Woensdag 01/02/2023

Een natie in wording

Kijk op Europa is een overzicht van de Duitse schilderkunst in de 19de eeuw, een periode waarin het versplinterde Duitsland stilaan een natie werd. Het is een merkwaardige tentoonstelling, die vooral kunsthistorisch belang heeft.

door Eric Rinckhout

In een twaalftal hoofdstukken willen de tentoonstellingsmakers aantonen hoezeer Duitse schilders over de grenzen heen keken en zich door andere landen en tradities lieten inspireren: van het Oude Griekenland tot het jonge België.

De tentoonstelling wil nadrukkelijk de aandacht richten op de Europese kunst zoals die in de Duitse schilderkunst van de 19de eeuw tot uitdrukking komt. Het resultaat is een bijzonder 'Eurocorrecte' expositie die naar aanleiding van het Duitse voorzitterschap van de Europese Commissie werd gemaakt. Ze wil benadrukken wat landen met elkaar verbindt en gaat uit van de merkwaardige stelling dat de kunsten al lang Europees waren voordat er sprake was van een politieke en economische gemeenschap.

Als men daarmee bedoelt dat kunstenaars reisden en elders inspiratie gingen opdoen, dan wordt hier een open staldeur ingetrapt. Bruegel en Rubens reisden naar Italië, Dürer bezocht de Lage Landen, Turner tekende en aquarelleerde in Duitsland, België en Luxemburg.

Als uitsmijter wordt gesteld dat de ontwikkeling van Europa tot de huidige Europese Unie in grote mate gebaseerd is op die oude gemeenschappelijke culturele tradities. Alsof de Europese Gemeenschap niet in de eerste plaats een economische, geopolitieke constructie was en cultuur al niet van het begin af een ondergeschoven kindje was.

Maar passons. Laten we naar de kunst kijken.

De expositie toont hoe de Duitse kunstenaars vol verlangen naar het oude Griekenland terugblikken. Ze bewonderen de Griekse kunst en projecteren er hun verlangens naar grootheid en nationale autonomie in. Duitsland was immers een natie in wording. Duitse schilders idealiseerden het oude Griekenland met als gevolg een reeks academische en bloedeloze taferelen van de Acropolis en Griekse mythen. Gelukkig duikt daar, en niet voor de laatste keer, Caspar David Friedrich op met de Tempel van Juno in Agrigento: de ruïnes doemen dreigend en verlaten op tegen de achtergrond van een zonsondergang. Ook een wat in een hoekje verstopt schilderij van Carl Rottmann is interessant: een driftig geborsteld Slagveld bij Marathon uit 1849.

Vervolgens komt Italië aan de beurt, maar echt vrolijker wordt een mens daar niet van. De Duitse schilders vervaardigden of clichélandschapjes of, nog erger, imitaties van de grote Italianen. Het resultaat: suikerzoete madonna's à la Rafaël of een massatafereel à la Veronese. Gelukkig hangt er een mysterieus verlicht landschap van Arnold Böcklin, een Villa aan het strand uit 1864, waarin lichte metafysische ondertonen zitten.

En zo gaat onze wandeling voort langs de Europese schilderkunst en landschappen, gezien door Duitse ogen. Scandinavië, Rusland en Polen, de Alpen en Spanje passeren de revue. Documentair en kunsthistorisch is het allemaal wel interessant - de invloed van de historieschilders van het jonge België - maar zelden wordt het cliché overstegen, behalve dan in de levendige werken van Max Liebermann, die zich op de Hollandse Gouden Eeuw inspireerde, en in de sporadisch opduikende Caspar David Friedrich, die men als 'landschapsschilder' in de tentoonstelling probeert in te passen. Maar Friedrich schilderde landschappen van de ziel: hij was een zoekende in zijn eigen desolaatheid.

Gelukkig is er die ene kunstenaar hors catégorie: Adolph Menzel (1815-1905). Hij staat apart omdat hij een van de weinigen in de expositie is die echt keek. Bij hem begint de verf te leven omdat hij lichtinval, de chaos op een Italiaans plein en de hete vuren van een staalfabriek probeert vast te leggen. Hij stond te midden van het leven. Kijk goed naar zijn Joods kerkhof in Praag (1852). Het lijkt een kubistisch rotslandschap. Een absoluut hoogtepunt is zijn Terraskamer, een leeg vertrek waar gordijnen wapperen in de wind en twee stoelen vreemd met de rug naar elkaar toe staan. Een doffe vlek op het behang eist alle aandacht op. Menzel schilderde dit in 1845, maar symbolisme en existentialisme komen al door elke kier gluren.

Kijk op Europa had beter een handvol dergelijke schilders tegen elkaar uitgespeeld, in plaats van een droge geschiedenisles te bieden.

Europa en de Duitse schilderkunst in de 19de eeuw, tot 20 mei in Paleis voor Schone Kunsten, Ravensteinstraat 23, Brussel. Dinsdag tot zondag 10 tot 18 uur, donderdag tot 21 uur, www.bozar.be.

De Duitse schilders maakten of clichélandschapjes of, nog erger, imitaties van de grote Italianen

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234