Donderdag 08/12/2022

Een (niet meer zo) nieuwe soort minimalisme

Toen het New Yorkse elektro-duo Suicide tijdens de jaren zeventig voor het eerst op het toneel verscheen, was het zijn tijd ver vooruit. En zoals wel vaker gebeurt met pioniers, bleven Alan Vega en Martin Rev cultfiguren, terwijl anderen later schatten zouden verdienen aan hun ideeën. Twintig jaar na datum wordt hun muziek nu herontdekt door een jong publiek. De belangstelling voor de twee reünieoptredens van Suicide in Londen was zelfs zo massaal dat er inderhaast twee extra avonden moesten worden ingelast. Technoheads in de ban van twee vijftigers: we waren er het afgelopen weekeinde getuige van.

De een was een beeldhouwer uit Brooklyn, de ander een freejazz-adept uit de Bronx, maar ondanks hun totaal verschillende achtergronden waren Vega en Rev, toen ze elkaar vonden in 1970, allebei in de ban van The Velvets, The Stooges en LaMonte Young. Ze noemden zich Suicide, de minst commerciële naam die ze konden bedenken, en gingen meteen lijnrecht in tegen de heersende trends. Want uitgerekend op een moment waarop de popmuziek almaar complexer werd, introduceerden zij een nieuw soort minimalisme. Suicide stond voor een gedeconstrueerde vorm van rock'n'roll: het genre werd afgekloven tot op het bot en het instrumentarium bleef beperkt tot een Elvis-achtige croon, een aftandse drummachine en goedkope Japanse speelgoed-keyboards.

Concerten van het gezelschap hadden een uitgesproken performance-karakter: Alan Vega en Martin Rev zochten bewust de uitdaging en de confrontatie op, wentelden zich in chaos en bedienden zich van schoktactieken die van hun shows claustrofobische en intimiderende rituelen maakten. Zo dook Vega regelmatig in het publiek, zwaaiend met een fietsketting, waarmee hij brokken steen uit de muren sloeg. Suicide stond geen escapisme toe: het was muziek van de straat, waar de dreiging uit de goorste achterbuurten van Manhattan in doorklonk. Het duo werd hartstochtelijk gehaat, mocht vrijwel nergens optreden en als het zich toch ergens publiekelijk vertoonde, ging dat meestal gepaard met rellen en opstootjes.

Als bonus bij de re-release van het Suicide-debuut uit 1977, vanaf deze week in de winkel, vind je bijvoorbeeld het legendarische '23 Minutes over Brussels': twintig minuten uit een concert in het voorprogramma van Elvis Costello in de AB op 16 juni 1978. Het podium werd bestormd, het concert diende voortijdig stil te worden gelegd en er kwamen politie en traangas aan te pas. De reden van al dat tumult? De ongewone bezetting van de groep, zonder drums of gitaren, en haar monotone, repetitieve, naar dissonantie neigende aanpak. De toeschouwers bleken er gewoon nog niet klaar voor te zijn.

Hoewel Suicide in dezelfde New Yorkse underground opereerde als Television, de New York Dolls of The Ramones, duurde het jaren voor het duo een plaat kon maken. En toen het er in 1977 dan toch van kwam, werd het een typische low-budget-onderneming. Suicide werd in één weekeinde ingeblikt, verkocht voor geen meter, maar had zowel een diepgaande invloed op de No Wave-scene als op de Britse elektropop-beweging. Uiteindelijk zouden groepjes als Soft Cell, OMD, Depeche Mode en The Human League de commerciële vruchten plukken met een verwaterde versie van de door Vega en Rev ontwikkelde sound.

Officieel is Suicide nooit gesplit. Toch verschenen na 1980 enkel nog A Way of Life (1988) en Why Be Blue (1992) en werd het effect van de klassieke eerste langspeler van het duo nimmer meer geëvenaard.

Vreemd genoeg wordt de groep vandaag echter, net als Kraftwerk, op handen gedragen door een generatie die is opgegroeid met techno, house en andere vormen van elektronisch geweld. In The Garage, een tot de nok gevulde club in het noorden van Londen, is de adoratie in ieder geval treffend. Alan Vega, met zonnebril en baret, ziet er een beetje opgezwollen uit, net als Elvis in zijn Las Vegas-periode, en spuwt zijn bekende assortiment van kreten, gefluister, gegalm en gehuil in de microfoon. Vaak heb je de indruk dat hij er maar wat op los improviseert. Martin Rev, lang, mager, met een bril die driemaal te groot is voor zijn gezicht, prutst intussen aan zijn synths, zorgt regelmatig voor donderende explosies, spijkerharde beats en aanstekelijke grooves en laat merken dat de jonge snaken van The Prodigy van hem best nog wat zouden kunnen opsteken. Samen zien Vega en Rev eruit als een soort Beavis & Butthead van middelbare leeftijd. Die link met cartoon-figuren is niet toevallig. Tenslotte ontleenden ze hun gemeenschappelijke pseudoniem aan de stripreeks Satan Suicide.

Het treiterige van vroeger hebben ze nog steeds. Zo worden de toeschouwers aanvankelijk dermate verblind door de rode schijnwerpers die hen pal in het gezicht schijnen, dat kijken minutenlang onmogelijk is. Maar het duo weet een nostalgietrip handig te vermijden: geen klassieken als 'Ghost Rider', 'Cheree' of 'Frankie Teardrop' op het menu, wèl minder bekende nummers als 'Las Vegas Man', 'Girl' of het even trage als kitscherige 'Surrender'. Die songs, waarvan er in een klein uur tijd amper zes de revue passeren, worden lang uitgesponnen, lijken een begin noch een einde te hebben en dreinen eindeloos door, wat ten koste gaat van hun spankracht. 'Rocket USA', aangestoken door een jachtige beat, wordt minder slordig gespeeld, maar klinkt zo goed als onherkenbaar. Het publiek is euforisch, maar toch kun je je niet van de indruk ontdoen dat de heren er zich een ietsje te gemakkelijk van afmaken.

De enige bis is 'Jukebox Baby', een nummer waarmee Alan Vega in zijn eentje ooit een top-tienhit scoorde in Frankrijk. Terwijl de toeschouwers zich in een wilde pogo begeven, citeert de zanger afwisselend uit het oeuvre van ? & The Mysterians, The Stooges, Sister Sledge en, godbetert, Hot Chocolate. Best grappig, maar niet bepaald groots. De jaren zeventig zijn voorbij - we leven nu in een ander tijdperk. Wel heeft Vega voor zijn jonge fans nog een laatste vaderlijke raad in petto:"Don't drive drunk and stay alive, alright?" Alright. Eigenlijk altijd al vermoed dat je die groepsnaam niet letterlijk hoorde te nemen.

Dirk Steenhaut

De cd Suicide is uit op Blast First en wordt in ons land verspreid door PIAS. De eerste, gelimiteerde oplage, gaat vergezeld van een live-cd, opgenomen in de Brusselse AB en het New Yorkse CBGB's.

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234