Woensdag 23/09/2020

Eén natie onder God?

Colson Whitehead is een mensenschrijver die gefascineerd is door wat het betekent Amerikaan te zijn. Met de John Henry Dagen waagt hij een sprong naar de top van de Amerikaanse literatuur.

Colson Whitehead

De John Henry Dagen

Oorspronkelijke titel: John Henry Days

Vertaald door Paul van den Hout & Joke Meyknecht

Contact, Amsterdam, 416 p., 24,90 euro.

John Henry was de beroemdste steeldriver uit de Amerikaanse geschiedenis. Hij was een zwarte die aan spoorwegtunnels werkte. Met zijn moker sloeg hij meterslange stangen de rotsen in waarna de alzo ontstane gaten met dynamiet gevuld werden. Bovenmenselijke proporties kreeg Henry toegemeten toen hij in 1881 een wedstrijd aanging met een stoomboor. Volgens de fabrikant van dit toestel had de klok van de steeldrivers geluid en deed een machine hetzelfde werk in veel minder tijd. Met in elke hand een hamer sloeg Henry zijn beitel de rotsen in, sneller dan de stoomboor, maar na afloop kreeg hij een hartaderbreuk en werd zo een legendarische martelaar. Om dit te gedenken geven de Amerikaanse posterijen in 1996 een speciale zegel uit die wordt voorgesteld in Talcott, het dorpje waar Henry's finale wedstrijd plaatsvond. Naast heel wat lokaal volk komt ook J Sutter op het inhuldigingsweekend af, een beetje als een bromvlieg op een vers gedraaide drol, zo zouden we kunnen zeggen, want J is een junketeer, een freelance journalist die eropuit is zoveel mogelijk gratis te eten en overal onkostenbonnetjes probeert te scoren. Als hij kan kiezen tussen de opening van een galerie waar fluitjeswijn geserveerd wordt en een jaarlijkse pensenkermis kiest hij steeds voor die laatste, want daar krijgt hij tenminste een flinke hap voorgeschoteld. En zo'n postzegelweekend heeft echt wel wat weg van een pensenkermis.

In Talcott ontmoet J zijn medejunketeers Tiny die 130 kilo weegt, Dave de kakkerlakkenjournalist, Eenoog die door een arbeidsongeval aan zijn naam is geraakt en Frenchie die in zijn jeugd op een Franse kostschool zat en daardoor alleen maar over wijn en mode schrijft. Meer in de marge komt postzegelverzamelaar Alphonse ter sprake, en Pamela natuurlijk, de dochter van de man die van zijn leven een ode aan John Henry wist te maken en in New York het nimmer een bezoeker over de vloer krijgende John Henry-museum uitbaatte. Het feit dat zij en J de enige zwarten zijn in het hotel brengt hen bijna automatisch samen.

Naast het verhaal over J en zijn troep, de manier waarop hij bijna stikt wanneer hij zich gulzig verslikt in een stukje vlees, zijn romance met Pamela, waardoor hij de voorstelling mist en misschien wel aan de dood ontsnapt - er begint immers een man met een revolver te zwaaien - is Colson Whiteheads De John Henry Dagen vooral een meditatie over de vragen wat het betekent Amerikaan te zijn en hoe dit in de loop der tijden veranderd is. Want de junketeers, zo beseft J, zijn de archetypische Amerikanen. "Ze willen dingen en ze willen ze nu, en iemand anders betaalt ervoor."

Echte historische feiten zijn er niet over John Henry. Of hij gewonnen heeft tegen de stoomboor is niet onomstreden. Of de wedstrijd wel degelijk in 1881 plaatsvond, weet men niet. Sommigen zeggen zelfs dat er nooit een wedstrijd geweest is en dat Henry nooit geleefd heeft. Anderen zeggen dan weer dat het een dronkaard en een gokker was, weer anderen maken er een Chinees of een blanke boef van. Feit is dat Henry in de muziek leeft, dat er over heel Amerika ballades over gezongen worden, dat Johnny Cash er zelfs eentje op plaat gezet heeft en dat hij voor iedereen een persoonlijk in te vullen legende is. In zekere zin is hij een figuur die het land verenigt in zijn verdeeldheid, net zoals de spoorwegen en de posterijen dat vroeger deden. Een figuur ook die het land wijst op zijn nooit aflatende raciaal gekleurde discours. De zwarte literatuurwetenschapper komt bijvoorbeeld tot de conclusie dat John Henry nooit bestaan heeft, terwijl de blanke net het tegenovergestelde besluit, en dat op basis van interviews met krek dezelfde mensen. Tegen een zwarte interviewer zeg je immers andere zaken dan tegen een blanke.

J is de indringendst geportretteerde freelancer sinds Martin Amis' in The Information opduikende recensiefaker Richard Tull. Whitehead zet hier een personage neer om nooit meer te vergeten en dat doet hij vooral door J in situaties te plaatsen en hem te laten acteren - of juist niet natuurlijk. Whitehead is een breedteschrijver die begint met een decor en een situatie te schetsen en dan pas zijn figuren introduceert en dat allemaal doet in ronkende volzinnen die je na het lezen blijven achtervolgen. De scène bijvoorbeeld waarin Dave beschrijft hoe een zwarte Stones-fan door Hell's Angels vermoord werd tijdens een gratis concert - alweer een martelaar, deze keer voor de tegencultuur - en hoe die moord logisch voortvloeide uit de sfeer die er die dag heerste, behoort ongetwijfeld tot de hoogtepunten van de Amerikaanse literatuur.

Wanneer Whitehead op zoek gaat naar de ziel van Amerika, vindt hij die keer op keer in het lichaam van zijn zwarte, maar ook wel anders gekleurde medemens. Net zoals in de Colossus van New York, zijn na 9/11 geschreven ode aan zijn geboortestad, is Whitehead een mensenschrijver. Al die gebouwen en standbeelden - al dan niet ter ere van de vrijheid - doen er voor hem niet toe. In dit boekje - in feite toch maar een tussendoortje in vergelijking met zijn debuut De Intuïtionist en De John Henry Dagen - voert hij immers enorm veel ongenoemde personages op die op Coney Island gaan zonnen, uitgaan op Broadway of Times Square, verdwalen in de ondergrondse en zich niet langer tegen de regen verzetten wanneer ze de tunnels uitkomen. Ook hier is het Whitehead om de sfeer te doen: wat het betekent om als mens in New York te leven.

Maar terug naar John Henry, die ook baadt in de schaduw van 9/11. J komt immers tot het bijzonder prangende inzicht dat wanneer een Amerikaan een aanslag pleegt dit een gestoorde, wereldvreemde gek blijkt, terwijl buitenlanders altijd politieke redenen blijken te hebben om een bom tot ontploffing te brengen. Misschien, zo impliceert hij, draaien de media ons een rad voor ogen, wat natuurlijk een bijzonder betekenisvolle gedachte is voor een journalist. De John Henry Dagen is dus niet alleen een bijzonder mooi, pakkend en inspirerend, maar ook een relevant boek, zo eentje waarvoor je God op je blote knieën zou danken dat hij ogen in je kop heeft gestoken.

Marnix Verplancke

Wanneer Whitehead op zoek gaat naar de ziel van Amerika, vindt hij die keer op keer in het lichaam van zijn zwarte, maar ook wel anders gekleurde medemens

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234