunnen hebben, de computers crashen altijd, we moeten altijd herbeginnen."

Het lijken wel iPods, denk ik. Bart vertelt verder.

"Mijn eerste twee kinderen wisten alles vanaf het prille begin. Verleden jaar op reis hadden we veel ooievaars gezien. Dat was voor ons allemaal een teken, natuurlijk, dat er waarschijnlijk een kindje zat aan te komen. Het mooie aan de thuisbevalling was de vrijheid van de moeder om te kunnen bewegen, te kunnen zitten, knielen, staan, weer zitten, in het water, uit het water. Nooit een beslissing. Wordt het nu een onderwaterbevalling of niet? die vroedvrouw die mijn geliefde overal volgde, doe maar, ga maar, en in die kamer, terug in die kamer."

Even projecteert mijn verbeelding een Comedy Capersfilmpje in mijn hoofd. Een bevallende vrouw en een vroedvrouw razen het huis door, trap op, trap af, in de kelder, over de trapleuning, over de nok van het dak, en langs de velux weer naar binnen. Stop! Terug naar Bart.

"Tijdens de bevalling zelf leunde ze van de pijn op mij, dat was een enorm intense liefdesomhelzing, diezelfde huid die ik altijd zoek om liefde en genot en plezier te zoeken, had nu pijn pijn pijn, en ze kneep mij ook keihard. Onze andere kinderen lagen boven in ons bed te slapen. We hadden hen beloofd 's ochtends hun broertje te komen tonen. Ze lagen daar half wakker, in hun pyjama's, met van die grote ogen te kijken: plots is er 's morgens vroeg een broertje. Hoe ze keken naar dat neusje, naar die oortjes. Zo ontroerend."

"Derde zoontje ook?" vragen Adam en Vicky, vanachter een buggy die een kruising is tussen een kinderwinkelkarretje en een gekrompen terreinwagen. Aha! De gewijde stilte die in deze wachtkamer hangt, wordt doorbroken. Waarom zwijgen mensen hier ook? Iedereen die hier zit, heeft minder dan twee weken geleden een van de meest ingrijpende gebeurtenissen in zijn leven meegemaakt. Heeft niemand zin om dat te delen? Adam en Vicky dus wel. De naam van hun zoontje troost mij. Ook hij zal volgens de theorie van Ken samen met mijn zoon en talloze Milo's van een werkloosheidsuitkering moeten leven.

"Hij heet Xyanu. Het is nog maar de tweede van heel België die zo heet. We hebben de naam gevonden op de site van Kind & Gezin. Alledrie de jongens zitten met een i-a-n en dan een andere klinker erachter. Giani, Kyanu en Xyanu. We wilden een speciale naam. Alessio was ook een mogelijkheid. Italiaans. Maar het is Xyanu geworden. Het is ne keer iets anders dan de alledaagse namen.

"Verdorie. Hij is juist vree bedrukt aan het kijken. Ik ga mijn mailadres sturen. Als er een schoon fotootje tussenzit, moogt ge het ne keer doorsturen. Gaan vieren? We hebben al champagne genoeg gedronken. Volgende week gaan we wel ne keer met iemand van de familie op stap. Op 't gemakske. Wij zijn al een beetje ouder, hè."

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234